Hoe Rusland de lat voor een aanval op Iran hoog legt

President Putin, aboard the guided missile cruiser Marshal Ustinov during the joint exercises of the Northern and Black Sea fleets, January 9-10, 2020. Photo Credit: kremlin.ru


De Iraanse tegenaanval toont de kwetsbaarheid van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, en kan enkel leiden tot hun vertrek. Terwijl Rusland Iran voorziet van middelen om zich tegen Amerikaanse agressie te verdedigen maakt het Pentagon zich op voor een catastrofale confrontatie met Iran.

Op 8 januari voerde Iran een raketaanval uit op de militaire vliegbasis Ain al-Asad in Irak waar Amerikaanse militairen waren gelegerd, als vergelding voor de liquidatie van de Iraanse generaal Qassem Suleimani. Iran had de VS tevoren gewaarschuwd, zodat de Amerikaanse manschappen zich tijdig in veiligheid konden brengen. Uit luchtfoto’s blijkt de uiterste precisie waarmee de aanvallen werden uitgevoerd. “Het was niet de bedoeling om slachtoffers te maken. Toch is de schade die we aangericht hebben groot: de VS kon onze raketten niet uit de lucht schieten. Dat toont hoe kwetsbaar de Amerikanen zijn”, aldus de Iraanse buitenlandminister Javad Zarif. En nog een vernedering: grootmacht Amerika heeft voor het eerst in zijn bestaan een militaire aanval onbeantwoord moeten laten.

De Amerikaanse president Donald Trump deed er alles aan om het incident te bagatelliseren. Maar veertien dagen na de aanval liet het Pentagon weten dat 34 Amerikaanse militairen traumatisch hersenletsel hadden opgelopen. Trumps geringschattende opmerkingen hebben geleid tot woedend protest, niet enkel van Amerikaanse veteranen, maar ook van militairen in actieve dienst. Veterans of Foreign Wars, een organisatie die Trump in het verleden heeft gebruikt als achtergrond voor zijn rechtse campagnetirades, heeft aangedrongen op excuses van de Amerikaanse president voor zijn opmerkingen. Binnen het Amerikaanse leger heeft Trump zich dus niet populair gemaakt

De liquidatie van Suleimani, door buitenlandminister Pompeo met veel bravoure bekendgemaakt met de mededeling dat Amerika daarmee veel veiliger was geworden, leidt onherroepelijk tot het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak en mogelijk ook het kleine contingent uit Syrië. Het Iraakse parlement drong in een motie al aan op dat vertrek. De absurde verklaring van Trump dat Irak dan zou moeten betalen voor de Amerikaanse ‘peperdure’ bases zullen we dan maar naast ons neerleggen. De bonus voor Iran is tevens het feit dat de moord op de geliefde Iraanse generaal de Iraanse bevolking heeft verenigd, ondanks alle ellende van de sancties.

Precisie van Iraanse raketten

Maar de Amerikanen moeten zich het meest zorgen maken over de uiterste precisie van Iraanse raketten. Iran beschikt niet over een eigen navigatiesatellietsysteem in de ruimte. Vandaag zijn er daar maar vier van: een Amerikaans, een Europees, een Russisch en een Chinees systeem. De Amerikaanse en Europese systemen zijn no go voor Iran. Waarschijnlijk maakt Iran dus gebruik van GLONASS, het Russische of BeiDou, het Chinese systeem. Even raadselachtig is waarom Iran wel bevestigt dat het twee Russische TOR-M1 luchtafweerraketten heeft afgevuurd, maar niet dat daarmee de Oekraïense Boeing werd neergehaald. Nu de TOR-M1 op een satellietgevolgd en van radar voorzien onafhankelijk functionerend rupsvoertuig staat is de vraag of dit luchtafweersysteem toegang had tot GLONASS.

