NBD Biblion zet de recensie van mijn boek door Klaas Smelik recht


Mijn boek ‘Het zionistische project Israël: etnisch zuiver, of binationaal gidsland?’ werd heraangeboden aan de bibliotheken in Nederland en Vlaanderen. De oorspronkelijke – verwerpelijke – recensie werd vervangen door een correcte. NBD Biblion verdient een pluim.

NBD Biblion is een samenwerkingsverband van Nederlandse openbare bibliotheken, uitgevers en boekhandelaren. De non-profit dienstverlener selecteert, recenseert en beschrijft nieuwe boektitels, koopt boeken aan en levert die uitleenklaar aan bibliotheken in Nederland en Vlaanderen. In 2020 nam NBD mijn boek ‘Het zionistische project Israël: etnisch zuiver, of binationaal gidsland?’ op in zijn maandelijkse mailing aan de bibliotheken, met een korte bespreking/recensie van UGent emeritus professor Klaas Smelik. Die recensie kon wat mij betreft niet door de beugel. Smeliks kritiek leek immers rechtstreeks uit de doos te komen van Amerikaanse evangelicals, zionisten van de harde lijn, en daarmee een wetenschapper onwaardig.

Dat was het startschot voor een moeizame discussie met de redactieraad van NBD Biblion. Om mijn kritiek op Smeliks recensie kracht bij te zetten, publiceerde ik 16 oktober 2020 het artikel ‘De verwerpelijke recensie van mijn boek door Klaas Smelik’. Toen ook andere academici aanstoot bleken te nemen aan ‘de complottheorie waar pagina’s 122-131 op neerkomen’, publiceerde ik 28 november 2020 een vervolgartikel onder de titel ‘Nóg meer kritiek op mijn boek’. Mijn conclusie was dat men geen recht van spreken had nu men wel kritiek had op mijn gebruik van bronnenmateriaal, maar niet kon wijzen op peer-reviewed bronnen die concreet ingaan op de gaten in de officiële 9/11-storyline.

Nieuwe recensent

Intussen had NBD Biblion mijn klacht gebagatelliseerd en op de lange baan geschoven. Bij herhaling werd de belofte gedaan om het dossier nog eens te ‘bekijken’, of er werd gewoon helemaal niet gereageerd. Het is niet duidelijk of het mijn negatieve Google-beoordeling van NBD is geweest die de zaak in gang heeft gezet, maar enkele maanden geleden liet de NBD-redactie een nieuwe recensent zich buigen over mijn boek. Dat werd RU-docent Bert Bomert, die recent mijn tweede boek ‘De wereld na Trump en Merkel’ correct heeft gerecenseerd. Vorige week kwam dan het verrassende nieuws dat ‘Het zionistische project Israël’ aan de openbare bibliotheken was heraangeboden met de volgende “andere bespreking”:

Het conflict tussen de staat Israël en Palestina is een van de langstlopende conflicten wereldwijd. Het is in feite een ‘simpel’ conflict: twee bevolkingsgroepen – respectievelijk de joden en de (Arabische) Palestijnen – menen beide, veelal op historische gronden, aanspraak te kunnen maken op hetzelfde grondgebied. Van beide partijen is Israël, mede dankzij steun door de Verenigde Staten en Europa, veruit de sterkste. Lookman schetst de complexe historische achtergronden – een lange geschiedenis van antisemitisme en jodenvervolging staat tegenover (naast) verdrijving en achterstelling van Arabieren in de staat Israël – alsmede de huidige stand van zaken. Hij plaatst het conflict in een breder kader van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en betoont zich kritisch over de Amerikaanse en Europese opstelling. Een en ander resulteert in een oproep tot een meer evenwichtige visie, uitmondend in een pleidooi voor een bi-nationale staat. De auteur begeeft zich ook op (nog) meer beladen en omstreden terrein: de mogelijke Israëlische betrokkenheid bij 9/11 en de moord op John F. Kennedy (1963).

Enerzijds, anderzijds

Anders dan Smeliks besluit “Dit vooringenomen boek zal alleen voor medestanders overtuigend zijn” wijst Bomert nuchter op mijn schets van de “complexe historische achtergronden”, het “antisemitisme en [de] jodenvervolging” enerzijds en de “verdrijving en achterstelling van de Arabieren in de staat Israël” anderzijds. De vermelding dat het boek “het conflict in een breder kader van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten” plaatst is van belang, nu andere auteurs vaak met een grote boog heengaan om de onderdrukking en etnische zuivering van de Palestijnen. Herinner u ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ van UAntwerpen professor David Criekemans, dat 62 pagina’s wijdt aan het Midden-Oosten, maar met geen woord rept over de kwestie Palestina.

Het heeft zowat een jaar geduurd, maar NBD Biblion heeft het dan toch aangedurfd om een kruis te halen over de verwerpelijke recensie van een gevestigde wetenschapper die pretendeert “betrouwbare informatie [te] verschaffen over een conflict dat reeds honderd jaar voortduurt, zonder voor één partij te kiezen, zonder één partij bij voorbaat in een kwaad daglicht te stellen of als slachtoffer voor te stellen”. Dat de organisatie uiteindelijk toch niet terugschrikt voor het gram van de ook in onze Lage Landen actieve Israël lobby is lovenswaardig. Ik heb dan ook mijn negatieve Google-beoordeling van NBD herschreven in een positieve. Ik gaf de organisatie geen 5 maar 4 sterren, omdat ik toch wel heel intensief strijd heb moeten voeren.

De dreigende oorlog in de achtertuin van Europa

Usage of the Russian language in Ukraine by region (2003). Foto: Моя страничка (Wikimedia Commons)


De NAVO-raketten in Oost-Europa doen denken aan de Cubacrisis van 1962. Rusland eist dat de NAVO zich terugtrekt tot de positie van 1991. Nieuwe gesofistikeerde wapens geven Rusland een machtspositie. Het is buigen of barsten voor het Westen.

