Wordt het tijd voor een expertenregering in België?

Professor Grondwettelijk Recht Marc Uyttendaele (screenshot van Terzake 19 februari 2020)


België is al meer dan een jaar zonder volwaardige regering. De eeuwige politici zijn blijkbaar niet in staat over hun eigen schaduw heen te stappen. De voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte moeten leiden tot een regering van experten die na grondige hervormingen en nieuwe verkiezingen de fakkel terug aan verantwoordelijke politici in een hervormde staat kunnen geven. Een zoveelste informatieronde is nutteloos.

Op 14 februari heeft de koning informateur Koen Geens van zijn informatieopdracht ontheven, en vervolgens de voorzitters van Senaat en Kamer gevraagd contacten te leggen ‘met het oog op de vorming van een volwaardige regering’. Volgens VRT-journalist Pieterjan De Smedt wordt hun opdracht bijzonder moeilijk. “De politieke crisis is ernstig, de relaties zijn verzuurd, er is afkoeling nodig”. Maar is het probleem wel “aangebrande” politici? Leidt de zoveelste koninklijke opdracht na negen maanden ‘informeren’ niet tot nog meer tijdsverlies? Moeten wij niet vaststellen dat de politici weigeren hun job te doen, impopulaire maatregelen te nemen? Spelen deze dames en heren niet met koninklijke, en onze, voeten?

In “De afspraak” van 18 februari gaf professor Marc De Vos een voorzet om de impasse te doorbreken. Zijn expertisecommissies leveren dan na zes maanden enkele scenario’s op over sociale zekerheid, belastinghervorming, het klimaat, enzovoort, maar dan moet er nog een maatschappelijk debat komen en zouden verkiezingen over concrete onderwerpen een slagkrachtige federale regering moeten opleveren. Reken alles bijeen op een jaar. Zoveel tijdsverlies kunnen we ons niet veroorloven. En men kan zich vragen stellen bij zijn volgorde. “Eerst een begroting opstellen”, aldus De Vos. Is een begroting niet nu juist het sluitstuk van een politiek akkoord?

Impotente politici

Ons land heeft meer dan genoeg kwaliteit in huis om ons uit de crisis te leiden. De koning laat onze impotente politici best voorlopig links liggen. Ons land stuurt best aan op een regering van experten, een zakenkabinet, die op korte termijn voorstellen voor maatregelen opstelt met een bijbehorende begroting. Die worden dan aan het parlement voorgelegd in een vertrouwensstemming. Het debat en de stemming wordt in prime time live uitgezonden, zodat de kiezers kunnen vaststellen hoe hun volksvertegenwoordigers stemmen. Krijgt de expertenregering het vertrouwen, dan voert die de plannen uit. Wordt de motie van vertrouwen verworpen, dan wordt de Kamer ontbonden en volgen binnen de zes weken nieuwe verkiezingen.

De regering-Michel is december 2018 gevallen door een gezochte actie van de N-VA. De partij zag zijn kans schoon om een gedroomd scenario uit te voeren: aantonen dat “ons land niet meer werkt” en dus moet worden omgevormd in een confederatie, lees opgesplitst. Het pleidooi van N-VA-voorzitter Bart De Wever voor Vlaamse frontvorming spreekt boekdelen. Vlaamse onafhankelijkheid mag dan de natte droom zijn van een Vlaamse elite, de bevolking ziet daar niets in. Wetenschappelijk onderzoek naar de Belgischgezindheid van de Vlamingen in 2007 leert dat er maar een kleine minderheid is die België wil splitsen. Uit niets blijkt dat die houding fundamenteel gewijzigd is. Een vereenvoudiging van de staatsstructuur is wel zinvol. Johan Vande Lanotte deed daar recent interessante voorstellen voor.

Taxshift

Het is precies de door de N-VA doorgedrukte taxshift die in belangrijke mate geleid heeft tot het gigantische en oplopende tekort in de Belgische begroting. Aan het plan om meer mensen aan de slag te krijgen hing een prijskaartje van €5 miljard. Volgens KUL-professor André Decoster was de taxshift een verkapte belastingverlaging die niet werd gefinancierd. Zonder maatregelen loopt het gat in de begroting enkel maar op. Er gingen inderdaad 50.000 à 70.000 meer mensen aan het werk die belastingen en sociale bijdragen betalen, maar uit niets blijkt dat deze ‘winst’ aan de taxshift is toe te schrijven. Overal ter wereld nam de conjunctuur toe en kwamen er zonder extra maatregelen meer jobs.

