CIA, MI6 en Mossad operatie “regimewissel Syrië”: om Iran te bedwingen

photo courtesy Stratfor Free Intelligence (from Report “Syria, Iran and the Balance of Power in the Middle East”)


De terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak, die eind dit jaar voltooid zou moeten zijn, dreigt een belangrijke verschuiving van het machtsevenwicht in het Midden-Oosten teweeg te brengen. Iran lijkt zich tot een dominante regionale mogendheid te ontwikkelen. Tot afgrijzen van de VS heeft Iran veel invloed in Irak verworven. Voor de Iraakse politici ligt het machtige Iran om de hoek en de Amerikaanse sterke arm steeds verder weg. Men laat het beter uit zijn hoofd om zich tegen Iran te verzetten, zo is de redenering. Na de arrestatie van Iraakse Soennitische leiders beseffen de Sjiietische politici – die lang niet allemaal pro-Iran zijn – dat zij zich maar beter plooien naar premier Nouri al-Maliki. De Koerden in Irak blijven rekenen op de VS vanwege de Amerikaanse investeringen in Koerdische olie. Maar zoals de bovenstaande kaart laat zien is dat voor de VS niet zo evident. De Koerdische oliebronnen liggen in de streek van Kirkuk, in het noordoosten van Irak, op een boogscheut van Iran. [1]

Turkije vreest voor aantasting van zijn regionale machtsbasis. Het land steunde het cynische ultimatum aan Syrië van de Arabische Liga, dat geen enkel democratisch land onder zijn leden telt. Maar Syrië legde dat ultimatum naast zich neer. Intussen duurt de door het buitenland aangewakkerde onrust in Syrië voort. De gewapende oppositiegroepen krijgen steun van het Syrische Bevrijdingsleger, een groep overlopers die vanuit Turkije en Libanon opereren. Met vereende krachten tracht men een burgeroorlog [2] te ontketenen. Een term echter die de realiteit geweld aandoet. De Syrische samenleving is een toonbeeld van tolerantie, waar Moslims en Christenen in harmonie samenleven. [3] De Syrische Lente lijkt een kopie van de “protestbeweging” in Libië die leidde tot een NAVO invasie en regimewissel. De media luisteren enkel naar de Syrische oppositiegroepen en laten het optreden van 17.000 gewapende strijders onder de demonstranten onvermeld. Burgers vallen ten prooi aan doodseskaders en sluipschutters. Blind terrorisme met de handtekening van de CIA, MI6 en Mossad en gefinancierd door Saudi Arabië en de Golfemiraten. [4] [5] [6] Dankzij de steun van Iran en de Iraakse premier Al-Maliki blijft Assad overeind.

Als Assad overleeft kan Iran in een strategisch belangrijk gebied bogen op een invloedssfeer die zich uitstrekt van West-Afghanistan tot de Middellandse Zee. Iran beschikt over een omvangrijk leger en kan rekenen op steun van militante bondgenoten. Zo’n Iraans machtsblok is vooral bedreigend voor Saudi Arabië. Iran wil die dreiging nog opvoeren, zodat het tot de tanden bewapende Saudi Arabië tot de conclusie komt dat een verzoenende houding meer oplevert dan verzet. De VS, Israel, Saudi Arabië en Turkije gaan tot het uiterste om de ontwikkelingen te dwarsbomen. Dat is wat wij vandaag in Syrië zien gebeuren. De toegenomen strijd valt niet toevallig samen met de beschuldiging dat Iran de Saudische ambassadeur in de VS wilde vermoorden, verhalen over subversieve acties van de Iraanse geheime dienst in Bahrein, het gepolitiseerde IAEA-rapport [7] met de absurde bewering dat Iran een nucleair ontstekingsmechanisme zou willen testen in een grote tank, [8] [9] en de explosie op een Iraanse raketbasis. De voortdurend herhaalde oorlogsretoriek moet de druk op Iran maximaal opvoeren, maar is niets meer dan een rookgordijn.

Intussen bieden de Republikeinse presidentskandidaten tegen elkaar op om het Iraanse “probleem” op te lossen. Het TV-debat van 12 november [10] werd door de moderator geopend met de tendentieuze opmerking dat het IAEA-rapport spreekt over “nieuwe, geloofwaardige bewijzen dat Iran kernwapens ontwikkelt”. Op de vraag hoe de kandidaten Iran een halt zouden toeroepen antwoordde Herman Cain dat hij steun zou verlenen aan groeperingen die proberen de regering omver te werpen. Newt Gingrich zei dat hij in samenwerking met de Israëlische regering de geheime operaties in Iran om het Iraanse kernwapenprogramma te blokkeren maximaal zou opvoeren. En Mitt Romney noemde de huidige toestand rond het Iraanse nucleaire programma Obama’s “grootste tekortkoming op het gebied van buitenlands beleid” en voegde daar nog aan toe dat “als we Barack Obama herverkiezen, Iran in de kortste tijd een kernwapen heeft.” Allemaal uitspraken die bijdragen aan het valse beeld dat Iran een bedreiging vormt voor de VS.