In de opinie van de wereldbevolking vormt de VS verreweg de grootste bedreiging van de wereldvrede. Dat blijkt uit een WIN/Gallup-peiling in 2013 in 65 landen. Met 24% scoort de VS vier maal zo hoog als China (6%) en twaalf maal zo hoog als Rusland (2%). De peiling dateert van na de interventie in Libië, maar vóór de beëindiging van de oorlogen in Irak en Afghanistan, en de interventie in Syrië. Zou de peiling vandaag dus worden herhaald, dan was de score van Amerika als grootste bedreiging van de wereldvrede ongetwijfeld nog aanzienlijk hoger. Dat zal dankzij de propaganda mogelijk ook het geval zijn voor de scores van China en Rusland, maar de VS haalt zijn score op grond van feiten.

Het beeld van een extreem gevaarlijke supermogendheid wordt nog versterkt door het budget van het Pentagon voor 2022: $778 miljard, zelfs $25 miljard meer dan president Biden het Congres had gevraagd. Men moet zich realiseren dat deze gigantische begroting slechts het Base Budget is. Niet alle onderdelen van de Amerikaanse investeringen in “veiligheid” worden ingeschreven op de defensiebegroting. Naar schatting bedraagt het officiële budget slechts 60% van de totale Amerikaanse investeringen in “veiligheid”. Dat brengt het totale begrotingsplaatje op het hallucinante bedrag van $1.297 miljard, 5,5% van het bbp ($23.500 miljard) en 21,6% van de Amerikaanse federale begroting 2022 ($6.011 miljard, met een tekort van $1.837 miljard).

De VS heeft niets te vrezen

Nadat de VS zijn troepen heeft teruggetrokken uit Afghanistan en officieel bij geen enkele oorlog meer is betrokken, kan men met recht en reden spreken over een totaal uit de hand gelopen budget voor “veiligheid”. De VS heeft niets te vrezen, niet van de noorder- en zuiderburen, noch vanaf de Atlantische of Stille Oceaan. Daar waar de Westerse mainstream media spreken over de defensiebegroting van de Verenigde Staten gaat het in werkelijkheid over de begroting van het Ministerie van Oorlog. De grote tegenstrever China begroot slechts $250 miljard voor defensie en Rusland ocharme $60 miljard. Amerika investeert in belangrijke mate in offensieve wapens: een nucleair arsenaal, chemische en bacteriologische wapens, clustermunitie en killerrobots.

De VS heeft 800 militaire bases in 135 landen. Sinds de val van de Sovjet-Unie en de ontbinding van het Warschaupact kan men zo’n netwerk enkel zien als instrument om rivalen in een wurggreep te houden. Al wat Rusland en China doen, is reageren op de Amerikaanse militaire dreiging en illegale sancties en provocaties. Washington kan niet aanvoeren dat het oorlog moet voeren tegen terrorisme. Terrorisme is het antwoord van de underdog. Voor zover terrorisme zich richt tegen het Westen, dan wordt dat uitgelokt door agressie van de VS en de NAVO: de interventies in Afghanistan, Libië, Syrië en elders, maar ook drone-aanvallen overal ter wereld. Familie en vrienden van gedode onschuldige burgers worden zo potentiële terroristen.

De Britse auteur Anatol Lieven vergelijkt de NAVO-raketten in Oost-Europa met de Cubacrisis van 1962. Rusland moest zijn raketten op Cuba terugtrekken, en de VS zijn op Rusland gerichte raketten in Turkije. De oplossing voor het conflict in Oekraïne ligt binnen handbereik. De Minsk-II akkoorden van 2015 voorzien in demilitarisering, herstel van de Oekraïense soevereiniteit en autonomie voor de Donbas. Maar het Westen heeft Minsk-II begraven, en het Oekraïens parlement weigert de nodige grond­wets­wijzi­gingen door te voeren. Het Westen geeft Rusland de schuld voor de impasse en kondigde sancties af. Die hebben geen enkel effect gehad op de Russische houding, afgezien van vijandige emoties. Voor Rusland is bescherming van de Russisch sprekende Oekraïense burgers een zaak van nationale veiligheid.

Een staat, maar nog geen natie

Oekraïne is taalkundig en cultureel sterk verdeeld. Het land werd samengesteld door niet-Oekraïners. Stalin voegde na de Eerste Wereldoorlog delen van Polen en Tsjecho-Slowakije toe, en in 1954 deed Chroesjtsjov de Krim cadeau aan Oekraïne. Met de Krim ging ook Sebastopol, het hoofdkwartier van de Zwarte Zeevloot, over naar Oekraïne. Het land kreeg zijn definitieve vorm na de Tweede Wereldoorlog. Dat het verdeelde land centraal bestuurd bleef is een unicum. Een landkaart van de verkiezingsuitslag van 2010 maakt dat duidelijk: de politieke kloof valt samen met de taalkundige kloof. Oekraïne werd in 1991 zelfstandig. Het land mag dan de jure een staat zijn, maar daarmee is het nog geen natie. Geen van zijn leiders kon de burgers verenigen in een gedeelde Oekraïense identiteit.

Het omstreden gebied staat bekend als de Donbas, bestaande uit Donetsk en Loehansk. Het beslaat 16.230 km², de helft van België. Samen met de Krim (27.000 km²) gaat het om 43.000 km² betwist gebied, 7% van de oppervlakte van Oekraïne. De VS levert Oekraïne intussen de modernste wapens en training. Volgens het Russisch Ministerie van Defensie zijn er meer dan 10.000 NAVO-trainers en -adviseurs in Oekraïne, waarvan 4.000 Amerikaanse militairen. Dat is voor Moskou onaanvaardbaar. Het duldt geen NAVO-infrastructuur aan zijn landsgrenzen. Vandaar de Russische voorstellen van 17 december. Die gingen gepaard met troepenverplaatsingen in eigen land, door het Westen geduid als een 175.000 man grote aanvalsmacht.

