Hoe de Israëlische propagandamachine werkt


Israël hanteert een uitgekookte propagandastrategie. Goed opgeleide woordvoerders beheersen het narratief. Westerse journalisten krijgen geen toegang tot Gaza en kunnen in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF. Manipulatie van de publieke opinie blijft een geducht wapen in de strijd.

Wie kijkt naar commentaar op een internationaal conflict is vaak geneigd te denken dat de waarheid in het midden ligt. Men vergeet daarbij soms dat de beeldvorming wordt gevoed door zij die directe belangen te verdedigen hebben in het conflict. De partij die beschikt over de beste PR-machine, het hardst roept, zijn leugens het mooist verpakt, zijn “gelijk” het vaakst herhaalt, en bij dat alles wereldleiders voor zijn karretje weet te spannen, trekt dan aan het langste eind.

Israël beschikt over een propagandamachine van topkwaliteit. Het weet daarmee perfect de mainstream media te bewerken, en die volgen vrijwel steeds dus de Israëlische versie. Zo weet Israël al tientallen jaren de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Bij gevechtshandelingen kan het land rustig zijn gang gaan, zonder door de publieke opinie te worden teruggefloten. Nu de in het nauw zijnde Israëlische premier Netanyahu om zijn positie te versterken wel eens een nieuwe Gaza-oorlog zou kunnen uitlokken is het zinvol om weer eens stil te staan bij het fenomeen ‘Israëlische propaganda’.

De propagandastrategie is bijzonder uitgekookt:

1. Bepaal de criteria van het debat

Definieer ruimschoots tevoren de context van het debat, waarmee dat moet beginnen en hoe de verhaallijn wordt ingevuld. Gaat het om een oorlog, blijf dan hameren dat die door de tegenpartij is uitgelokt. Zwijg over je eigen schendingen van wapenstilstandsoverenkomsten of andere afspraken. De meeste mensen volgen het conflict niet nauw en zijn geneigd te geloven wat ze keer op keer te horen krijgen. Bereid je standpunten dus zorgvuldig voor en herhaal die consequent.

2. Stereotiepen werken

De Israëlische propaganda stelt Israël consequent voor als een hoogontwikkelde samenleving en Palestina aan de hand van negatieve stereotypen. In het Israël-Palestina conflict is Israël daarmee in het voordeel. Het verhaal is steeds dat de humane Israëlische samenleving geconfronteerd wordt met een Palestijns probleem. De media beginnen hun verslag van schermutselingen dan steevast met de opmerking hoe de Israëlische bevolking moet lijden onder “het probleem”.

Golda Meir zei het ooit zo: “We kunnen de Arabieren vergeven dat zij onze kinderen ombrengen, maar we zullen ze nooit vergeven dat zij ons verplichten hun kinderen te doden”. Bij deze voorstelling van zaken moet het niet verwonderen dat het disproportioneel geweld dat de Palestijnen bij oorlogsgeweld moeten ondergaan nauwelijks aan de orde komt, en beelden van angstige Israëlische burgers die spreken over de impact van de oorlog op hun leven, worden uitvergroot. De slachtoffers aan Palestijnse zijde worden dan enkel in aantallen genoemd of aangeduid als “collaterale schade”.

3. Buit de blunders van je tegenstander maximaal uit

De dwaasheden van Hamas spelen Israël in de kaart. Van bij het begin van de blokkade van Gaza kon Israël er op rekenen dat Hamas raketten zou afvuren. Met de daarmee gepaard gaande bedreigingen kon Israël dan sympathie opwekken bij de Westerse publieke opinie, een plus in de propagandaoorlog.

4. Laat overal van je horen, herhaal je verhaal en zorg dat je tegenstanders zoveel mogelijk buiten beeld blijven

Israël begint elke oorlog steevast met de inzet van een heus leger goed getrainde, beschaafde en vloeiend Engels sprekende woordvoerders die 24 op 24 uur bereikbaar zijn voor de media. De propaganda is perfect ingestudeerd en wordt uniform verwoord. Het succes is gegarandeerd. Tegelijk krijgen Westerse journalisten geen toegang tot Gaza en kunnen zij in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF, het Israëlische leger. Zo kan Israël de berichtgeving manipuleren en elke onafhankelijke vaststelling van de gruwel in Gaza verhinderen.

