NAVO, geostrategisch wapen tegen China

An F/A-18F Super Hornet assigned to the Black Knights of Strike Fighter Squadron (VFA) 154 flies over the aircraft carrier USS Theodore Roosevelt (CVN 71), June 17, 2020. The Theodore Roosevelt Carrier Strike Group is on a scheduled deployment to the Indo-Pacific. (U.S. Navy photo by Mass Communication Specialist 3rd Class Zachary Wheeler/Released)


De NAVO verdedigt zijn bestaansrecht krampachtig. De nieuwe vijand is China. De opkomende wereldmacht is echter al compleet militair omsingeld. Het voortbestaan van de alliantie is na de val van de muur niet enkel een aberratie, maar ook een potentiële bron van groot onheil. De stekker moet uit de NAVO.

Een van de kerntaken van het Egmontinstituut is “voorlichting van de publieke opinie”. Als Stichting in de schoot van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken is de informatie die het instituut verspreidt niet onafhankelijk. Men moet die dus met een flinke korrel zout nemen. Dat geldt specifiek voor het regelmatig herhaalde pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger. PESCO moet voor het instituut een instrument worden om Europese militaire macht te projecteren. Daarmee gaat Egmont verder dan de NAVO. De website van Buitenlandse Zaken zegt daarover: “België hecht veel belang aan het defensieve [cursivering door de redactie] karakter van het bondgenootschap.” Dat is een statement waar men kanttekeningen bij mag maken.

Europese macht projecteren, in PESCO- of NAVO-verband, is heel wat anders dan defensief optreden. Sinds de val van de muur, voor UAntwerpen professor Tom Sauer de belangrijkste gebeurtenis in de internationale politiek sinds 1945, is de NAVO als alliantie blijven voortbestaan, en dat is volgens Sauer een aberratie in de internationale politiek. “Allianties horen ophouden te bestaan in tijden van vrede”, aldus Sauer. Sindsdien heeft de NAVO naarstig gezocht naar argumenten om haar voortbestaan te verdedigen. Op 8 juni maakte NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg in een toespraak nog eens duidelijk hoezeer de alliantie op zoek is naar vijanden om haar wankele bestaansrecht te rechtvaardigen.

Confrontatie van China is moeilijk te rijmen met de core business van collectieve defensie

Voor het eerst nam Stoltenberg China op de korrel. “De opkomst van China betekent een verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld, brengt de race naar economische en technologische suprematie in een stroomversnelling, bedreigt open samenlevingen, individuele vrijheden en onze manier van leven,” aldus de secretaris-generaal. Een confrontatie van China is toch moeilijk te rijmen met de core business van collectieve defensie. “China heeft het tweede grootste defensiebudget, ontwikkelt raketten die ons kunnen treffen, speelt mee in cyberspace, is actief in het noordpoolgebied en in Afrika. Het land investeert in onze kritieke infrastructuur en werkt steeds nauwer samen met Rusland. Dat alles heeft veiligheidsgevolgen voor de bondgenoten, en dus moeten we reageren,” aldus nog Stoltenberg.

Met ruim 22.000 km heeft China de langste landgrens ter wereld, en een kustlijn van 14.500 km (de Amerikaanse kustlijn is 19.900 km). Het hoeft geen betoog dat dergelijke omvangrijke grenzen een grote verdedigingsmacht vergen, temeer daar de VS met een keten luchtmachtbases en marinehavens de perfecte strop legt rond de nek van zijn rivaal. Een Australische denktank meent dat de Chinese precisieraketten in de eerste uren van een conflict de Amerikaanse militaire bases in de regio gemakkelijk een kopje kleiner kunnen maken. Het Chinese arsenaal langeafstandsraketten ondermijnt het Amerikaanse primaat in de regio, aldus de denktank, die meer investeringen in militaire middelen ziet als remedie.

