Het Iraanse “complot”, het zoveelste Amerikaanse dubbel spel

Mansoor Arbabsiar, een gefailleerde Iraans-Amerikaanse autoverkoper, die in opdracht van de Iraanse geheime dienst een moordaanslag op de Saudische ambassadeur in de VS beraamt. Opiumsmokkel naar Mexico, in ruil voor bomaanslagen op Saudische en Israëlische ambassades in Argentinië. Uitbesteed aan een Mexicaans drugskartel die bekend staan te worden geïnfiltreerd door Amerikaanse agenten. Wie bedenkt zoiets? Zelfs voor de lichtgelovige Amerikanen is zo’n verhaal bespottelijk. Wat kan Iran winnen met zo’n actie? Die kan alleen maar een dood en verderf zaaiende vergeldingsactie uitlokken, zelfs oorlog. Een oorlog die Iran niet wil. In de regio zijn er maar twee landen die aansturen op oorlog, of tenminste een verdere verslechtering van de betrekkingen tussen de VS en Iran: Saudi Arabië en Israël.

Iran wil de betrekkingen met Washington juist verbeteren. Zo probeerde president Ahmadinejad recent een eerdere poging [1] om kernbrandstof voor een experimentele kernreactor uit te ruilen, nieuw leven in te blazen. Het voorstel hield in dat Iran de productie van delen van het uraniumverrijkingsprogramma zou stopzetten in ruil voor brandstof uit de VS. Dit voorstel kon op heel wat bijval rekenen, getuige een artikel in de International Herald Tribune. [2] Maar elke hoop op betere betrekkingen is nu wel verkeken. Zoals de bovenstaande videoclip laat zien beweerde President Obama tijdens een op Fox News uitgezonden persconferentie [3] glashard dat de verdachte in direct contact stond met mensen binnen de Iraanse regering en door die mensen werd betaald en aangestuurd. ”Wij beschikken over specifieke gegevens, en die staan open voor een ieder,” aldus de president.

Maar navraag over deze gegevens op de website van de president die “is committed to creating the most open and accessible administration in American history” [4] leverde geen enkele reactie op. Washington heeft tot op heden geen enkele onderbouwing gegeven van de beschuldigingen. Naar verluidt [5] waren de feiten al maanden bekend. President Obama werd al in juni ingelicht, de Saudische koning Abdullah medio september. Waarom komt men er dan pas nu mee naar buiten? De gebruikelijke verdachten komen in aanmerking. Neoconservatieven. De wapenlobby. Rechts-radicalen, extremistische Republikeinen en hun geestverwanten bij de media. De Israël Lobby. Het Saudische koningshuis, dat nu staat geboekstaafd als “slachtoffer” van de “slechte” Iraniërs, terwijl het in werkelijkheid er alles aan doet om een Arabische Lente in de Perzische Golf te verhinderen, en zelfs Bahrein is binnengevallen om het verzet daar meedogenloos de kop in te drukken.

Hoe moeten we het verhaal over het plan om de Saudische ambassadeur in de VS te vermoorden duiden? De internationale analisten verschillen van mening. Er zijn meer non-believers dan believers. Paul Rogers [6] behoort tot de laatste categorie en meent dat de beschuldiging kan leiden tot een gevaarlijke confrontatie tussen oude tegenstanders. Mohsen M. Milani [7] ziet het verhaal als een nieuwe episode in de complexe koude oorlog tussen Iran en Saudi Arabië. Martin Indyk [8] ziet een verband met de deal rond de vrijlating van de Israëlische soldaat Gilad Shalit door Hamas, de Palestijnse politieke groepering die Gaza bestuurt, en meent dat de invloed van Iran in de regio afneemt. Stephen Walt, [9] die een tussenpositie inneemt, spreekt over een afleidingsmanoeuvre en een opstapje naar de verkiezingscampagne van 2012.

Andrew Sullivan [10] wijst op sceptische reacties in Europese kwaliteitskranten. De Frankfurter Allgemeine [11] echter steunt Obama en wijst erop dat die elke twijfel aan de geloofwaardigheid van de hand wees. Alexander Cockburn [12] vindt het maar een absurd verhaal en stelt zich vragen over de gevolgen die een zwakke Amerikaanse president aan het complot verbindt. Stephen Lendman [13] spreekt ronduit over een valse aanklacht en wijst erop dat Washington sinds de Iraanse revolutie van 1979 voortdurend het conflict zoekt. Patrick Cockburn [14] ziet overeenkomsten met het optreden van de Amerikaanse buitenlandminister Colin Powell in de VN in 2003, die over “onweerlegbaar bewijs” beschikte dat Saddam Hussein massavernietigingswapens ontwikkelde. Paul Woodward [15] komt met een originele stelling: het verhaal moet de Saudi’s ertoe aanzetten de olieproductie te verhogen, waardoor de olieprijzen dalen, Iran daar meer onder lijdt dan Saudi Arabië, de Amerikaanse economie kan aantrekken en de herverkiezingskansen van Obama stijgen.

