Aanhoudend Amerikaans militarisme, of aloude diplomatie?


Denktank New America bepleit een einde aan Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten. Klassieke diplomatie moet ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen. De denktank zwijgt echter over de machtige lobby’s van Israël en het militair-industrieel complex, en komt met voorstellen die indruisen tegen het internationaal recht. New America zal uit een ander vaatje moeten tappen.

In een long read op het alom gerespecteerde Amerikaanse online magazine Foreign Policy bepleit Alexandra Stark een fundamenteel gewijzigd Amerikaans beleid in het Midden-Oosten. De auteur is verbonden aan de denktank New America, die zich beschrijft als niet-partijgebonden, maar door sommigen wordt gezien als liberal (progressief) georiënteerd. In zijn mission statement positioneert New America zich als voorvechter van herstel van de disfunctionerende Amerikaanse democratie en van het vertrouwen in de overheid. Het democratisch proces wordt gefnuikt door een zichzelf versterkend machtsoligopolie dat elke innovatie verhindert, aldus New America.

Lokale actoren moesten het vuile werk opknappen

In haar stuk betoogt Stark dat de VS zijn proxy-oorlogen in het Midden-Oosten maar beter kan opgeven. Tegen beter weten in poogden opeenvolgende Amerikaanse regeringen het risico van een terroristische aanslag op Amerikaanse bodem te verkleinen, Al Qaida en IS uit te roeien, en maximale druk uit te oefenen op Iran, dat zijn invloed in het Midden-Oosten had zien toenemen. Na het Amerikaanse fiasco in Irak was de inzet van grondtroepen immers politiek onhaalbaar geworden. Dus moesten lokale actoren het vuile werk opknappen. Die konden rekenen op steun van ‘onzichtbare’ Amerikaanse speciale troepen, training en wapenleveringen, aldus Stark.

Amerikaanse bondgenoten in de regio zien het falen van hun proxy-oorlogen in, zo leert onderzoek. In de visie van Stark hebben de interventies in Libië en Syrië enkel geleid tot uitzichtloze conflicten, tot instabiliteit in de hele regio, en tot onnoemelijk veel menselijk leed. In plaats van de Amerikaanse doelstellingen te realiseren hebben de proxy-oorlogen ertoe geleid dat de VS betrokken raakte bij tal van nieuwe conflicten zodat het zich niet kon terugtrekken uit de regio. Zo kon de Houthi-beweging in Jemen uitgroeien tot een groepering die de Saoedische hoofdstad Riyad kon raken met raketten, Al-Qaida vaste voet krijgen op het Arabische schiereiland, en Amerikaanse wapens in handen van terroristen konden vallen.

Stark meent dat de VS zal moeten afrekenen met de gevolgen van de instabiliteit, het terrorisme en de de politieke polarisatie in het Midden-Oosten waar het zelf aan heeft bijgedragen. De VS moet leren van het fiasco, en het roer omgooien: klassieke diplomatieke druk kan ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen, maar de VS moet niet blijven aanmodderen in situaties waar het geen druk kan uitoefenen. Zo is er geen enkele rechtvaardiging voor het rest-contingent Amerikaanse troepen in het noordoosten van Syrië. Na vijf jaar steun aan de Koerden om de Russische en Iraanse invloed in Syrië aan banden te leggen liet Trump deze bondgenoot ijskoud vallen en waren de Koerdische troepen aangewezen op het Assad-regime voor steun tegen de Turkse inval.

Israël bepaalt het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid

Stark bedoelt het goed, maar haar betoog gaat voorbij aan de essentie. De afgelopen decennia, en vooral sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967, staat het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid in het teken van de relatie met Israël1. In een democratie bepaalt het parlement het overheidsbeleid. In Amerika wordt het beleid ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten echter bepaald door de Israël Lobby. De meeste Congresleden zijn schatplichtig aan de Lobby. En het is bekend dat Israël de afgelopen decennia probeert af te rekenen met elk land dat het maar enigszins als bedreigend ervaart. Zo moesten landen als Irak, Syrië en Libië eraan geloven, en zucht Iran, ‘de grote vijand’, onder ongemeen harde Amerikaanse sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering.