Rode lijnen

Sindsdien is er verschillende malen contact geweest tussen Biden en Poetin. Rusland eist dat de NAVO-confrontatie ophoudt. Geen manoeuvres meer in de Zwarte Zee. Geen wapens voor Oekraïne en geen NAVO-lidmaatschap. Uitvoering van de Minsk-akkoorden. Poetin méént het. Voor Rusland is het NAVO-optreden een existentiële bedreiging. Als zijn rode lijnen worden overschreden wordt het Oekraïense leger, compleet met Westerse bewapening, in de pan gehakt. Rusland voegt de Russischtalige regio’s samen tot een nieuwe soevereine staat, zie de foto boven dit artikel. Oekraïne verliest de oostelijke helft van zijn land. De NAVO-vriendelijke kustlijn in de Zwarte Zee wordt beperkt tot het zuidwesten. Dat geeft Rusland de nodige strategische diepte.

Rusland vraagt herbevestiging van de Amerikaanse steun aan Minsk-II. Ziet de VS dat niet zitten, dan moet het met een alternatief komen. Komt het tot geweld, dan zou China daarin dé kans zien om Taiwan binnen te vallen. Rusland staat niet te popelen om Oekraïne binnen te vallen. Dat is precies wat het Westen wil. Zo denkt het Rusland te kunnen isoleren. De VS zou meer grip krijgen op Europa en een definitief einde kunnen maken aan de Nord Stream 2 gaspijpleiding. Maar Rusland beschikt over geduchte wapens. Het zou naar analogie van de Israëlische luchtaanvallen precisieaanvallen kunnen uitvoeren op NAVO-infrastructuur in Oekraïne en zelfs in Roemenië. Het zou een no-fly zone boven Syrië kunnen uitroepen en de bevoorrading van het Amerikaanse contingent in het noordoosten hinderen.

Poetin bluft niet

Rusland heeft de afgelopen jaren zijn leger gemoderniseerd. Het beschikt over gesofistikeerde wapens die het kan afvuren vanuit zeecontainers op koopvaardijschepen, of vanaf marineschepen en onderzeeërs. De VS heeft daar geen antwoord op. Vandaag kan Rusland ongestraft doen wat Chroesjtsjov in 1962 werd ontzegd. Poetin bluft niet. Met nog maar enkele jaren te gaan is zijn geloofwaardigheid hem heilig. Hij schrikt niet langer terug voor een militaire confrontatie met de VS en de NAVO. Hij heeft duidelijk rugdekking van China dat ook wordt geviseerd. De Rusland-China-as jaagt de VS de stuipen op het lijf: een oorlog op twee fronten kan het niet aan.

De inmenging van het Westen in de burgeroorlog in Oekraïne heeft de crisis in het land aangewakkerd en het schrikbeeld van een nucleair conflict vergroot. Rusland maakt zich terecht zorgen over een vijandige militaire alliantie aan zijn nationale grenzen. De VS verdedigt al twee eeuwen een invloedssfeer op het westelijk halfrond. Volgens VRT-journalist Jan Balliauw moet Europa eens nadenken over de relatie met Rusland. In het trans-Atlantisch denkende Westen is dat een gedurfde analyse. Balliauws collega, VRT-Amerikacorrespondent Björn Soenens, heeft zich dat ook al eens laten ontvallen. Maar in zijn analyse zwijgt Balliauw over de Amerikaanse, en destijds door Duitse bewindslieden herhaalde, belofte om de NAVO geen inch naar het oosten op te schuiven, en de door het Westen in 2014 geïnitieerde en gefinancierde illegale omverwerping van de grondwettelijk gekozen regering in Kiev.

Er is voor de NAVO maar één weg: de weg terug. De Minsk-II-akkoorden zullen moeten worden uitgevoerd. Oekraïne wordt een federale staat, met autonomie voor de Donbas. De federale regering zal de rechten van minderheden moeten garanderen. Een verbod op de Russische taal is uit den boze. Oekraïne wordt neutraal. Het kan geen lid worden van een militaire alliantie en geen buitenlandse bases op zijn grondgebied toelaten.

Toen de Sovjet-unie implodeerde, had de NAVO geen ideologische vijand meer, maar bleef toch bestaan. Rusland werd tot de nieuwe grote vijand gebombardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog ging dat anders: Duitsland en Japan werden opgenomen in de internationale gemeenschap en konden uitgroeien tot stabiele, welvarende, vredelievende staten. De rol van de EU in de westerse vijandigheid jegens Rusland is moeilijk te verklaren. Daarmee steunt de Unie impliciet de rol van de NAVO als Amerikaans instrument om de opkomst van nieuwe grootmachten te verhinderen, en degradeert het zich zich tot de eeuwige ondergeschikte van Washington. In het veranderende wereldbeeld waarin een Euraziatisch blok onder aanvoering van China opstaat, is dat een onhoudbare positie.

Glenn Diesen: ‘Europe as the Western Peninsula of Greater Eurasia: Geoeconomic Regions in a Multipolar World’


Europa’s afhankelijkheid van de VS is niet langer houdbaar. Glenn Diesen introduceert een alternatief. Verwerft het Russisch-Chinese partnerschap voldoende geo-economische macht, dan kan het Europa met Azië integreren tot een Euraziatisch supercontinent. Daarin kan de EU zijn partners diversifiëren, om een buitensporige afhankelijkheid van één speler of regio te voorkomen.

December 2017, ruim een jaar na het Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk, publiceerde de Brusselse vestiging van de Spaanse denktank Real Instituto Elcano een Policy Paper waarin het vier scenario’s beschrijft van waar Europa geopolitiek staat in het jaar 2030, zowel qua interactie tussen de lidstaten als in de relatie met de grote mogendheden Amerika, China en Rusland. De achterliggende vraag was of Europa een geopolitieke ondergeschikte zou blijven, of zich zou ontwikkelen tot een zelfs­tandige speler onder de grootmachten. Het liet vier deskundigen op het gebied van buitenlands beleid een visie op papier zetten over hoe de toekomst zich zou kunnen ontvouwen.