5. Blijf bij de les

De helft van het verhaal wordt bepaald door de politieke leiders. Het politieke apparaat wordt dus in stelling gebracht. Dat moet ervoor zorgen dat het Witte Huis en het Congres zich bij de verhaallijn aansluiten. Verklaringen van Congresleden moeten dus de gesprekspunten van de Israëlische woordvoerders uitdragen. Samen met politieke commentatoren en Congresleden moeten zij dus fungeren als elkaars klankbord.

6. Ontken en blijf ontkennen

Komen de werkelijke feiten aan het licht en spreken die de Israëlische voorstelling van zaken tegen, dan ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om en legt de schuld bij de tegenstander. Dat er Palestijnse burgers omkomen is altijd de schuld van iemand of iets anders, of je zegt dat foto’s van rouwende burgers getrukeerd zijn.

7. Je laatste redmiddel

Als al het voorgaande faalt gebruik je het antisemitisme-wapen. Geef daar een paar voorbeelden van, generaliseer ze en wek daarmee de suggestie dat je critici worden gedreven door antisemitisme. Het is een argument dat knaagt aan het geweten. Pas op voor overdadig gebruik. Maar het kan critici tot zwijgen brengen of in het defensief zetten.

*****

De bekendste en veruit welbespraaktste Israëlische woordvoerder is ongetwijfeld de in Australië geboren Mark Regev. Die kon uitgroeien tot woordvoerder voor Israëlische premiers, en schopte het in 2016 zelfs tot Israëlisch ambassadeur in Londen. En misschien kunnen ook journalisten worden toegevoegd in het rijtje Israëlische propagandisten. Zo kan men vraagtekens zetten bij de onpartijdigheid van VRT- en NOS-correspondente Ankie Rechess.

Manipulatie van de publieke opinie is een geducht wapen in de strijd rond internationale conflicten. Gelukkig stellen steeds meer mensen zich vragen bij de berichtgeving van de mainstream media, en krijgt rond het ‘politiek-Zionistische project Joodse staat Israël’ de BDS-beweging steeds meer wind in de zeilen. Het laatste woord rond dit issue is nog niet gesproken.

Het Israel-Palestina conflict hangt van mythes aan elkaar

Hardnekkig gehanteerde halve waarheden kunnen een eigen leven gaan leiden en zo op den duur een intrinsieke “waarde” krijgen. Een fenomeen dat mythe wordt genoemd. Bedenkelijk wordt het als mythes in dienst staan van politieke doelstellingen. Welnu, het Israel-Palestina conflict hangt zo ongeveer van mythes in de zin van halve waarheden aan elkaar.

Dat zegt Egbert Talens in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israel-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Daarin citeert hij het werk The Birth of Israel: Myths and Realities van Simha Flapan, waarin deze de zeven belangrijkste mythes over het ontstaan van Israel beschrijft. Eenmaal “ingeburgerd” valt het niet mee de mythe van zijn onwaarachtig gehalte te ontdoen. Ontmaskering moet tot ontknoping leiden. Dat kan een pijnlijk proces zijn. Een halve waarheid van zijn onwaarachtigheid ontdaan evolueert naar een bijdrage tot de oplossing van een probleem.

In zijn boek behandelt Egbert Talens de zeven mythes van Flapan op pag. 182-184. Een samenvatting:

Mythe Reëel
De zionistische acceptatie van de VN-verdelingsresolutie van 29/11/1947 was een vérgaand compromis waarmee de Joodse gemeenschap afzag van een Joodse staat in heel Palestina, en het Palestijnse recht op hun eigen staat erkende… De acceptatie was slechts een tactische manoeuvre in een totaalstrategie, gericht op het onmogelijk maken van een Palestijnse staat en op uitbreiding van het door de VN als Joodse Staat toegewezen gebied.
De Palestijnen verwierpen het deelplan volledig. Ze gaven gevolg aan de oproep van de mufti van Jeruzalem tot totale oorlog tegen de Joodse staat… Dit is niet het hele verhaal. Het merendeel van de Palestijnen gaf geen gehoor aan de oproep van de mufti. Integendeel: voorafgaand aan Israels onafhankelijkheidsverklaring ondernamen ze pogingen tot een modus vivendi te komen met (de) politieke zionisten, bijna Israëliërs. Fel verzet door Ben-Gurion c.s. tegen een Palestijnse staat ondermijnde de Palestijnse weerstand tegen de oproep van de mufti.
De vlucht van de Palestijnen … was het gevolg van de oproep door Arabische leiders. De Palestijnen vluchtten, ondanks pogingen van Joodse leiders hen over te halen te blijven. De Palestijnen werden tot vluchten aangezet door Israëlische politici en militaire leiders. Zionistische kolonisatie en Joodse staat noodzaakten tot transfer van Palestijnse Arabieren.
Alle Arabische staten, één in hun streven de pasgeboren Joodse staat te vernietigen, verenigden zich op 15 mei 1948 om Palestina binnen te vallen en de Joodse inwoners te verdrijven. De Arabische staten waren niet uit op vernietiging van Israel. Zij wilden slechts voorkomen dat de plannen die tussen de voorlopige regering van Israel en koning Abdallah van Jordanië waren besproken werden gerealiseerd.
De Arabische invasie van Palestina op 15 mei 1948, in strijd met de VN-verdelingsresolutie, maakte de oorlog van 1948 onvermijdelijk. Documenten tonen Arabische instemming met een Amerikaans wapenstilstandsvoorstel aan, mits Israel de uitroeping van zijn onafhankelijkheid tijdelijk zou uitstellen. De voorlopige regering van Israel verwierp dit voorstel.
Kleine boreling Israel werd geconfronteerd met afslachting door Arabische legers, zoals David tegenover Goliath. Israel, een numeriek inferieur, slecht bewapend volk, dreigde onder de voet te worden gelopen door een reus. De feiten tonen een totaal andere beeld. Ben Gurion had gezegd dat de zelfverdedigingsoorlog slechts vier weken zou duren. Op 11 juni 1948 werd een wapenstilstand afgekondigd. Intussen arriveerden enorme wapenvoorraden. Israels beter getrainde en meer ervaren strijdkrachten verwierven het overwicht, zowel op het gebied van bewapening als te land, ter zee en in de lucht.
Voortdurend strekte Israel de hand uit tot vrede. Geen enkele Arabische leider erkende echter ooit Israels bestaansrecht, zodat er nooit iemand was om mee te praten. Juist het omgekeerde is het geval. Na afloop van Wereldoorlog II tot in 1952 weigerden de zionisten, later Israel, opeenvolgende voorstellen van Arabische staten en neutrale bemiddelaars die tot een regeling hadden kunnen leiden.

Op het eerste gezicht kan deze opsomming tot scepsis aanleiding geven. Het door Flapan aangedragen bewijsmateriaal is echter overvloedig en overtuigend. Het mag een wonder heten dat hij zelf geen afscheid neemt van het bestaansrecht van Israel, aldus Talens. Dat de bevindingen van Flapan tot een storm van protest zouden kunnen leiden sluit hijzelf op pag.12 van zijn boek niet uit. Op pag. 190 zegt hij dat hij ook niet wilde tornen aan de prestaties van het Israëlische leger. En op pag. 233 dat zijn pogingen de propaganda te ondermijnen niet alleen gemotiveerd werden door zijn gevoel van acuratesse, maar ook door de relevantie van die mythes voor de huidige situatie in Israel. Volgens Talens bedoelde hij waarschijnlijk “de irrelevantie”.

De historicus, schrijver en vredesactivist Simha Flapan (1911-1987) emigreerde in de 30er jaren uit Polen. Hij werd nationaal secretaris van de linkse Zionistische Mapam, in 1949 de op één na grootste partij in de Knesset. Flapan was een van de weinige Israelische schrijvers die het beeld over het ontstaan van Israel in vraag stelde. Hij wordt gerekend tot de New Historians, net als Benny Morris, Ilan Pappé, Avi Shlaim, Tom Segev en Hillel Cohen. In zijn boeken betwistte Flapan de door hem bespeurde historische mythes, waaronder dat de Arabische Palestijnen in 1948 hun huizen verlieten onder druk van Arabische leiders. Volgens Flapan was het juist het optreden van Israel dat de Palestijnen dwong te vluchten. Flapan bekritiseerde de behandeling van de Palestijnen op de West Bank en in Gaza, en was als redacteur actief bij de New Outlook, een Israelisch blad dat wegen naar vrede in het Midden Oosten verkende.