Voor de auteur is, net als voor sommige opiniemakers bij ons, dit issue blijkbaar nog altijd een taboe. Al wat zij erover zegt is een verwijzing naar de Amerikaanse bilaterale steun aan het Palestijnse bestuur op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, steun die sinds kort geconditioneerd wordt aan aanvaarding door de Palestijnse overheid van het plan-Kushner dat voorziet in annexatie van grote delen van de Palestijnse gebieden. De auteur gaat volkomen voorbij aan het feit dat de kwestie Palestina een pan-Arabische zaak2 is die de gemoederen bij de bevolking danig bezigheid houdt: voor 90% van de Jordaniërs, 85% van de Egyptenaren en 80% van de Saoedi’s is de Palestijnse zaak een pan-Arabische zaak, terwijl dit issue hun autocratische leiders blijkbaar volkomen koud laat.

Stark wijst erop dat de regering-Trump elke poging tot wederopbouw van Syrië torpedeert omdat steun aan wederopbouw steun is aan de regering-Assad. Haar suggestie om fondsen voor de wederopbouw van het geruïneerde land rechtstreeks aan Syrische lokale raden en niet-gouvernementele organisaties te verstrekken is verwerpelijk. Dat komt neer op bestendiging van het Assad-must-go-credo en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een internationaal erkende soevereine mogendheid, in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Niet de Verenigde Staten, het Westen of de internationale gemeenschap maken uit hoe Syrië wordt bestuurd, maar de Syrische bevolking.

Geen militaire maar economische steun

De Amerikaanse buitenlandse hulp is geconcentreerd op eng gedefinieerde strategische doelen. In de visie van de auteur moet hier het roer om: de hulp aan de regio moet voorzien in onmiddellijke humanitaire behoeften en gericht zijn op welvaart voor de mensen. Zo moet Egypte geen fondsen krijgen om Amerikaanse wapens aan te kopen, maar economische hulp. Ook hier ziet de auteur een essentieel issue over het hoofd: de machtige lobby van het Amerikaans militair-industrieel complex die menig Congreslid in zijn zak heeft. Samen met de legertop en grote contractors profiteren die van zo hoog mogelijke defensiebestedingen. De auteur heeft blijkbaar niet de moed om concreet de militaire en de Israël Lobby op de korrel te nemen.

Het valt op dat de auteur zich in haar pleidooi voor een eind aan het Amerikaanse militarisme en herbronning op diplomatie beperkt tot het Midden-Oosten. Volgens Wikipedia zijn ruim 170.000 Amerikaanse militairen actief in meer dan 150 landen overal ter wereld. Zij die niet bij gevechtshandelingen zijn betrokken worden ingezet voor vredesmissies, of zijn verbonden aan Amerikaanse ambassades en consulaten. Zo’n 40.000 manschappen zouden zijn betrokken bij geheime missies op locaties die de Amerikaanse regering weigert bekend te maken. En daar zijn de manschappen van de contractors die het Pentagon inhuurt nog niet eens bij inbegrepen.

Of Trump nu wordt herverkozen of niet, alleen een revolutie kan een halt toeroepen aan de militaire lobby in Amerika. De Westerse manier van oorlogvoeren is achterhaald. De term ‘overwinning’ is een hersenschim. Hoogtechnologische wapensystemen leveren geen overwinning op. Slechts twee landen hebben dat nog niet begrepen: de VS en Israël. Zo lang Israël het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid bepaalt, zo lang de VS een havik als Brian Hook, speciaal gezant voor Iran, vervangt door de oorlogsmisdadiger Elliott Abrams, zo lang verandert er niets aan het Amerikaanse beleid in de regio.

Hoe goed bedoeld ook, New America zal uit een ander vaatje moeten tappen, en niet enkel in het Midden-Oosten.

1 Lookman, Paul, Het Zionistische project Israël. Etnisch zuiver, of binationaal gidsland, Geopolitiek in context, Koersel, 2020, p. 57 e.v.
2 ibid, p. 20

If Trump needs a war to win in November, which enemy will he choose?