Stoltenberg laat zich voor het karretje van Washington spannen

Het is duidelijk dat hier geen rol is weggelegd voor de NAVO. De leden van het bondgenootschap hebben zich immers, met een verwijzing naar het Handvest van de Verenigde Naties, ertoe verbonden elk internationaal geschil vreedzaam te beslechten, en af te zien van elke dreiging met, of gebruik van, geweld. Met zijn dreigementen richting China laat Stoltenberg zich voor het karretje van Washington spannen. Wat is er mis met het feit dat Rusland en China “steeds meer samenwerken?” Heeft het Westen de afgelopen tientallen jaren Rusland niet zelf in de armen van China gedreven? Waarom mogen 30 landen in het Westen wel een militaire alliantie vormen, en het duo China en Rusland niet?

De gekte was compleet toen twee Amerikaanse senatoren vorige maand een Pacific Deterrence Initiative voorstelden om de Amerikaanse militaire inzet in Azië uit te breiden en “een sterk signaal af te geven aan de Chinese Communistische Partij dat het Amerikaanse volk zich inzet voor het verdedigen van Amerikaanse belangen in de Indo-Pacific.’ De wereld zou te klein zijn als de Chinese regering zou verklaren dat China zijn belangen in het Amerikaanse continent (militair) zal verdedigen. Als klap op de vuurpijl introduceerde senator Tom Cotton wetgeving getiteld ‘Forging Operational Resistance to Chinese Expansion (FORCE)’, dat Chinese plannen moet dwarsbomen om de VS uit de westelijke Stille Oceaan te verdrijven en de eenwording met Taiwan te realiseren.

Over het Chinese defensiebudget slaat Stoltenberg de plank mis. De NAVO als geheel besteedt vijf maal meer dan China. De bondgenoten geven miljarden uit aan “nieuwe capaciteiten” en NAVO-missies over de hele wereld. In massavernietigingswapens is de alliantie veruit superieur. Vijf Europese landen, waaronder Nederland en België, stationeren 150 Amerikaanse tactische kernwapens die tien tot twintig keer krachtiger zijn dan de bommen op Japan. Deze wapens moeten kunnen worden afgegooid door Europese gevechtsvliegtuigen. De Europese “partners” hebben niets te zeggen over deze wapens, Amerika houdt alle touwtjes in handen. En er wordt mee getraind: niet lang geleden nog in Kleine Brogel en in Duitsland, waarbij Nederlandse en Belgische gevechtspiloten betrokken waren.

Kwetsbaar voor een preëmptieve aanval

De stationering van tactische kernwapens in Europa past in de Amerikaanse strategie om de opkomst van China als wereldmacht te fnuiken. Europa voelt zich daar ongemakkelijk bij. In een tijd waarin demonisering van Rusland en China schering en inslag is, maken Europese landen die Amerikaanse kernwapens stationeren zich kwetsbaar voor een preëmptieve aanval mocht de Amerikaanse president alleen al (eenzijdig) beslissen die wapens in staat van paraatheid te brengen. In de diplomatieke wandelgangen luidt het dat Europa zich moet losmaken uit het Amerikaanse juk. Maar geopolitiek en geostrategisch kan de hopeloos verdeelde Europese Unie geen vuist maken. Het lijkt gedoemd om aan de hand te blijven lopen van America first.

Het Chinese nucleaire arsenaal wordt geschat op 290 kernwapens, nog geen 20% van de NAVO-kernwapens die op China staan gericht. Dan is het absurd om te spreken over een bedreiging van de wereldvrede. China’s arsenaal is er gekomen als antwoord op de Amerikaanse nucleaire dreiging. Amerikaanse atoombommenwerpers die de Zuid-Chinese Zee overvliegen en aanvalsoefeningen door tot de tanden gewapende torpedobootjagers en vliegdekschepen moeten China intimideren en een tegenactie uitlokken. De militaire omsingeling van China neemt steeds verder toe, en wordt gecombineerd met economische druk om de regering te verzwakken.

Stoltenberg mag dan beweren dat “de NAVO China niet ziet als de nieuwe vijand of een tegenstander,” maar de secretaris-generaal verliest elke geloofwaardigheid als hij tegelijk de alliantie oproept om op te treden tegen de “de veiligheidsgevolgen van de opkomst van China.” Het voortbestaan van de NAVO na het einde van de Koude Oorlog is niet enkel een aberratie, maar ook een potentiële bron van groot onheil. De peperdure alliantie kan op geen enkel wapenfeit bogen. De inzet in Afghanistan en Irak was een compleet fiasco. Stoltenberg moest zich doodschamen over zijn opmerking dat de NAVO er toch maar voor gezorgd heeft dat de Afghanen zelf het terrorisme kunnen bestrijden en hun land stabiliseren.