Men kan dan begrip opbrengen voor de vraag van de Franstalige partij PS bij monde van voorzitter Paul Magnette om een grondige doorlichting van de taxshift, “nog voor de vorming van een nieuwe regering van start gaat”. De partij legt de schuld voor het begrotingstekort dat dit jaar dreigt op te lopen tot 2,4% bij de regering-Michel. De taxshift kwam in feite neer op “een reeks cadeaus aan bedrijven, zonder dat daarvoor tegenprestaties werden geëist. De onderfinanciering brengt de sociale zekerheid in gevaar, met de meest kwetsbare sociale groepen als slachtoffers”, zo zegt Paul Magnette in een persbericht. Het zal niet verwonderen dat de N-VA zo’n audit niet nodig acht.

Intussen trekken ook een dertigtal Belgische CEO’s aan de alarmbel: de politieke stilstand creëert grote onzekerheid. “Nieuwe verkiezingen en nog langer talmen zijn geen optie”, aldus deze bedrijfsleiders. Maar verder dan een aanklacht komen deze lieden niet. Economieprofessor Koen Schoors (UGent) bekijkt het wél inhoudelijk: “De rente staat historisch laag, we lenen gratis. Dat scheelt miljarden euro’s per jaar. Als je nu nog een tekort hebt, heeft het echt te maken met een gebrek aan beleid.” En professor fiscaal recht Michel Maus meent dat bij economische groei, een lage rente en een lage werkloosheid, we een overschot zouden moeten boeken.

Taxshift was eigenlijk taxcut

De taxshift was dus eigenlijk een taxcut. Nu de verwachte terugverdieneffecten zwaar tegenvallen zal een volgende regering moeten beslissen of die moet worden teruggedraaid of gefinancierd met andere maatregelen. Nu geen enkele politieke combinatie zijn nek daarvoor wil uitsteken zal het moeten komen van een expertenregering. Die kan dan tevens werk maken van vereenvoudiging van onze staatsstructuur, van een allesomvattende fiscale hervorming/vereenvoudiging, en van een meer solidaire herverdeling tussen de inkomens. Onder de regering-Michel is de koopkracht van de laagste inkomens blijven stagneren, terwijl die voor de hogere middenklasse serieus is toegenomen.

Wie er tot zo’n tijdelijke expertenregering zou moeten toetreden? Enkele suggesties langs Nederlandstalige kant: Charlotte Colman (justitie), Paul De Grauwe (financiën en begroting), Anne De Paepe (sociale zaken en volksgezondheid), Bruno De Wever (binnenlandse zaken), Michel Maus (financiën en fiscaliteit), Tom Sauer (buitenlandse zaken en defensie), Johan Vande Lanotte (staatshervorming), Frank Vandenbroucke (pensioenen), Hylke Vandenbussche (Europese zaken), Philippe Van Parijs (1e minister), Sofie Verbrugge (energie en innovatie), en Hendrik Vos (Europese zaken). Het zijn allemaal toplui die aanvaardbaar zouden moeten zijn. De politicus die het aandurft zijn vertrouwen aan zo’n expertengroep te onthouden heeft het electoraat wat uit te leggen.

Het bovenstaande is een praktische invulling van de recente voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte die de impasse moet kunnen doorbreken. De koning, die al eerder verrassende initiatieven heeft genomen, kan na een nieuwe consultatieronde rechtstreeks Philippe Van Parijs of een andere expert vragen een expertenregering samen te stellen. Na gedane zaken kunnen verkiezingen mensen in het parlement brengen die hun nek durven uitsteken, die het niet om het zitje of het enge partijbelang gaat, maar om het landsbelang.

De destructieve cocktail Trump-Netanyahu: blind voor de realiteit

President Donald J. Trump delivers remarks with Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu Tuesday, Jan. 28, 2020, in the East Room of the White House to unveil details of the Trump administration’s Middle East Peace Plan. (Official White House Photo by Shealah Craighead)


Na twee mislukte afzettingspogingen blaakt Trump van zelfvertrouwen. In zijn State of the Union moeten kleurlingen, moslims en vreemdelingen het ontgelden, en associeert hij Palestijnen met terrorisme. Voor buitenlandminister Pompeo is “de Heer aan het werk” als Trump “het Joodse volk redt”. Israël staat op winst, maar niet voor eeuwig.