President Donald J. Trump shakes hands with Chairman of the Workers’ Party of Korea Kim Jong Un Sunday, June 30, 2019, as the two leaders meet at the Korean Demilitarized Zone. (Official White House Photo by Shealah Craighead)



by Paul Rogers

He’s failed on COVID-19 and the economy is tanking. Could a military adventure in Afghanistan, Iran or North Korea be coming soon?

With the US presidential election less than four months away, Donald Trump trails Joe Biden in the polls by a substantial margin. His strategy as his ratings decline has been to concentrate on his core vote, which amounts to a little more than 30% of the population together, and another 10% that is less assured. The task now is to harden support from that 10% and also to extend it towards a majority, an expanding economy being essential for that.

Hence much of the motivation around ending lockdown has been to counter the multitude of economic impacts of the COVID-19 pandemic. New cases surging to over 65,000 a day has really knocked back this key aim.

So far, Trump’s response has been increasingly strident speeches and tweets that may well appeal to that core 30% but will be much less effective with the flakier supporters he desperately needs. If anything, opposition to his presidency is hardening.

One obvious way forward is to look for international threats that require a strong presidential response, preferably a small war in a far-off place, and this may well be a choice in the run-up to the election. There are three main candidates for the theatre of action: Afghanistan, North Korea and Iran. All, though, are problematic in different ways.

In Afghanistan, the clear plan until a few months ago was to conclude a peace deal with the Taliban and ‘bring our boys back’, or at least most of them, before the election. It would fulfil a 2016 promise and would be popular with his supporters, but there are two difficulties.

One is that the Taliban are already stepping up their attacks on government forces and, even by November, they will have chalked up plenty of wins. Biden will therefore be able to present the removal of troops not as a success but as an ignominious retreat.

The other problem for Trump is the current furore over claims that Russian agents have offered bounties to Afghan paramilitaries to kill US troops. Whatever the truth of the accusations, they are difficult for Trump because of his many links with Russia.

So, as things stand, he is unlikely to focus electioneering on Afghanistan, leaving him with Iran and North Korea.

Just over a week ago, a large new structure at Iran’s nuclear plant at Natanz was somehow badly damaged. Israeli and US sources hinted that this was a new facility for producing advanced gas centrifuges for Iran’s nuclear programme. Iranian sources claimed it was a fire, but satellite data points to an explosion.

Furthermore, it followed a large explosion that lit up the night sky a few days earlier at a missile production plant at Parchin near Tehran.

These may have been unhappy coincidences, although Iranian government sources have now admitted that the Natanz incident will affect its nuclear programme. There is considerable speculation that, if these were not accidents, foreign elements are at work, possibly through cyberattacks, sabotage or even stealthy cruise missiles. The finger points at Israel, with or without US involvement.

Benjamin Netanyahu certainly has an interest in engineering a US-Iran confrontation. There are several reasons for that, but helping Trump’s popularity in the US is certainly one of them. If Trump, his key ally, loses in November, Biden might come in aiming to revitalise the international nuclear deal that Trump ditched two years ago. Iran is therefore certainly a candidate for an engineered pre-election crisis.

As to North Korea, the Kim Jong-un regime appears to be already in considerable difficulties thanks to the COVID-19 pandemic. The regime had no option but to close the border with China in January, being woefully unprepared to handle a pandemic, but the economic impact has been dire. International sanctions had already made the regime highly dependent on China for trade, tourism and income from North Koreans working there, so it was a desperate measure.

In these circumstance, Kim has few cards to play other than his nuclear missiles. Back in 2016 Trump pledged that he would never let North Korea develop the ability to launch intercontinental ballistic missiles powerful enough to threaten the continental US with a nuclear strike. Yet in the past three years the Pyongyang regime has quietly continued its nuclear and missile programmes to the point that a single ICBM test would be enough to threaten just that.