De stekker moet uit de NAVO. In het belang van de wereldvrede.

Voor de Europese Unie is het nu of nooit

Foto: print screen van de VRT-programma’s TerzakeTV 13 april 2020 (links) en De Afspraak 20 maart 2020 (rechts)


De Franse president slaat in de coronacrisis een beter figuur dan Belgische politici. Maar geostrategisch lijkt Macron een unieke kans te missen om de EU vooruit te stuwen: hij kan in volle crisistijd de Unie ertoe aanzetten de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neer te leggen, en volop in dat land te investeren.

Terzake, het Vlaams duidingsprogramma van de VRT, zond gisteren de toespraak uit van de Franse president Emmanuel Macron waarin hij aankondigde dat de lockdown in Frankrijk wordt verlengd tot 11 mei. Omdat de situatie met kinderen in achtergestelde wijken onhoudbaar wordt gaan vanaf dan scholen en kinderdagverblijven weer open. In functie van de resultaten wordt dan ook beslist over aanpassing van de regels van de lockdown. Heropstart van de economie heeft dan de hoogste prioriteit. De horecasector en bioscopen, theaters, concertzalen en musea gaan 11 mei nog niet open. Massa-evenementen kunnen niet vóór half juli, en dat heeft gevolgen voor de Tour de France.

Om 20:39 uur, onmiddellijk na de uitzending, lanceerde Isabel Albers, redactiedirecteur van de Belgische krantencombinatie DeTijd/L’Echo, de volgende tweet:

“Kijkend naar Emmanuel Macron, vraag je je af waar het politiek leiderschap vandaag in ons land zit. Na deze gezondheidscrisis komt een economische crisis. Voeg daar een politieke bij”.

De boodschap van mevrouw Albers is duidelijk: terwijl de Franse president met een boodschap komt die de burgers perspectief biedt, blijven in ons land politici in verantwoordelijke posities, zoals die van burgemeester van een grote stad, in volle coronacrisis politieke spelletjes spelen met de coronamaatregelen van de interim-minderheidsregering die zij officieel steunen. “Het spijt me dat de advertentie over ‘niet handhaven’ een verkeerd beeld heeft opgeleverd, mea culpa”, aldus het flauwe excuus van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever, tevens voorzitter van de N-VA, met 24 zetels de grootste partij in het Belgisch federaal parlement.

Macron tikt zijn Iraanse collega op de vingers

Maar als het gaat om coronaproblematiek buiten Frankrijk is de Franse president blijkbaar niet in staat om zich een groot staatsman te tonen en de nodige empathie op te brengen. In een telefoongesprek van 8 april liet Macron zijn Iraanse collega Hassan Rohani weten dat de internationale gemeenschap een gezamenlijke inspanning moet doen om de verspreiding van het coronacrisis te bestrijden, maar Iran ondanks de crisis zijn nucleaire verplichtingen moet respecteren. Rohani was akkoord met het eerste deel van Macrons oproep, ging niet in op het tweede, en vroeg steun in de coronacrisis. “Zonder internationale steun kunnen wij deze kritieke fase niet de baas”, aldus de Iraanse president.

Iran is bijzonder zwaar getroffen door het coronavirus. Volgens Worldometer heeft de uitbraak in Iran bijna 75.000 mensen besmet en 4.600 gedood. Sommige bronnen wijzen erop dat de werkelijke cijfers mogelijk veel hoger zijn als gevolg van onderrapportage. Zoals eerder gemeld heeft de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo midden de crisis nog eens extra sancties afgekondigd op een land dat toch al moet afrekenen met verlammende sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering. “Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken”, zo vroeg de Nederlandse Clingendael-onderzoekster Goos Hofstee zich af.