Andrew Scott Cooper [16] ziet het complot als onderdeel van een langdurige economische oorlog tussen de beide landen, met olie als inzet. Karen Greenberg [17] ziet er dan weer een FBI valstrikoperatie in en meent dat Justitie “is wagging the dog of US foreign policy on Iran.” Bill Van Auken [18] tenslotte meent dat Arbabsiar in Mexico was om drugs te smokkelen, werd opgepakt door de Drug Enforcement Administration (DEA) [19] en tot instrument gemaakt voor Washington om een valse terreurcase te bekokstoven tegen Iran. Van Auken herkent hierin de extreme roekeloosheid van het Amerikaanse buitenlands beleid en de meedogenloze hang naar provocatie als middel om zijn geopolitieke belangen te dienen. De verergerende economische crisis maakt dat het Amerikaanse imperialisme steeds wanhopiger zijn dominantie uitoefent over de olieproducerende regio’s in de Perzische Golf en Centraal Azië. Het heeft het afgelopen decennium daarvoor gevochten in Afghanistan en Irak en ziet Iran steeds meer als de regionale grootmacht die zijn roofzuchtige ambities in de weg staat.

Wie heeft dit verhaal op touw gezet? Nu vaststaat dat de DEA de spil is geweest moet de verdenking op Washington vallen. Wat wil men bereiken? Een uiterst openhartige Obama wijst op het feit dat de Iraanse bevolking het slachtoffer wordt van verder aangescherpte sancties. De president roept dus op tot regime change. Is er sprake van dubbel spel en een voorwendsel voor oorlog? Washington heeft zich over de gebeurtenissen ongemeen hard uitgelaten, wat erop zou kunnen wijzen dat de groeiende spanning met Iran een kritisch punt heeft overschreden en dat het Amerikaanse publiek en de wereld worden gewaarschuwd dat een oorlog in het verschiet ligt. De roep om oorlog klinkt al zo lang, vooral uit Israëlische hoek, dat in sommige kringen de vraag niet luidt of het tot oorlog met Iran komt, maar wanneer. Stapt Obama mee in dit scenario? Men mag dat betwijfelen. Obama is er de man niet naar om zijn “eigen” grootschalige oorlog te beginnen, al was het alleen maar omdat die verwoestender zal zijn dan alle oorlogen uit het laatste decennium. Bovendien zitten de Amerikanen bepaald niet te wachten op een nieuwe oorlog. Het heeft er dus alle schijn van dat dit verhaal, net als de beschuldigingen aan het adres van Noord-Korea rond het Cheonan incident, [20] een stille dood sterft.

[1] het oorspronkelijke voorstel werd beschouwd als “bedreiging” omdat een deal de optie van een militaire “oplossing” en “regimewisseling” zou doorkruisen, zie Geopolitiek in perspectief: “How an Iranian analyst stands up to his Western prospective peers
[2] Ali Vaez en Charles D. Ferguson: “An Iranian Offer Worth Considering
[3] YouTube: “Obama: U.S. Will Make Sure Iran “Pays the Price” 2011
[4] zie de “Contact Us” pagina op de website van het Witte Huis
[5] Pepe Escobar: “The occupy Iran Fast and Furious plot (extended)
[6] Paul Rogers: “Iran and America: components of crisis
[7] Mohsen M. Milani: “Iran and Saudi Arabia Square Off
[8] Martin Indyk: “The Iranian Connection
[9] Stephen Walt: “Obama doubles down
[10] Andrew Sullivan: ”Europe And The Saudi Terror Plot
[11] Frankfurter Allgemeine: “Obama weist Zweifel an Verwicklung Teherans zurück
[12] Alexander Cockburn: “War with The U.S. Is of No Interest to Iran; Who Invented This Absurd Plot?
[13] Stephen Lendman: “Iran Falsely Charged with Fake Terror Plot
[14] Patrick Cockburn: “This bizarre plot goes against all that is known of Iran’s intelligence service
[15] Paul Woodward: “How Obama could benefit from the alleged Iranian bombing plot
[16] Andrew Scott Cooper: “The Oil Wars
[17] Karen Greenberg: ”The FBI sting in the tail of the Saudi ambassador ‘assassination plot’
[18] Bill Van Auken: “US steps up sanctions and threats against Iran over alleged terror plot
[19] Zie DEA’s triomfantelijke persbericht: “DEA Helps Foil Iranian Terror Plot
[20] Geopolitiek in perspectief: “Hoe grootmacht Amerika zijn dominante positie probeert te vrijwaren