In een historische zitting op 5 februari sprak de door Republikeinen gedomineerde Senaat de Amerikaanse president Donald Trump vrij van beschuldigingen in verband met zijn bemoeienis met Oekraïne. Eerder, op 18 december 2019, had het Huis van Afgevaardigden, waar Democraten de meerderheid hebben, zijn afzetting wel goedgekeurd. Vorig jaar had de president ook het Mueller-onderzoek overleefd naar Russische bemoeienis met de Amerikaanse verkiezingen, in een één-tweetje tussen Trumps campagneteam en de entourage van de Russische president Poetin. De twee overwinningen hebben Trumps positie enorm versterkt, en daarmee zijn herverkiezingskansen.

Op 4 februari, toen het vaststond dat hij in de Senaat zou worden vrijgesproken, hield Trump zijn State of the Union-toespraak in het Congres. Aan de vooravond van zijn mogelijke herverkiezing kreeg zijn gehoor vooral campagnetaal voorgeschoteld. “Onze vijanden zijn verjaagd, onze welvaart neemt toe, we gaan een veelbelovende toekomst tegemoet”, aldus Trump. Maar gegeven de zichtbare verdeeldheid in het Congres kan men eerder spreken van een State of the Disunion. En qua buitenlandse politiek was het meer van hetzelfde: machtsuitoefening, inzet van het leger, en imperialisme. In de visie van Trump maakt overheersing met de dreiging van geweld Amerika great again.

Trumps kiezerspubliek gaat voor

De president mikte vooral op zijn kiezerspubliek: blanke christelijke republikeinen. Na zichzelf in de bloemetjes te hebben gezet over werkgelegenheid, aandelenmarkt, onderwijs en handelsakkoorden, voerde hij een toneelstukje op om zijn gehoor wijs te maken dat zijn regering niets had tegen mensen van een ander ras. Zo voerde hij een ‘gekleurd’ meisje op die een studiebeurs had gekregen, en een dito veteraan uit het leger die het dankzij zijn Tax Cuts and Jobs Act van drugsverslaafde tot succesvolle zakenman had gebracht. En Raul Ortiz van de grenspolitie werd voor het voetlicht gehaald voor zijn records in het onderscheppen van drugs en mensensmokkelaars.

De boodschap was duidelijk: in een blank land tel je als kleurling mee als je steun geeft aan de criminalisering van je rasgenoten en aan instellingen die geweld op hen loslaten. Trump mag dan aanvoeren dat zijn regering opkomt voor vrijheid van godsdienst, de werkelijkheid is eerder godsdienstvrijheid voor christenen. Het inreisverbod voor mensen uit moslimlanden dat steeds verder wordt uitgebreid, en andere beleidsmaatregelen die moslims viseren, zijn zaken die voor zich spreken. Dit onderdeel in Trumps speech ging dus over christelijke hegemonie, en moslims die voor hem vooral een bedreiging inhouden voor de nationale veiligheid, en niet vallen onder de vrijheid van godsdienst.

Wel heel cynisch waren zijn opmerkingen over de moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani. Die had volgens Trump als ‘topterrorist’ veel doden op zijn geweten, waaronder sergeant Christopher Hake, wiens familie in het publiek zaten. Veel internationale juristen zien in de standrechtelijke moord op een hoge functionaris van een land waar men niet mee in oorlog is als een grove inbreuk op het internationaal recht. En Trumps boodschap aan de Iraanse bevolking was zonder meer tenenkrommend. Mensen die zuchten onder de verlammende Amerikaanse sancties “kunnen rekenen op een goed herstel daarvan als zij niet te trots of te dwaas zijn om onze hulp te vragen”, aldus de Amerikaanse president.

In een verdedigingsoorlog is bezet gebied verworven

Trump legde een verband tussen de strijd tegen ‘radicaal moslimterrorisme’ en zijn Peace to Prosperity plan in de kwestie-Palestina. De associatie van Palestijnen met terrorisme moet dienen om een Palestijnse afwijzing van zijn plan te kunnen toeschrijven aan hun criminele ingesteldheid. Voor Trump staan alle lichten op groen. Trumps vrijgevigheid aan de Israëlische premier Netanyahu is ongehoord: Jeruzalem Israëls hoofdstad, annexatie van de Syrische Golan en de Palestijnse Jordaanvallei. Van het een komt dan het ander. Een Israëlische topfunctionaris vertrouwde een Haaretz-reporter toe dat je normaal geen eigenaar wordt van bezet gebied, maar blijkbaar wel bij een verdedigingsoorlog.