Het eerste scenario schetst een Europa dat ten prooi valt aan externe actoren en interne concurrentie. De speciale relatie met de VS is geschiedenis, de NAVO passé, en de EU irrelevant. Het tweede scenario, van de hand van ULB-professor en Senior Research Fellow bij het Egmont Instituut Alexander Matte­laer, voorziet een Europese Unie die de dienst uitmaakt in Europa en mee het wereldgebeuren bepaalt. In het derde scenario beleeft het Westen een wedergeboorte. Het trans-Atlantische kader onder leiding van de VS en het VK bepaalt wat er in Europa gebeurt en hoe Europa zich in de wereld opstelt. Het vierde scenario tenslotte toont hoe het Chinese Belt and road initiative Europa economisch, politiek, en militair-strategisch dichter bij elkaar heeft gebracht.

Europa als westelijk schiereiland van Groot-Eurazië

In zijn boek Europe as the Western Peninsula of Greater Eurasia ziet de Noorse professor Glenn Diesen een interessant alternatief voor Europa. Hij vertrekt vanuit zijn theorie van de afhankelijkheids­balans1: integratieprojecten leveren enkel duurzame wederzijdse economische voordelen op bij ‘even­wicht van afhankelijkheid’. Daar waar realisme, één van de denkkaders in de internationale politiek, suggereert dat vrede een machtsevenwicht vergt en prikkels om de status-quo te behouden, vergt vrede in het geo-economische equivalent [van realisme] een evenwicht van afhankelijkheid. De natie die beschikt over strategische industrieën, transportcorridors en financiële instrumenten kan geo-economis­che macht inzetten om hegemonie te verwerven of om soevereiniteit te versterken. Geo-economische regio’s met die drie pijlers verwerven collectieve macht.

Diesen schetst hoe het hedendaagse Westen als regio eigenlijk een toevalstreffer van de geschiedenis is. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog kon de VS het primaat over West-Europa en Oost-Azië versterken door middel van veiligheidsafhankelijkheid en geo-economische controle over strategis­che industrieën, transportcorridors en financiële instrumenten. De confrontatie met communistische riva­len verzachtte de geo-economische rivaliteit tussen de VS en zijn afhankelijke bondgenoten.

Mondiale economische macht als geo-economische regio

Diesens theoretische opstap leidt regelrecht naar zijn analyse van de ontwikkelingen in de Europese Unie en Eurazië. De wereld is geopolitiek en geo-economisch veranderd. China maakt een einde aan het unipolaire tijdperk en loopt zich warm voor geo-economisch leiderschap. Het spant zich samen met Rusland in om Europa en Azië te integreren tot één Euraziatische geo-economische regio. Diesens ideeën staan haaks op het traditionele denken in het Westen. Anders dan het vierde Elcano-scenario, waarin China zich via een verdeel-en-heerspolitiek in het centrum van Europa nestelt en lidstaten steeds afhankelijker worden, is er in Diesens perspectief geen sprake van een dominante economische macht. Groot-Eurazië verwerft collectief mondiale economische macht als geo-economische regio.

In Diesens boek vormt het Russisch-Chinese strategische partnerschap de kern van dat Groot-Eurazië. Verwerft dat partnerschap voldoende geo-economische macht, dan kan het Europa en Azië daadwerke­lijk integreren in een Euraziatisch supercontinent. In zo’n scenario zit Europa in een wippositie tussen twee geo-economische regio’s: enerzijds als subregio van de trans-Atlantische regio, anderzijds als onderdeel van Groot-Eurazië. Om te overleven als geo-economische regio in een multipolaire wereld, moet de EU als westelijk schiereiland van Groot-Eurazië zijn strategische autonomie laten gelden en zijn partners diversifiëren, om een buitensporige afhankelijkheid van één staat of regio te voorkomen.

Positionering tussen het trans-Atlantische partnerschap en Groot-Eurazië

Een regio met een geïntegreerde economie die beschikt over geduchte wapens, kan al snel overgaan op concurrentie met economische middelen. De EU heeft al stappen gezet om veiligheid los te koppelen van geo-economie. De Unie is in meerderheid toegetreden tot de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), en sommige leden tot het Chinese Belt and Road Initiative. Het gelijktijdig onderhouden van een partnerschap met de VS én een onafhankelijk Rusland- en China-beleid sluit duurzame strategische EU-autonomie niet uit. De EU positioneert zich, net als India en Turkije, best tussen het trans-Atlantische partnerschap en Groot-Eurazië. Zo’n positionering vergt een eigen leger. Dat neemt de veiligheidsgarantie en daarmee de geo-economische macht van de VS de wind uit de zeilen.

Diesens boek biedt Europa nieuwe kansen in een veranderende wereldorde. Het Europese leger dat hij voorstelt, beperkt zich best strikt tot defensie. Het moet de NAVO niet kunnen noch willen vervangen. In Diesens toekomstbeeld verliest de trans-Atlantische alliantie gaandeweg zijn relevantie, tenzij het militaire touwtrekken tussen de grootmachten uitmondt in gewapend conflict. Diesens concept veronderstelt dat Brussel de neuzen in dezelfde richting krijgt en het Westen de giftige propaganda tegen China en Rusland matigt. Geopolitiek gaat niet om nobele idealen als democratie, mensenrechten, of “onze manier van leven”, maar om nationale belangen. Voor wat Europa betreft: die belangen worden niet langer adequaat gediend in een exclusief westers partnerschap.

