Het Europese landbouwbeleid: eigen boeren eerst

Milk cans at the Kiambaa Dairy Rural Sacco Society in Kenya
(photo credit: ILRI/Eyeris; Wikimedia Commons)


Zo’n 40% van het EU-budget gaat naar landbouw. Exportsubsidies hebben plaatsgemaakt voor directe steun aan boeren die bijna de helft van hun inkomen dekt. Wat de EU met de ene hand geeft via ontwikkelingshulp neemt het met de andere hand terug via export van gesubsidieerde landbouwoverschotten. Het kan anders: grote opkomende economieën bieden kansen. Het EU-parlement kan het verschil maken.

“Het handelsklimaat voor agribusiness in 2018 was positief, maar aanzienlijke risico’s liggen in het verschiet. De bedreigingen zijn protectionisme, handelsconflicten en verstoring van het handelsverkeer. Maar er zijn ook kansen. Met de bevolkingsgroei neemt de vraag toe, en de groeiende middenklasse is rijp voor producten met een hogere toegevoegde waarde. Onze toonaangevende agrovoedingssector mag de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.” Dat is de strekking van het rapport Agri-food trade in 20181 van de Europese Commissie dat verscheen op een moment waarop het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat in 2021 moet ingaan in de steigers staat.

Dit rooskleurige beeld schreeuwt om nuancering. De échte bedreiging is het groeiend verzet tegen zowat 40% van het EU-budget naar landbouw en de impact van het beleid op de derde wereld. Het Europese landbouwbeleid past eerder in een geleide economie zoals die onder het communisme. De steeds grotere boerenbedrijven vergen blijvende financiële ondersteuning. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan mag dan spreken over een steeds marktgerichter gemeenschappelijk landbouwbeleid, de steun die hij de sector tegelijk belooft om “kansen over de hele wereld te benutten” leidt wel tot het dumpen van gesubsidieerde overschotten in ontwikkelingslanden die lokale landbouw oneerlijk beconcurreren.

Het Europese landbouwbeleid kent een roemrucht verleden. Vanaf het Verdrag van Rome van 1957 zijn de doelstellingen ongewijzigd: productiviteit optimaliseren, boereninkomens ondersteunen, markten stabiliseren, voedselvoorziening veiligstellen en zorgen voor betaalbare consumentenprijzen. Het GLB van vandaag ontstond in 1962. De architect was de sterk ideologisch gedreven Nederlandse landbouwcommissaris Sicco Mansholt, voor wie schaalvergroting, inkomenssteun aan de boeren en subsidiëring van de landbouw essentiële voorwaarden waren.

Perverse neveneffecten

Achteraf kreeg Mansholt spijt van zijn beleid. Dat heeft immers perverse neveneffecten: goedkoop veevoer uit de Derde Wereld levert welvaart op, maar ook een zware belasting van het milieu. Veeteelt produceert 14% van alle CO2-uitstoot, even veel als de complete transportsector. Via de mest komen onnatuurlijk grote hoeveelheden mineralen in de bodem. Intensieve veehouderij is ook potentieel nefast voor dierenwelzijn. Vroeger kregen koeien diermeel bijgevoerd, wat in 1992 leidde tot de bovine spongiforme encefalopathie (BSE) epidemie bij melkvee met vrijwel zeker de overdracht op de mens in de vorm van een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

In 1995 formuleerde2 Mansholt een stuk van zijn wroeging als volgt: “Door de vaste graanprijs blijft er veertig miljoen ton graan per jaar over. Dat dumpen we, met dure exportsubsidies, tegen ramsjprijzen op de wereldmarkt waardoor we de boeren in de derde wereld in wanhoop naar de sloppenwijken drijven. Tegelijk hebben we de vrije invoer van graanvervangend veevoer toegestaan, tapioca en de hele rommel. Ook veertig miljoen ton per jaar. Daardoor zitten wij nu met de intensieve veehouderij en het mestoverschot. Het is een onhoudbare toestand, een stroperige brei van belachelijke maatregelen”.

Intussen zijn de exportsubsidies dan afgeschaft, vandaag steunt Brussel de sector wél in andere vormen, waaronder directe financiële steun aan de boeren die gemiddeld 46% van hun inkomen dekt. Enerzijds zegt de voorzet3 voor het nieuwe GLB dat het de sector blijft steunen, anderzijds dat de Migratietop in Valletta4 opvolging verdient. Die top keek naar de diepere oorzaken van migratie: armoede, gewapend conflict, slecht bestuur, de gebrekkige rechtsstaat en inbreuken op mensenrechten. Maar nog steeds geeft de Commissie een duurzame ontwikkeling in Afrika te weinig kans. Zij zegt dat coördinatie met ontwikkelingssamenwerking nodig is, maar ook dat handelsakkoorden moeten voorzien in uitzonderingen voor bepaalde sectoren.

Minderwaardig melkpoeder naar West-Afrika

In 2018 overspoelde de EU de West-Afrikaanse markten met 340.000 ton melkpoeder. Bijna driekwart daarvan is een minderwaardig product: het melkvet is vervangen door 90% goedkoper plantaardig vet dat maar een fractie bevat van de voedingsstoffen van melkvet. Het afgeroomde melkvet wordt verwerkt tot boter waar op de binnenlandse markt in Europa tegenwoordig opnieuw een grote, groeiende en winstgevende vraag naar bestaat. Intussen worden zo’n 20.000 West-Afrikaanse families die leven van industriële melkproductie en honderdduizenden families die daar indirect van afhankelijk zijn doodgeconcurreerd met inferieur en gesubsidieerd Europees melkpoeder.5

Aan de vooravond van een nieuw vrijhandelsakkoord met de EU heeft ook Tunesië problemen met het Europese landbouwbeleid. Het verschil in productiviteit, de financiële steun aan EU-boeren, de Europese graan- en vleesoverschotten, de extra irrigatie met water waarvan de limieten zijn bereikt, het zijn allemaal zaken die Tunesië zelfs op middellange termijn niet kan overbruggen. Tunesië met 10 miljoen inwoners is net als andere Maghreblanden helemaal niet gebaat met een handelsakkoord met een economisch machtsblok met 500 miljoen inwoners. Slaat de Maghreb de handen ineen, dan staat de regio als groep sterker in de onderhandeling met de machtige EU.6

Big business en big finance dragen bij tot corruptie

De EU denkt de nood in Afrika te kunnen lenigen door het aanbieden van knowhow, opleiding, uitwisselingsprogramma’s, en jobs voor legale migranten en seizoensarbeiders. Maar dat is in belangrijke mate lippendienst. Mensen verlaten hun geboorteland om redenen die voortvloeien uit het beleid van hun corrupte overheid, corruptie die samenhangt met contacten tussen lokale leiders en big business en big finance in het westen. Het zijn mastodonten die belust zijn op natuurlijke hulpbronnen in de derde wereld, en afzetmarkten zoeken voor landbouwoverschotten.

Voor 2018 stond 38% (€61 miljard) voor landbouw ingeschreven op de EU-begroting. Voor ontwikkelingssamenwerking was dat 0,3% (€3 miljard).7 De Official Development Assistance, het totale budget voor ontwikkelingshulp van de EU plus de 28 lidstaten, bedroeg in 2018 €74 miljard. Wat Europa met de ene hand aan belastinggeld van burgers investeert in ontwikkelingslanden wordt dus in belangrijke mate met de andere hand ongedaan gemaakt via het dumpen van gesubsidieerde landbouwoverschotten.

Hoe moet het dan wel? Overheidsbemoeienis met landbouw is omwille van voedselzekerheid niet weg te denken, maar het kan met heel wat minder. De sector moet meer ondernemerschap tonen. Gesubsidieerde overschotten moeten niet langer in ontwikkelingslanden worden gedumpt. In Europa wordt braaklegging van landbouwgrond gesubsidieerd terwijl China overal landbouwgrond opkoopt. In het handelsoverleg met China zou Europa een tolling voorstel op tafel kunnen leggen waarbij het hoogproductieve landbouwgrond ter beschikking stelt en producten levert in ruil voor Chinese ertsen, mineralen en andere grondstoffen.8 Geopolitieke en geostrategische argumenten moeten in de discussie worden meegenomen. Wat geldt voor China geld ook voor nieuwe grote economieën als Brazilië en India.9

Sinds het Verdrag van Lissabon is landbouw één van de beleidsdomeinen die onderworpen zijn aan de gewone wetgevingsprocedure. Het Europees Parlement is dus ook voor landbouw medewetgever en zal zijn akkoord moeten geven aan het nieuwe GLB. Dat geeft de nationale politiek, het middenveld, actiegroepen en de media de mogelijkheid “hun” Europese parlementsleden te wijzen op de onmogelijke spagaat tussen landbouw en ontwikkelingssamenwerking, en er dus een einde moet komen aan het eigen-boeren-eerst beleid.

1 European Commission DG Agriculture & Rural Development: ‘Agri-food trade in 2018
2 VPRO Tegenlicht: Gesubsidieerde aarde, deel 2, 25 mei 2003
3 Mededeling Europese Commissie COM(2017) 713 d.d. 29 november 2017: ‘De toekomst van voeding en landbouw
4 European Council Council of the European Union: ‘Valletta Summit on migration, 11-12/11/2015
5 Arne Gillis: ‘Met palmolie aangelengde Europese melk overspoelt Afrika’, MO, 12 april 2019
6 Samira Bendadi: ‘Europa preekt democratie, maar offert die in Tunesië op aan handelsbelangen’, MO, 24 januari 2019
7 Europa Nu: ‘Europa in de wereld. §2: Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp
8 Foodlog: ‘Rob de Wijk: food for fuel en andere grondstoffen’, 4 maart 2012
9 Ingrid Jansen: ‘Gebruik landbouw in geopolitiek’, NRC, 5 augustus 2019