En zo halen Trump en Netanyahu een kruis over een Palestijnse staat, en elke onderhandeling daarover. Trump heeft elke Amerikaanse financiering stopgezet van de VN-organisatie UNRWA, de belangrijkste werkgever en zorgverlener in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Onderzoek door het Internationaal Strafhof naar Israëlische oorlogsmisdaden wordt maximaal tegengewerkt. Voor Trump staat anti-zionisme gelijk aan antisemitisme en wordt dus vervolgd. Voor de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo, aanhanger van een zeer conservatieve tak van de evangelische kerk, was Trump mischien voorbestemd om het Joodse volk te redden. “Hier is de Heer aan het werk”, aldus Pompeo.

De Palestijnen hebben weinig te verwachten van de Arabische staten en Europa. Trump-Netanyahu is een destructieve cocktail, blind voor de realiteit. De houdbaarheidsdatum van de Palestijnse Abbas-gerontocratie is vele jaren verstreken. Ooit staan nieuwe Palestijnse leiders op die het tij kunnen keren. Trump en Netanyahu zijn niet bezig met de verovering van het Midden-Oosten, maar creëren wel de omstandigheden voor een volgende oorlog. Israël, dat zich door niets of niemand iets laat gezeggen, is wel de laatste mogendheid die het kwaad dat het aanricht inziet, of beseft dat het aan de basis ligt van vele generaties conflict. Vandaag staat het land op winst, maar niet voor eeuwig.

Hoe Rusland de lat voor een aanval op Iran hoog legt

President Putin, aboard the guided missile cruiser Marshal Ustinov during the joint exercises of the Northern and Black Sea fleets, January 9-10, 2020. Photo Credit: kremlin.ru


De Iraanse tegenaanval toont de kwetsbaarheid van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, en kan enkel leiden tot hun vertrek. Terwijl Rusland Iran voorziet van middelen om zich tegen Amerikaanse agressie te verdedigen maakt het Pentagon zich op voor een catastrofale confrontatie met Iran.

Op 8 januari voerde Iran een raketaanval uit op de militaire vliegbasis Ain al-Asad in Irak waar Amerikaanse militairen waren gelegerd, als vergelding voor de liquidatie van de Iraanse generaal Qassem Suleimani. Iran had de VS tevoren gewaarschuwd, zodat de Amerikaanse manschappen zich tijdig in veiligheid konden brengen. Uit luchtfoto’s blijkt de uiterste precisie waarmee de aanvallen werden uitgevoerd. “Het was niet de bedoeling om slachtoffers te maken. Toch is de schade die we aangericht hebben groot: de VS kon onze raketten niet uit de lucht schieten. Dat toont hoe kwetsbaar de Amerikanen zijn”, aldus de Iraanse buitenlandminister Javad Zarif. En nog een vernedering: grootmacht Amerika heeft voor het eerst in zijn bestaan een militaire aanval onbeantwoord moeten laten.

De Amerikaanse president Donald Trump deed er alles aan om het incident te bagatelliseren. Maar veertien dagen na de aanval liet het Pentagon weten dat 34 Amerikaanse militairen traumatisch hersenletsel hadden opgelopen. Trumps geringschattende opmerkingen hebben geleid tot woedend protest, niet enkel van Amerikaanse veteranen, maar ook van militairen in actieve dienst. Veterans of Foreign Wars, een organisatie die Trump in het verleden heeft gebruikt als achtergrond voor zijn rechtse campagnetirades, heeft aangedrongen op excuses van de Amerikaanse president voor zijn opmerkingen. Binnen het Amerikaanse leger heeft Trump zich dus niet populair gemaakt

De liquidatie van Suleimani, door buitenlandminister Pompeo met veel bravoure bekendgemaakt met de mededeling dat Amerika daarmee veel veiliger was geworden, leidt onherroepelijk tot het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak en mogelijk ook het kleine contingent uit Syrië. Het Iraakse parlement drong in een motie al aan op dat vertrek. De absurde verklaring van Trump dat Irak dan zou moeten betalen voor de Amerikaanse ‘peperdure’ bases zullen we dan maar naast ons neerleggen. De bonus voor Iran is tevens het feit dat de moord op de geliefde Iraanse generaal de Iraanse bevolking heeft verenigd, ondanks alle ellende van de sancties.

Precisie van Iraanse raketten

Maar de Amerikanen moeten zich het meest zorgen maken over de uiterste precisie van Iraanse raketten. Iran beschikt niet over een eigen navigatiesatellietsysteem in de ruimte. Vandaag zijn er daar maar vier van: een Amerikaans, een Europees, een Russisch en een Chinees systeem. De Amerikaanse en Europese systemen zijn no go voor Iran. Waarschijnlijk maakt Iran dus gebruik van GLONASS, het Russische of BeiDou, het Chinese systeem. Even raadselachtig is waarom Iran wel bevestigt dat het twee Russische TOR-M1 luchtafweerraketten heeft afgevuurd, maar niet dat daarmee de Oekraïense Boeing werd neergehaald. Nu de TOR-M1 op een satellietgevolgd en van radar voorzien onafhankelijk functionerend rupsvoertuig staat is de vraag of dit luchtafweersysteem toegang had tot GLONASS.

Tegen deze achtergrond moet ook het ongepland bezoek opvallen op 7 januari, aan de vooravond van de Iraanse raketaanval, van president Vladimir Poetin aan de Syrische president Bashar al-Assad. En op 9 januari, de dag na de Iraanse raketaanval, was Poetin aanwezig bij omvangrijke Russische marine-manoeuvres in de Zwarte Zee met verscheidene raketlanceringen. Het was een indrukwekkend staaltje van de Russische militaire macht: MiG-31 jachtvliegtuigen lanceerden Kinzhal hypersonische raketten op oefendoelwitten, en marineschepen schoten Kalibr kruisraketten en andere wapens af. Meer dan 30 oorlogsschepen en 39 vliegtuigen, waaronder verschillende Tu-95 strategische bommenwerpers, namen deel aan de oefening.

Ook op 9 januari deed zich voor de kust van Iran een treffen voor tussen een Amerikaanse torpedojager en een Russisch spionageschip dat blijkbaar de Amerikaanse vloot schaduwde. Dit alles duidt erop dat Rusland de situatie rond Iran nauwlettend in het oog houdt, en klaar is voor elke militaire calamiteit. Mogelijk heeft Iran afspraken met Rusland voor het delen van inlichtingen. De Russische minister Sergey Lavrov heeft 17 januari een tipje van de sluier opgelicht met zijn opmerking dat Iran per ongeluk het Oekraïense vliegtuig had neergeschoten op een moment dat Teheran horendol werd van berichten over VS stealth-jagers. “Volgens onbevestigde berichten zaten er minstens zes F-35’s in de lucht vlak bij de Iraanse grens. Dat verklaart de stress aan Iraanse zijde”, aldus Lavrov.

Rusland voorziet Iran van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens

De boodschap van de Russen is duidelijk. Het zal niet militair ingrijpen in een Amerikaans-Iraans conflict. Maar het legt de lat voor een dergelijk conflict wel zeer hoog. Het doet er alles aan om Iran te helpen zich te verdedigen tegen Amerikaanse agressie, door het te voorzien van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens die het militaire kostenplaatje voor de VS enorm de hoogte kan injagen, zoals we 8 januari hebben gezien. De Russische steun aan Iran irriteert Washington duidelijk. Dat maakt het optreden van Amerikaanse troepen duidelijk die recent in Noordoost-Syrië tot vier maal toe Russische konvooien in Noordoost-Syrië hebben geblokkeerd.

De kou is dus niet van de lucht. Na de Iraanse raketaanval hingen er niet enkel Amerikaanse F-35’s in de lucht, maar er zouden ook kruisraketten zijn afgevuurd. Dat bleek een vals alarm, dat echter niet tijdig kon worden verspreid omdat een Amerikaanse cyberaanval de communicatienetwerken van Iran had laten vastlopen. Zo kon het Oekraïense passagiersvliegtuig door de Iraanse luchtverdediging worden gezien als een Amerikaans gevechtsvliegtuig. Het Pentagon heeft Trump dan kunnen overtuigen dat het Amerikaanse leger nog niet klaar was voor een oorlog met Iran, maar het treft wel de nodige voorbereidingen voor zo’n catastrofale confrontatie.