Tegen deze achtergrond moet ook het ongepland bezoek opvallen op 7 januari, aan de vooravond van de Iraanse raketaanval, van president Vladimir Poetin aan de Syrische president Bashar al-Assad. En op 9 januari, de dag na de Iraanse raketaanval, was Poetin aanwezig bij omvangrijke Russische marine-manoeuvres in de Zwarte Zee met verscheidene raketlanceringen. Het was een indrukwekkend staaltje van de Russische militaire macht: MiG-31 jachtvliegtuigen lanceerden Kinzhal hypersonische raketten op oefendoelwitten, en marineschepen schoten Kalibr kruisraketten en andere wapens af. Meer dan 30 oorlogsschepen en 39 vliegtuigen, waaronder verschillende Tu-95 strategische bommenwerpers, namen deel aan de oefening.

Ook op 9 januari deed zich voor de kust van Iran een treffen voor tussen een Amerikaanse torpedojager en een Russisch spionageschip dat blijkbaar de Amerikaanse vloot schaduwde. Dit alles duidt erop dat Rusland de situatie rond Iran nauwlettend in het oog houdt, en klaar is voor elke militaire calamiteit. Mogelijk heeft Iran afspraken met Rusland voor het delen van inlichtingen. De Russische minister Sergey Lavrov heeft 17 januari een tipje van de sluier opgelicht met zijn opmerking dat Iran per ongeluk het Oekraïense vliegtuig had neergeschoten op een moment dat Teheran horendol werd van berichten over VS stealth-jagers. “Volgens onbevestigde berichten zaten er minstens zes F-35’s in de lucht vlak bij de Iraanse grens. Dat verklaart de stress aan Iraanse zijde”, aldus Lavrov.

Rusland voorziet Iran van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens

De boodschap van de Russen is duidelijk. Het zal niet militair ingrijpen in een Amerikaans-Iraans conflict. Maar het legt de lat voor een dergelijk conflict wel zeer hoog. Het doet er alles aan om Iran te helpen zich te verdedigen tegen Amerikaanse agressie, door het te voorzien van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens die het militaire kostenplaatje voor de VS enorm de hoogte kan injagen, zoals we 8 januari hebben gezien. De Russische steun aan Iran irriteert Washington duidelijk. Dat maakt het optreden van Amerikaanse troepen duidelijk die recent in Noordoost-Syrië tot vier maal toe Russische konvooien in Noordoost-Syrië hebben geblokkeerd.

De kou is dus niet van de lucht. Na de Iraanse raketaanval hingen er niet enkel Amerikaanse F-35’s in de lucht, maar er zouden ook kruisraketten zijn afgevuurd. Dat bleek een vals alarm, dat echter niet tijdig kon worden verspreid omdat een Amerikaanse cyberaanval de communicatienetwerken van Iran had laten vastlopen. Zo kon het Oekraïense passagiersvliegtuig door de Iraanse luchtverdediging worden gezien als een Amerikaans gevechtsvliegtuig. Het Pentagon heeft Trump dan kunnen overtuigen dat het Amerikaanse leger nog niet klaar was voor een oorlog met Iran, maar het treft wel de nodige voorbereidingen voor zo’n catastrofale confrontatie.

De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012

Luidt de onrust in Libanon een nieuwe vluchtelingenstroom naar Europa in?

A woman from Homs, Syria, now a refugee in Lebanon, shows off knitted woolen clothes that she’s learnt how to make, with support from the International Rescue Committee and UK aid. Picture: Russell Watkins/DFID (Wikimedia Commons)


De onlusten in het op de rand van bankroet verkerende Libanon kunnen het land doen ineenstorten. Het risico van een uitdeinende regionale oorlog en een omvangrijke nieuwe vluchtelingenstroom richting Europa is reëel. De EU moet dringend doortastende initiatieven ontplooien om dat te voorkomen.