Het gedachtegoed van professor Diesen ligt in het verlengde van hetgeen in hoofdstuk 13 van mijn boek ‘De wereld na Trump en Merkel. Europese rivaliteit, neoliberalisme en het machtsevenwicht’ aan de orde komt. Het maakt dus deel uit van mijn lezing/boekpresentatie op dinsdag 11 januari 2022 om 19:30 uur in de Stedelijke Bibliotheek Beringen, Graaf van Loonstraat 2, 3580 Beringen. De toegang is gratis. Inschrijven kan via bibliotheek@beringen.be, T 011 45 08 10 of via de infobalie van de bib.

Europe as the Western Peninsula of Greater Eurasia: Geoeconomic Regions in a Multipolar World, door Glenn Diesen, Rowman & Littlefield, 252 blzn, september 2021, ISBN 978-1-5381-6176-0 (gebonden), 978-1-5381-6177-7 (eBook). Glenn Diesen is professor aan de University of South-Eastern Norway en redacteur bij het Russia in Global Affairs journal.

1 Men moet Diesens theorie van de afhankelijkheidsbalans niet verwarren met de afhankelijkheidstheorie van Immanuel Wallerstein, die het falen verklaart van niet-geïndustrialiseerde landen om zich economisch te ontwikkelen. Er is wel enig verwantschap met het door Norbert Elias ontwikkelde interdependentiebegrip.

De geopolitieke implicaties van klimaatverandering

Melbourne Global climate strike on Sep 20, 2019 had well over 100,000 people attending in Treasury Gardens and a 1.2km march through the streets of Melbourne, being the largest climate protest in Australia to date, and rivalling the anti-war protests in 2003 and the Vietnam Moratorium in 1970. Photo: Takver (Wikimedia Commons).


Klimaatverandering leidt tot nieuwe geopolitieke spanningen. Massale migratie bedreigt de wereldorde. Interactie tussen klimaatverandering en schaarste aan hulpbronnen riskeert gewapend conflict. Diplomatie moet voorrang krijgen op rivaliteit tussen grootmachten. Kiest de EU voor een derde weg?

“Klimaatverandering is een gevaar voor onze nationale veiligheid”. Die uitspraak treft men aan in een Pentagon-rapport van 2019. “Wassend water kan onze marinebases overspoelen, onze legerbases staan bloot aan bosbranden en modderstromen. Langley kijkt aan tegen een zeespiegelstijging van 35cm, Coronado staat regelmatig onder water, en droogte in Andrews zorgt voor gescheurde nutsleidingen en gebarsten wegen”. Eerder had Defensie meer algemeen gewaarschuwd voor de wereldwijde implicaties van klimaatverandering. “Tussen 2008 en 2012 zijn zo’n 280.000 mensen omgekomen bij natuurrampen in de Stille Oceaan. De derde wereld kan de armoede maar bestrijden dankzij fossiele brandstoffen. Wij moeten ons dus verzetten tegen een anti-groei-energieagenda”, zo luidde de boodschap.

Voor het eerst wordt ook in België een Nationale Veiligheidsstrategie1 ontwikkeld. De risico’s van de klimaatcrisis worden daarin opgenomen. Volgens generaal-majoor Frederik Vansina, chef van het stafdepartement Strategie van het Belgische leger, heeft het veranderende klimaat wereldwijde gevolgen voor waterbevoorrading en voedselproductie, en vergroot het bestaande problemen als armoede, conflict en migratie. Grote gebieden in Afrika dreigen onbewoonbaar te worden. De wereld wordt instabieler, de bestaande wereldorde komt onder druk, ons leger zal vaker op missie moeten. Ook in eigen land zullen we te maken krijgen met calamiteiten die de inzet van het leger vergen en grote economische en sociale gevolgen zullen hebben, aldus Vansina.

Migratie

Ook de recente Amerikaanse National Intelligence Estimate on Climate Change waarschuwt voor toenemende geopolitieke spanningen rond, en instabiliteit in, ontwikkelingslanden die worden getroffen door klimaatverandering. In het verlengde daarvan liet het Witte Huis het Report on the Impact of Climate Change on Migration verschijnen waarin wordt gewaarschuwd voor sterk toegenomen migratie ten gevolge van klimaatverandering. De VS alleen kan de klimaatcrisis niet binnen de perken houden, aldus de auteurs. Maar in het buitenlands beleid van de VS gaat de rivaliteit tussen de grootmachten voor op diplomatie over klimaat. Geostrategische concurrentie over transportroutes via het nieuw toegankelijke noordpoolgebied en de zeespiegelstijging in de Indo-Pacific die oorlogvoeren bemoeilijkt, dat zijn issues waarover Washington zich opwindt.

In Quincy Brief No. 18, een uitgave van het Quincy Institute for Responsible Statecraft, verscheen in de vorm van een long read (leestijd maar liefst 31 minuten) een interessante analyse en opinie van Anatol Lieven2 over de risico’s van de klimaatverandering voor de VS, die in zijn ogen de bedreigingen van China, Rusland of Iran voor de VS in de schaduw stellen. Biden mag de klimaatcrisis dan een existentiële bedreiging noemen, zijn regering blijft China dwarszitten. Hij escaleert de kwestie-Taiwan, bouwt Quad uit, investeert in AUKUS, hamert op vermeende mensenrechtenschendingen in Hong Kong en Xinjiang, en dreigt de winterspelen in Beijing diplomatiek te boycotten.

Grootmachten moeten samenwerken

Voor Lieven wordt het tijd dat de VS het over een andere, verstandiger, boeg gooit. De risico’s van klimaatverandering moeten voorrang krijgen op vermeende bedreigingen van China, Rusland, of Iran. De grootmachten moeten samenwerken in de strijd tegen klimaatverandering. Investeringen in maatregelen om de klimaatcrisis te bestrijden moeten de eerste prioriteit krijgen, vóór militaire uitgaven, in het bijzonder vóór het “moderniseren” van kernwapens die toch al omvangrijker zijn dan nodig voor nucleaire afschrikking. De grootmachten moeten hun hulpprogramma’s aan ontwikkelingslanden opvoeren om hun veerkracht tegen de klimaatcrisis te vergroten. In het verlengde daarvan zou de VS samen kunnen werken met China in het Belt and Road Initiative dat wordt uitgerold in Aziatische en Afrikaanse landen. Tenslotte zouden de VS en China de handen ineen moeten slaan op het gebied van duurzame energietechnologie.

