Wordt het tijd voor een expertenregering in België?

Professor Grondwettelijk Recht Marc Uyttendaele (screenshot van Terzake 19 februari 2020)


België is al meer dan een jaar zonder volwaardige regering. De eeuwige politici zijn blijkbaar niet in staat over hun eigen schaduw heen te stappen. De voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte moeten leiden tot een regering van experten die na grondige hervormingen en nieuwe verkiezingen de fakkel terug aan verantwoordelijke politici in een hervormde staat kunnen geven. Een zoveelste informatieronde is nutteloos.

Op 14 februari heeft de koning informateur Koen Geens van zijn informatieopdracht ontheven, en vervolgens de voorzitters van Senaat en Kamer gevraagd contacten te leggen ‘met het oog op de vorming van een volwaardige regering’. Volgens VRT-journalist Pieterjan De Smedt wordt hun opdracht bijzonder moeilijk. “De politieke crisis is ernstig, de relaties zijn verzuurd, er is afkoeling nodig”. Maar is het probleem wel “aangebrande” politici? Leidt de zoveelste koninklijke opdracht na negen maanden ‘informeren’ niet tot nog meer tijdsverlies? Moeten wij niet vaststellen dat de politici weigeren hun job te doen, impopulaire maatregelen te nemen? Spelen deze dames en heren niet met koninklijke, en onze, voeten?

In “De afspraak” van 18 februari gaf professor Marc De Vos een voorzet om de impasse te doorbreken. Zijn expertisecommissies leveren dan na zes maanden enkele scenario’s op over sociale zekerheid, belastinghervorming, het klimaat, enzovoort, maar dan moet er nog een maatschappelijk debat komen en zouden verkiezingen over concrete onderwerpen een slagkrachtige federale regering moeten opleveren. Reken alles bijeen op een jaar. Zoveel tijdsverlies kunnen we ons niet veroorloven. En men kan zich vragen stellen bij zijn volgorde. “Eerst een begroting opstellen”, aldus De Vos. Is een begroting niet nu juist het sluitstuk van een politiek akkoord?

Impotente politici

Ons land heeft meer dan genoeg kwaliteit in huis om ons uit de crisis te leiden. De koning laat onze impotente politici best voorlopig links liggen. Ons land stuurt best aan op een regering van experten, een zakenkabinet, die op korte termijn voorstellen voor maatregelen opstelt met een bijbehorende begroting. Die worden dan aan het parlement voorgelegd in een vertrouwensstemming. Het debat en de stemming wordt in prime time live uitgezonden, zodat de kiezers kunnen vaststellen hoe hun volksvertegenwoordigers stemmen. Krijgt de expertenregering het vertrouwen, dan voert die de plannen uit. Wordt de motie van vertrouwen verworpen, dan wordt de Kamer ontbonden en volgen binnen de zes weken nieuwe verkiezingen.

De regering-Michel is december 2018 gevallen door een gezochte actie van de N-VA. De partij zag zijn kans schoon om een gedroomd scenario uit te voeren: aantonen dat “ons land niet meer werkt” en dus moet worden omgevormd in een confederatie, lees opgesplitst. Het pleidooi van N-VA-voorzitter Bart De Wever voor Vlaamse frontvorming spreekt boekdelen. Vlaamse onafhankelijkheid mag dan de natte droom zijn van een Vlaamse elite, de bevolking ziet daar niets in. Wetenschappelijk onderzoek naar de Belgischgezindheid van de Vlamingen in 2007 leert dat er maar een kleine minderheid is die België wil splitsen. Uit niets blijkt dat die houding fundamenteel gewijzigd is. Een vereenvoudiging van de staatsstructuur is wel zinvol. Johan Vande Lanotte deed daar recent interessante voorstellen voor.

Taxshift

Het is precies de door de N-VA doorgedrukte taxshift die in belangrijke mate geleid heeft tot het gigantische en oplopende tekort in de Belgische begroting. Aan het plan om meer mensen aan de slag te krijgen hing een prijskaartje van €5 miljard. Volgens KUL-professor André Decoster was de taxshift een verkapte belastingverlaging die niet werd gefinancierd. Zonder maatregelen loopt het gat in de begroting enkel maar op. Er gingen inderdaad 50.000 à 70.000 meer mensen aan het werk die belastingen en sociale bijdragen betalen, maar uit niets blijkt dat deze ‘winst’ aan de taxshift is toe te schrijven. Overal ter wereld nam de conjunctuur toe en kwamen er zonder extra maatregelen meer jobs.

Men kan dan begrip opbrengen voor de vraag van de Franstalige partij PS bij monde van voorzitter Paul Magnette om een grondige doorlichting van de taxshift, “nog voor de vorming van een nieuwe regering van start gaat”. De partij legt de schuld voor het begrotingstekort dat dit jaar dreigt op te lopen tot 2,4% bij de regering-Michel. De taxshift kwam in feite neer op “een reeks cadeaus aan bedrijven, zonder dat daarvoor tegenprestaties werden geëist. De onderfinanciering brengt de sociale zekerheid in gevaar, met de meest kwetsbare sociale groepen als slachtoffers”, zo zegt Paul Magnette in een persbericht. Het zal niet verwonderen dat de N-VA zo’n audit niet nodig acht.

Intussen trekken ook een dertigtal Belgische CEO’s aan de alarmbel: de politieke stilstand creëert grote onzekerheid. “Nieuwe verkiezingen en nog langer talmen zijn geen optie”, aldus deze bedrijfsleiders. Maar verder dan een aanklacht komen deze lieden niet. Economieprofessor Koen Schoors (UGent) bekijkt het wél inhoudelijk: “De rente staat historisch laag, we lenen gratis. Dat scheelt miljarden euro’s per jaar. Als je nu nog een tekort hebt, heeft het echt te maken met een gebrek aan beleid.” En professor fiscaal recht Michel Maus meent dat bij economische groei, een lage rente en een lage werkloosheid, we een overschot zouden moeten boeken.

Taxshift was eigenlijk taxcut

De taxshift was dus eigenlijk een taxcut. Nu de verwachte terugverdieneffecten zwaar tegenvallen zal een volgende regering moeten beslissen of die moet worden teruggedraaid of gefinancierd met andere maatregelen. Nu geen enkele politieke combinatie zijn nek daarvoor wil uitsteken zal het moeten komen van een expertenregering. Die kan dan tevens werk maken van vereenvoudiging van onze staatsstructuur, van een allesomvattende fiscale hervorming/vereenvoudiging, en van een meer solidaire herverdeling tussen de inkomens. Onder de regering-Michel is de koopkracht van de laagste inkomens blijven stagneren, terwijl die voor de hogere middenklasse serieus is toegenomen.

Wie er tot zo’n tijdelijke expertenregering zou moeten toetreden? Enkele suggesties langs Nederlandstalige kant: Charlotte Colman (justitie), Paul De Grauwe (financiën en begroting), Anne De Paepe (sociale zaken en volksgezondheid), Bruno De Wever (binnenlandse zaken), Michel Maus (financiën en fiscaliteit), Tom Sauer (buitenlandse zaken en defensie), Johan Vande Lanotte (staatshervorming), Frank Vandenbroucke (pensioenen), Hylke Vandenbussche (Europese zaken), Philippe Van Parijs (1e minister), Sofie Verbrugge (energie en innovatie), en Hendrik Vos (Europese zaken). Het zijn allemaal toplui die aanvaardbaar zouden moeten zijn. De politicus die het aandurft zijn vertrouwen aan zo’n expertengroep te onthouden heeft het electoraat wat uit te leggen.

Het bovenstaande is een praktische invulling van de recente voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte die de impasse moet kunnen doorbreken. De koning, die al eerder verrassende initiatieven heeft genomen, kan na een nieuwe consultatieronde rechtstreeks Philippe Van Parijs of een andere expert vragen een expertenregering samen te stellen. Na gedane zaken kunnen verkiezingen mensen in het parlement brengen die hun nek durven uitsteken, die het niet om het zitje of het enge partijbelang gaat, maar om het landsbelang.

Het Egmontinstituut, spreekbuis van Buitenlandse Zaken

Palais d’Egmont – Egmontpaleis, Brussels. Photo: Zinneke (Wikimedia Commons)


Het Egmontinstituut kleurt niet buiten de lijntjes van het ministerie: een EU-defensie ondermijnt de NAVO niet, maar verzwakt wel de Amerikaanse overheersing. Kernwapens blijven essentieel voor het Instituut. De publicaties zijn gehypothekeerd door Anglo-Amerikaans denken.

In België is het Egmontinstituut, officieel “Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen”, dé denktank op het gebied van buitenlands beleid. Het Instituut, dat in het drietalige België en naar het buitenland toe opereert als Egmont Institute, herformuleerde recent zijn doelstellingen. Vandaag zijn die samengevat: ‘Toegepast onderzoek van internationale vraagstukken die België en de EU raken, en voorlichting van de publieke opinie ter zake’. Om die doelstellingen te realiseren organiseert het Instituut vormingssessies en expertenvergaderingen, neemt het deel aan internationale conferenties, publiceert het studies en geeft het tijdschriften uit.

Egmont is een Stichting in de schoot van – en wordt gefinancierd door – het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Instituut ontvangt ook beperkte donaties voor specifiek onderzoek, maar werkt niet voor de particuliere sector. Buitenlandse ambassades hebben, mits een gift van €750/jaar, rechtstreeks toegang tot het interessante Egmont expertisenetwerk. Lobbyfacts spreekt over een jaarrekening 2017 van €904.433 en een organisatie van 19 lobbyisten, maar Egmont directeur-generaal Johan Verbeke laat weten dat de organisatie 18 mensen in dienst heeft, werkt met 15 associate fellows die niet op de payroll staan, geen private partners kent en geen lobbywerk verricht.

Europese strategische autonomie en een Europees leger

Het kloppende hart van het Instituut is onderzoek. Het resultaat wordt gepubliceerd in policy briefs die online beschikbaar zijn. Veel van die stukken zijn van de hand van de directeur van het programma “Europa in de wereld”, Sven Biscop, die tevens doceert aan de Universiteit Gent en het Europacollege in Brugge. Centraal in Biscop’s recente publicaties staat zijn pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger, waarbij zaken als het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid, toch essentieel voor een ééngemaakte defensie, en het feit dat Europa met handen en voeten gebonden is aan de NAVO en daarmee aan Washington, slechts summier aan de orde komen.

Biscop spreekt in zijn Security Policy Brief nr. 114 wat luchthartig over Russische subversie. Hij onderbouwt die opmerking niet, maar koppelt daar wel de vraag aan of niet “elke inmenging in de EU-soevereiniteit” moet worden beantwoord met vergelding “om Rusland te laten begrijpen dat de EU ook wil gerespecteerd worden”. Tegelijk vreest hij dat zo’n vergelding “alleen maar meer escalatie” oplevert. Biscop’s beschuldiging van Rusland als agressor in het Oekraïne-dossier behoeft toch enige nuancering. Zelfs de immer gerespecteerde Henri Kissinger bevestigt dat men rond de annexatie van de Krim eerder kan spreken van een plausibele Russische reactie op Westers expansionisme.

Europees instrument om militaire macht te projecteren

Ook in het recente Turkije-Syrië-dossier pleit Biscop voor een assertievere Europese houding. Voor hem had de EU een Syrië-strategie moeten ontwikkelen met aanduiding van de groepen die op permanente politieke, economische en militaire steun konden rekenen. Europa heeft enkel ad-hoc deelgenomen aan gevechtsoperaties en lijdzaam toegezien hoe Turkije Syrië is binnengevallen. We kunnen een NAVO-bondgenoot niet met militaire middelen een halt toe roepen. En dreigen dat de EU geen steun zal geven aan de stabilisatie en wederopbouw van door Turkije bezet Syrisch gebied zal Erdogan toch niet op andere gedachten brengen, zo vraagt een vertwijfelde Biscop zich af.

Hier gaat Biscop toch in de fout. Zelfs de Westerse en Arabische aanstichters van de proxy-oorlog in Syrië hadden geen strategie, gebruikten wisselende “rebellengroepen”, en moesten het afleggen tegen het door Russische, Iraanse en Hezbollah-troepen gesteunde Syrische regeringsleger. Zonder VN-mandaat opereren proxy-troepen volstrekt illegaal in de nog altijd internationaal erkende staat Syrië. Biscop ziet in PESCO een instrument om Europese militaire macht te projecteren, zeker met een voormalige Duitse defensieminister als Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie. Het zijn vérgaande ambities die aan het duistere Duitse verleden herinneren en weinig uitstaans hebben met een Europees verdedigingsapparaat.

Biscop ziet een supranationale Unie waarin lidstaten hun soevereiniteit hebben gebundeld, wereldspeler worden. In zijn visie ondermijnt een strategisch autonoom Europa de NAVO niet, maar verzwakt het wel de Amerikaanse overheersing. Met zijn opmerking dat de Europese lidstaten hun buitenlands beleid afstemmen op dat van de EU, en Brussel de basis vormt voor hun “politiek, economisch, en in de toekomst ook militair gewicht op het wereldtoneel” maakt Biscop zich duidelijk schuldig aan wishful thinking. De Hoge Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen is met handen en voeten gebonden aan het beleid van de regeringsleiders, en die volgen overwegend de “richtlijnen” van de VS.

Europese kernwapens blijven een must

Egmont Senior Associate Fellow Didier Audenaert bepleit een maatschappelijk debat nu het INF-verdrag niet meer bestaat en Europa een grotere inspanning moet doen voor (lees: fors meer geld naar) raketafweer. De kans op een nieuwe wapenwedloop is reëel, aldus Audenaert, die zich afvraagt wat we willen: Amerikaanse raketten in Europa, een eigen raketafweer, of ons neerleggen bij Russische afdreiging? Voor hem moeten burgers worden gemotiveerd voor een veiligheidsapparaat onder NAVO- en EU-auspiciën waarin “nucleaire capaciteiten” essentieel blijven. Geen woord over diplomatie, onderhandelingen over een nieuw verdrag, of toenadering tot Rusland die anderen wel bepleiten.

Wie als academicus toetreedt tot een politieke denktank die afhangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weet op voorhand dat hij of zij moet opereren binnen krijtlijnen die het ministerie bepaalt. En wie als academicus hogerop wil raken publiceert in top-wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de ranking wordt bepaald door Anglo-Amerikaanse universiteiten. Deze lieden reproduceren dus onvermijdelijk Anglo-Amerikaanse denkpatronen. Voor exacte wetenschappers is dat geen probleem zolang hun publicaties ook nieuwe informatie bevatten of tot nieuwe inzichten leiden. Maar van politieke wetenschappers mag men verwachten dat zij zich ook oriënteren op andere denkpatronen.

Anglo-Amerikaans denken

Egmont ontkomt niet aan “besmetting” door Anglo-Amerikaans denken. Het Instituut weerspiegelt het buitenlands beleid van een land dat de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO herbergt. Kritiek op die instellingen is not done. Tegen die achtergrond zijn vraagtekens bij het onderdeel “voorlichting van de publieke opinie” in de Egmont-doelstellingen legitiem. Verwacht van een Egmont-auteur geen bevestiging van de hersendood van de NAVO, of een pleidooi voor een alliantie met Rusland en het vertrek uit Europa van alle Amerikaanse troepen, inclusief de 480 tactische kernwapens in België (Kleine Brogel), Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland (Volkel), en Turkije.

Waar het Egmontinstituut vooral in uitblinkt is het organiseren van congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het seminar ‘Russia and Europe in the context of global migration’ op 25 maart 2019, waar Russische, Europese en Belgische denktankmedewerkers, beleidsverantwoordelijken en journalisten zich bogen over de politieke en sociale aspecten rond migratie en de vraag wat Rusland en de EU over deze issues van elkaar kunnen leren. Als het seminar tevens moest passen binnen het kader van de voorzichtige pogingen om het ijs tussen Rusland en het Westen te breken doen het supra vermelde stuk van Didier Audenaert en de losse opmerking van Sven Biscop over Russische subversie daar geen goed aan.

Anglo-Amerikaans denken is wijdverbreid bij politieke wetenschappers in het Westen. Het risico van groepsdenken is dan niet denkbeeldig. Zij die erin slagen daaraan te ontsnappen zijn de politieke changemakers die de geopolitieke impasse waarin het Westen – en Europa in het bijzonder – verkeert kunnen helpen doorbreken.

De schabouwelijke hetze over het saluut van Vlaamse jeugdvoetballers

Print screen van YouTube filmpje ‘The Salute: Ronaldo Finishing Celebration (Tutorial)


Het Vlaams parlement heeft volkomen voorbarig gedebatteerd over het saluut van jeugdvoetballers van Turkse komaf in Beringen, een issue dat in volle onderzoek was. Onder invloed van het verderfelijke gedachtegoed van Vlaams Belang maakten alle partijen zich schuldig aan verwijtbare vooringenomenheid. Voor Karel De Gucht is en blijft Vlaams Belang een racistische partij geleid door fascisten.

Op 16 oktober 2019, juist na het Turkse offensief in Noord-Syrië, debatteerde het Vlaams parlement over vragen van Vlaams Belang en N-VA. Die waren door Liesbeth Homans, de nieuwe voorzitter van N-VA-huize, geagendeerd. Men mag zich afvragen of haar voorganger, de legendarische Jan Peumans, de vragen had toegelaten. De vragen gingen over “jeugdspelers van Turkse FC uit Beringen die een militaire groet brengen uit solidariteit met het Turkse leger”, resp. “de militaire groet door jonge voetballers ter ere van Turkse soldaten”. Het parlement, dat resulteert uit de verkiezingen van 26 mei, vergaderde voor het eerst op 23 september. De regering steunt op N-VA, CD&V en Open Vld en trad aan op 2 oktober. Het plenaire debat duurde 18 minuten en leverde vijf A4’tjes aan notulen op.

Saluut is juichgebaar in FIFA voetbalspel

De absurditeit begint bij de vraagstelling. Die gaat voetstoots uit van een militaire lading van het saluut en solidariteit met een leger. Geen parlementslid dat voorstelde het onderzoek af te wachten, verwees naar de uitleg van de leiding van ‘Turkse FC U10’, uit eigen ervaring wist te zeggen wat jeugdspelers bezielt om te salueren, wees op het feit dat er op het voetbalveld wel vaker gesalueerd wordt en ook spelers met verschillende achtergronden zich daaraan “bezondigen”, of zelfs wist te zeggen dat het saluut is opgenomen in het onder de jeugd zeer populaire voetbalspel FIFA als juichgebaar na een doelpunt. Voor de parlementsleden stond de “schuld” bij voorbaat vast.

En dus ontaardde het debat in een tirade met racistische ondertoon. Vlaams Belang hamerde op de steun aan het Erdoganregime en de subsidiekraan aan Turkse verenigingen die dicht moest. De N-VA zag het saluut als steun aan een “militaire agressor”, Open Vld vroeg de minister stappen te zetten “om dit in de toekomst te vermijden”, CD&V vond dat Vlaamse kleedkamers zich moeten beperken tot voetbal, en Groen vroeg om een draaiboek voor dit soort toestanden. Sp·a verweet Vlaams Belang dat het een hele groep stigmatiseert, maar introduceerde wel de discriminerende denkpiste om subsidies aan clubs te verstrekken in functie van hun openheid voor anderen.

Clubs op basis van etnische afkomst krijgen geen subsidie

Minister Ben Weyts (N-VA) vond dat sportende kinderen niet moeten worden ingezet voor militaire propaganda, maar stelde tegelijk vast dat het fenomeen zich “gelukkig” beperkt tot slechts 2 van de 2820 aangesloten clubs. De zaak wordt onderzocht, er worden zo nodig sancties opgelegd, en tegelijk doet UEFA onderzoek naar het fenomeen dat “tot onze grote spijt wereldwijd wel inspiratie heeft geboden”, aldus Weyts, die naast de instrumenten inzake ethiek in de sport die de federaties zijn aangereikt aanvullende maatregelen in petto heeft. Ons land kent vrijheid van vereniging, maar in het regeerakkoord staat wel dat clubs op basis van etnische afkomst geen subsidie krijgen, aldus Weyts.

De media lieten zich niet onbetuigd. N-VA Beringen plaatste een bericht op zijn website dat de militaire groet “om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren” veroordeelt en stelt dat het “delicaat evenwicht in onze multiculturele gemeente” niet moet worden ondermijnd. Kinderen die een oorlog promoten is “vele bruggen te ver”, aldus N-VA. Het Laatste Nieuws en De Morgen spreken over “kinderen [die] een militaire groet brengen om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren”. Voor het Nederlandse dagblad De Telegraaf was de veroordeling van de inval “voor de voetballertjes uit Beringen geen beletsel”, hebben de Turken in Syrië “al tientallen burgerdoden” op hun conto, en worden er “vrouwen uit hun auto gesleurd” en geëxecuteerd.

De ranzige reacties op het artikel in De Telegraaf variëren van “Hoe heet die club eigenlijk? De Grijze Wolfjes Beringen?” tot “Terwijl onze ‘witte’ kindjes manu militari leren om ‘verdraagzaam’ en ‘inclusief’ te zijn, brengt de Vijfde Baby-Colonne militaire eer aan de Ottomaanse Sultan in Ankara. Dit land is om zeep.” Maar op Twitter treft men ook de reactie van de Herentalse advocaat Peter Verpoorten aan: “Grappig om te lezen dat mensen schrijven dat Turken zich in Beringen moeten integreren. Die mensen zijn nog nooit in Beringen geweest. Ik heb daar jarenlang gevoetbald. Ik ben er ook nooit geïntegreerd geraakt.”

Solidariteit in de Turkse gemeenschap is ook een gegeven

Gevraagd om een reactie laat Groen-Beringen voorzitter Irfan Öztas op persoonlijke titel weten dat de kinderen al voldoende zijn geviseerd en het hypocriet is dat Westerse media niets zeggen als Franse spelers een saluut brengen. Ook op persoonlijke titel liet Maurice Webers, fractieleider s.pa, weten dat de clubs de boodschap wel zullen hebben begrepen en er belangrijker thema’s zijn. Internetgazet Beringen publiceerde een reactie van schepen Hilal Yalçin (CD&V) die erop neerkomt dat de multiculturele samenleving de publieke opinie soms voor vragen stelt, een buitenlandse kwestie niet moet worden geïmporteerd, de solidariteit in de Turkse gemeenschap ook een gegeven is en enkel sereen contact tussen de gemeenschappen tot wederzijds begrip kan leiden. Een standpunt dat niemand zal betwisten.

Hoewel van meet af aan duidelijk was dat een voortzetting van de Zweedse coalitie (N-VA, CD&V en Open Vld) de enige realistische optie was moest het 127 dagen duren vooraleer die Vlaamse regering het levenslicht zag. Een unicum. Cynici zullen zeggen dat de zes weken durende flirtage van N-VA-informateur Bart De Wever met Vlaams Belang dat fors had gewonnen geen maat voor niets was. Maar de fall-out van zes weken vrijage heeft wél alle partijen besmet. Het hierboven beschreven non-debat maakt dat zonneklaar. Vlaanderen was altijd al rechts, maar met het aantreden van de nieuwe regering maakt het een forse ruk verder naar rechts.

Regering, schepencolleges én oppositie laten zich continu onder druk zetten door een oppositiepartij waar behalve N-VA niemand mee wil samenwerken, een oppositiepartij waar niemand minder dan ex-Open Vld boegbeeld Karel De Gucht het etiket ‘racistische partij geleid door fascisten’ op plakt. Is er nu werkelijk geen politieke topper in dit land die de handschoen opneemt en dit kwaad met open vizier bestrijdt daar waar het thuishoort: in het parlement en in de gemeenteraden?

Staat de VS voor een burgeroorlog?

U.S. President Donald Trump delivers remarks at the United Nations Event on Religious Freedom in New York, New York on September 23, 2019. [State Department photo by Ron Przysucha/ Public Domain]


Het politieke systeem in de VS is door en door verziekt. Trump schopt tegen de Deep State, een kleine elite die het voor het zeggen heeft. Zijn impeachment lost de malaise in de Amerikaanse samenleving niet op, en met Pence als president zijn we nog verder van huis. De weg terug naar we, the people aan zet riskeert geweld van het type Rwanda. De gevolgen zullen wereldwijd worden gevoeld.

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 stelde het online magazine Salon het imago van het politieke systeem in de VS aan de orde: corrupt, zelfbedienend, onoprecht en met minachting voor de kiezer. Welke van de twee politieke partijen ook aan de macht is, per saldo heeft de Deep State het voor het zeggen: een kleine groep toplieden uit parlement, bedrijfsleven, militair-industrieel complex, Wall Street en Silicon Valley. Dat de Amerikaanse politiek wordt gesmeerd met geld is niet nieuw, denk aan de spoorwegbaronnen uit de 19e eeuw, maar die hadden minder invloed dan de Deep State van vandaag, lieden die hun macht nog zagen toenemen met Citizens United1.

Met het aantreden van de Deep State vervaagt de grens tussen publieke en private sector. Silicon Valley heeft de touwtjes in handen bij de inlichtingendiensten. Veel medewerkers bij de NSA, het National Security Agency en het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, zijn contractors uit de privé, mensen met superieure digitale vaardigheden. Deze lieden beschikken over bevoorrechte kennis en vaardigheden, en gaan voor het grote geld. De Deep State leidt tot grote tegenstellingen in de VS: de enorme kloof tussen rijk en arm, de voortdurende oorlogen, de controlemaatschappij. Het zijn zaken die kunnen leiden tot fascisme onder een populistisch laagje vernis.2

Trump’s impeachment doet niets aan het verval van Amerika

Van meet af aan stond Trump buiten het “normale” establishment. Hij had de verkiezingen niet moeten winnen. Sinds zijn aantreden probeert hij schoon schip te maken. Vandaar de pogingen van de Deep State om hem af te zetten. Maar zijn impeachment doet niets aan het verval van Amerika, de uitgeholde rechtsstaat, de gelegaliseerde omkoping, het agressief optreden van grootbanken, oorlogsindustrie en multinationals, de gekochte verkiezingen, de nauwe controle van de bevolking, het schrikbewind van de paramilitaire politie, de 2,3 miljoen geïnterneerden, de jacht op mensen zonder papieren, de vervuilende fracking, de corporate media, de eindeloze oorlogen, de harde polarisatie.

Vandaag heeft de Deep State genoeg van Trump. Niet omwille van een afzetbaar vergrijp, maar omdat hij dreigt een lid van de elite ten val te brengen. Trump mag dan bij de Oekraïense president hebben aangedrongen op onderzoek naar zijn politieke tegenstander Joe Biden en diens zoon Hunter, en misschien heeft hij daarvoor $400 miljoen militaire steun achter de hand gehouden en geprobeerd berichtgeving hierover te blokkeren, en misschien is dat alles impeachable, dit soort zaken zijn gemeengoed in de politiek, mits het spel niet in volle openbaarheid wordt gespeeld. Trump heeft het onhandig aangepakt, sporen achtergelaten, en riskeert daarmee zijn presidentschap.

Maar Trump laat zich niet zo maar wegsturen. Hij zal proberen het hele verrotte bouwwerk in zijn val mee te sleuren. Hij zal aanzetten tot geweld tegen het democratische leiderschap en de media. Hij zal de zich verraden voelende Amerikaanse blauwe boorden aanspreken, mensen die geen leefbaar inkomen kunnen verwerven, hun leven slijten in vervallen wijken, geen toekomst zien voor hun kinderen en de elites als vijand beschouwen. Trump mag dan incompetent zijn, hij spreekt deze mensen wel aan. Die zijn niet blind voor alles wat op hem is aan te merken, maar hij fungeert als hun middelvinger tegen gladde politici als de Clintons die hen veel ernstiger in de steek hebben gelaten.

Het gemis aan toekomst zet aan tot geweld

Wie Trump afzet moet afrekenen met zijn aanhangers die hun uitlaatklep zien weggenomen. Trump weet dat dit omvangrijke deel van de bevolking goed bewapend is. In Amerika zijn meer dan 300 miljoen vuurwapens in omloop, waarvan 1,5 miljoen semiautomatische wapens militaire stijl waarmee dagelijks schietpartijen gebeuren. De algehele malaise en het gemis aan toekomst zet aan tot geweld, een fenomeen dat verweven is in de Amerikaanse cultuur. Een man als Trump, die vecht voor zijn politieke overleving, is in staat de lont in het kruitvat te steken. Hij zal verstrekkende bevoegdheden eisen en men kan erop rekenen dat zijn aanhang, die hem als cultleider ziet, hem daarin steunt.3

De pogingen om Trump af te zetten kunnen enkel averechts werken. De tegenkrachten worden steeds heftiger. De malaise in de Amerikaanse samenleving heeft een demagoog als Trump gecreëerd. Hoe langer de Amerikanen de echte problemen laten voor wat ze zijn, hoe meer het cultisme toeneemt. Een figuur als Trump in het Witte Huis is het antwoord op de machtsovername van de Deep State. Het is een schreeuw van de kiezer om herstel van de democratische rechtsstaat. Komt dat herstel er niet, dan zullen er nog meer bombrieven ontploffen bij tegenstanders van Trump, en verwordt de VS tot een anarchistische mislukte supermogendheid die de wereld angst inboezemt.

Pence staat voor een extremistische Christelijke theocratie

Impeachment van Trump is niet de oplossing. Wordt hij daadwerkelijk afgezet, dan wordt Vicepresident Mike Pence zijn opvolger en zijn we nog verder van huis. Pence maakt deel uit van een kliek wrede fanatici die ijveren voor een extremistische Christelijke theocratie, lieden die bijvoorbeeld verkondigen dat Jezus het bombarderen van het Midden-Oosten zegent, of het blanke ras liever ziet dan andere rassen. Dat de Amerikaanse “reguliere” protestantse en katholieke kerk deze lieden niet publiek heeft ontmaskerd is een schandaal. Slaagt de Amerikaanse samenleving er niet in de sociale verhoudingen te herstellen, dan kan impeachment enkel het geweld dat het land teistert aanwakkeren.4

Met de gekte rond Russische inmenging in de verkiezingen van 2016 vroegen Amerikaanse media zich af of het land aan de rand stond van een burgeroorlog. Historici van Boston University zagen maart dit jaar aanwijzingen voor politiek geweld, maar niet het geweld van de massa tegen politieke tegenstanders zoals in de burgeroorlog van de jaren 1860.5 Intussen zijn de problemen enkel nog toegenomen. Alle drie machten van de overheid worden in vraag gesteld. Niet enkel politici worden gedemoniseerd, ook hun kiezers. Mensen van beide politieke strekkingen zien hun burgerrechten gefnuikt en kijken naar de ander niet enkel als vijand, maar ook als criminelen.

De totaal verziekte Amerikaanse samenleving kan maar genezen als de Deep State een kopje kleiner wordt gemaakt, en de zeggenschap terug gaat naar we, the people. Binnenlands geweld van het type Rwanda moet te allen prijze worden voorkomen. Maar fundamentele veranderingen in de samenleving gebeuren niet zonder slag of stoot. De gevolgen zullen wereldwijd worden gevoeld.

1 Dit is het arrest van het Hooggerechtshof dat stelt de overheid verkiezingspropaganda door “onafhankelijke” organisaties en bedrijven niet kan verbieden. Op grond van eerdere jurisprudentie rond het “kopen” van verkiezingen mogen zelfs bedrijven onbeperkt donaties aan verkiezingskandidaten doen.
2 Elias Isquith: “Controlled by shadow government: Mike Lofgren reveals how top U.S. officials are at the mercy of the ‘deep state’”, Salon, 6 januari 2016
3 Chris Hedges: “The Problem With Impeachment”, Truthdig, 26 september 2019
4 Impeachmentdebat met John Bonifaz, Chris Hedges, Amy Goodman en Juan González op Democracy Now! op 1 oktober 2019
5 BU Today [een publicatie van Boston University] staff: “BU Historian Answers: Are We Headed for Another Civil War?”, 27 maart 2019

Het verrottingsproces van de Amerikaanse democratie, naar Mike Lofgren

https://geopolitiekincontext.files.wordpress.com/2011/10/c7358-mikelofgren.jpg

Mike Lofgren in zijn huis in Alexandria, Virginia (foto: Richard A. Bloom)


Zoals in het vorige artikel aangekondigd laten we hieronder in een samengevatte versie Mike Lofgren aan het woord.

Het politieke systeem [in Amerika] wordt compleet verziekt door financiële bijdragen van ondernemingen. Een kandidaat moet nu al meer dan een miljard dollar bijeenbrengen om te kunnen dingen naar het presidentschap. Ondernemingen hebben beide politieke partijen in de tang. Dat de nieuwe Democratische wet op de gezondheidszorg leidt tot het failliet van de overheidsbegroting komt doordat de Democraten bezwijken voor de belangen van verzekeraars en farmaceutische ondernemingen.

Bij de Democraten treft men net zo goed “gerobotiseerde” politici, carrièrejagers, door bedrijven afgeperste mensen, ziekelijke egoïsten en vreemde vogels aan, maar niets evenaart de Republikeinse partij. De Republikeinen hebben de stemming over de schuldlimiet, normaal een routineprocedure, opgeklopt tot een volslagen kunstmatige crisis. Door de economieën van de VS en de wereld te gijzelen konden zij hun eisen realiseren. De crisis rond het schuldplafond is niet het enige voorbeeld van dit soort politiek terrorisme. De Republikeinen waren ongegeneerd bereid om tienduizenden ambtenaren naar huis te sturen om antivakbond bepalingen in de statuten van het ministerie van transport af te dwingen.

De Republikeinen stellen zich steeds minder op als traditionele volksvertegenwoordigers en verworden tot een apocalyptische cultus die zich kan meten met de uiterst ideologische autoritaire partijen in het Europa van de 20e eeuw. Een normaal parlement functioneert mede door ongeschreven regels die de wetgevende machine smeren en het bestuur beschaafd houdt. Het Amerikaanse parlement kent echter de meest complexe regels ter wereld en kan maar functioneren door collegialiteit en goede trouw. Vandaag stuit zowat elk wetsvoorstel op een Republikeinse filibuster. [1] Dat verlamt Washington.

Het wetgevend proces is verworden tot oorlog zonder schieten, zoals men dat kent van de Rijksdag in de Weimar Republiek, nu 80 jaar geleden. Het effect is dat een vastbesloten minderheid totalitairen democratische instrumenten kunnen gebruiken om de democratie te ondermijnen. De Republikeinen zijn verworden tot een opstandige partij die de wet tart als die over een meerderheid beschikt en dreigt de zaken te saboteren als die in de minderheid is.

De Republikeinen volgen deze lijn welbewust. Het uithollen van de reputatie van een regeringsinstelling als het Congres levert op dat de politieke partij die tegen een “grote overheid” is automatisch de winnaar is. Een uiterst cynische tactiek die speelt op de zwakheid van het kiespubliek en de media. Amerika kent tientallen miljoenen slecht geïnformeerde kiezers, die onder invloed van het tegenstrijdige mediageweld denken dat politici allemaal oplichters zijn en dat een “grote overheid” fout is. Republikeinse retoriek voedt het sinds 1960 aftakelende vertrouwen in de overheid. In dit fenomeen zijn de media medeplichtig. Sinds de opsplitsing van elektronische media in een gerespecteerd nieuwssegment en een segment dat bestaat uit rabiaat ideologische talk radio en politieke propaganda op de kabeltelevisie, zijn de “respectabele” media als de dood voor kritiek wegens bespeurde vooroordelen. Die vrees heeft geleid tot valse onpartijdigheid.

Het voortdurend herhaalde “daar gaan beide partijen weer” van de media, in samenhang met de verwarring bij slecht geïnformeerde kiezers, past in de consequent volgehouden Republikeinse strategie om het vertrouwen in de democratie te ondermijnen. En die strategie heeft electoraal dividend opgeleverd. De VS kent zowat de laagste opkomstcijfers van alle Westerse democratieën. In de tussentijdse verkiezingen van 2010 konden slechts 44 miljoen Republikeinse kiezers een kruis trekken over de politieke winst van de verkiezing van president Obama door 69 miljoen kiezers.

Sinds de Republikeinen vorig jaar in een aantal staten de meerderheid haalden proberen ze systematisch om de gang naar de stembus te bemoeilijken. Strengere identificatievoorschriften, kortere registratieperiodes en nieuwe voorschriften met betrekking tot de woonplaats van de kiezer, allemaal zaken die bij voorbeeld universiteitsstudenten het uitoefenen van hun burgerrechten kunnen belemmeren. Deze aanslag op de wetgeving staat haaks op 200 jaar Amerikaanse geschiedenis, waarin gestreefd werd naar een zo groot mogelijke politieke deelname van burgers.

Het zijn vooral Republikeinen die andere landen de les spellen over democratie. Het brengen van democratie in het Midden-Oosten was een bedenksel van de regering Bush. Maar in eigen land mogen die lieden niet gaan stemmen. Vooral niet de mensen die toch niet voor de Republikeinen stemmen. Geen “echte Amerikanen” in de retoriek van Sarah Palin. Raciale minderheden, immigranten, moslims, holebi’s, intellectuelen. Dat verklaart voor een stuk de uiterst venijnige haat tegen president Obama. De meeste Republikeinse bewindslieden zullen wel niet vallen voor deze reactionaire en paranoïde kletspraat. Maar die voedt wel heel cynisch de laagste instincten van het kiezerspubliek. Zonder de sluimerende Republikeinse rassenhaat aan te halen kan men wel stellen dat Republikeinen van oordeel zijn dat geen enkele Democratische president legitiem kan zijn.

De de-industrialisatie en de opkomst van de financiële sector in Amerika sinds 1970 heeft geleid tot een steeds verder inkrimpende blanke middenklasse, mensen zonder werkzekerheid of zelfs werkloos, met verdampende pensioenen en sociale voorzieningen, mensen die de waarde van hun voornaamste bezit zien kelderen door de uiteenspattende onroerend goed zeepbel. Hun zorgen zijn niet ingebeeld, hun levensstandaard gaat daadwerkelijk omlaag. De Democraten hebben deze mensen niets te bieden. Het waren immers vooral de Democraten die in de jaren 1990 rampzalige handelsakkoorden sloten waarmee werkgelegenheid naar het buitenland kon verdwijnen.

Na de recente orgie van ongebreidelde hebzucht en ongekend omvangrijke overdracht van rijkdom naar de hogere sociale klassen door Wall Street richt de volkswoede zich op de gulle hand van Washington. De ironie is dat de overheid bovenmatig moet investeren in werkloosheidsvergoeding, food stamps en gezondheidszorg voor hen die door de uitspattingen van de ondernemingen in het vorige decennium economische schade hebben opgelopen. De Republikeinse tactiek toont een absolutistische, autoritaire mentaliteit die haaks staat op democratische waarden zoals rede, compromis en verzoening. Een mentaliteit die juist mikt op polariserende verdeeldheid, conflict en het de kop indrukken van de oppositie.

De meeste van de uitgangspunten van de Republikeinse Partij kan men zonder meer afdoen als propaganda. In essentie staat de partij voor de volgende principes:

De partij komt enkel op voor zijn rijke sponsors.

Het gemarchandeer over het overheidstekort was een show. De partij wees het pakket aan maatregelen van president Obama ter waarde van $4 biljoen van de hand omdat zelfs één promille verhoging van de belastingtarieven voor de superrijken er teveel aan was. Zo blijven miljardairs vallen in een lager belastingtarief dan politiemensen en verpleegsters. Maar in tegenstelling tot de slogans zorgen de rijken, die zo nodig moeten worden ontzien, niet voor jobs. Vandaag kijken Amerikaanse ondernemingen terug op hun meest winstgevende kwartaal in de geschiedenis. Zo zit Apple op $76 miljard cash, meer dan het BBP van menig land, maar waar blijven de jobs? De Republikeinen hebben ijverig de mythe verspreid dat Amerikanen te zwaar worden belast. Maar vergeleken met andere OESO landen behoren de Amerikaanse belastingtarieven tot de laagste ter wereld. Men spreekt over de 35% vennootschapsbelasting in de VS, maar die is effectief veel lager. Betaalde General Electric 35% over zijn winst in 2010 van $14 miljard? Nee dus, de firma betaalde … niets.

Bidden aan het altaar van Mars [2]

Hoewel ook Democraten zich bezondigen aan oorlogvoeren kunnen zij zich niet meten met Republikeinen als John McCain of Lindsey Graham die een puur wellustig enthousiasme ten toon spreiden om andere landen binnen te vallen. Met de slogan “we are all Georgians now” zou McCain wel even het nucleair bewapende Rusland aanpakken tijdens het conflict met Georgië in 2008. En Graham ruit voortdurend op tot een aanval op Iran en interventie in Syrië. Dit zijn niet de geringsten binnen de partij, het zijn de “defensie experts” die voortdurend in de media zijn. Vlak voordat de Republikeinen de markten onder druk zetten rond de kwestie van het kredietplafond en miljardenbezuinigingen eisten stemden dezelfde Republikeinen voor een defensiebegroting die voorziet in een verhoging van $17 miljard.

De economische rechtvaardiging van een defensiebegroting van $700 miljard is des temeer bedrieglijk als men bedenkt dat die investering weinig jobs creëert. De uiterst hoogwaardige wapenindustrie van  vandaag vraagt nog maar weinig laaggeschoolde arbeid. Veel geld gaat naar kostbare R&D (waar de economie weinig baat bij heeft), exorbitante managementuitgaven, overhead, zakkenvullerij en geld dat terugvloeit naar politieke campagnes. Een miljoen dollar voor wegenbouw levert twee tot drie maal meer jobs op dan een miljoen dollar wapenverkopen. Maar ook zonder de financiële drijfveer is er een psychologische hang naar oorlogvoeren binnen de partij die voortvloeit uit de neurotische dwang om zich stevig op te stellen. Het militarisme ontspringt aan hetzelfde psychologisch tekort dat behoefte heeft aan een eindeloze serie vijanden, buitenlandse én binnenlandse.

Het ongebreideld militarisme van het laatste decennium en het laffe verzuim van de Democraten om die te doen keren zijn strategisch en financieel nefast geweest. Vandaag is de VS minder welvarend, minder veilig en minder vrij. Het militarisme dat gepaard gaat met interventies in het wilde weg zal maar bedaren als de schatkist leeg is, net zoals dat gebeurde met de Republiek der Nederlanden en het Britse Rijk.

Godsdienst uit de oude doos

Het spelen op fundamentalisme is een voltijdse bezigheid binnen de partij. Sinds de jaren 1970 zijn godsdienstextremisten geen geringe publieke overlast meer, maar een vast onderdeel van het Republikeinse partijgebeuren. Het goede verkiezingsresultaat van Pat Robertson in Iowa in 1988 luidde het samensmelten in van politiek en religie binnen de partij. Het resultaat is ernaar. Het feit dat Amerikanen meer denken als Iraniërs of Nigerianen dan als Europeanen of Canadezen over zaken als de scheppingstheorie, onfeilbaarheid van de schriften en het bestaan van geesten en duivels vloeit voort uit de opkomst van religieus rechts. Er is ook sprake van een opkomend anti-intellectualisme en afkeer tegen wetenschap, een groep die de slecht geïnformeerde, of beter de verkeerd geïnformeerde kiezer tekent.

De grondwet ten spijt bestaat er nu de facto een godsdiensttest voor het presidentschap: topkandidaten worden aangemoedigd of gedwongen om zich uit te spreken over hun geloofsopvattingen. Gepolitiseerde godsdienst is ook het plechtanker van de cultuuroorlogen. De vraag is hoe het hele giftige brouwsel van partijpolitiek – economische vorstelijkheid, militarisme en cultuuroorlogen cum fundamentalisme – de plaats kon innemen van het beschaafde Republicanisme ten tijde van Eisenhower. De sleutel ligt waarschijnlijk bij de opkomst van het gepolitiseerde godsdienstfundamentalisme, dat in essentie alle drie de Republikeinse principes rationaliseert. Rijkdom is een zegen van God. De fascinatie voor oorlogvoeren vloeit ook voort uit dit fundamentalisme. Het Oude Testament staat vol van verhalen over slachtpartijen in naam van God. Het apocalyptische gedachtegoed van de fundamentalisten, hun geloof in een dreigend Armageddon, [3] conditioneert hen psychologisch om het land het conflict te laten opzoeken, niet enkel met het buitenland, maar ook over binnenlandse politieke geschillen.

De Republikeinen hebben een nieuwe vorm van politiek bedrijven uitgevonden die electoraal aanslaat. Die politiek ontketent grote politieke rampen en daarmee onheil voor het democratische proces, maar ook voor de status van Amerika als wereldleider.

[1] vertragingstechnieken, zie Wikipedia: “filibuster
[2] Romeinse God van de oorlog, zie Wikipedia: “Mars (mythologie)
[3] het einde der tijden, zie Wikipedia: Eindtijd