‘Middle East Eye’ (MEE) is één van de vele websites die de internationale politiek analyseert. Het is een absoluut pareltje. Terwijl België focust op de ellenlang aanslepende formatie van een federale regering en Nederland op de stakende boeren, Europa zich bezighoudt met Brexit en uitbreiding met nog eens twee lidstaten, en de wereld zich bekreunt over de Turkse inval in Noord-Syrië, komt Marco Carnelos, een weinig bekende voormalige Italiaanse diplomaat, op MEE in alle bescheidenheid met een nuchter, kort en bondig opiniestuk dat op de voorpagina van elk zichzelf respecterend dagblad zou moeten staan, en in prime time op radio en televisie aan de orde zou moeten komen.

Parallel met de Eerste Wereldoorlog

Waarom Europa Libanon van de afgrond moet redden’, dat is de titel van Carnelos’ stuk waaruit we hieronder citeren. Wie herinnert zich nog de Libanese burgeroorlog in de periode 1975-1990 die een kwart miljoen mensen de dood injoeg en een miljoen mensen op de vlucht deed slaan? In vergelijking wordt dat klein bier als Carnelos gelijk krijgt. De situatie in het Midden-Oosten van vandaag doet sterk denken aan die in Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Slaat in Libanon opnieuw de vlam in de pan, dan kunnen veel landen in het conflict worden meegesleept. Libanon ligt op een boogscheut van de Syrische slagvelden, en de spanning tussen Hezbollah en Israël is om te snijden.

Zoals de protesten van afgelopen week hebben laten zien is de Libanese bevolking de slechte economische situatie en de politieke impasse meer dan beu. Libanon mag dan een klein landje zijn, het is wel altijd een politieke barometer geweest voor de regio. De Cedar Revolution na de moord op premier Rafic Hariri in 2005 zette mee de Arabische Lente in gang. De hoop op politieke verandering van toen slaat vandaag om in wanhoop over tal van zaken, met het verschrikkelijke economische wanbeheer met stip op de eerste plaats. Met $12 miljard inkomsten, $84 miljard schuld en rentebetalingen van meer dan $5 miljard in 2019 staat het land aan de rand van een faillissement Griekse stijl.

Noodplannen om een nieuwe vluchtelingencrisis te voorkomen

Met een eigen bevolking van nog geen 4 miljoen herbergt Libanon 1,5 miljoen Syriërs die de afgelopen jaren de oorlog in hun land zijn ontvlucht, naast de ruim 400.000 statenloze Palestijnse vluchtelingen sinds de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948. Daarmee herbergt Libanon mondiaal het grootste aantal vluchtelingen per hoofd van de bevolking. Een nieuwe oorlog tussen Hezbollah en Israël kan tot een implosie van het land leiden, en een grote stroom Syrische vluchtelingen richting Europa in gang zetten. Sommigen proberen zich al richting Turkije te verplaatsen. Indachtig de migrantencrisis van 2014/2015 doet Europa er goed aan noodplannen op te stellen om een herhaling te voorkomen.

Europa moet een economische implosie in Libanon voorkomen. Het moet de politieke leiders aanzetten een effectieve regering te vormen. Er moet een einde komen aan de corruptie aan de top. Het politieke geschipper van de afgelopen vijftien jaar dat het land heeft verlamd moet worden doorbroken. Om Hezbollah te raken heeft de Amerikaanse Centrale Bank door sancties op Libanese banken de problemen alleen maar vergroot. Europa moet Washington onder zware druk zetten om die sancties per direct op te heffen. En Libanon kan niet langer het toneel zijn waarop de VS, Iran, Saoedi-Arabië en ieders huurlingengroepen hun rekeningen vereffenen.