De VS is niet immuun voor de gevolgen voor de wereld van klimaatverandering. De crisis zal de komende decennia leiden tot falende staten in Midden- en Zuid-Amerika, en bijgevolg grote stromen vluchtelingen naar de VS. De impact op de Amerikaanse samenleving is voorspelbaar: de roep om een sterke leider wordt onweerstaanbaar en de vluchtelingenstroom vanuit Mexico kan enkel tot buitensporig geweld leiden. De klimaatcrisis in Eurazië en Afrika kan nog veel grotere gevolgen hebben dan die in Latijns Amerika. Zuid-Azië herbergt een kwart van de wereldbevolking. Massale migratie uit deze regio zou het hele internationale systeem destabiliseren en van een land als Pakistan een veilige haven maken voor terroristen die elke vergelijking met het verleden tart.

Europa zal worden geconfronteerd met ongekende migratie uit West-Afrika. Dat moet nu al afrekenen met disfunctionerende overheden, armoede, ongelijkheid, etnische conflicten en mislukkende oogsten. De recente toestanden aan de Pools-Wit-Russische grens3 leren dat een zeer omvangrijke migratiegolf uit Afrika Europa totaal zal destabiliseren en in extremis tot de val van de EU kan leiden. Maar niet iedereen is akkoord met het doemdenken van Anatol Lieven. UGent-wetenschapsfilosoof Maarten Boudry ziet in zijn recente boek ‘Waarom ons klimaat niet naar de knoppen gaat’ mogelijkheden om de klimaatcrisis op te lossen. Hij pleit voor een rationele en pragmatisch aanpak, groots en ambitieus denken, en het hoofd koel houden. “We kunnen probleemloos zonder fossiele brandstoffen”, aldus Boudry, die het vooral zoekt in kernenergie en nog te ontwikkelen technologie zoals CO2-captatie.

Sociaaleconomische en politieke ontwrichting in de Arabische wereld

Hoewel volgens de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg de deur naar investeringen in fossiele brandstoffen nog wagenwijd openstaat, ziet de toekomst van die brandstoffen er somber uit, en daarmee die van olielanden. Als we het Internationaal Energieagentschap (IEA) mogen geloven, komt de wereldwijde vraag naar aardolie nooit meer terug op het niveau van voor de pandemie. De vraag naar aardgas zou nog 15 jaar kunnen groeien, maar neemt daarna ook af. Het verlies aan inkomsten heeft ingrijpende gevolgen voor de energieproducenten. Geïndustrialiseerde producenten zullen wel tijdig de bakens verzetten, maar in de Arabische Golfstaten loopt de economische diversificatie ver achter schema.

Volgens VN-schattingen heeft de regio tegen 2030 tenminste 60 miljoen jobs nodig. De kans dat dat lukt is quasi onbestaande. Tegelijk moet de regio afrekenen met protesten, de pandemie en de gevolgen van klimaatverandering: stijgende temperaturen en watertekorten die grote gebieden onbewoonbaar zullen maken en voedselonzekerheid veroorzaken. Blijkbaar zoeken de staatshoofden andere middelen om hun positie veilig te stellen: nieuwe allianties, zelfs met Israël, en extra inspanningen om elk protest de kop in te drukken. De Arabische Lente van 2011 en de protesten van 2019 in de Arabische wereld zijn voorbodes van sociaaleconomische en politieke ontwrichting. Reken op nieuwe Arabische migratiegolven richting Europa.

Interactie tussen klimaatverandering en schaarste aan hulpbronnen

Wat in het debat niet aan de orde komt is de catastrofale interactie tussen klimaatverandering en schaarste aan hulpbronnen. Het meest prangend is schaarste aan drinkwater. Gletsjers smelten, rivieren drogen uit. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal al tegen 2025 de helft van de wereldbevolking in gebied wonen met waterschaarste. Tegen 2030 zouden zo’n 700 miljoen mensen op de vlucht kunnen slaan door waterschaarste. En wie denkt aan technologische oplossingen voor de klimaatcrisis denkt aan vaak schaarse mineralen. Grote mogendheden werken in stilte al plannen uit om de toegang tot die schaarse hulpbronnen te verzekeren en concurrenten buiten de deur te houden. Gewapend conflict ligt in het verschiet.

Hoewel de VS militair van niemand iets te duchten heeft, vormt China wel een bedreiging voor de wereldwijde hegemonie van de VS. Het stelt het recht van Washington in vraag om zich wereldwijd bodemschatten toe te eigenen, voorbij te gaan aan de behoeften van anderen en ongestraft door te gaan met vervuilen. De tijd dat Beijing zich door de VS de wet laat spellen is voorbij. Die nieuwe zelfzekerheid maakt niet enkel China tot doelwit in de strijd om hulpbronnen, maar ook China’s bondgenoten. De EU zit in een spil-positie. De Unie kan bepalen welke richting het met de wereldorde op gaat. Maakt de EU zich los van de Amerikaanse dominantie om een eigen koers in te slaan, dan zullen grote spelers als India, Rusland, Japan, en Zuid-Korea volgen.

