Betekent een nucleair Iran een existentiële bedreiging voor Israel?

Een nucleair Iran staat tegenover een gigantische overmacht. Het aantreden van Iran als nucleaire mogendheid leidt niet tot een crisis, maar kan nuttig zijn voor alle betrokkenen. Het recent nog aangescherpte machtsspel kent alleen maar verliezers, de Iraanse bevolking voorop. De wereld moet leren leven met een Iraanse kernbom.

Bij zijn aantreden heeft president Obama gezegd dat er geen grotere bedreiging van Israel en van de vrede en stabiliteit in het Midden Oosten is dan … Iran. Dat land zou zich als kernwapenmogendheid nog agressiever opstellen in zijn steun aan terreurgroepen als Hezbollah en Hamas, zich nog meer bemoeien met Irak, en aanleiding geven tot een regionale kernwapenwedloop. “De president van Iran ontkent de Holocaust en dreigt Israel van de kaart te vegen. Iran vormt een ernstig, reëel risico, en ik stel mij tot doel die bedreiging uit te schakelen”, aldus Obama.

Een nuchtere analyse leert echter dat een nucleair Iran tegenover een gigantische overmacht staat. Op het gebied van draagraketten stelt Iran weinig voor: het heeft geen langeafstandsraketten die de VS kunnen bereiken. En de middellangeafstandsraketten waarover het beschikt – die theoretisch Israel zouden kunnen bereiken – zijn onbetrouwbaar. Israel beschikt over rond 200 kernkoppen, plus een omvangrijk arsenaal ultramoderne raketten en gevechtsvliegtuigen om die te lanceren. En Israëls bondgenoot de VS is op dit gebied vanzelfsprekend oppermachtig. Vanwaar dan de gespierde taal van Obama?

Wat in het debat ontbreekt is de vraag wat Iran erbij wint om kernmogendheid te worden. Men kan overtuigende redenen aanvoeren waarom het toetreden van Iran tot de club van nucleaire mogendheden niet tot een crisis leidt, maar nuttig is voor alle betrokkenen. Een stelling die is gebaseerd op de befaamde Adelphi Paper “The Spread of Nuclear Weapons: More May Be Better” van de vooraanstaande Amerikaanse politicoloog Kenneth Waltz. Deze verhandeling, in 1981 gepubliceerd door het prestigieuze Britse International Institute for Strategic Studies, betoogt dat de proliferatie van kernwapens het gewapenderhand beslechten van conflicten vermindert. Proliferatie van andere (offensieve) wapens heeft het omgekeerde effect.

De geschiedenis leert dat nucleaire mogendheden in hun onderlinge betrekkingen voorzichtiger optreden. Tijdens de Koude Oorlog escaleerde geen enkele crisis tot regelrechte gevechtshandelingen, laat staan tot een kernoorlog. Kennelijk volgden India en Pakistan dezelfde logica. In het Kargil (Kashmir) conflict van 1999 hielden partijen de schermutselingen binnen de perken om een desastreuze inzet van kernwapens te voorkomen. Terugblikkend op de Cubaanse rakettencrisis was voor Robert McNamara, destijds VS minister van defensie, de les dat nucleaire wapens alleen dienstig zijn ter afschrikking. In het debat over het Iraanse kernprogramma wordt de geschiedenis terzijde geschoven. Het regime van de Mullah’s zou fundamenteel verschillen van dat van de kernmogendheden uit de Koude Oorlog. Men stelt dat het strategisch niet rationeel denkt – essentieel uitgangspunt in de theorie van Waltz – en niet terugschrikt voor een kernoorlog. Het zou ongevoelig zijn voor kwesties van leven of dood en bereid zijn miljoenen eigen mensen op te offeren voor een beter hiernamaals.