Het verrottingsproces van de Amerikaanse democratie, naar Mike Lofgren

https://geopolitiekincontext.files.wordpress.com/2011/10/c7358-mikelofgren.jpg

Mike Lofgren in zijn huis in Alexandria, Virginia (foto: Richard A. Bloom)


Zoals in het vorige artikel aangekondigd laten we hieronder in een samengevatte versie Mike Lofgren aan het woord.

Het politieke systeem [in Amerika] wordt compleet verziekt door financiële bijdragen van ondernemingen. Een kandidaat moet nu al meer dan een miljard dollar bijeenbrengen om te kunnen dingen naar het presidentschap. Ondernemingen hebben beide politieke partijen in de tang. Dat de nieuwe Democratische wet op de gezondheidszorg leidt tot het failliet van de overheidsbegroting komt doordat de Democraten bezwijken voor de belangen van verzekeraars en farmaceutische ondernemingen.

Bij de Democraten treft men net zo goed “gerobotiseerde” politici, carrièrejagers, door bedrijven afgeperste mensen, ziekelijke egoïsten en vreemde vogels aan, maar niets evenaart de Republikeinse partij. De Republikeinen hebben de stemming over de schuldlimiet, normaal een routineprocedure, opgeklopt tot een volslagen kunstmatige crisis. Door de economieën van de VS en de wereld te gijzelen konden zij hun eisen realiseren. De crisis rond het schuldplafond is niet het enige voorbeeld van dit soort politiek terrorisme. De Republikeinen waren ongegeneerd bereid om tienduizenden ambtenaren naar huis te sturen om antivakbond bepalingen in de statuten van het ministerie van transport af te dwingen.

De Republikeinen stellen zich steeds minder op als traditionele volksvertegenwoordigers en verworden tot een apocalyptische cultus die zich kan meten met de uiterst ideologische autoritaire partijen in het Europa van de 20e eeuw. Een normaal parlement functioneert mede door ongeschreven regels die de wetgevende machine smeren en het bestuur beschaafd houdt. Het Amerikaanse parlement kent echter de meest complexe regels ter wereld en kan maar functioneren door collegialiteit en goede trouw. Vandaag stuit zowat elk wetsvoorstel op een Republikeinse filibuster. [1] Dat verlamt Washington.

Het wetgevend proces is verworden tot oorlog zonder schieten, zoals men dat kent van de Rijksdag in de Weimar Republiek, nu 80 jaar geleden. Het effect is dat een vastbesloten minderheid totalitairen democratische instrumenten kunnen gebruiken om de democratie te ondermijnen. De Republikeinen zijn verworden tot een opstandige partij die de wet tart als die over een meerderheid beschikt en dreigt de zaken te saboteren als die in de minderheid is.

De Republikeinen volgen deze lijn welbewust. Het uithollen van de reputatie van een regeringsinstelling als het Congres levert op dat de politieke partij die tegen een “grote overheid” is automatisch de winnaar is. Een uiterst cynische tactiek die speelt op de zwakheid van het kiespubliek en de media. Amerika kent tientallen miljoenen slecht geïnformeerde kiezers, die onder invloed van het tegenstrijdige mediageweld denken dat politici allemaal oplichters zijn en dat een “grote overheid” fout is. Republikeinse retoriek voedt het sinds 1960 aftakelende vertrouwen in de overheid. In dit fenomeen zijn de media medeplichtig. Sinds de opsplitsing van elektronische media in een gerespecteerd nieuwssegment en een segment dat bestaat uit rabiaat ideologische talk radio en politieke propaganda op de kabeltelevisie, zijn de “respectabele” media als de dood voor kritiek wegens bespeurde vooroordelen. Die vrees heeft geleid tot valse onpartijdigheid.

Het voortdurend herhaalde “daar gaan beide partijen weer” van de media, in samenhang met de verwarring bij slecht geïnformeerde kiezers, past in de consequent volgehouden Republikeinse strategie om het vertrouwen in de democratie te ondermijnen. En die strategie heeft electoraal dividend opgeleverd. De VS kent zowat de laagste opkomstcijfers van alle Westerse democratieën. In de tussentijdse verkiezingen van 2010 konden slechts 44 miljoen Republikeinse kiezers een kruis trekken over de politieke winst van de verkiezing van president Obama door 69 miljoen kiezers.