Iran is vanzelfsprekend opgewassen tegen de psychologische druk. Zo pakte het recent rücksichtslos 12 CIA-agenten op die in samenwerking met de Israëlische geheime dienst Mossad aanslagen zouden beramen op Iran’s militair apparaat en nucleaire programma. [11] [12] Dat gebeurde nadat de door Iran gesteunde Libanese politieke beweging Hezbollah in juni een aantal CIA-infiltranten had ontmaskerd. Of Iran nu wel of niet met kernwapens bezig is, het moet nog een lange weg afleggen voor het beschikt over operationele bommen. De Iraanse dreiging is niet nucleair, maar geopolitiek. Als Iran vandaag zijn volledige nucleaire programma opgeeft verandert er niets. Iran krijgt het in de regio voor het zeggen, terwijl de VS, Israel, Turkije en Saudi Arabië het tij proberen te keren. Nog meer druk op Iran, en een nieuw regime in Syrië op Westerse leest, dat zijn de maatregelen die een dam moeten opwerpen tegen de Iraanse invloed in Irak. Maar Assad’s positie lijkt onaantastbaar. Daar waar gewapend optreden niet voor de hand ligt, lijkt steun aan de Soennitische oppositie de aangewezen weg. De uitkomst blijft twijfelachtig: de Syrische geheime dienst heeft volop greep op de oppositie.

Recent werden in een hoorzitting voor een Senate Subcommittee enkele interessante Future Policy Options voor het Iran-beleid voorgesteld. [13] Sancties helpen niet en zijn ook negatief voor de VS, bondgenoten en de wereldeconomie. China, dat intensieve economische banden met Iran heeft, kan onder druk worden gezet. Maar de diplomatie mag nooit van tafel. Dertig jaar overleg heeft tastbare resultaten opgeleverd. Maatregelen die Washington verbieden om met Iran te onderhandelen zijn onbezonnen en contraproductief. De voortdurende oproepen tot geweld verzwakken de oppositie en versterken het regime. De terughoudendheid van de regering-Obama bij het aantreden van de oppositiebeweging in juni 2009 was de juiste aanpak. En het is ronduit bespottelijk dat men de laatste tijd enkel praat met de in diskrediet geraakte terroristische organisatie Mujahideen-e Khalq en haar pleitbezorgers. Een serieuze regering laat zich voorlichten door instanties die het reilen en zeilen in Iran kennen, aldus Iran-expert Suzanne Maloney.

Ook macro-economische gegevens tonen aan dat de sancties Iran niet deren. Nazicht van de Iraanse groeicijfers sinds 2005 [14] leert dat die beduidend beter zijn dan die van de VS. In deze periode kende Iran een jaarlijkse economische groei van tussen de 5% en 2,5%, met een positieve uitschieter van 10,8% in 2007 en negatieve van 0,6% in 2008. In dezelfde periode groeide de Amerikaanse economie slechts met 1,5% tot 3%, met een positieve uitschieter van 3,1% in 2005 en negatieve van -3,5% in 2009. De verschillen in groei van het BBP per hoofd van de bevolking zijn nog spectaculairder: die van Iran bewegen zich in de periode 2006-2010 tussen de 16,3% en 10,7%, met een positieve uitschieter van 37,1% in 2007 en negatieve van 1,0% in 2009. In de VS groeide het BBP per capita jaarlijks tussen de 0,9 en 5,0%, met een negatieve uitschieter van -3,3% in 2009.

De VS heeft recent de sancties tegen Iran nog verder aangescherpt, een wapen dat niet alleen niet blijkt te werken, maar ook contraproductief is. Het is de kwadratuur van de cirkel. Als Washington Iran een halt wil toeroepen moet het kiezen. Het kan leren leven met de ontwikkelingen. Het kan proberen een akkoord te sluiten met Iran, al is dat misschien geen sinecure. Of het kan kiezen voor de gewapende strijd. De laatste optie veronderstelt dat de VS klaar is voor Iraanse tegenaanvallen, vooral in de Straat van Hormuz. Voor Washington zijn dit allemaal omstreden keuzes. De val van Assad heeft bij de Amerikaanse beleidsmakers dus de hoogste prioriteit. Een hachelijke onderneming. De slotakte van het Irak-drama is nog gecompliceerder dan verwacht.