De politieke agenda van Human Rights Watch

Hong Kong protests. Photo: Studio Incendo / Wikimedia Commons


Human Rights Watch (HRW) probeert in Hong Kong de volksopstand aan te wakkeren. Het veroordeelt het Chinese politieke systeem en waarschuwt voor het existentiële gevaar van de groeiende politieke invloed van China in de wereld. Daarmee voert HRW een politieke agenda uit en schiet het in eigen voet.

De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) spreekt in haar jaarverslag een vernietigend oordeel uit over de Chinese regering, en roept de internationale gemeenschap op om zich te verzetten tegen “de wrede, alomtegenwoordige onderdrukking van China”. In niet mis te verstane woorden veroordeelt HRW de behandeling van de Oeigoerse moslims, en waarschuwt dat de groeiende politieke invloed van China in de wereld een “existentiële bedreiging voor het internationale mensenrechtenstelsel” vormt. De politie van Hong Kong gebruikt “buitensporig geweld” en beperkt “de vrijheid van vergadering steeds meer”, aldus het rapport, dat ook Hong Kong’s pro-Beijing leider Carrie Lam fel bekritiseert voor het weigeren van een onafhankelijk onderzoek naar politiemisbruiken.

Het lijkt erop dat HRW zich voor het karretje van Washington laat spannen. Het moet niet verwonderen dat het hoofd van de organisatie, Kenneth Roth, zondag de toegang werd geweigerd tot Hong Kong, waar hij ongetwijfeld met veel tamtam het rapport zou lanceren. China kondigde vorige maand sancties aan tegen HRW en andere Amerikaanse ngo’s. Dat was een tegenmaatregel tegen de Amerikaanse Hong Kong Human Rights and Democracy Act, die anti-regeringsprotesten in Hong Kong ondersteunt en China bedreigt met sancties voor mensenrechtenschendingen. Volgens Beijing sponsoren de ngo’s de anti-regeringsprotesten in Hong Kong die de stad al ruim een half jaar teisteren, en moedigen zij het geweld daarbij aan.

Mensenrechten hebben een lage prioriteit

Over het politieke systeem in China kunnen we kort zijn. De Communistische Partij regeert het land sinds 1949 met ijzeren hand. China is nooit een democratie geweest, en onder president Xi Jinping vertoont de overheid totalitaire trekken. Mensenrechten hebben er een lage prioriteit. Het land eigent zich de Zuid-Chinese Zee toe, maakt via het Zijderouteproject tientallen landen in belangrijke mate economisch afhankelijk, en legt elke kritiek van het Westen naast zich neer. China bouwt hard aan een toekomst als moreel, politiek en economisch centrum van de wereld. Het moet dan niet verwonderen dat bestaande grootmachten als de VS en de EU zich zorgen maken. Maar mensenrechtenorganisaties die zich zo doorzichtig als HRW door grootmachten laten gebruiken schieten zichzelf in de voet.

Ook bij de kwaliteit van de democratie in Europa kunnen we kanttekeningen maken. De EU-lidstaten staan steeds meer van hun soevereiniteit af aan onverkozen bureaucraten in Brussel die worden gecontroleerd door Europarlementariërs die luisteren naar hun nationale partijvoorzitters. En over de berichtgeving moeten we ons ook niet teveel illusies maken. De concentratie in de mediawereld zorgt ervoor dat nog maar heel weinig mensen het nieuws maken en commentaar schrijven. Het is net nog geen monopolie, maar toch wel een oligopolie van mediamensen die elkaar kennen en de violen op elkaar afstemmen. Van de vierde macht ziet men nog maar heel weinig kritiek op het overheidsbeleid.

In Amerika is van een democratische samenleving al helemaal geen sprake meer. Het is een land waar bij verkiezingen uitgekookte lieden de grenzen tussen kiesdistricten verschuiven, hele groepen kiezers worden uitgesloten, een dubieus figuur als Trump zonder de popular vote te winnen president kon worden, en zijn tegenstrever op slinkse wijze de voorverkiezingen naar haar hand kon zetten. Terzijde: met Clinton als president zal menig wereldburger evenmin gelukkig zijn geweest. Amerika onder Trump is ook het land dat zich het recht voorbehoudt om overal ter wereld tegenstanders per drone standrechtelijk te liquideren, het Internationaal Strafhof niet erkent, het internationale recht naast zich neerlegt en een potje maakt van internationale instellingen als de Verenigde Naties.