Iran zit niet te wachten op Amerikaanse liefdadigheid

De Amerikaanse president Donald Trump heeft Iran humanitaire hulp aangeboden, maar Iran heeft dat aanbod afgewezen. Iran zit niet te wachten op “liefdadigheid” van Trump, zo liet minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif 7 april op Twitter weten. “Wat we willen is dat hij niet langer Iran verhindert olie en andere producten te verkopen. Iran moet onverlet in eigen behoeften kunnen voorzien, en betalingen doen en ontvangen”, aldus Zarif. In zijn telefoontje prees Macron INSTEX aan, het EU-instrument van januari 2019 dat een antwoord moest bieden op de Amerikaanse sancties tegen Iran. In dat kader werd echter pas begin april 2020 een eerste transactie gerealiseerd: Duitse medicijnen ter waarde van €500.000.

Seyed Mohammad Marandi, professor Noord-Amerikaanse studies aan de Universiteit van Teheran, reageert op het bericht van de Amerikaanse nieuwszender CNN dat Zuid-Korea vandaag 600.000 Covid-19-testkits naar de VS stuurt. Volgens Marandi zet het Amerikaanse regime het virus via de sancties in als wapen tegen Iran. Tegelijk wijst Marandi erop dat de president van Zuid-Korea en de Japanse premier Iran belemmeren in zijn strijd tegen het virus door miljarden dollars aan Iraanse activa te blokkeren in opdracht van het Trump-regime. Korea stuurt grote hoeveelheden testkits naar de VS, maar helpt COVID-19 te bewapenen tegen Iran, aldus nog Marandi.

Groen licht voor investeringen in Iran

Als we de Nederlandse hoogleraar internationale politiek Rob de Wijk mogen geloven is het wereldleiderschap van de VS voorbij. Hier ligt een uitgelezen kans voor de EU. De Unie kan de stelling van De Wijk testen door het lamlendige INSTEX-instrument te begraven, publiek te verklaren dat het de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neerlegt, zijn bedrijfsleven groen licht te geven voor investeringen in Iran en ondernemingen garanties te verstrekken tegen Amerikaanse strafmaatregelen. Onder Trump is de VS erin geslaagd zowat al zijn bondgenoten tegen zich in het harnas te jagen. In volle economische crisis en vlak voor de presidentsverkiezingen kan de regering-Trump er geen openlijke economische oorlog met Europa bij hebben.

Verzet dus tegen de Amerikaanse hegemoon op een moment waarin die kwetsbaar en op zijn retour is. Dat zou de strategie moeten zijn van Europa, van een Franse president die de pretentie heeft de EU naar een nieuwe toekomst te leiden. Als dat initiatief er niet komt krijgen de pessimisten gelijk, blijft de EU speelbal tussen Oost en West, en verkleint de overlevingskans van de Unie.

Het Europese landbouwbeleid: eigen boeren eerst

Milk cans at the Kiambaa Dairy Rural Sacco Society in Kenya
(photo credit: ILRI/Eyeris; Wikimedia Commons)


Zo’n 40% van het EU-budget gaat naar landbouw. Exportsubsidies hebben plaatsgemaakt voor directe steun aan boeren die bijna de helft van hun inkomen dekt. Wat de EU met de ene hand geeft via ontwikkelingshulp neemt het met de andere hand terug via export van gesubsidieerde landbouwoverschotten. Het kan anders: grote opkomende economieën bieden kansen. Het EU-parlement kan het verschil maken.

“Het handelsklimaat voor agribusiness in 2018 was positief, maar aanzienlijke risico’s liggen in het verschiet. De bedreigingen zijn protectionisme, handelsconflicten en verstoring van het handelsverkeer. Maar er zijn ook kansen. Met de bevolkingsgroei neemt de vraag toe, en de groeiende middenklasse is rijp voor producten met een hogere toegevoegde waarde. Onze toonaangevende agrovoedingssector mag de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.” Dat is de strekking van het rapport Agri-food trade in 20181 van de Europese Commissie dat verscheen op een moment waarop het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat in 2021 moet ingaan in de steigers staat.

Dit rooskleurige beeld schreeuwt om nuancering. De échte bedreiging is het groeiend verzet tegen zowat 40% van het EU-budget naar landbouw en de impact van het beleid op de derde wereld. Het Europese landbouwbeleid past eerder in een geleide economie zoals die onder het communisme. De steeds grotere boerenbedrijven vergen blijvende financiële ondersteuning. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan mag dan spreken over een steeds marktgerichter gemeenschappelijk landbouwbeleid, de steun die hij de sector tegelijk belooft om “kansen over de hele wereld te benutten” leidt wel tot het dumpen van gesubsidieerde overschotten in ontwikkelingslanden die lokale landbouw oneerlijk beconcurreren.

Het Europese landbouwbeleid kent een roemrucht verleden. Vanaf het Verdrag van Rome van 1957 zijn de doelstellingen ongewijzigd: productiviteit optimaliseren, boereninkomens ondersteunen, markten stabiliseren, voedselvoorziening veiligstellen en zorgen voor betaalbare consumentenprijzen. Het GLB van vandaag ontstond in 1962. De architect was de sterk ideologisch gedreven Nederlandse landbouwcommissaris Sicco Mansholt, voor wie schaalvergroting, inkomenssteun aan de boeren en subsidiëring van de landbouw essentiële voorwaarden waren.

Perverse neveneffecten

Achteraf kreeg Mansholt spijt van zijn beleid. Dat heeft immers perverse neveneffecten: goedkoop veevoer uit de Derde Wereld levert welvaart op, maar ook een zware belasting van het milieu. Veeteelt produceert 14% van alle CO2-uitstoot, even veel als de complete transportsector. Via de mest komen onnatuurlijk grote hoeveelheden mineralen in de bodem. Intensieve veehouderij is ook potentieel nefast voor dierenwelzijn. Vroeger kregen koeien diermeel bijgevoerd, wat in 1992 leidde tot de bovine spongiforme encefalopathie (BSE) epidemie bij melkvee met vrijwel zeker de overdracht op de mens in de vorm van een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

In 1995 formuleerde2 Mansholt een stuk van zijn wroeging als volgt: “Door de vaste graanprijs blijft er veertig miljoen ton graan per jaar over. Dat dumpen we, met dure exportsubsidies, tegen ramsjprijzen op de wereldmarkt waardoor we de boeren in de derde wereld in wanhoop naar de sloppenwijken drijven. Tegelijk hebben we de vrije invoer van graanvervangend veevoer toegestaan, tapioca en de hele rommel. Ook veertig miljoen ton per jaar. Daardoor zitten wij nu met de intensieve veehouderij en het mestoverschot. Het is een onhoudbare toestand, een stroperige brei van belachelijke maatregelen”.

Intussen zijn de exportsubsidies dan afgeschaft, vandaag steunt Brussel de sector wél in andere vormen, waaronder directe financiële steun aan de boeren die gemiddeld 46% van hun inkomen dekt. Enerzijds zegt de voorzet3 voor het nieuwe GLB dat het de sector blijft steunen, anderzijds dat de Migratietop in Valletta4 opvolging verdient. Die top keek naar de diepere oorzaken van migratie: armoede, gewapend conflict, slecht bestuur, de gebrekkige rechtsstaat en inbreuken op mensenrechten. Maar nog steeds geeft de Commissie een duurzame ontwikkeling in Afrika te weinig kans. Zij zegt dat coördinatie met ontwikkelingssamenwerking nodig is, maar ook dat handelsakkoorden moeten voorzien in uitzonderingen voor bepaalde sectoren.

Minderwaardig melkpoeder naar West-Afrika

In 2018 overspoelde de EU de West-Afrikaanse markten met 340.000 ton melkpoeder. Bijna driekwart daarvan is een minderwaardig product: het melkvet is vervangen door 90% goedkoper plantaardig vet dat maar een fractie bevat van de voedingsstoffen van melkvet. Het afgeroomde melkvet wordt verwerkt tot boter waar op de binnenlandse markt in Europa tegenwoordig opnieuw een grote, groeiende en winstgevende vraag naar bestaat. Intussen worden zo’n 20.000 West-Afrikaanse families die leven van industriële melkproductie en honderdduizenden families die daar indirect van afhankelijk zijn doodgeconcurreerd met inferieur en gesubsidieerd Europees melkpoeder.5