[1] George Friedman: “Syria, Iran and the Balance of Power in the Middle East
[2] Martin Janssen: “Het Westen probeert een burgeroorlog te ontketenen in Syrië
[3] Webster Tarpley op RT: “CIA, MI6 and Mossad: Together against Syria
[4] Rick Rozoff: “U.S. Arms Persian Gulf Allies For Conflict With Iran
[5] Julie Lévesque: “Media Lies Used to Provide a Pretext for Another “Humanitarian War”: Protest in Syria: Who Counts the Dead?
[6] Emile Hokayem: “Revolutionary road: Among the Syrian opposition
[7] Seymour Hersh: “Iran and the IAEA
[8] Gareth Porter: “Ex-Inspector Rejects IAEA Iran Bomb Test Chamber Claim
[9] Seymour Hersh: “Propaganda Used Ahead of Iraq War Is Now Being Reused Over Iran’s Nuke Program
[10] YouTube: “Republican rivals talk tough on foreign policy
[11] Associated Press: “Report: Iran parliamentarian says 12 CIA agents arrested
[12] Howard LaFranchi: “CIA arrests in Iran? Allegations point to smoldering covert war with US
[13] Suzanne Maloney: “Progress of the Obama Administration’s Policy Toward Iran
[14] International Monetary Fund: “World Economic Outlook Database

Het strategische kernwapenbeleid van de VS in de periode 1945-2004


Vijfentwintig jaar geleden, op 11 en 12 oktober 1986, vond een ontmoeting plaats in Reykjavik (IJsland) tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en Sovjetleider Mikhail Gorbachev. Hun baanbrekende gesprekken gingen over de afschaffing van kernwapens, die in een eerste fase voorzagen in een nul-optie voor ballistische raketten. Door wantrouwen en tegengestelde doelstellingen slaagden de onderhandelaars er niet in om de kernwapenwedloop te beëindigen. Dat Ronald Reagan in Reykjavik akkoord wilde gaan met de vernietiging van kernwapens is een leemte in een voor het overige uiterst informatieve en professionele documentaire over de geschiedenis van het Amerikaanse kernwapenbeleid. Deze werd geproduceerd door Sandia National Laboratories onder de Freedom of Information Act en 11 oktober 2011 voor het eerst gepubliceerd door het Amerikaanse National Security Archive.

U.S. Strategic Nuclear Policy” is een uit vier delen bestaande, bijna vier uur lange videodocumentaire. Dit werk zag het levenslicht in 2005 en werd geregisseerd door Sandia stafmedewerker Dan Curry, die het script scheef en de interviews voor zijn rekening nam. De documentaire is een belangrijke informatiebron voor historici, sociale wetenschappers, studenten en andere belangstellenden. Het verhaal begint bij de Tweede Wereldoorlog en de atoombommen op Japan, ontleedt het Amerikaanse kernwapenbeleid met speciale aandacht voor de geschiedenis van de nucleaire afschrikking tijdens de Koude Oorlog en vervolgens tot de nasleep van 9/11.

Curry sprak met mensen op hoog niveau uit de jaren van de Koude Oorlog, met recent in functie zijnde topmedewerkers op defensie, en met adviseurs en wetenschappelijke specialisten, waaronder enkele sceptische en dissidente stemmen (zie de betreffende lijst). De interviews leveren een breed scala aan inzichten op, waaronder die van de voormalige ministers van defensie Robert McNamara en James Schlesinger, medewerkers van de regering-Eisenhower Robert Bowie en Andrew Goodpaster, de vroegere veiligheidsadviseur Brent Scowcroft en de laatste opperbevelhebber van het Strategic Air Command generaal Lee Butler. Voorts komen universitaire onderzoeksmedewerkers aan het woord, waaronder de Stanford professoren Lynn Eden, Scott Sagan en David Holloway, professor Janne Nolan van de University of Pittsburgh, professor Paul Boyer van de University of Wisconsin en wijlen Randall Forsberg, een vredesactivist/wetenschapper verbonden aan het City College of New York.

Hoewel ingewijden bekend zullen zijn met de materie blijft de vorm waarin het onderwerp wordt gebracht – interviews en film – fascinerend om naar te kijken. De beelden van kernoorlogplanning en het aanduiden van doelen, van oorlogsplannen tijdens het begin van de Koude Oorlog tot de uitwerking van het eerste SIOP zijn uiterst pakkend. Naast het gebruik van filmbeelden van kernproeven, topoverleg, enz., maken de producers prachtig gebruik van beelden van overheidsdocumenten die dateren uit elke fase van de kernwapengeschiedenis van de VS, van de Koude Oorlog tot de jaren 1990. De kijker ziet zelfs de titelpagina’s van documenten die geclassificeerd blijven, zoals de SIOP van de jaren 1980, zij het dat de tekst soms onleesbaar is gemaakt.