Maar de eerste twee nucleaire tegenstanders van de VS, de Sovjet Unie en China, waren toch geen democratische regimes. Hoewel het de meest totalitaire politieke systemen uit de geschiedenis waren riskeerde geen van beide een nucleaire oorlog. Het feit dat Iran in de achtjarige oorlog met Irak bijna een miljoen slachtoffers had te betreuren bewijst nog geen martelarencomplex. Nadat de Amerikaanse kruiser USS Vincennes een Iraans passagiersvliegtuig, Iran Air vlucht 655, had neergehaald wilde de toenmalige Iraanse leider Ruhollah Khomeini snel een einde aan het conflict met Irak om open gevechtshandelingen met de VS te vermijden. Een houding die toch niet wijst op een irrationeel voornemen om tot de laatste man door te vechten.

De retoriek van de Iraanse leiders heeft zeker geen goed gedaan aan de perceptie van dat land. De uitspraak dat Israel “van de kaart moet worden geveegd” is bij velen slecht gevallen. Maar betrouwbare bronnen wijzen erop dat Ahmadinejad’s uitspraak verkeerd werd vertaald. De juiste vertaling is: “De Imam [Khomeini] heeft gezegd dat de bezetter van Jeruzalem van de pagina’s van de tijd moet verdwijnen”. Waarmee hij Khomeini ook nog eens verkeerd citeerde. Die sprak over het “toneel van de tijd”, niet over “de pagina’s van de tijd”. Inmiddels is door tussenkomst van de Zionistische propagandamachine Ahmadinejad’s verkeerd weergegeven uitspraak wereldwijd een eigen leven gaan leiden, net als destijds het verhaal uit neoconservatieve hoek dat Iraakse soldaten in Kuweit baby’s uit hun couveuse zouden hebben gegooid. Zo probeert Washington een casus belli te fabriceren voor een derde oorlog in het Midden-Oosten: een aanval op Iran.

Het is misdadig om een uitspraak van de Iraanse president verkeerd weer te geven en op een goudschaaltje te leggen, om daarmee een aanvalsoorlog te rechtvaardigen. Het politieke systeem in Iran is veel complexer dan de Westerse media laten uitschijnen. De president vertegenwoordigt niet het opperste gezag. In de recente geschiedenis, zowel voor als na de Islamitische Revolutie, is Iran opmerkelijk standvastig geweest in zijn relatie met de VS en Israel. Die continuïteit is toe te schrijven aan een Realpolitik die maar weinig verschilt met die van de supermogendheden uit de Koude Oorlog. Als wij toen konden leven met deze – met kernwapens uitgeruste – schurkenstaten, die miljoenen eigen mensen opofferden aan hun ideologie, waarom zou Iran dan een grotere bedreiging vormen?

Men zou zelfs kunnen stellen dat een nucleair Iran nuttig kan zijn voor de VS. Door de nucleaire patstelling kon de VS de Sovjet-Unie in toom houden, wat leidde tot een gematigder opstelling van het regime. Waarom zou men geen soortgelijk effect mogen verwachten in een patstelling tussen de VS, Israel en Iran? Dat zou tevens de territoriale integriteit van elke natie versterken. In dat scenario beschikt geen van de betrokkenen immers over middelen om de ander te overmeesteren. Een nucleair Iran wijzigt de politieke dynamiek in de Perzische Golf ontegenzeggelijk. Beducht voor een nucleair Iran, Islamitisch of niet, zouden de meeste Arabische landen snel een nucleaire bondgenoot zoeken. Afgezien van de VS komt alleen Israel daarvoor in aanmerking. Een nucleair Iran zou dus de relaties tussen Israel en de gematigde Arabische landen kunnen verbeteren. En dat is winst voor Israel.

Intussen houdt het Westen vast aan een Midden-Oosten waar enkel Israel over kernwapens beschikt en zelfs nucleaire technologie voor vreedzame doeleinden taboe is voor een nucleair Israel dat geen rivalen naast zich duldt. Met de recent aangescherpte sancties – waar met name uitgeweken Iraniërs op aandrongen – krijgt het Westen Teheran niet op de knieën. Dat dreigt Israel “te vernietigen” als het “onbezonnen optreedt” en zegt Europa de wacht aan over nieuwe sancties, terwijl Rusland aankondigt Iran geraffineerde olieproducten te blijven leveren. Zo gaat het machtsspel tussen Iran en het Westen voort, een spel met alleen maar verliezers, de Iraanse bevolking voorop. Een Iraanse nucleaire afschrikking zal de zaken in het Midden Oosten niet direct veranderen. Dat heeft de Koude Oorlog wel geleerd. In een ideale wereld zijn kernwapens overbodig, maar in zo’n wereld leven we niet. Daarom moet men op basis van de meest aannemelijke theorieën over internationale betrekkingen en de lessen van de Koude Oorlog begrijpen dat een Iraanse nucleaire afschrikking meer problemen oplost dan schept. De wereld moet dus leren leven met een Iraanse kernbom.