Aan de vooravond van een nieuw vrijhandelsakkoord met de EU heeft ook Tunesië problemen met het Europese landbouwbeleid. Het verschil in productiviteit, de financiële steun aan EU-boeren, de Europese graan- en vleesoverschotten, de extra irrigatie met water waarvan de limieten zijn bereikt, het zijn allemaal zaken die Tunesië zelfs op middellange termijn niet kan overbruggen. Tunesië met 10 miljoen inwoners is net als andere Maghreblanden helemaal niet gebaat met een handelsakkoord met een economisch machtsblok met 500 miljoen inwoners. Slaat de Maghreb de handen ineen, dan staat de regio als groep sterker in de onderhandeling met de machtige EU.6

Big business en big finance dragen bij tot corruptie

De EU denkt de nood in Afrika te kunnen lenigen door het aanbieden van knowhow, opleiding, uitwisselingsprogramma’s, en jobs voor legale migranten en seizoensarbeiders. Maar dat is in belangrijke mate lippendienst. Mensen verlaten hun geboorteland om redenen die voortvloeien uit het beleid van hun corrupte overheid, corruptie die samenhangt met contacten tussen lokale leiders en big business en big finance in het westen. Het zijn mastodonten die belust zijn op natuurlijke hulpbronnen in de derde wereld, en afzetmarkten zoeken voor landbouwoverschotten.

Voor 2018 stond 38% (€61 miljard) voor landbouw ingeschreven op de EU-begroting. Voor ontwikkelingssamenwerking was dat 0,3% (€3 miljard).7 De Official Development Assistance, het totale budget voor ontwikkelingshulp van de EU plus de 28 lidstaten, bedroeg in 2018 €74 miljard. Wat Europa met de ene hand aan belastinggeld van burgers investeert in ontwikkelingslanden wordt dus in belangrijke mate met de andere hand ongedaan gemaakt via het dumpen van gesubsidieerde landbouwoverschotten.

Hoe moet het dan wel? Overheidsbemoeienis met landbouw is omwille van voedselzekerheid niet weg te denken, maar het kan met heel wat minder. De sector moet meer ondernemerschap tonen. Gesubsidieerde overschotten moeten niet langer in ontwikkelingslanden worden gedumpt. In Europa wordt braaklegging van landbouwgrond gesubsidieerd terwijl China overal landbouwgrond opkoopt. In het handelsoverleg met China zou Europa een tolling voorstel op tafel kunnen leggen waarbij het hoogproductieve landbouwgrond ter beschikking stelt en producten levert in ruil voor Chinese ertsen, mineralen en andere grondstoffen.8 Geopolitieke en geostrategische argumenten moeten in de discussie worden meegenomen. Wat geldt voor China geld ook voor nieuwe grote economieën als Brazilië en India.9

Sinds het Verdrag van Lissabon is landbouw één van de beleidsdomeinen die onderworpen zijn aan de gewone wetgevingsprocedure. Het Europees Parlement is dus ook voor landbouw medewetgever en zal zijn akkoord moeten geven aan het nieuwe GLB. Dat geeft de nationale politiek, het middenveld, actiegroepen en de media de mogelijkheid “hun” Europese parlementsleden te wijzen op de onmogelijke spagaat tussen landbouw en ontwikkelingssamenwerking, en er dus een einde moet komen aan het eigen-boeren-eerst beleid.

1 European Commission DG Agriculture & Rural Development: ‘Agri-food trade in 2018
2 VPRO Tegenlicht: Gesubsidieerde aarde, deel 2, 25 mei 2003
3 Mededeling Europese Commissie COM(2017) 713 d.d. 29 november 2017: ‘De toekomst van voeding en landbouw
4 European Council Council of the European Union: ‘Valletta Summit on migration, 11-12/11/2015
5 Arne Gillis: ‘Met palmolie aangelengde Europese melk overspoelt Afrika’, MO, 12 april 2019
6 Samira Bendadi: ‘Europa preekt democratie, maar offert die in Tunesië op aan handelsbelangen’, MO, 24 januari 2019
7 Europa Nu: ‘Europa in de wereld. §2: Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp
8 Foodlog: ‘Rob de Wijk: food for fuel en andere grondstoffen’, 4 maart 2012
9 Ingrid Jansen: ‘Gebruik landbouw in geopolitiek’, NRC, 5 augustus 2019