“Onze waarden en manier van leven”

Maar het politieke landschap in Duitsland, dat de koers van de EU bepaalt, duidt niet op zo’n ontwikkeling. Voor de Duitse demissionaire minister van Defensie Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK) kan Europa de cruciale rol van Amerika als veiligheidsleverancier niet vervangen.4 In haar visie wordt van Duitsland niet enkel economisch leiderschap verwacht. “Op de rol staat meer dan collectieve verdediging en internationale missies. Waar het om gaat, is een strategische kijk op de wereld en de vraag of we actief vorm willen geven aan de wereldorde”, aldus AKK. Voor haar was de val van de Muur in 1989 niet het einde van de geschiedenis, maar de aanloop naar “conflicten tussen de VS en China, die ons Europeanen confronteren met de vraag wat we bereid zijn te doen om onze waarden en onze manier van leven te verdedigen”.5

AKK’s pleidooi voor een Duitse rol in het vormgeven van de wereldorde duidt niet op een Europese derde weg, los van de VS. En ook Nederland, Polen en de Baltische landen laten de trans-Atlantische relatie niet los. Dat geldt ook voor ons land. Zo wijst Egmont-researcher en VUB-professor Alexander Mattelaer op de “bijzonder pertinente analyse” van twee van zijn UCL-collega’s. Die vinden dat het hoog tijd is dat het Westen zijn definitie van oorlogvoeren heroverweegt en, met een verwijzing naar het Wit-Rusland-Polen steekspel, hetzelfde spel speelt als zijn tegenstanders. “Voor onze tegenstanders is alles vatbaar voor militarisering. Alle middelen worden ingezet om de wereldorde te herdefiniëren”, aldus Tanguy Struye de Swielande en Dorothée Vandamme.

EU in spil-positie

Alles wijst erop dat de Europese Unie op een cruciaal moment in de mondiale strijd om de macht zijn spil-positie niet benut om resoluut te kiezen voor een eigen weg. De verdeeldheid over de mondiale rol van de EU tussen de stichters van de Unie en de nieuwe lidstaten belemmert Brussel om te kiezen voor een multipolaire wereldorde, een derde weg, onafhankelijk van Washington en Beijing.

Die besluiteloosheid kan enkel leiden tot een Unie die irrelevant wordt in de zich herschikkende wereldorde.

1 Het formuleren van een Belgische Veiligheidssttrategie is een van de taken van de nieuwe Nationale Veiligheidsraad, die per Koninklijk Besluit van 22 december 2020 in de schoot van de regering werd opgericht.
2 Anatol Lieven is senior research fellow Rusland en Europa. Voorheen was hij professor aan de Georgetown University in Qatar en in het War Studies Department van King’s College London. Van 1985 tot 1998 schreef hij als journalist in Zuid-Azië, de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa over de oorlogen in Afghanistan, Tsjetsjenië en de zuidelijke Kaukasus. Lieven is auteur van verschillende boeken over Rusland en zijn buren. Zijn boek “Pakistan: A Hard Country” staat op de officiële leeslijsten van Amerikaanse en Britse diplomaten.
3 De Nederlandse ULeiden-historicus Leo Lucassen kwam met een nuchtere analyse van het Polen-Wit-Rusland conflict: Europese politici vergeten de zelf gefabriceerde achilleshiel, de boodschap dat geen enkele migrant de gelegenheid moet krijgen in een EU-lidstaat een asielverzoek in te dienen. “We zitten dus met een schizofrene situatie waarin politici migratie aan de ene kant voorstellen als een existentieel probleem en duizenden verdrinkingsdoden op de koop toe nemen, terwijl diezelfde politici miljoenen mensen tot aan Vietnam toe een vergunning verlenen om hier te werken”, aldus Lucassen.
4 Lookman, Paul, De wereld na Trump en Merkel. Europese rivaliteit, neoliberalisme en het machtsevenwicht, Geopolitiek in context, Koersel, 2021, p. 128
5 Ibid, p. 160

COP26: schaamteloos touwtrekken tussen Noord en Zuid

Photograph from the COP26 Weymouth Rally and Demonstration organised by the COP26 Coalition Dorset Hub in support of the Global Day of Action for Climate Justice, 6 November 2021. Photo: Stephen and Helen Jones (Wikimedia Commons)


Het Westen weigerde zich te binden aan een afdwing­bare klimaatovereenkomst. Klimaat­finan­ciering bleef dode letter. De pijlen werden gericht op steenkool, andere fossiele brand­stoffen bleven buiten schot. Het Pentagon is slecht voorbereid op de geopolitieke gevol­gen van klimaat­verandering.

In de aanloop naar COP26 wees de linkse Mexi­caanse president Andrés Manuel López Obrador op hypocrisie: “De machtigste landen investeren in fossiele brand­stoffen en houden tegelijk een top over het milieu. De strijd moet gaan om de gigan­tische ongelijkheid in de wereld. Dat zal ik straks als voorzitter van de Veilig­heids­raad aan de orde stellen”. Maar de fossiele-brandstof-lobby is sterk. Wie als mi­li­eu­acti­vist aan de bel trekt, wordt onmiddellijk gebrand­merkt als ‘radicaal’ en ‘links’. Daar komt de recensie1 van RU-docent Bert Bomert van mijn boek ‘De wereld na Trump en Merkel’ ook op neer: “Veel onder­werpen komen voorbij: de corona­crisis en de klimaat­proble­ma­tiek, … en vooral het neo­li­be­ra­lis­me2 als bron van alle kwaad”.

Na afloop van de klimaattop liet de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg de media weten dat het akkoord uitblinkt in vaagheid. “Een garantie dat we het akkoord van Parijs zullen halen is er niet. De deur naar investeringen in fossiele brandstoffen3 staat nog wagenwijd open, de wereldwijde uitstoot blijft toenemen”, aldus Thunberg. Voor de Britse The Guardian-columnist George Monbiot was COP26 een fiasco. “De dele­gaties waren er niet om het leven op onze planeet te beschermen, maar om de fossiele brand­stof­industrie uit de wind te houden”. Opvallend ook was hoe het Westen de oprichting van een fonds om landen te vergoeden die schade lijden als gevolg van klimaat­verandering, op de lange baan schoof.