Hezbollah ligt niet aan de basis van alle problemen in Libanon

De grote geesten in Washington, Jeruzalem en Riyadh denken altijd dat Hezbollah aan de basis ligt van alle problemen in Libanon. Maar dat is naïef. De aanhoudende Amerikaanse druk heeft de beweging niet kunnen verzwakken. Hezbollah kreeg nog extra wind in de zeilen met de verkiezing van president Michel Aoun in 2016. De beweging, die kan rekenen op een grote aanhang, heeft zelf heeft 12 zetels, maar samen met bondgenoten kan Hezbollah bogen op 70 van de 128 zetels in het parlement. Gegeven de groeiende onrust onder de bevolking moet de beweging zich wel realiseren dat het land niet langer op de zelfde manier kan worden bestuurd. De onrust kan de beweging ook overweldigen.

Gegeven het risico op een nieuwe vluchtelingencrisis moet Europa een sterke proactieve rol spelen. Landen als Frankrijk en Italië die belangen in Libanon hebben kunnen laten zien wat ze waard zijn. Met het Libanese zwaard van Damocles boven Europese hoofden kan de Franse president Macron een initiatief tot een dialoog tussen de VS en Iran wel vergeten. Libanon heeft leiderschap nodig met integere lieden die kunnen bogen op een schone lei. Onafhankelijke, gematigde politici die de bevolkingsgroepen verenigen in plaats van verdelen. Leiders die niet rijk willen worden van hun positie, maar de bevolking vooruithelpen en voorkomen dat een Libanese ineenstorting de regio meesleurt.

De gewelddadige protesten van de afgelopen dagen die het land hebben geteisterd zijn een onheilspellend voorteken voor wat een Libanese failed state kan betekenen voor de regio en de wereld.

Iran: nucleaire mogendheid tegen wil en dank?

Russian Foreign Minister Sergey Lavrov’s meeting with Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif, Moscow, October 28, 2016. Photo: МИД России (Flickr)


Blind voor eigen zonde blijft de VS mokken over oud zeer. De schokgolf van de aanvallen op Saoedische olie-installaties zindert na. De Iraanse militaire technologie doet Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Washington krijgt Iran niet op de knieën. Aanhoudende Amerikaanse agressie riskeert een nucleair Iran.

In 2017 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson kennis met zijn Iraanse collega Javad Zarif1. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de zes landen die in 2015 het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Irandeal, hadden onderhandeld. Zarif klaagde dat de VS tegen de afspraak in de sancties had gehandhaafd en Tillerson mopperde dat Iran de Libanese Islamitische groep Hezbollah financierde, de “moorddadige Syrische dictator” Bashar al-Assad steunde, Amerikaanse schepen in de Perzische Golf lastigviel en de deal enkel tot stand kon komen onder het milde beleid van de vorige Amerikaanse regering.

Zarif herinnerde Tillerson eraan dat partijen in de onderhandeling over de nucleaire deal waren overeengekomen elk ander issue buiten beschouwing te laten. “Dan moet u nu niet terugkomen op uw waslijst met historische grieven. Ook ik kan heel wat excuses opsommen om onze overeenkomst te schenden”, zo beet Zarif Tillerson toe. ‘Uw regering schendt de voorwaarden van de nucleaire deal. Om een voorbeeld te noemen: u weigert exportlicenties aan Boeing en Airbus af te geven die hen in staat moeten stellen om zaken te doen in Iran”.

Tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet

Maar Tillerson hield voet bij stuk. “Sinds 1979 valt Iran Amerikanen aan. Onze ambassade werd bezet, onze diplomaten opgesloten en slecht behandeld. Onze relatie is de nasleep van een revolutie en wordt gekenmerkt door geweld. Elke poging tot verzoening lijkt gedoemd te mislukken”, aldus Tillerson, die ook aanvallen in Libanon en Irak aanhaalde die honderden Amerikaanse burgers zouden hebben gedood. Voorstanders van de JCPOA vonden Tillerson’s optreden riskant, tegenstanders zagen er het toonbeeld in van het strijdlustige ‘America First’ buitenlands beleid.2 Hoe het ook zij, Tillerson’s tirade is tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet.