Sinds de Republikeinen vorig jaar in een aantal staten de meerderheid haalden proberen ze systematisch om de gang naar de stembus te bemoeilijken. Strengere identificatievoorschriften, kortere registratieperiodes en nieuwe voorschriften met betrekking tot de woonplaats van de kiezer, allemaal zaken die bij voorbeeld universiteitsstudenten het uitoefenen van hun burgerrechten kunnen belemmeren. Deze aanslag op de wetgeving staat haaks op 200 jaar Amerikaanse geschiedenis, waarin gestreefd werd naar een zo groot mogelijke politieke deelname van burgers.

Het zijn vooral Republikeinen die andere landen de les spellen over democratie. Het brengen van democratie in het Midden-Oosten was een bedenksel van de regering Bush. Maar in eigen land mogen die lieden niet gaan stemmen. Vooral niet de mensen die toch niet voor de Republikeinen stemmen. Geen “echte Amerikanen” in de retoriek van Sarah Palin. Raciale minderheden, immigranten, moslims, holebi’s, intellectuelen. Dat verklaart voor een stuk de uiterst venijnige haat tegen president Obama. De meeste Republikeinse bewindslieden zullen wel niet vallen voor deze reactionaire en paranoïde kletspraat. Maar die voedt wel heel cynisch de laagste instincten van het kiezerspubliek. Zonder de sluimerende Republikeinse rassenhaat aan te halen kan men wel stellen dat Republikeinen van oordeel zijn dat geen enkele Democratische president legitiem kan zijn.

De de-industrialisatie en de opkomst van de financiële sector in Amerika sinds 1970 heeft geleid tot een steeds verder inkrimpende blanke middenklasse, mensen zonder werkzekerheid of zelfs werkloos, met verdampende pensioenen en sociale voorzieningen, mensen die de waarde van hun voornaamste bezit zien kelderen door de uiteenspattende onroerend goed zeepbel. Hun zorgen zijn niet ingebeeld, hun levensstandaard gaat daadwerkelijk omlaag. De Democraten hebben deze mensen niets te bieden. Het waren immers vooral de Democraten die in de jaren 1990 rampzalige handelsakkoorden sloten waarmee werkgelegenheid naar het buitenland kon verdwijnen.

Na de recente orgie van ongebreidelde hebzucht en ongekend omvangrijke overdracht van rijkdom naar de hogere sociale klassen door Wall Street richt de volkswoede zich op de gulle hand van Washington. De ironie is dat de overheid bovenmatig moet investeren in werkloosheidsvergoeding, food stamps en gezondheidszorg voor hen die door de uitspattingen van de ondernemingen in het vorige decennium economische schade hebben opgelopen. De Republikeinse tactiek toont een absolutistische, autoritaire mentaliteit die haaks staat op democratische waarden zoals rede, compromis en verzoening. Een mentaliteit die juist mikt op polariserende verdeeldheid, conflict en het de kop indrukken van de oppositie.

De meeste van de uitgangspunten van de Republikeinse Partij kan men zonder meer afdoen als propaganda. In essentie staat de partij voor de volgende principes:

De partij komt enkel op voor zijn rijke sponsors.

Het gemarchandeer over het overheidstekort was een show. De partij wees het pakket aan maatregelen van president Obama ter waarde van $4 biljoen van de hand omdat zelfs één promille verhoging van de belastingtarieven voor de superrijken er teveel aan was. Zo blijven miljardairs vallen in een lager belastingtarief dan politiemensen en verpleegsters. Maar in tegenstelling tot de slogans zorgen de rijken, die zo nodig moeten worden ontzien, niet voor jobs. Vandaag kijken Amerikaanse ondernemingen terug op hun meest winstgevende kwartaal in de geschiedenis. Zo zit Apple op $76 miljard cash, meer dan het BBP van menig land, maar waar blijven de jobs? De Republikeinen hebben ijverig de mythe verspreid dat Amerikanen te zwaar worden belast. Maar vergeleken met andere OESO landen behoren de Amerikaanse belastingtarieven tot de laagste ter wereld. Men spreekt over de 35% vennootschapsbelasting in de VS, maar die is effectief veel lager. Betaalde General Electric 35% over zijn winst in 2010 van $14 miljard? Nee dus, de firma betaalde … niets.