Cynische manoeuvre

In de eindfase maakte de Britse delegatie wereldkundig dat de top op een succes afstevende, ware het niet dat China en India zogezegd op de valreep een wijziging afdwongen: het gebruik van steenkool moest niet worden afgebouwd, maar uitgefaseerd. Dat was een uiterst cynische manoeuvre van de Britten: de EU, de VS en het VK hadden het uitfaseren als voldongen feit in de tekst van het slotakkoord opgenomen. India en China kregen dus voor het oog van de wereld de zwartepiet toegespeeld. De verontwaardiging bij ontwikkelingslanden en klimaatactivisten aan het adres van India en China was dan ook groot. Het plan van het Westen was duidelijk: India en China, die gegeven de ontwikkelingsfase van hun economie geen kans hebben gezien een traject uit te tekenen dat vanaf 2030 moet leiden naar -1,5°C, worden op de volgende COP onder zware druk gezet.

India en China verdienen deze politieke druk niet. Hun delegaties zijn naar Glasgow gekomen met de beste bedoelingen. India had aan de vooravond de wereld laten weten dat het tegen 2030 50% van zijn energie uit hernieuwbare bronnen wil halen en tegen 2070 0% CO2-uitstoot wil bereiken. En China had aangekondigd die 0% te plannen tegen 2060, de steenkoolproductie tegen 2026 niet verder te zullen laten groeien, en niet langer de bouw van kolencentrales in het buitenland te zullen finan­cieren. China en India zijn vooralsnog economisch sterk afhankelijk van kolencentrales. Die zijn essentieel in het overheidsbeleid om honderden miljoenen burgers uit de armoede te tillen en hen een redelijke levens­stan­daard te bieden. Dan kan het Westen niet eisen dat hun regerings­leiders maatregelen nemen die de economische ont­wik­ke­lings­moge­lijk­heden van hun land doorkruisen.

Wereld is verslaafd aan steenkool

China en India zijn niet de enige landen die voor hun energie nog sterk leunen op steenkool. Volgens Bloomberg is de wereld nog altijd verslaafd aan steenkool. De vraag naar steenkool in Azië blijft “robuust” en trekt aan in Europa en Noord-Amerika. De prijs van steenkool in de VS heeft in 12 jaar niet zo hoog genoteerd. En Japan haalt nog altijd 30% van zijn elektriciteit uit steenkool. De Britse manoeuvre om India en China in Glasgow in een hoek te drukken, leert dat het rijke Westen niets voelt voor solidariteit met de derde wereld. Dat gebrek aan soli­da­ri­teit is kwalijk. Ontwik­kelingsl­anden worden het meest getroffen door kli­maat­ver­an­de­ring en kunnen zich de gevolgen het minst ver­oor­loven. Het zijn veelal ex-kolonies van het Westen dat goede sier heeft gemaakt met hun bodem­rijk­dommen.

De klimaattoppen lijken een instrument van cynische propaganda te zijn geworden. Het Westen doet alsof het een leidende rol speelt in de strijd tegen klimaat­verandering en stelt dat de ont­wik­ke­lings­landen daar de belang­rijkste veroor­zakers van zijn en zij dus de zwaarste lasten moeten dragen. De statistieken leren echter dat de rijke landen een veel hogere CO2-uitstoot per capita hebben dan ontwikkelingslanden. Australië heeft een per capita voetafdruk van 17 ton, de VS 16,2 ton en Canada 15,6 ton, meer dan 3 maal hoger dan het wereldgemiddelde (4,8 ton in 2017). Ongeveer de helft van de uitstoot van de rijkste 10% (24,5% van de wereldwijde uitstoot) is het gevolg van consumptie van burgers van Noord-Amerika en de EU, en ongeveer een vijfde (9,2% van de wereld­wijde uitstoot) van die van burgers van China en India.

Amerikaans leger 47e grootste vervuiler

Die uitstootcijfers houden geen rekening met de ecologische voetafdruk van het Amerikaanse leger. Dat is met zijn wereldomspannend netwerk aan containerschepen, vrachtwagens en vrachtvliegtuigen de 47e grootste vervuiler ter wereld. Het Pentagon is niet blind voor deze problematiek, maar verder dan een onderzoek naar alternatieve energie zoals bio­brand­stoffen is het niet gekomen. Wel maakt men zich zorgen over de gevolgen van de klimaatverandering. “Defensie is slecht voorbereid op crises die klimaatverandering wereldwijd zal veroorzaken. Extreme weersomstandigheden, massale migratie, gebrek aan drinkwater, nieuwe ziektes, conflicten in het Noordpoolgebied, druk op het Amerikaanse elektriciteitsnet en kernreactoren, en de stijgende zeespiegel zijn bedreigingen waar wij een antwoord op zullen moeten kunnen geven”.

Maar dat zijn lang niet alle onheilspellende geopolitieke consequenties die een uit de hand lopende klimaatcrisis met zich mee kan brengen. In een volgend artikel gaan we daar gedetailleerd op in.

1 in opdracht van NBD Biblion, de Nederlandse organisatie die nieuwe boeken selecteert, recenseert en uitleenklaar aanbiedt aan de Nederlandse en Vlaamse openbare bibliotheken.
2 Het Anglo-Amerikaanse neoliberale model kenmerkt zich als een samenleving waar het bedrijfsleven domineert en de markt alleszaligmakend is. Shareholders value is het sleutelwoord. Efficiëntie in het ondernemen en resultaten op de korte termijn staan centraal. Het is een ideologie die leidt tot individualisering en materialisme. Bron: ‘De wereld na Trump en Merkel. Europese rivaliteit, neoliberalisme en het machtsevenwicht’, p. 259
3 terwijl steenkool op de korrel werd genomen, bleef uitfasering van het gebruik van aardolie en aardgas, fossiele brandstoffen van economisch belang voor rijke landen in het Midden-Oosten en grote mogendheden als de VS en Rusland, buiten schot.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag