Europese strategische autonomie: haalbaar of hersenschim?

Dutch PM Mark Rutte in a tête-à-tête with American president Barack Obama (photo: The White House, Wikimedia Commons)


Om wereldspeler te worden volstaat strategische autonomie niet. Europa moet streven naar onafhankelijkheid: Amerikaanse troepen naar huis, een uniform buitenlands beleid en een Europese defensie.

De afgelopen jaren is binnen de EU het thema “strategische autonomie” aan de orde van de dag. De discussie begon al tientallen jaren geleden. Zowat elke Amerikaanse president sinds de Tweede Wereldoorlog hamert erop dat de Europese bondgenoten hun fair share moeten bijdragen aan de NAVO-begroting. Die bijdrage was bepaald op 2% van het BBP, een volkomen uit de lucht gegrepen maatstaf want niet onderbouwd met échte dreigingen, niet de gehypte die we te vaak voorgeschoteld krijgen. Onder het America First beleid van Donald Trump in het Witte Huis is het debat verdiept en verhard. Trump deed uitspraken die deden twijfelen aan de Amerikaanse veiligheidsgarantie.

Tegelijk wordt gesproken over Europese defensie. De eerste stappen werden gezet met de oprichting van een Europees Defensiefonds (EDF) en de Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO). Gehoopt werd dat het hernieuwde Frans-Duitse vriendschapsverdrag dat Merkel en Macron tekenden op 22 januari 2019 nieuwe stappen zou inluiden. Maar er staat maar weinig nieuws in het verdrag. Partijen willen stappen zetten om hun buitenlandse politiek en defensie beter te coördineren en stellen versterking voor van Europese defensiecapaciteiten. Maar over een gezamenlijke visie op de grand chessboard, het veranderende machtsevenwicht in de wereld, wordt nauwelijks iets gezegd.

Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen

De reactie van Donald Tusk, tot 1 december 2019 voorzitter van de Europese Raad, was niet mis: Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen om te komen tot verdere integratie, waarbij Europese lidstaten stap voor stap delen van hun soevereiniteit aan Brussel toevertrouwen. Maar dit is precies het probleem. De Europese Unie is veel te snel gegroeid. Voorzover men al van integratie kan spreken is die in de EU ‘horizontaal’ verlopen. Onder druk van de VS kon de uitbreiding van de Unie niet snel genoeg verlopen, en liefst in oostelijke richting, aanschurkend tegen Rusland, de grote vijand.

Het resultaat is een lappendeken geworden van 28, na Brexit nog 27, lidstaten van totaal verschillende economische ontwikkeling, bevolkingsomvang, taal en cultuur, waar wel heel moeilijk eenheid in te krijgen is. Zo’n losse Unie laat de VS perfect toe een verdeel en heerspolitiek te voeren, en daarmee de EU te blijven domineren. Het verschil met het ontstaan van de VS is frappant: dat begon met dertien Britse kolonies met gedeelde soevereiniteit. Andere staten mochten zich aansluiten, mits onderschrijving van de grondwet en integrale overdracht van soevereiniteit. In een federale staatsstructuur kregen de staten een zekere mate van autonomie, maar zaken als buitenlandse zaken en defensie bleven federale bevoegdheden.

De geschiedenis leert dat de kijk van de VS en de EU op de wereld steeds verder uiteenloopt

Op 28 november 2019 publiceerde Carnegie Europe een serie essays over hoe de NAVO de belangen van haar leden best dient. Het derde essay was van Sven Biscop, directeur bij het Egmontinstituut en UGent professor, wiens centrale thema was: ‘Of de NAVO blijft bestaan hangt af van de vraag of de VS en de EU een brede kijk op de wereld blijven delen’. Welnu, de geschiedenis leert dat die kijk steeds verder uiteenloopt. Denk aan de uitstap uit de Irandeal, de klimaatdeal, de verregaande toegevingen aan de Israëlische premier Netanyahu die in strijd zijn met het internationale recht, de sancties op de Russische gaspijpleiding Nord Stream 2 ter bevoorrading van Duitsland. Zal de VS bepalen van wie Duitsland zijn aardgas koopt?

Voor Biscop zijn de VS en de EU de twee belangrijkste partners in de NAVO. Daarop is af te dingen. De EU treedt niet als één lid op. Grote lidstaten Duitsland en Frankrijk voeren de Europese club aan en zitten lang niet altijd op één lijn. De EU is geen gelijkwaardige partner. De VS domineert, en wekt de schijn dat voorstellen van Washington eerder eigen belangen moeten dienen. En de VS oefent binnen de NAVO zware druk uit om Amerikaanse wapens te kopen, denk aan de F-35 Joint Strike Fighter die door RAND wordt afgeschilderd als ‘zowat nutteloos’, nog afgezien of gevechtsvliegtuigen wel in een modern defensiebeleid passen.

China weet de Europese verdeeldheid goed uit te buiten

Tevreden stelt Biscop vast dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog Europa niet langer het primaire theater is voor de Amerikaanse strategie. Toch heeft Europa nut voor de VS, aldus Biscop: met Europa aan zijn zijde kan de VS beter opboksen tegen China. Opnieuw een wat wereldvreemde stelling. De EU heeft immers geen uniforme Chinapolitiek. China weet de verdeeldheid goed uit te buiten, en sluit geopolitiek belangrijke bilaterale deals af met landen als Griekenland, Italië en zelfs Luxemburg, en kocht de voorbije tien jaar minstens 360 bedrijven in Europa, vooral in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. En waar Biscop zegt dat het afschrikken van Rusland het belangrijkste doel wordt voor Europese NAVO-leden moet de vraag luiden: afschrikken voor wat, waar ziet Europa Russische agressie?

Biscop heeft gelijk dat de strijdlustige stijl van de regering-Trump de verschillende visies op China vergroot, en dat tegengestelde visies op Syrië, Iran en handel de relatie verder heeft vertroebeld. Terecht zegt Biscop dat dit probleem niet in NAVO-verband besproken moet worden. Maar waarom pleit Biscop er niet voor een organisatie als de OPCW op de NAVO-agenda te plaatsen? De chemische waakhond kan naar believen door de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk worden gebruikt om militaire aanvallen uit te lokken die moeten leiden tot omverwerping van de legitieme regering van een OPCW-lid. Zo’n organisatie heeft dan geen nut meer, en is er iets grondig mis met het gedrag van de grote mogendheden.

Biscop doet een klemmend beroep op de VS om de EU serieus te nemen en de gewoonte aan te leren om te overleggen over zaken die beide partijen aangaan. Een stevige discussie over strategie doet op zichzelf de verschillen niet verdwijnen, maar ze worden in ieder geval besproken. Men mag hopen dat Biscop’s oproep aan de Amerikanen wordt gehoord. Het is niet meer dan een pleidooi voor diplomatie die relaties tussen staten smeert. Dat is nu niet de sterkste kant van het Amerikaanse buitenlands beleid. Amerika is gewend om druk uit te oefenen, met sancties te dreigen, een techniek waar Europa of een individuele lidstaat maar al te vaak aan toegeeft. Maar wat niet is kan nog komen.

Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten

Op 17 december 2019 organiseerde het Egmontinstituut een werklunch met een hoge Europese ambtenaar over de ambitie van de EU om autonome speler te worden op het wereldtoneel, om zijn belangen te verdedigen en te promoten door ‘hard power’. Het is een issue dat blijkbaar op de strategische agenda staat van de nieuw aangetreden commissie. De spreker hekelde zoals te verwachten de verdeeldheid tussen de lidstaten, maar zijn oplossingen waren aan de magere kant: we moeten werken aan onze mentaliteit, het institutioneel functioneren verbeteren, de macht van de dollar breken door de Euro te versterken. Maar Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten, zo klonk het.

Het bleef dus bij een ‘hoe bereiken we die strategische autonomie’. Maar dat is de verkeerde vraag. Om wereldspeler te worden moet Europa onder het Amerikaanse juk uit. Autonomie volstaat niet, we moeten onafhankelijk worden. Amerika zal ons enkel respecteren als we onze defensie zelf op ons nemen en Amerika vragen zijn troepen en 480 kernwapens uit Europa terug te trekken. We moeten onze allianties herbekijken. We hebben Rusland dat de Koude Oorlog had verloren van ons vervreemd. Rusland is onze Europese buur. Maar een toenadering tot Rusland zal de VS ons niet in dank afnemen. Dat is dan maar zo, dan kunnen we eens onze ruggengraat tonen, laten zien dat we het menen.

Gaat het die kant op, of is het “vloeken in de kerk”? Biscop heeft eens gezegd dat zo’n denktrant weinig goed doet aan de geloofwaardigheid van degene die de vermetelheid heeft het idee naar voren te brengen. Misschien heeft hij gelijk. Maar als het van de Franse president Macron, die de NAVO hersendood verklaarde en bij dat standpunt bleef, afhangt, kan het misschien toch die kant op. Of hij de neuzen van de rest van de EU op korte termijn in één richting krijgt lijkt uitgesloten. Daar zal nog minstens één generatie overheen moeten gaan, en dan zijn we al door de Chinezen met de neus op de feiten gedrukt.

Dan blijft de enige keuze: op afzienbare termijn een kern-Europa rond het Frankrijk van Macron verzamelen, of de eeuwige vazal van de VS blijven.

Hoe de Israëlische propagandamachine werkt


Israël hanteert een uitgekookte propagandastrategie. Goed opgeleide woordvoerders beheersen het narratief. Westerse journalisten krijgen geen toegang tot Gaza en kunnen in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF. Manipulatie van de publieke opinie blijft een geducht wapen in de strijd.

Wie kijkt naar commentaar op een internationaal conflict is vaak geneigd te denken dat de waarheid in het midden ligt. Men vergeet daarbij soms dat de beeldvorming wordt gevoed door zij die directe belangen te verdedigen hebben in het conflict. De partij die beschikt over de beste PR-machine, het hardst roept, zijn leugens het mooist verpakt, zijn “gelijk” het vaakst herhaalt, en bij dat alles wereldleiders voor zijn karretje weet te spannen, trekt dan aan het langste eind.

Israël beschikt over een propagandamachine van topkwaliteit. Het weet daarmee perfect de mainstream media te bewerken, en die volgen vrijwel steeds dus de Israëlische versie. Zo weet Israël al tientallen jaren de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Bij gevechtshandelingen kan het land rustig zijn gang gaan, zonder door de publieke opinie te worden teruggefloten. Nu de in het nauw zijnde Israëlische premier Netanyahu om zijn positie te versterken wel eens een nieuwe Gaza-oorlog zou kunnen uitlokken is het zinvol om weer eens stil te staan bij het fenomeen ‘Israëlische propaganda’.

De propagandastrategie is bijzonder uitgekookt:

1. Bepaal de criteria van het debat

Definieer ruimschoots tevoren de context van het debat, waarmee dat moet beginnen en hoe de verhaallijn wordt ingevuld. Gaat het om een oorlog, blijf dan hameren dat die door de tegenpartij is uitgelokt. Zwijg over je eigen schendingen van wapenstilstandsoverenkomsten of andere afspraken. De meeste mensen volgen het conflict niet nauw en zijn geneigd te geloven wat ze keer op keer te horen krijgen. Bereid je standpunten dus zorgvuldig voor en herhaal die consequent.

2. Stereotiepen werken

De Israëlische propaganda stelt Israël consequent voor als een hoogontwikkelde samenleving en Palestina aan de hand van negatieve stereotypen. In het Israël-Palestina conflict is Israël daarmee in het voordeel. Het verhaal is steeds dat de humane Israëlische samenleving geconfronteerd wordt met een Palestijns probleem. De media beginnen hun verslag van schermutselingen dan steevast met de opmerking hoe de Israëlische bevolking moet lijden onder “het probleem”.

Golda Meir zei het ooit zo: “We kunnen de Arabieren vergeven dat zij onze kinderen ombrengen, maar we zullen ze nooit vergeven dat zij ons verplichten hun kinderen te doden”. Bij deze voorstelling van zaken moet het niet verwonderen dat het disproportioneel geweld dat de Palestijnen bij oorlogsgeweld moeten ondergaan nauwelijks aan de orde komt, en beelden van angstige Israëlische burgers die spreken over de impact van de oorlog op hun leven, worden uitvergroot. De slachtoffers aan Palestijnse zijde worden dan enkel in aantallen genoemd of aangeduid als “collaterale schade”.

3. Buit de blunders van je tegenstander maximaal uit

De dwaasheden van Hamas spelen Israël in de kaart. Van bij het begin van de blokkade van Gaza kon Israël er op rekenen dat Hamas raketten zou afvuren. Met de daarmee gepaard gaande bedreigingen kon Israël dan sympathie opwekken bij de Westerse publieke opinie, een plus in de propagandaoorlog.

4. Laat overal van je horen, herhaal je verhaal en zorg dat je tegenstanders zoveel mogelijk buiten beeld blijven

Israël begint elke oorlog steevast met de inzet van een heus leger goed getrainde, beschaafde en vloeiend Engels sprekende woordvoerders die 24 op 24 uur bereikbaar zijn voor de media. De propaganda is perfect ingestudeerd en wordt uniform verwoord. Het succes is gegarandeerd. Tegelijk krijgen Westerse journalisten geen toegang tot Gaza en kunnen zij in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF, het Israëlische leger. Zo kan Israël de berichtgeving manipuleren en elke onafhankelijke vaststelling van de gruwel in Gaza verhinderen.

5. Blijf bij de les

De helft van het verhaal wordt bepaald door de politieke leiders. Het politieke apparaat wordt dus in stelling gebracht. Dat moet ervoor zorgen dat het Witte Huis en het Congres zich bij de verhaallijn aansluiten. Verklaringen van Congresleden moeten dus de gesprekspunten van de Israëlische woordvoerders uitdragen. Samen met politieke commentatoren en Congresleden moeten zij dus fungeren als elkaars klankbord.

6. Ontken en blijf ontkennen

Komen de werkelijke feiten aan het licht en spreken die de Israëlische voorstelling van zaken tegen, dan ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om en legt de schuld bij de tegenstander. Dat er Palestijnse burgers omkomen is altijd de schuld van iemand of iets anders, of je zegt dat foto’s van rouwende burgers getrukeerd zijn.

7. Je laatste redmiddel

Als al het voorgaande faalt gebruik je het antisemitisme-wapen. Geef daar een paar voorbeelden van, generaliseer ze en wek daarmee de suggestie dat je critici worden gedreven door antisemitisme. Het is een argument dat knaagt aan het geweten. Pas op voor overdadig gebruik. Maar het kan critici tot zwijgen brengen of in het defensief zetten.

*****

De bekendste en veruit welbespraaktste Israëlische woordvoerder is ongetwijfeld de in Australië geboren Mark Regev. Die kon uitgroeien tot woordvoerder voor Israëlische premiers, en schopte het in 2016 zelfs tot Israëlisch ambassadeur in Londen. En misschien kunnen ook journalisten worden toegevoegd in het rijtje Israëlische propagandisten. Zo kan men vraagtekens zetten bij de onpartijdigheid van VRT- en NOS-correspondente Ankie Rechess.

Manipulatie van de publieke opinie is een geducht wapen in de strijd rond internationale conflicten. Gelukkig stellen steeds meer mensen zich vragen bij de berichtgeving van de mainstream media, en krijgt rond het ‘politiek-Zionistische project Joodse staat Israël’ de BDS-beweging steeds meer wind in de zeilen. Het laatste woord rond dit issue is nog niet gesproken.