To do that in an attempt to reopen negotiations with Washington would be hugely risky, but Kim might just take that risk. It could backfire, though, and turn out to be a gift for Trump, giving him a huge if deeply unstable diversion right in the middle of an election. US-Iranian relations may be a source of diplomatic concern in western Europe, but North Korea is the one issue that, we can be sure, is already worrying officials in many capital cities.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy’s international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 10 July 2020

Voor de Europese Unie is het nu of nooit

Foto: print screen van de VRT-programma’s TerzakeTV 13 april 2020 (links) en De Afspraak 20 maart 2020 (rechts)


De Franse president slaat in de coronacrisis een beter figuur dan Belgische politici. Maar geostrategisch lijkt Macron een unieke kans te missen om de EU vooruit te stuwen: hij kan in volle crisistijd de Unie ertoe aanzetten de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neer te leggen, en volop in dat land te investeren.

Terzake, het Vlaams duidingsprogramma van de VRT, zond gisteren de toespraak uit van de Franse president Emmanuel Macron waarin hij aankondigde dat de lockdown in Frankrijk wordt verlengd tot 11 mei. Omdat de situatie met kinderen in achtergestelde wijken onhoudbaar wordt gaan vanaf dan scholen en kinderdagverblijven weer open. In functie van de resultaten wordt dan ook beslist over aanpassing van de regels van de lockdown. Heropstart van de economie heeft dan de hoogste prioriteit. De horecasector en bioscopen, theaters, concertzalen en musea gaan 11 mei nog niet open. Massa-evenementen kunnen niet vóór half juli, en dat heeft gevolgen voor de Tour de France.

Om 20:39 uur, onmiddellijk na de uitzending, lanceerde Isabel Albers, redactiedirecteur van de Belgische krantencombinatie DeTijd/L’Echo, de volgende tweet:

“Kijkend naar Emmanuel Macron, vraag je je af waar het politiek leiderschap vandaag in ons land zit. Na deze gezondheidscrisis komt een economische crisis. Voeg daar een politieke bij”.

De boodschap van mevrouw Albers is duidelijk: terwijl de Franse president met een boodschap komt die de burgers perspectief biedt, blijven in ons land politici in verantwoordelijke posities, zoals die van burgemeester van een grote stad, in volle coronacrisis politieke spelletjes spelen met de coronamaatregelen van de interim-minderheidsregering die zij officieel steunen. “Het spijt me dat de advertentie over ‘niet handhaven’ een verkeerd beeld heeft opgeleverd, mea culpa”, aldus het flauwe excuus van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever, tevens voorzitter van de N-VA, met 24 zetels de grootste partij in het Belgisch federaal parlement.

Macron tikt zijn Iraanse collega op de vingers

Maar als het gaat om coronaproblematiek buiten Frankrijk is de Franse president blijkbaar niet in staat om zich een groot staatsman te tonen en de nodige empathie op te brengen. In een telefoongesprek van 8 april liet Macron zijn Iraanse collega Hassan Rohani weten dat de internationale gemeenschap een gezamenlijke inspanning moet doen om de verspreiding van het coronacrisis te bestrijden, maar Iran ondanks de crisis zijn nucleaire verplichtingen moet respecteren. Rohani was akkoord met het eerste deel van Macrons oproep, ging niet in op het tweede, en vroeg steun in de coronacrisis. “Zonder internationale steun kunnen wij deze kritieke fase niet de baas”, aldus de Iraanse president.

Iran is bijzonder zwaar getroffen door het coronavirus. Volgens Worldometer heeft de uitbraak in Iran bijna 75.000 mensen besmet en 4.600 gedood. Sommige bronnen wijzen erop dat de werkelijke cijfers mogelijk veel hoger zijn als gevolg van onderrapportage. Zoals eerder gemeld heeft de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo midden de crisis nog eens extra sancties afgekondigd op een land dat toch al moet afrekenen met verlammende sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering. “Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken”, zo vroeg de Nederlandse Clingendael-onderzoekster Goos Hofstee zich af.

Iran zit niet te wachten op Amerikaanse liefdadigheid

De Amerikaanse president Donald Trump heeft Iran humanitaire hulp aangeboden, maar Iran heeft dat aanbod afgewezen. Iran zit niet te wachten op “liefdadigheid” van Trump, zo liet minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif 7 april op Twitter weten. “Wat we willen is dat hij niet langer Iran verhindert olie en andere producten te verkopen. Iran moet onverlet in eigen behoeften kunnen voorzien, en betalingen doen en ontvangen”, aldus Zarif. In zijn telefoontje prees Macron INSTEX aan, het EU-instrument van januari 2019 dat een antwoord moest bieden op de Amerikaanse sancties tegen Iran. In dat kader werd echter pas begin april 2020 een eerste transactie gerealiseerd: Duitse medicijnen ter waarde van €500.000.