Aan het begin van de film legt Sandia-directeur Thomas Hunter uit dat één van de bedoelingen van de documentaire is om een discussie aan te moedigen over twee onderwerpen: 1) welke rol moeten kernwapens spelen, en 2) hoe ziet de toekomstige vraag naar kernwapens er uit. Een bevestigende benadering die past binnen Sandia’s doelstelling om de betrouwbaarheid, veiligheid en beschutting van het Amerikaanse kernwapenarsenaal te waarborgen. De documentaire haalt niet de onderste steen boven, mogelijk om opschudding onder kijkers uit overheids- en legerkringen te voorkomen, hoewel daar uiteenlopend wordt gedacht over het nut van kernwapens. Toch slagen de vier video’s erin een geloofwaardig beeld te schetsen over een complex onderwerp.

Geopolitiek in context geeft – met toestemming van National Security Archive – de video’s weer op aparte pages (US Nukes …), zie de lijn onder de brede bruine titelbalk. Ter inleiding laten we hieronder de voor kernwapens relevante stellingen volgen uit de derde versie, gepubliceerd in 2008 in het boek “De Koude Oorlog. Een nieuwe geschiedenis,” van de veertig stellingen over de Koude Oorlog van de Belgische historicus Yvan Vanden Berghe, emeritus gewoon hoogleraar internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen. De eerste versie verscheen in De Nieuwe Maand, april 1989, jg. 32, nr. 4, pp. 27-30, een tweede versie werd gepubliceerd in 2002 in het boek “De Koude Oorlog.”

Stelling 9. Het was niet nodig om twee atoombommen in Japan tot ontploffing te brengen om de Japanners tot overgave te dwingen. Ze wilden reeds in juni 1945, mits het behoud van de keizer, capituleren. Niet geheel ten onrechte zagen de Sovjets in de atoombommen ook een voor hen bestemde intimidatiepoging.

Stelling 10. Bij het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de Verenigde Staten, die over het kernmonopolie beschikten, de economische maar ook de militaire reus van de wereld geworden. De Sovjetunie had zevenentwintig miljoen mensenlevens en 40% van haar economisch potentieel verloren en snakte daarom naar een adempauze.

Stelling 14. De Sovjetunie is nooit van plan geweest West-Europa aan te vallen en te veroveren. De westerse leiders hebben dit altijd geweten. De defensiemiddelen en het NAVO-pact werden niet opgebouwd tegen sovjetintenties maar tegen de sovjetmiddelen. Na de dood van Stalin geloofden – tenzij voor korte tijd – ook de sovjetleiders niet meer in een westerse aanval. De wapenwedloop was dan ook een zichzelf voedend en uit de hand gelopen strategospel.

Stelling 24. De vele vernuftige strategische theorieën die sinds het ontstaan van de kernwapens zijn ontwikkeld, kunnen in essentie allemaal worden herleid tot het nastreven van de “wederzijds verzekerde vernietiging” (MAD).

Stelling 25. Indien we de these aanhouden dat een Derde Wereldoorlog niet is uitgebroken dankzij de “wederzijdse verzekerde vernietiging” dan had het volstaan dat elke partij slechts vijftig atoomduikboten bezat met twintig meerkoppige atomaire langeafstandsraketten aan boord. Alle andere atoomwapens waren dan overbodig.

Stelling 26. De grote Oost-West-oorlog is niet vermeden dankzij de bedreiging van de “wederzijds verzekerde vernietiging”, maar gewoon omdat geen van beide partijen een dergelijke oorlog wou.

Stelling 31. De “plaatsing” door Chroesjtsjov van korte- en middellangeafstandsraketten in 1962 in Cuba was een mislukte poging om de lat gelijk te leggen. De Verenigde Staten hadden een overwicht aan langeafstandsraketten en hadden middellangeafstandsraketten opgesteld in West-Europa. Chroesjtsjov liep een smadelijke nederlaag op en moest de militaire suprematie van de Verenigde Staten erkennen.

Stelling 40. De Koude Oorlog kan ook worden gezien als een variant van de eeuwenoude strijd tussen de orthodoxie en de andere christelijke godsdiensten. Omwille van het groot mentaliteitsverschil tussen het Amerikaans calvinisme en de Russische orthodoxie zijn er in de toekomst nog spanningen te verwachten. Angst voor de gemeenschappelijke potentiële vijand China kan beide partijen dichter bij elkaar brengen.