Kunnen investeringen in klimaattechnologie de Europese groeivertraging verhelpen?

In bovenstaand filmpje analyseert UAntwerpen-hoofddocent internationale politiek David Criekemans – aan de hoofdzetel van de machtige Deutsche Bundesbank – de evolutie van de eurozone en de economische groeivertraging in Duitsland. De manier waarop onder Duitse regie Zuid-Europese “potverteerders” als Griekenland werden aangepakt komt aan de orde, net als het gebrek aan solidariteit binnen de EU en het feit dat de bezuinigen van Merkel nu ook in Duitsland worden gevoeld. De toekomst van de Europese economie ligt in investeringen in klimaattechnologie, aldus de professor, wiens beknopte boodschap uitnodigt de issues nader uit te spitten. Op zijn hoofdthema’s gaan wij hieronder in.

Duitsland moet zijn binnenlandse markt ontwikkelen

Duitsland is op een te lage koers in de euro gestapt. Maar ook de druk op de lonen droeg ertoe bij dat het concurrentieel kon exporteren. Het grote overschot op de Duitse handelsbalans wijst op een onvoldoende ontwikkelde binnenlandse markt. Volgens de Leuvense econoom Paul De Grauwe kon de productiviteitsgroei aan de werknemers voorbij gaan omdat werkgevers dreigden productie te verplaatsen naar lagelonenlanden als Tsjechië en Polen. Om zijn binnenlandse consumptie aan te zwengelen moet de koopkracht in Duitsland dus omhoog. De lonen én de pensioenen.

Europa’s economisch model is achterhaald. Europa heeft genoeg sterke multinationals, maar anders dan de VS dateert geen daarvan van de laatste 25 jaar. Europa kon schitteren toen Volkswagen het kon opnemen tegen Ford en Siemens tegen General Electric. Maar Europa heeft geen Apple, Google of Microsoft. Qua nieuwe technologie zoals artificiële intelligentie staat het nergens. Dat een stichtend EU-lid als Italië zich aansluit bij het Chinese Belt & Road initiatief duidt erop dat het land meer kans buiten de EU ziet om zijn economische problemen op te lossen. Het weerspiegelt tevens de verminderde status van Europa op het wereldtoneel.

De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie

Het succes van de EU stoelt op zijn gestage uitbreiding, sneller misschien dan instellingen en bevolking konden verwerken. Ex-communistische landen met soms de schone schijn van een democratisch bestuur konden probleemloos toetreden. En dankzij een creatieve interpretatie van de toetredingsvoorwaarden kon de monetaire unie groeien van 12 naar 19 landen. Dat Griekenland tot de euro kon toetreden wordt algemeen als een vergissing gezien. De instellingen van het land waren en zijn daar niet klaar voor. En dat verdict is ook van toepassing op andere lidstaten.

De geschiedenis leert dat imperialistische projecten sneuvelen op te ambitieuze uitbreiding. De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie. De Unie moet afrekenen met twee existentiële problemen: de geopolitieke confrontatie met Rusland en de problematische relatie tussen lidstaten in de periferie en de eurozone. De EU is maximaal naar het oosten opgeschoven. Oekraïne is toetreding in het vooruitzicht gesteld, maar de crisis in dat land leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat de EU zijn plannen met dat land moet opbergen. Op grond daarvan zien de Baltische staten hun toetreding niet voor morgen gerealiseerd.

De Franse president Macron zoekt het in verdere integratie: een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt. Maar Duitsland vreest dat de Duitse schatkist moet tussenkomen in de begroting van armere eurolanden. Het plan van Macron lijkt logisch. De eurozone kan niet buiten een politieke structuur. Blijft Europa economisch slecht presteren, dan is het alternatief voor nauwere integratie enkel desintegratie. Zo’n doemscenario is niet voor morgen. De weg terug naar nationale munten of een euro in twee hardheden is problematisch. Het zwaard van Damocles valt bij een volgende economische recessie. En dat kon wel eens niet lang meer duren.

Invoering van een mondiale koolstoftaks is een illusie

In zijn boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna.’ (p. 285) doet professor Criekemans de suggestie om subsidies op fossiele brandstoffen geleidelijk over te hevelen naar hernieuwbare energie en de uitstoot van CO2 fiscaal te belasten. Voor energie-econoom professor emeritus Aviel Verbruggen is een mondiale koolstoftaks echter een luchtspiegeling en moeten we het zoeken in een gedifferentieerde bottom-up aanpak waarbij regionale inspanningen centraal worden gemonitord. Anders dan een verre tijdshorizon hebben we nood aan directe en kortetermijnverbintenissen die stap voor stap leiden naar volledige decarbonisering van de economie, aldus Verbruggen.

Voor Verbruggen is het echte verhaal dat we aan het sluikstorten zijn in onze atmosfeer. We kunnen niet volstaan met minder uitstoot van broeikasgassen, we moeten de rotzooi opruimen, dringend en drastisch. We moeten beseffen dat we in onze economische activiteiten de atmosfeer gebruiken zonder de kosten daarvoor mee te nemen in de kostprijscalculatie. Hernieuwbare energie mag dan een grote vooruitgang zijn, maar die trend wordt ook gehinderd door gevestigde financiële en economische belangen. En we moeten veel dingen die we ons hebben veroorloofd anders doen of terugdraaien, aldus Verbruggen.

Technologie alleen kan de klimaatproblematiek niet oplossen

Robert Cailliau, de Belg die mee aan de wieg stond van het internet, is sceptisch over technologie om de klimaatproblematiek aan te pakken. Een echt goede batterijtechnologie kan ons misschien energetisch redden, maar vandaag bedraagt de energiedichtheid van de beste batterijen (energie per eenheid massa) nog geen tiende van die van benzine. En dieselmotoren die mits nanopartikelfilters tegen fijnstof veel beter scoren dan benzinemotoren worden door de politiek tegengewerkt. Met technologie alleen halen we de klimaatdoelstellingen niet. Er moeten waarschijnlijk eerst enkele miljarden mensen sterven in grote catastrofes voor we ook naar onszelf kijken, aldus Cailliau.

Negatieve uitstoot van broeikasgassen, het uit de atmosfeer halen van CO2, is één van de wapens in wat The Economist de oorlog tegen klimaatverandering noemt. Maar daarop gerichte technologie komt er niet omdat ondernemingen daar geen verdienmodel in zien. Het kapitalistische systeem zoals we dat vandaag kennen staat zo’n bijdrage aan de klimaatproblematiek dus in de weg. De ruim 200 academici die in een open brief voorstelden komaf te maken met de focus op economische groei missen de essentie van de zaak: men kan maar economische activiteiten loskoppelen van grondstoffengebruik en vervuiling als men ook wat doet aan ons economisch systeem.

Het goede nieuws is dat er oplossingen zijn binnen ons huidig economisch systeem. We kunnen CO2 uit de atmosfeer halen door herbebossing, de landbouw rationaliseren, onze vleesconsumptie verminderen, de uitstoot van de melkveehouderij aan banden leggen, zonnepanelen plaatsen, ons minder verplaatsen en al zeker per vliegtuig, in het algemeen minder verbruiken, inzetten op schone technologie, opkomende economieën motiveren om niet onze belachelijk hoge consumentaristische levensstijl te kopiëren, de derde wereld aanmoedigen hun nakende bevolkingsexplosie af te remmen, enzovoort. Het zijn allemaal initiatieven die bijdragen aan de oplossing.

Het ongecontroleerde kapitalisme is het probleem

Om écht het verschil te maken moeten we zien de controle te verkrijgen over de machtige monopolies die vandaag de wereldeconomie beheersen, alsook over de financiële sector. Wereldwijd zijn 100 ondernemingen verantwoordelijk voor 70% van de industriële uitstoot en 500 voor 70% van de ontbossing. Deze monopolies en de banken moeten dus in gemeenschapsbezit komen, zodat de wereldeconomie op een democratische manier kan worden gepland.

Voor de Amerikaanse marxistische econoom Richard Wolff staan we aan de vooravond van een existentiële crisis. Groene energie en CO2-opslag door bosaanplant kan binnen ons economische systeem de klimaatproblematiek niet oplossen. De energiesector heeft geen enkel economisch motief om het roer om te gooien. Ook voor de Britse journalist George Monbiot is kapitalisme het probleem. Eeuwige economische groei op een eindige planeet leidt onontkoombaar tot milieurampen. En waarom zou elk individu recht hebben op een zo groot mogelijk deel van de natuurlijke rijkdom van de wereld als zijn geld kan kopen? Vanuit milieuoogpunt staat het vergaren van rijkdom gelijk aan roof, aldus Monbiot.

Geen enkel alternatief is voor Monbiot een louter economisch systeem. Het uittekenen daarvan vergt de inzet van verschillende disciplines: economische, ecologische, politieke, culturele, sociale en logistieke. Dat moet leiden tot een beter georganiseerde samenleving die tegemoetkomt aan hetgeen we nodig hebben zonder ons gezamenlijke huis af te breken.

Monbiot stelt ons voor de keus: maken we een einde aan het leven om het kapitalisme overeind te houden, of maken we komaf met het kapitalisme om te overleven?

De de-dollarisatie van het Amerikaanse financiële imperium

New York Stock Exchange entrance. Photo: Alan Kotok (Wikimedia Commons)


Tot voor kort moest de wereld deviezenreserves investeren in Amerikaans schatkistpapier. Vandaag verbiedt Trump dat, uit angst voor een sterke dollar. Een lage dollar doet echter niets voor de Amerikaanse economie die draait op diensten. China en Rusland kopen goud om los te komen van de dollar. Het beleid van Trump leidt tot een economie die zich steeds minder kan meten met het buitenland.

In een recent interview definieert de Amerikaanse econoom en historicus Michael Hudson imperialisme als je iets toe-eigenen zonder daarvoor te betalen, op handelsvlak een strategie om het deviezenoverschot van een land in te palmen zonder een productieve rol te moeten spelen. Eenvoudig door te eisen dat het investeert in Amerikaans schatkistpapier. Met zo’n treasury-bill stelsel wordt het mondiale monetaire systeem een Amerikaanse free lunch, een retributiesysteem waarmee de VS bijvoorbeeld zijn complete militaire apparaat kan financieren, aldus Hudson.

De VS heeft een structureel tekort op zijn handelsbalans. Dat tekort wordt gefinancierd door staatsobligaties die het buitenland aankoopt. De VS maakt er geen geheim van dat hij zijn schuld aan het buitenland niet terugbetaalt. Wie weigert om Amerikaans schatkistpapier te kopen pleegt een oorlogsdaad. Dat is de opstelling waaraan de VS het label exceptional ontleent. Amerikaans schatkistpapier mag dan rentedragend zijn, het is wel oninbaar. Executeren bij de uitgever zou leiden tot insolventie waarbij de stukken hun waarde verliezen.

Aan de dollardominantie komt een einde

Hudson laat zien hoe de VS de wereld economisch kon domineren, eerst als de grootste crediteur, later als de grootste debiteur, en hoe aan de dollardominantie een einde komt. Zijn uiteenzetting spoort met zijn boek van 1972 ‘Super Imperialism: The Economic Strategy of American Empire’, waarvan een pdf-versie online beschikbaar is. Wie het boek te technisch vindt kan eens kijken naar het persbericht, het hoofdstuk ‘How America will get Europe to finance its 2002-03 oil war with Iraq’, de ‘Preface to the second edition (2002)’ (p. 3-14), en eventueel de introductie (p. 15-37).

In het boek levert Hudson kritiek op de manier waarop de VS buitenlandse economieën uitbuit via de IMF en de Wereldbank. Ook het feit dat president Trump druk uitoefent op de Amerikaanse centrale bank om de rente te laten zakken komt aan de orde. Hudson meent dat Trump speculanten wil helpen arbitragewinsten te maken met goedkoop geld, en de huizen- en aandelenmarkt oppeppen, alsof men daarmee de reële economie helpt. Een lage rente moet ook de dollarkoers drukken waardoor de Amerikaanse uitvoer beter kan concurreren met het buitenland.

Trump zegt dat China de Yuan manipuleert door dollars te recycleren in Amerikaans schatkistpapier en daarmee de koers van de dollar opdrijft. Hij wil dat China het Amerikaanse schatkistpapier links laat liggen. Maar daarmee verliest hij de free lunch die China hem voorschotelt en legt hij de kiem voor het einde van de dollardominantie. China heeft geprobeerd zijn dollarreserves te investeren in Amerikaanse ondernemingen, waaronder een keten benzinestations, maar dat stuitte op Amerikaans verzet onder het mom van nationale veiligheid. Wat kan China dan anders doen dan Amerikaans schatkistpapier kopen?

China en Rusland kopen goud

Door China te verbieden zijn deviezenreserves om te zetten in Amerikaans schatkistpapier drijft Trump China buiten de dollarzone, en dus koopt China goud. Rusland doet dat ook. Ook andere landen vallen terug op de gouden wisselstandaard, waarbij goud wordt gebruikt in het internationaal handelsverkeer maar geen link heeft met binnenlandse geldcreatie. De gouden wisselstandaard heeft een belangrijke pre: de wereldgoudvoorraad bij centrale banken is beperkt. Een land dat oorlog voert raakt snel door zijn goudreserve. Herinvoering van de gouden standaard zet dus een rem op oorlog voeren.

Trump maakt dus komaf met het “gratis geld” in Amerika, met het monetaire imperialisme. Hij laat het buitenland afkicken van de dollar. Maar daarmee worden buitenlandse economieën onafhankelijk van de VS. Daar komt nog bij dat Trump geen handelsakkoorden tekent die hij niet kan winnen. Zo’n houding drijft niet enkel China, maar o.a. ook Rusland en Europa buiten de Amerikaanse invloedssfeer. Per saldo isoleert de VS zich op een moment waarop hij zijn maakindustrieën in belangrijke mate naar lagelonenlanden heeft overgeheveld.

Muntmanipulatie haalt de Amerikaanse maakindustrie niet terug

Trump denkt dat een lagere dollar leidt tot lagere loonkosten. Maar met nog maar weinig maakindustrie in de VS zet dat geen zoden aan de dijk. Volgens ‘The World Factbook’ van de Amerikaanse geheime dienst CIA droeg in 2017 manufacturing voor 19,1% bij in het Amerikaanse BBP en services voor 80,0%. Voor China waren deze cijfers 40,5%, resp. 51,6%. Tenminste 1,2% (bron: Sipri) van het Amerikaanse BBP betreft de zwaar gesubsidieerde wapenindustrie (Boeing, Lockheed Martin, Raytheon, General Dynamics, Northrop Grumman, …) waarmee de VS de wereld onveilig maakt.

Een lagere dollar doet niets aan grondstofkosten, energie, kapitaal en krediet. En een lagere dollar is een serieuze strop voor werknemers. Die moeten meer betalen voor geïmporteerde goederen, en dat terwijl ze al zuchten onder hoge woonlasten, dure medische verzekering en zware fiscale lasten. De infrastructuur is in verval en de arbeidsmarkt verworden tot een gig economy, een klusjeseconomie, waarin vast werk plaats maakt voor klussen, een fenomeen dat we ook in Nederland zien met de zzp’ers, zelfstandigen zonder personeel.

De Amerikaanse kostenstructuur moet serieus omlaag

Muntmanipulatie helpt niet om de maakindustrie herop te bouwen. Een lagere dollar doet niets aan binnenlandse grondstofkosten of kosten voor energie, kapitaal en krediet. Amerika krijgt zijn maakindustrieën maar terug als de factor arbeid goedkoper wordt door lagere woonlasten en lagere transport- en infrastructuurkosten. Gezondheidszorg moet tenminste 50% goedkoper worden. Gebeurt dat alles niet, dan blijft een duur, geïsoleerd Amerika over, met een groot tekort op zijn handelsbalans en een even groot probleem om zijn wereldwijde militaire inspanningen te financieren.

Het Amerika van Trump kijkt aan tegen steeds minder “gratis geld”, een toenemend tekort op de federale begroting, een munt die steeds minder waard wordt en dus steeds duurdere import. Tegelijk gaat Trump voor maximale privatisering van maatschappelijke dienstverlening, de financiële sector en infrastructuur. De kloof tussen arm en rijk wordt nog groter dan die al is. Het is een neoliberaal beleid dat niet leidt tot een gezonde economie, maar tot een economie die zich steeds minder kan meten met het buitenland. En dat voorspelt niet veel goeds.

Hoe wetenschappers kunnen bijdragen aan een oplossing van de kwestie-Palestina

Bethlehem Checkpoint. Men and women from all over the Southern West Bank stand in line for hours each morningon their way to work outside of Bethlehem. Photo: ‘delayed gratification’ (flickr)


Terreuraanslagen en de kwestie-Palestina hangen met elkaar samen. Het plan-Kushner is de laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing. De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering. Annexatie van de Westelijke Jordaanoever overschrijdt een Europese rode lijn. Media, politieke wetenschappers en intellectuelen kunnen het verschil maken.

“De afschuwelijke terreuraanslagen in Parijs, Beiroet en de Sinaï bevestigen nog eens dat het Israël-Palestina conflict niet los staat de mondiale terreurdreiging. De stichting van een Palestijnse staat, met respect voor Israëlische veiligheidsbekommernissen, is van groot belang, niet enkel voor Israëliërs en Palestijnen, maar voor de hele regio”. Dat zei Nickolay Mladenov, speciaal coördinator van de secretaris-generaal voor het Midden-Oosten vredesproces, tijdens een briefing van de leden van de VN Veiligheidsraad op 19 november 2015.

Intussen piekt het geweld tegen de Palestijnse bevolking, zorgen nieuwe nederzettingen in Palestijns gebied voor nieuwe feiten op de grond en lijkt het vredesproces dood en begraven. Tegelijk loopt het aantal terreuraanslagen en de dodentol op. Om er maar enkele te noemen: Brussel, Nice en Berlijn in 2016, Londen, Manchester en Barcelona in 2017, Straatsburg in 2018 en Nairobi en Christchurch in 2019. Op een lijst gevaarlijkste brandhaarden in de wereld zette de VRT in samenspraak met de Nederlandse professor Ko Colijn “Israël en Palestina” op een prominente plaats.

De situatie bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ volstaat niet

Tegen die achtergrond valt het op dat UAntwerpen-professor David Criekemans in zijn recente boek wél uitvoerig aandacht besteedt aan het Midden-Oosten en terrorisme, maar de kwestie-Palestina onbesproken laat. Dat kwam ook aan de orde in onze recensie. Bij navraag wijst Criekemans erop dat hij het issue niet mijdt, waarbij hij verwees naar zijn optreden in Terzake rond het Israëlisch scherpschieten op burgers in Gaza. Maar de kwestie-Palestina bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ is nog geen analyse, nog afgezien van de vraag of massale Europese investeringen in Oost-Jeruzalem zinvol zijn. Israël maakt consequent elke Europese investering ten bate van de Palestijnen met de grond gelijk.

Recent publiceerde Bert De Vroey een pakkende historiek van wat we best aanduiden als de kwestie-Palestina (de term ‘Israël-Palestina conflict’ duidt op gelijk­waardige partijen, quod non). Volgens Egbert Talens kent De Vroey de kwestie-Palestina prima, maar haakt hij te weinig in op de politiek-zionistische trucs rond het ontstaan van Israël in 1948. Zo laat hij de listig bekokstoofde twee derde meerderheid voor VN-AV-resolutie 181-II (1947) onvermeld, evenals het feit dat Ben-Gurion al in 1928 een great disaster nodig achtte om in Amerika een beweging op te starten gericht op de verwezenlijking van het politiek-zionistisch project Joodse Staat. En de Oslo-akkoorden leverden geen Palestijnse staat op, maar een Palestijnse ‘entiteit’, en zelfs daarvan mocht Arafat zich geen president noemen.

Kushner slaat de plank mis

De Vroey’s historiek verscheen juist vóór de presentatie van het plan van Trump’s schoonzoon Jared Kushner. Over dat plan kunnen we kort zijn: een economisch plan is het sluitstuk op een politiek plan, niet omgekeerd. Zoals steeds proberen de Amerikanen iets te doen aan de levensomstandigheden van de Palestijnen, maar niet aan de Israëlische bezetting. De Palestijnen stuurden dus hun kat. Die verwachtten niets van een bemiddelaar die 70 jaar Amerikaans beleid overhoop gooit, Jeruzalem als Israëlische hoofdstad erkent, de Palestijnse missie in Washington sluit, zowat elke economische en humanitaire hulp beëindigt en de bezetter aanmoedigt de Westelijke Jordaanoever te annexeren.