Intussen zijn we twee jaar verder. De VS is uit de JCPOA gestapt. Tillerson is vervangen door de havik Pompeo die Iran twaalf onmogelijke eisen heeft voorgelegd. Iran werd bestookt met cyberaanvallen en moordaanslagen op wetenschappers. De sancties die de bevolking teisteren en “het mullahregime” op de knieën moeten krijgen werden maximaal opgevoerd. Washington stuurt voortdurend tegenstrijdige berichten de wereld in. Iran heeft een jaar lang de JCPOA nageleefd, in afwachting van resultaten van INSTEX, het Europese instrument dat de Amerikaanse secundaire boycot moest omzeilen en dus Europese ondernemingen toelaten zaken te doen met Iran.

Zelfs een beperkte Amerikaanse aanval wordt buitenproportioneel beantwoord

Iran laat zich niet intimideren. Het heeft een Amerikaanse drone neergehaald, tankers gesaboteerd, een Britse tanker opgebracht, steun verleend aan de Jemenitische aanvallen op Saoedische olie-installaties, en getoond dat het klaar is voor een oorlog. Komt het tot een gewapend conflict, dan weet Iran dat het kan rekenen op zijn bondgenoten Libanon, Syrië, Irak en Palestina. Het heeft aangekondigd dat zelfs een beperkte Amerikaanse aanval buitenproportioneel zal worden beantwoord. Washington slaagt er niet in Iran’s vastberadenheid te breken en het land economisch te ruïneren. Blijkbaar hebben China en Rusland geen boodschap aan de Amerikaanse secundaire boycot.

De VS hanteert het instrument secundaire boycot tegen Iran al bijna een kwart eeuw. In zijn huidige ultieme vorm is het de bedoeling om de Iraanse olie-uitvoer terug te brengen tot nul. Ook de export van aardgas en staal, aluminium en koper vallen onder deze maatregel. De maximale druk op Iran is een ongehoorde schending van het recht van een staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zonder internationale handel kan een moderne staat niet overleven. In handelsterminologie is het een maatregel die gelijk staat aan een zeeblokkade. Wordt zo’n blokkade uitgevoerd door eender welk ander land, dan zou dat wereldwijd worden aangemerkt als een oorlogsdaad.

Iran heeft het recht Jemen technologisch te steunen

Iran verleent ongetwijfeld technologische steun aan Jemen en heeft daarmee indirect de aanvallen op de Saoedische olie-installaties mogelijk gemaakt. Net als het Westen dat wapens levert aan Saoedi Arabië dat in de oorlog met Jemen de agressor is, heeft Iran dat recht. De aanvallen brengen de boodschap over dat niemand nog olie kan vervoeren door de straat van Hormuz als Iran dat recht wordt ontzegd. Iran heeft zich jarenlang voorbereid op een confrontatie met de VS. Het resultaat is een nieuwe generatie drones en kruisraketten die elke Amerikaanse poging om zijn militaire apparaat uit te schakelen kunnen afslaan en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten kunnen raken.

De VS was blijkbaar verrast toen Iran een op grote hoogte vliegende Amerikaanse spionagedrone neerhaalde. Iran heeft zijn luchtverdedigingssysteem voortdurend opgewaardeerd. In 2016 werden Russische S-300 raketten geïnstalleerd en recent de eigen Bavar-373 raketten die gelijkwaardig zou zijn aan de Russische S-400’s. Een analist kenmerkte Iran als “drone-supermogendheid”. De Iraanse afweersystemen hebben vérstrekkende gevolgen voor het Amerikaanse beleid. Beleidsmakers moeten zich niet blindstaren op de schuldvraag rond de aanvallen op de olie-installaties, maar zich concentreren op de acute beleidsperikelen die de politiek en de media onder de mat vegen.3

Zonder Iraanse steun vallen zijn bondgenoten ten prooi aan de AngloZionistische pletwals