Seyed Mohammad Marandi, professor Noord-Amerikaanse studies aan de Universiteit van Teheran, reageert op het bericht van de Amerikaanse nieuwszender CNN dat Zuid-Korea vandaag 600.000 Covid-19-testkits naar de VS stuurt. Volgens Marandi zet het Amerikaanse regime het virus via de sancties in als wapen tegen Iran. Tegelijk wijst Marandi erop dat de president van Zuid-Korea en de Japanse premier Iran belemmeren in zijn strijd tegen het virus door miljarden dollars aan Iraanse activa te blokkeren in opdracht van het Trump-regime. Korea stuurt grote hoeveelheden testkits naar de VS, maar helpt COVID-19 te bewapenen tegen Iran, aldus nog Marandi.

Groen licht voor investeringen in Iran

Als we de Nederlandse hoogleraar internationale politiek Rob de Wijk mogen geloven is het wereldleiderschap van de VS voorbij. Hier ligt een uitgelezen kans voor de EU. De Unie kan de stelling van De Wijk testen door het lamlendige INSTEX-instrument te begraven, publiek te verklaren dat het de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neerlegt, zijn bedrijfsleven groen licht te geven voor investeringen in Iran en ondernemingen garanties te verstrekken tegen Amerikaanse strafmaatregelen. Onder Trump is de VS erin geslaagd zowat al zijn bondgenoten tegen zich in het harnas te jagen. In volle economische crisis en vlak voor de presidentsverkiezingen kan de regering-Trump er geen openlijke economische oorlog met Europa bij hebben.

Verzet dus tegen de Amerikaanse hegemoon op een moment waarin die kwetsbaar en op zijn retour is. Dat zou de strategie moeten zijn van Europa, van een Franse president die de pretentie heeft de EU naar een nieuwe toekomst te leiden. Als dat initiatief er niet komt krijgen de pessimisten gelijk, blijft de EU speelbal tussen Oost en West, en verkleint de overlevingskans van de Unie.

Geopolitieke opiniemakers over de coronacrisis

A checkpoint for the local Qusin Emergency Committee at the southern entrance to the village, in implementation of the Palestinian government’s decision to impose mandatory quarantine as a result of the Corona virus pandemic in Palestine. Photo: أمين, Wikimedia Commons.


Het coronavirus leidt tot een wereldwijde pandemie die het leven van veel mensen bedreigt. Tegelijk luidt de crisis fundamentele geopolitieke veranderingen in. De EU blijft in gebreke, en het Amerikaanse leiderschap laat het afweten. Welke machtsverschuivingen liggen volgens onze opiniemakers in het verschiet?

Het Covid-19 virus leidt tot een wereldwijde crisis. Overheden, geadviseerd door wetenschappers, nemen maatregelen die de ziekte moeten indijken, maar ook gevolgen hebben voor onze welvaart en de manier waarop wij in de toekomst op deze wereld met elkaar zullen samenleven. De wake-up call voor de wereld van de coronacrisis is een uitdaging voor opiniemakers en politieke leiders. Nu bij ons het hoogtepunt van de gezondheidsperikelen in het verschiet lijkt te komen wordt het interessant een tussenbalans op te maken van wat ons in de media wordt voorgeschoteld over de langetermijneffecten van de crisis.

NPO Radio1 zond een geopolitieke discussie uit tussen de hoogleraren Mathieu Segers (Europese Geschiedenis, Maastricht), Frank Pieke (Chinastudies, Leiden), en Rob de Wijk (Internationale Betrekkingen, Leiden). Segers wijst op de verdeeldheid en het gebrek aan solidariteit onder de EU-lidstaten, de falende coördinatie door de Commissie, en het feit dat China wél snel essentiële producten kon leveren. Zoals steeds zullen de zwakkeren de hoogste prijs betalen voor het economisch herstel. De mensenrechten, die toch al onder druk stonden, zullen nog minder worden gerespecteerd, aldus Segers.

China probeert niet zijn systeem op te leggen

Volgens Pieke speelt voor China vooral het conflict met de VS, met Europa als speelbal daartussen. In die strijd probeert China niet de superioriteit van zijn systeem te bewijzen of op te leggen. Van uitbuiting van Europese zwakte is volgens Pieke evenmin sprake, hoewel de Chinese leiders wel soft power inzetten om de reputatieschade voor het ontstaan van de crisis te verminderen. Pieke vreest voor een tweede corona-uitbraak in China, waar nog nauwelijks groepsimmuniteit is opgebouwd. De snelheid en kracht waarmee de Chinese economie zich kan herstellen zal bepalend zijn voor de voorsprong die het land neemt op de VS en Europa, aldus Pieke.

De Wijk meent dat de wereld het gevaar van het virus heeft onderschat en het wereldleiderschap van de VS voorbij is. Trump kijkt naar de Amerikaanse economie en beurskoersen, en heeft de instituties die nu hard nodig zijn ontmanteld. De gezondheidszorg is disfunctioneel, de waarschuwingen werden in de wind geslagen. Onder de entourage van Trump heerst een angstcultuur. Positief bekijkt De Wijk dan weer de astronomische financiële hulppakketten die “economisch orde op zaken hebben gesteld”. De wereld heeft wel een economische klap te verwerken, maar of die leidt tot het einde van de mondialisering is voor De Wijk de vraag.

Nederland is tegen Europese corona-obligaties

Vooral het commentaar van Segers die de sociale component aan de orde stelt is interessant. Maar anders dan Marc Vandepitte die hieronder aan het woord komt doet Segers geen pleidooi om de zwakkeren te ontzien. Intussen liet Nederland weten dat het mordicus tegen de uitgifte van Europese corona-obligaties is waar België en acht zuidelijke landen op aandringen. Met andere noordelijke lidstaten vreest Nederland te moeten opdraaien voor de problemen in het zuiden. Het gebrek aan solidariteit onder de lidstaten herinnert aan de manier waarop de Nederlandse minister Dijsselbloem, aangestuurd door de Duitse minister Schäuble, destijds Griekenland liet slikken of stikken.

In de G-7 ging het er al even kwalijk aan toe. In de slotverklaring moest voor de Amerikaanse minister Pompeo absoluut verwezen worden naar het Wuhanvirus. Zijn collega’s verwierpen die eis, die zij bestempelden als nodeloos verdelend op een moment waarop de wereld eensgezindheid nodig heeft. Pompeo vond het nodig te benadrukken dat het virus afkomstig is van de Chinese stad Wuhan, en dat de Chinese overheid een speciale verantwoordelijkheid had om de wereld te waarschuwen. De realiteit is echter dat iedereen het virus heeft onderschat, China geprobeerd heeft het virus in te dammen maar uiteindelijk de wereld voldoende tijd heeft gegeven om zich voor te bereiden.

In een interessant artikel stelt Marc Vandepitte dat de indamming van de pandemie het economisch leven grondig ontwricht. Voor Vandepitte moet men de astronomische geldinjecties waar De Wijk het over had zien als doping die de economie op termijn alleen maar zieker maakt. De geldinjecties en de onnatuurlijk lage rentevoeten hebben geleid tot een gigantische financiële bubbel en tot heel wat zombiebedrijven en -banken. Het financiële systeem is totaal verziekt, het bankwezen moet in handen komen van de overheid zodat we ons de perverse financiële crashes besparen en het spaargeld op een sociale en duurzame manier investeren, aldus Vandepitte.