Bidden aan het altaar van Mars [2]

Hoewel ook Democraten zich bezondigen aan oorlogvoeren kunnen zij zich niet meten met Republikeinen als John McCain of Lindsey Graham die een puur wellustig enthousiasme ten toon spreiden om andere landen binnen te vallen. Met de slogan “we are all Georgians now” zou McCain wel even het nucleair bewapende Rusland aanpakken tijdens het conflict met Georgië in 2008. En Graham ruit voortdurend op tot een aanval op Iran en interventie in Syrië. Dit zijn niet de geringsten binnen de partij, het zijn de “defensie experts” die voortdurend in de media zijn. Vlak voordat de Republikeinen de markten onder druk zetten rond de kwestie van het kredietplafond en miljardenbezuinigingen eisten stemden dezelfde Republikeinen voor een defensiebegroting die voorziet in een verhoging van $17 miljard.

De economische rechtvaardiging van een defensiebegroting van $700 miljard is des temeer bedrieglijk als men bedenkt dat die investering weinig jobs creëert. De uiterst hoogwaardige wapenindustrie van  vandaag vraagt nog maar weinig laaggeschoolde arbeid. Veel geld gaat naar kostbare R&D (waar de economie weinig baat bij heeft), exorbitante managementuitgaven, overhead, zakkenvullerij en geld dat terugvloeit naar politieke campagnes. Een miljoen dollar voor wegenbouw levert twee tot drie maal meer jobs op dan een miljoen dollar wapenverkopen. Maar ook zonder de financiële drijfveer is er een psychologische hang naar oorlogvoeren binnen de partij die voortvloeit uit de neurotische dwang om zich stevig op te stellen. Het militarisme ontspringt aan hetzelfde psychologisch tekort dat behoefte heeft aan een eindeloze serie vijanden, buitenlandse én binnenlandse.

Het ongebreideld militarisme van het laatste decennium en het laffe verzuim van de Democraten om die te doen keren zijn strategisch en financieel nefast geweest. Vandaag is de VS minder welvarend, minder veilig en minder vrij. Het militarisme dat gepaard gaat met interventies in het wilde weg zal maar bedaren als de schatkist leeg is, net zoals dat gebeurde met de Republiek der Nederlanden en het Britse Rijk.

Godsdienst uit de oude doos

Het spelen op fundamentalisme is een voltijdse bezigheid binnen de partij. Sinds de jaren 1970 zijn godsdienstextremisten geen geringe publieke overlast meer, maar een vast onderdeel van het Republikeinse partijgebeuren. Het goede verkiezingsresultaat van Pat Robertson in Iowa in 1988 luidde het samensmelten in van politiek en religie binnen de partij. Het resultaat is ernaar. Het feit dat Amerikanen meer denken als Iraniërs of Nigerianen dan als Europeanen of Canadezen over zaken als de scheppingstheorie, onfeilbaarheid van de schriften en het bestaan van geesten en duivels vloeit voort uit de opkomst van religieus rechts. Er is ook sprake van een opkomend anti-intellectualisme en afkeer tegen wetenschap, een groep die de slecht geïnformeerde, of beter de verkeerd geïnformeerde kiezer tekent.

De grondwet ten spijt bestaat er nu de facto een godsdiensttest voor het presidentschap: topkandidaten worden aangemoedigd of gedwongen om zich uit te spreken over hun geloofsopvattingen. Gepolitiseerde godsdienst is ook het plechtanker van de cultuuroorlogen. De vraag is hoe het hele giftige brouwsel van partijpolitiek – economische vorstelijkheid, militarisme en cultuuroorlogen cum fundamentalisme – de plaats kon innemen van het beschaafde Republicanisme ten tijde van Eisenhower. De sleutel ligt waarschijnlijk bij de opkomst van het gepolitiseerde godsdienstfundamentalisme, dat in essentie alle drie de Republikeinse principes rationaliseert. Rijkdom is een zegen van God. De fascinatie voor oorlogvoeren vloeit ook voort uit dit fundamentalisme. Het Oude Testament staat vol van verhalen over slachtpartijen in naam van God. Het apocalyptische gedachtegoed van de fundamentalisten, hun geloof in een dreigend Armageddon, [3] conditioneert hen psychologisch om het land het conflict te laten opzoeken, niet enkel met het buitenland, maar ook over binnenlandse politieke geschillen.

De Republikeinen hebben een nieuwe vorm van politiek bedrijven uitgevonden die electoraal aanslaat. Die politiek ontketent grote politieke rampen en daarmee onheil voor het democratische proces, maar ook voor de status van Amerika als wereldleider.

[1] vertragingstechnieken, zie Wikipedia: “filibuster
[2] Romeinse God van de oorlog, zie Wikipedia: “Mars (mythologie)
[3] het einde der tijden, zie Wikipedia: Eindtijd