Trump denkt nog altijd Iran aan tafel te kunnen krijgen. Iran heeft laten weten dat het zijn rakettenprogramma wil opgeven als Israel zijn kernwapens van de hand doet en de volledige regio zijn raketten. Voor Iran zijn de allianties met Libanon, Syrië, Palestina, Irak en Afghanistan onbespreekbaar. Zonder die allianties steunt de wereld Israel als het de Westelijke Jordaanoever en Gaza annexeert, confisqueert Israel Libanon’s zee- en landgrenzen, blijft de Golan Israëlisch gebied dat de VS vaste voet geeft in Syrië, en wordt Irak opgesplitst. Zonder Iraanse steun vallen deze landen ten prooi aan de Amerikaanse pletwals en worden zij onderworpen aan het arrogante Israel.

Iran werkt niet mee aan een loze fotosessie Trump-Rouhani. Het gaat pas met de VS aan tafel als de sancties zijn opgeheven. Zo’n intrekking is lastig voor Trump: de overwinning gaat naar Iran, de VS lijdt een nederlaag en er onstaat het beeld dat alles wat hij Iran heeft aangedaan zinloos was. Trump’s politieke tegenstanders zullen hem in volle verkiezingstijd voor schut zetten. Trekt hij de sancties in, dan zal dat moeten gebeuren met een goed verhaal naar de publieke tribune. Ontstaat de perceptie dat zijn beleid heeft gefaald, dan kan hij zijn herverkiezing in 2020 wel vergeten.4

Voor Iran mag het hard tegen hard gaan. Het heeft gezien hoe Trump omgaat met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un die over kernwapens beschikt. Ideologisch is Iran gekant tegen kernwapens. Maar blijft de VS Iran op de korrel nemen, dan kan het land wel eens kiezen voor zekerheid en uitgroeien tot een kernmogendheid tegen wil en dank, en was de JCPOA een maat voor niets.

1 Hoe weinig men begrijpt van Iran blijkt uit de manier waarop de New Yorker Zarif beschrijft: “… een raadsel; opgeleid in de VS, spreekt bijna perfect Engels, en toch blijft hij loyaal aan het revolutionaire regime in Iran.”
2 Dexter Filkins: ‘Rex Tillerson at the Breaking Point’, The New Yorker, 6 oktober 2017
3 Gareth Porter: ‘Why Evidence of Iran’s Role in Attack Doesn’t Matter’, The American Conservative, 19 september 2019
4 Elijah Magnier: ‘The US wants Iran to become a toothless shark’, 28 september 2019

US and UK struggle to find friends against Iran – and Iraq wants its sky back

President Donald J. Trump and French President Emmanuel Macron in close conversation Saturday June 29. 2019 at the G20 Japan Summit in Osaka Japan (Official White House Photo by Shealah Craighead)


by Paul Rogers

Is it 2003 all over again – but with Iran and Iraq on the same side this time?

Last week’s G7 meeting in Biarritz was notable for hypocrisy about the Amazonian fires. Brazil’s pyromaniac president, Jair Bolsonaro, is certainly a serious problem and the spreading destruction of forests bodes ill for the future, but it hardly becomes the likes of France, Germany, Italy, Japan, the UK and Canada to lecture the Brazilians on the risk of climate breakdown.

Donald Trump at least did everyone a favour by keeping a low profile on this one issue but for six countries at the forefront of high carbon emissions for decades to preach change in Brazil is one more indication of the increasing irrelevance of the G7 itself.

At least on one issue, Iran, there was a worthwhile initiative, with Emmanuel Macron inviting the Iranian foreign minister first to Paris before the summit and then to Biarritz itself. Macron just managed to keep Trump sweet even if US media outlets reported that his advisors were caught on the hop and were furious with the French.

So far there has been little real cooling of tensions and, as it is so often the case in international security issues, it is what the military are doing away from the spotlight that deserves more attention.