bronnen
El Mundo 26/07/2010: “Teherán amenaza con destruir Israel si comete una imprudencia”
Jonathan Steele: “Lost in translation”
Kourosh Ziabari: “Iran’s nuclear standoff: who is the loser?
Lawrence Davidson: “Are We Replaying Iraq … In Iran?”
Le Monde: “L’Iran met en garde l’UE contre de nouvelles sanctions”
Ibid.: “La Russie prête à fournir du pétrole à l’Iran malgré les sanctions”
Michael C. Desch: “Stalin’s nuclear arsenal wasn’t the end of the world. Ahmadinejad’s won’t be either.”
Sam Sedaei: “The Biggest Lie Told To The American People: Ahmadinejad’s Alleged Remarks On Israel.”
SpiegelOnline: “Exil-Iraner fordern drakonische EU-Sanktionen gegen Revolutionsgarden”
The International Institute for Strategic Studies: “The Adelphi Papers”
Wikipedia: “Kenneth Waltz”
Ibid.: “Kargil War“
Ibid.: “Iran-Iraq War“
Ibid.: “Mahmoud Ahmadinejad and Israel”

Het Israel-Palestina conflict hangt van mythes aan elkaar

Hardnekkig gehanteerde halve waarheden kunnen een eigen leven gaan leiden en zo op den duur een intrinsieke “waarde” krijgen. Een fenomeen dat mythe wordt genoemd. Bedenkelijk wordt het als mythes in dienst staan van politieke doelstellingen. Welnu, het Israel-Palestina conflict hangt zo ongeveer van mythes in de zin van halve waarheden aan elkaar.

Dat zegt Egbert Talens in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israel-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Daarin citeert hij het werk The Birth of Israel: Myths and Realities van Simha Flapan, waarin deze de zeven belangrijkste mythes over het ontstaan van Israel beschrijft. Eenmaal “ingeburgerd” valt het niet mee de mythe van zijn onwaarachtig gehalte te ontdoen. Ontmaskering moet tot ontknoping leiden. Dat kan een pijnlijk proces zijn. Een halve waarheid van zijn onwaarachtigheid ontdaan evolueert naar een bijdrage tot de oplossing van een probleem.

In zijn boek behandelt Egbert Talens de zeven mythes van Flapan op pag. 182-184. Een samenvatting:

Mythe Reëel
De zionistische acceptatie van de VN-verdelingsresolutie van 29/11/1947 was een vérgaand compromis waarmee de Joodse gemeenschap afzag van een Joodse staat in heel Palestina, en het Palestijnse recht op hun eigen staat erkende… De acceptatie was slechts een tactische manoeuvre in een totaalstrategie, gericht op het onmogelijk maken van een Palestijnse staat en op uitbreiding van het door de VN als Joodse Staat toegewezen gebied.
De Palestijnen verwierpen het deelplan volledig. Ze gaven gevolg aan de oproep van de mufti van Jeruzalem tot totale oorlog tegen de Joodse staat… Dit is niet het hele verhaal. Het merendeel van de Palestijnen gaf geen gehoor aan de oproep van de mufti. Integendeel: voorafgaand aan Israels onafhankelijkheidsverklaring ondernamen ze pogingen tot een modus vivendi te komen met (de) politieke zionisten, bijna Israëliërs. Fel verzet door Ben-Gurion c.s. tegen een Palestijnse staat ondermijnde de Palestijnse weerstand tegen de oproep van de mufti.
De vlucht van de Palestijnen … was het gevolg van de oproep door Arabische leiders. De Palestijnen vluchtten, ondanks pogingen van Joodse leiders hen over te halen te blijven. De Palestijnen werden tot vluchten aangezet door Israëlische politici en militaire leiders. Zionistische kolonisatie en Joodse staat noodzaakten tot transfer van Palestijnse Arabieren.
Alle Arabische staten, één in hun streven de pasgeboren Joodse staat te vernietigen, verenigden zich op 15 mei 1948 om Palestina binnen te vallen en de Joodse inwoners te verdrijven. De Arabische staten waren niet uit op vernietiging van Israel. Zij wilden slechts voorkomen dat de plannen die tussen de voorlopige regering van Israel en koning Abdallah van Jordanië waren besproken werden gerealiseerd.
De Arabische invasie van Palestina op 15 mei 1948, in strijd met de VN-verdelingsresolutie, maakte de oorlog van 1948 onvermijdelijk. Documenten tonen Arabische instemming met een Amerikaans wapenstilstandsvoorstel aan, mits Israel de uitroeping van zijn onafhankelijkheid tijdelijk zou uitstellen. De voorlopige regering van Israel verwierp dit voorstel.
Kleine boreling Israel werd geconfronteerd met afslachting door Arabische legers, zoals David tegenover Goliath. Israel, een numeriek inferieur, slecht bewapend volk, dreigde onder de voet te worden gelopen door een reus. De feiten tonen een totaal andere beeld. Ben Gurion had gezegd dat de zelfverdedigingsoorlog slechts vier weken zou duren. Op 11 juni 1948 werd een wapenstilstand afgekondigd. Intussen arriveerden enorme wapenvoorraden. Israels beter getrainde en meer ervaren strijdkrachten verwierven het overwicht, zowel op het gebied van bewapening als te land, ter zee en in de lucht.
Voortdurend strekte Israel de hand uit tot vrede. Geen enkele Arabische leider erkende echter ooit Israels bestaansrecht, zodat er nooit iemand was om mee te praten. Juist het omgekeerde is het geval. Na afloop van Wereldoorlog II tot in 1952 weigerden de zionisten, later Israel, opeenvolgende voorstellen van Arabische staten en neutrale bemiddelaars die tot een regeling hadden kunnen leiden.

Op het eerste gezicht kan deze opsomming tot scepsis aanleiding geven. Het door Flapan aangedragen bewijsmateriaal is echter overvloedig en overtuigend. Het mag een wonder heten dat hij zelf geen afscheid neemt van het bestaansrecht van Israel, aldus Talens. Dat de bevindingen van Flapan tot een storm van protest zouden kunnen leiden sluit hijzelf op pag.12 van zijn boek niet uit. Op pag. 190 zegt hij dat hij ook niet wilde tornen aan de prestaties van het Israëlische leger. En op pag. 233 dat zijn pogingen de propaganda te ondermijnen niet alleen gemotiveerd werden door zijn gevoel van acuratesse, maar ook door de relevantie van die mythes voor de huidige situatie in Israel. Volgens Talens bedoelde hij waarschijnlijk “de irrelevantie”.

De historicus, schrijver en vredesactivist Simha Flapan (1911-1987) emigreerde in de 30er jaren uit Polen. Hij werd nationaal secretaris van de linkse Zionistische Mapam, in 1949 de op één na grootste partij in de Knesset. Flapan was een van de weinige Israelische schrijvers die het beeld over het ontstaan van Israel in vraag stelde. Hij wordt gerekend tot de New Historians, net als Benny Morris, Ilan Pappé, Avi Shlaim, Tom Segev en Hillel Cohen. In zijn boeken betwistte Flapan de door hem bespeurde historische mythes, waaronder dat de Arabische Palestijnen in 1948 hun huizen verlieten onder druk van Arabische leiders. Volgens Flapan was het juist het optreden van Israel dat de Palestijnen dwong te vluchten. Flapan bekritiseerde de behandeling van de Palestijnen op de West Bank en in Gaza, en was als redacteur actief bij de New Outlook, een Israelisch blad dat wegen naar vrede in het Midden Oosten verkende.