Verziekt Amerikaans politiek systeem

De Amerikaanse historicus Mike Lofgren, die na een carrière van 30 jaar als stafmedewerker bij de Republikeinse partij zijn buik vol had en ontslag nam, schetste in 2011 in een geruchtmakend artikel een scherp en ontluisterend beeld van de Amerikaanse politieke verhoudingen. Het politieke systeem wordt verziekt door financiële bijdragen van ondernemingen. Een kandidaat moet meer dan een miljard dollar bijeenbrengen om te kunnen dingen naar het presidentschap. Om dan in de communicatie naar potentiële kiezers afhankelijk te zijn van media die in handen zijn van een heel beperkt aantal machtige lieden die als groep ook wel als de Deep State worden aangemerkt.

Het zijn niet langer vooral Republikeinen die andere landen de les spellen over democratie, de Democraten doen daar even hard aan mee. Dat de VS democratie moest brengen in het Midden-Oosten was de hypocrisie ten top. In de VS mogen dit soort deplorables niet eens gaan stemmen. De minderheidsgroepen in Amerika zijn geen “echte Amerikanen”. Het zijn raciale minderheden, immigranten, moslims, holebi’s, soms ook intellectuelen. De gekleurde Obama werd als presidentskandidaat niet serieus genomen. Het is reactionaire en paranoïde kletspraat die de laagste instincten van het kiezerspubliek voedt. Het is het kiezerspubliek dat Trump door dik en dun blijft steunen, wat hij ook uithaalt.

Toegegeven, China wordt niet democratisch bestuurd en er schort in dat land heel wat aan de mensenrechten. Maar HRW-voorman Kenneth Roth moet niet denken dat hij in China of Hong Kong indruk maakt met een mantra dat zijn oorsprong vindt in de door de Deep State opgestelde agenda van het Amerikaanse Witte Huis, Pentagon en CIA.

EU strategic autonomy: realistic or pipe dream?

German Chancellor Angela Merkel, addressing the Munich Security Conference, February 2, 2019 (still from CNN video ‘Merkel hammers Trump as Ivanka looks on’ on YouTube)


Strategic autonomy is not sufficient to become a global player. Europe must aim at independence: departure of American troops, a single foreign policy and a European defence.

In recent years, the issue of ‘strategic autonomy’ has been the order of the day within the EU. The discussion dates back to decades ago. Since the Second World War just about every American president insisted that European allies must contribute their ‘fair share’ to the NATO budget. That contribution was set at 2% of GDP, a completely random yard-stick because it was not substantiated by real threats, not the hyped up threats that we all too often get presented. Under the ‘America First’ policy of Donald Trump in the White House, the debate has deepened and hardened. And Trump made statements that cast doubt on the US security guarantee.

European defence has been a topic, too. First initiatives were the establishment of a European Defence Fund (EDF) and the Permanent Structured Cooperation (PESCO). It was hoped that the renewed Franco-German friendship treaty that Merkel and Macron signed on January 22, 2019 would herald new steps. But there is little news in the treaty. The parties to the treaty pledged to take steps to improve coordination of foreign policy and defence, at the same time strengthening European defence capabilities. But hardly anything was said about a joint vision on the grand chessboard, the changing balance of power in the world.

Europe is waiting for Germany and France to take the lead

The response from Donald Tusk, President of the European Council until 1 December 2019, was spot on: Europe is waiting for Germany and France to take the lead in order to achieve further integration, prompting European member states to step by step entrust Brussels with parts of their national sovereignty. But exactly that is the problem. The European Union has grown far too fast. To the extent that there is question of EU integration at all, it has moved ‘horizontally’. Under US pressure, Union enlargement could not proceed quickly enough, and preferably in an easterly direction, against Russia, the great enemy.

The result has been a patchwork of 28, and post-Brexit 27, member states of completely different economic development, population size, language and culture, making any move to achieve unity extremely difficult. Such a detached Union is an open invitation to the US to divide and rule it, and in doing so to continue dominating the EU. The difference with the history of the US is striking: it started with thirteen British colonies with shared sovereignty. Other states were allowed to join, provided that they endorsed the constitution and transferred sovereignty. In a federal state structure, states were given a certain degree of autonomy, but foreign policy and defence remained federal jurisdiction.

History shows that the way the US and EU view the world continues to diverge

On November 28, 2019, Carnegie Europe published a series of essays on how NATO can best serve the interests of its members. The third essay was by Sven Biscop, director at the Egmont Institute and UGent professor, whose central theme was: ‘Whether NATO will continue to exist depends on whether the US and the EU continue to share a broad outlook on the world.’ Well, history shows that that outlook continues to diverge. Examples are the exit from the Iran deal, the climate deal, the far-reaching concessions made to Israeli Prime Minister Netanyahu that violate international law, and the sanctions on Russia’s Nord Stream 2 gas pipeline to supply Germany. Will the US determine from whom Germany buys its natural gas?

In Biscop’s view, the US and the EU are the two most important partners in NATO. One can argue with that. The EU does not act as a single member. Large member states Germany and France lead the European club and are not always aligned. The EU is not an equal partner. The US dominates, and gives the impression that its proposals should rather serve its own interests. And the US is exerting heavy pressure within NATO to buy American weaponry, think of the F-35 Joint Strike Fighter that RAND portrays as ‘practically useless’, irrespective of whether combat aircraft fit into a modern defense policy.

China knows how to exploit European divisions

Biscop is pleased to note that for the first time since World War II, Europe is no longer the primary theater for American strategy. Yet, in Biscop’s view, Europe is useful to the US: with Europe on its side, the US is in a much better position to compete with China. Once again, a somewhat unworldly statement. Surely, the EU does not have a uniform China policy. Knowing very well how to exploit the divisions in the Union, China has concluded important bilateral deals with countries like Greece, Italy and even Luxembourg, and it has bought at least 360 companies in Europe in the last ten years, especially in the United Kingdom and Germany. Biscop may well claim that deterring Russia will become the most important goal for European NATO-members, the question to be asked is: deter from what, where does Europe see Russian aggression?

Biscop is right to say that the combative style of the Trump government increases the difference in views on China, and that opposing views on Syria, Iran and trade have further blurred the relationship. Biscop is also right to say that this problem should not be discussed in a NATO context. But why doesn’t Biscop argue for placing an organisation like the OPCW on the NATO agenda? It appears the chemical watchdog can be used at will by the US, UK and France to provoke military attacks that should lead to the overthrow of the legitimate government of an OPCW member. Such an organization is no longer useful, and something is utterly wrong with the behaviour of major powers.

Biscop is urging the US to take the EU seriously and to get into the habit of discussing matters that concern both parties. A strong discussion about strategy does not in itself make differences disappear, but the issues have in any case been discussed. One can hope that Biscop’s call to the Americans will be heard. But after all, it is no more than a plea for diplomacy that lubricates relations between states. Exactly that is not the strongest aspect of American foreign policy. America is used to exerting pressure, threatening with sanctions, a technique to which Europe or an individual member state all too often concedes. But what is not can still come.

Europe will never be a United States, and a European army is not in the cards

On December 17, 2019, the Egmont Institute organised a working lunch with a senior European official on the EU’s ambition to become an autonomous global player, defending and promoting its interests through ‘hard power’. It is an issue that apparently is on the strategic agenda of the newly appointed commission. The speaker criticised, as could be expected, the divisions between the member states, but his solutions were poorly: we have to work on our mindset, improve institutional functioning, break the power of the dollar by strengthening the euro. But Europe will never become a United States, and a European army is not in the cards, he told his audience.

The discourse all boiled down to the rhetorical question ‘how do we achieve that strategic autonomy’. Unfortunately, that is the wrong question. To become a global player, Europe must free itself from the American yoke. Autonomy is not enough, we must become independent. America will only respect us if we take on our own defence and request America to kindly withdraw its troops and 480 nuclear weapons from Europe. We must review our alliances. We have alienated Russia that had lost the Cold War. Russia is our European neighbour. But the US will not receive well a European rapprochement with Russia. That is only true, but it will be a unique opportunity to show our backbone, show that we mean it.

Is that the way forward, or is it ‘swearing in church’, rocking the boat? Biscop recently observed that such a way of thinking does little good for the credibility of the person foolhardy enough to put forward the idea. Maybe he’s right. But if it depends on French president Macron, who declared NATO brain-dead and who sticked to that position, it just might go that way. Whether he will get the noses of the rest of the EU in one direction in the short term seems to be out of the question. It will take at least one generation to reach that stage, and by then the Chinese will have confronted us with the facts.

So the only options available to us seem to be: assemble a core Europe around Macron’s France in the foreseeable future, or remain the US’s eternal puppet.

A version in Dutch of this article first appeared on De Wereld Morgen and Geopolitiek in context