Lonely Sentinel

Until a week or so ago the US and its junior partner, the UK, were the only two members of Operation Sentinel, Washington’s intended multinational endeavour at patrolling the Strait of Hormuz. With anything led by the US seen as provocative by Iran and its allies, the British had tried but failed to get a European force together: the Germans would have none of it and the French, too, were dubious.

It cuts little ice with the Trump White House, but the few US diplomats still around who have some understanding of the Middle East know only too well that they badly need truly international action if their Iran policy is to be credible. Long-serving diplomats in the UK Foreign Office understand this much better, not least because of their memories of the way the Iraq war went so badly wrong in 2003.

Their concern, even if not even understood by their current political masters, is that one of the issues that turned the Iraq war into an American endeavour in 2003 was the failure to get a broad international coalition together. The UK ended up as the only country apart from the US that contributed credible forces in that long war that followed, and this could now happen with Iran.

Where are we, then, with the plans for Sentinel? At first sight there has been some progress, but look a little deeper and it is revealed as little more than superficial. As expected, the Royal Navy has expanded its forces in the Gulf, adding a frigate and destroyer to the existing frigate in what was previously a small force focused largely on mine hunting. The hope was that the US would persuade the Australian government and others to come on board.

Canberra has indeed agreed to join Sentinel, according to this week’s Jane’s Defence Weekly, but if we look at the detail its commitment is little more than nominal. A single P-8A Poseidon maritime patrol aircraft will deploy to the Gulf for just one month before the end of the year, one frigate will be based there for six months next year and some Australians will join the operations team in Bahrain.

Moreover, the Australian government is playing it down. “This will be an enhancement of our existing and long-standing contribution to counter-piracy and counter-terrorism mission in the waters of the Middle East,” it said. “Our contribution will be modest, meaningful and time limited,” (italics added).

The one other leader who has made a commitment is King Hamad of Bahrain, a state which is already the home of the US and UK naval forces, is deeply suspicious of Iran and has a singularly bad reputation for suppressing dissent among those of its people who, like most Iranians, follow the Shia branch of Islam.

Iraq pushes back

More significant has been the surprise announcement that Iraq is seeking to restrict coalition military operations in its airspace by requiring approval for them in advance, according to another report in Jane’s Defence Weekly. Iraq’s government leans strongly towards Iran, not least because its support stems from Iraq’s own Shia majority, and it has become increasingly concerned at Israeli attacks on Shia militia facilities in the country.

Israel’s frequent attacks on Hezbollah and Iran-linked groups in Syria and Lebanon are well-known but such operations now seem to have extended to Iraq, with two attacks in July. More recently, on 12 August an explosion at a weapons storage facility at Camp Falcon near Baghdad killed one person and injured 30 others. While these included members of the Iran-backed Popular Mobilisation Force, they also involved Iraqi federal police personnel.

These are assumed to have been Israeli drone attacks, and the Iraqi government’s insistence on controlling its airspace might make it easier to intercept such operations in the future. A more fundamental message to Washington, however, is that Iraq’s relationship with Tehran comes first. That was underlined earlier this week when the powerful Fatah coalition in the Iraqi parliament called for the withdrawal of all 5,000 US troops from the country, following a further presumed Israeli drone strike near the border with Syria last weekend that killed a Popular Mobilisation Force commander.

In short, the Pentagon’s multinational military operation to pressurise Iran is limited to just one major country, the UK, plus a nominal contribution from Australia, but with a key state in the region, Iraq, sending an indirect message of caution.

Add to this the Iranian abilities in irregular warfare if tensions did escalate and it becomes clear that Macron’s efforts at the G7 summit really were worth making. Whether Trump and the noted hawks around him will get the message is far from certain but it may just be that the White House will come under increasing pressure from the US military to tread with caution. Perhaps the Pentagon will even ‘speak truth to power’, but don’t bank on it.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy’s international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 30 August 2019