Het plan-Kushner gaat niet enkel voorbij aan Palestijnse bekommernissen, maar ook aan wat er leeft onder de Arabische bevolking. De kwestie-Palestina is en blijft een centraal issue voor Arabieren. De Amerikaanse benadering van de regio wordt gezien als onrechtvaardig. Dat fenomeen stuurt mede de ontwikkelingen in het Midden-Oosten: werving door terreurgroepen, regionale instabiliteit, de Arabische publieke opinie over de Verenigde Staten, en zelfs de Amerikaanse nationale veiligheid. Rond het plan-Kushner is intensief gelobbyd richting Arabische leiders. De vraag is of die druk zullen uitoefenen op de Palestijnen.

De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering

Voor Harvard-professor Stephen Walt komt de kwestie-Palestina op de tweede plaats van vijf wereldproblemen, direct na (1) klimaatverandering, en voor (3) “Het einde van de Europese Unie”, (4) “Een nucleaire crisis met Iran, en (5) “Het sluipend verval van Amerika’s Aziatische allianties”. Walt ziet het plan-Kushner als laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing, met enkel slechtere alternatieven: (1) apartheid, waarbij Israël de Palestijnen elk politiek recht ontzegt, (2) gedwongen verdrijving, etnische zuivering dus, een misdaad tegen de menselijkheid en (3) “vrijwillig” vertrek van de Palestijnen door hen het leven steeds zuurder te maken, sluipende etnische zuivering dus.

Het optreden van Trump in het Midden-Oosten leidt tot toenemend verlies aan steun voor de VS onder de Arabische bevolking. Europa moet de VS duidelijk maken dat een vredesproces tot doel heeft geschillen te beslechten, niet onder de mat te vegen. De EU moet in de kwestie-Palestina zijn verantwoordelijkheid nemen. Europese landen stonden mee aan de wieg van de staat Israël. De EU moet Israël duidelijk maken dat annexatie van de Westelijke Jordaanoever een Europese rode lijn overschrijdt. Als Israël’s directe buur en belangrijkste handelspartner heeft de EU voldoende machtsmiddelen. Vijf minuten politieke moed volstaat.

Media, politieke wetenschappers en intellectuelen maken het verschil

Een groep Europese toppolitici hebben er bij de EU al op aangedrongen om elk plan dat afbreuk doet aan de rechten van de Palestijnen te verwerpen. De media zouden vaker en indringender aandacht kunnen besteden aan de kwestie-Palestina. Politieke wetenschappers die regelmatig in de media verschijnen moeten net als hun Amerikaanse collega’s John Mearsheimer en Stephen Walt, auteurs van het boek ‘The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy’ (2007), de moed hebben om de Israëllobby te weerstaan. Kritiek op het doen en laten van de staat Israël is geen antisemitisme. En men moet nog geen ‘activist’ zijn om als academicus duidelijke taal te spreken.

In 2015 sloot een aantal Belgische academici zich aan bij de Palestinian Academic and Cultural Boycott of Israel, onderdeel van de Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) campagne tegen de manier waarop Israël met de Palestijnen omgaat. Zo ontstond de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI). De academische boycot richt zich op Israëls universitaire instellingen wegens hun steun aan het apartheidsregime. De doelstellingen van BACBI zijn duidelijk. Internationale druk moet aan Israëls straffeloosheid een einde maken.

Intussen hebben 489 Belgische intellectuelen en academici de Beginselverklaring van de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI) onderschreven. Voor zover valt na te gaan heeft slechts één Belgische politieke wetenschapper, de Gentse hoogleraar Hendrik Vos, de verklaring ondertekend. Er zouden er honderden moeten volgen. Alleen de faculteit politieke wetenschappen van de universiteit van Antwerpen kent al 105 docenten, assistenten, onderzoekers en academische medewerkers. En de organisatie zou nóg meer aan de weg moeten timmeren.

Wie volgt het goede voorbeeld van Hendrik Vos?