Pleidooi voor een coronataks op de superrijken

Voor Vandepitte moet de crisis niet opnieuw worden afgewenteld op ‘gewone mensen’. De verliezen moeten niet worden gesocialiseerd, de winsten niet geprivatiseerd, aldus Vandepitte, die pleit voor een heuse coronataks op de superrijken. “Veertig jaar neoliberaal beleid heeft duizenden en duizenden miljarden dollars in belastingparadijzen opgeleverd. Dat ‘overschot aan kapitaal’ moet worden aangesproken”. Vandepitte’s pleidooi herinnert aan de taxshift in ons land die jobs moest creëren. De jobs kwamen er dankzij de hoogconjunctuur, niet aantoonbaar door de taxshift, de overwinsten bij de ondernemingen werden weggesluisd naar het buitenland, het begrotingstekort liep op tot meer dan €12 miljard, en de regering viel door een manoeuvre van de N-VA, de grootste regeringspartij.

Clingendael Spectator publiceerde een achtluik. Twee artikelen springen eruit. Stephan Slingerland schetst de kans op een fundamentele mentaliteitswijziging waarbij de mensheid zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de natuur realiseert. Goos Hofstee wijst op de mededeling van Iran vorige week dat in het land elke tien minuten iemand sterft door het coronavirus, en op de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo die enkele uren later extra sancties op Iran afkondigt. Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken en te verhinderen dat Iraanse hardliners de bovenhand krijgen en het land kernwapens ontwikkelt, zo vraagt Hofstee zich af.

VRT-journalist Bert De Vroey wijst erop dat de desinformatie en schuldige minimalisering wekenlang van de Amerikaanse president kwam, hoewel die over uiterst waardevolle inlichtingenrapporten kon beschikken. En in een tweet van 24 maart zegt De Vroey dat er in de VS stemmen opgaan dat de economie belangrijker is dan de dood van bejaarden, en ook president Trump laat verstaan dat hij de economie niet te lang wil laten lijden.

Russische economische oorlogsvoering?

Voor VUB-hoogleraar internationale politiek Jonathan Holslag grijpen de Chinezen de Amerikaanse aanpak van de crisis aan om het Westen te beschuldigen van arrogantie en meten zij in de staatspers breed uit hoe westerse landen falen om het virus te bestrijden. Maar zit China er dan ver naast? Tegelijk wijst Holslag erop dat Rusland de crisis benut voor “heuse economische oorlogvoering”. Maar dat verhaal is toch iets genuanceerder. Rusland stapte uit de prijsafspraken met OPEC om de olieprijs te laten zakken zodat Amerikaans schalieolie niet meer kon concurreren. Dat is een legitieme zakelijke beslissing. Maar vervolgens overspoelde de onbesuisde Saoedische leider Mohamed bin Salman de wereldmarkt met goedkope olie om Rusland te treffen. Wie knippert het eerst?

UAntwerpen professor internationale politiek David Criekemans ijverde tot dusverre op Twitter vooral voor solidariteit binnen de EU en voor consequente maatregelen in eigen land. Blijkbaar verschijnt dit weekend in Het Belang van Limburg een interview van politiek journalist Timmie van Diepen met hem en Rob de Wijk. De mening van De Wijk kennen we al, we zijn dus benieuwd naar die van Criekemans. Haalt hij de Amerikaanse economische oorlog tegen Iran aan die in volle coronacrisis tot onevenredig veel doden leidt? Laat hij zich uit over de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza, de grootste openluchtgevangenis ter wereld waar de eerste coronagevallen al zijn gemeld? Heeft hij de tweet van Hanan Ashrawi gezien die erop wijst dat Palestijnen die in Israël uit werken gaan als vuilnis worden behandeld en worden weggestuurd bij de eerste ziekteverschijnselen?

Update 28 maart 2020 16:57 uur

Grosso modo zeggen De Wijk en Criekemans in HBVL: China grijpt de crisis aan om wereldwijd zijn invloed uit te breiden onder het mom van noodhulp. Jammer dat de interviewer niet doorvraagt: had China geen noodhulp moeten verlenen, zit China nu echt te wachten op meer invloed? Criekemans maakt het nog bonter: “de Chinezen hebben de schuld van ons coronaprobleem”, terwijl de oorsprong van het virus helemaal niet vast staat. Ook vreest hij dat China met militaire middelen zijn invloed zal versterken. Een bizarre stelling. China wordt omsingeld door Amerikaanse militaire bases en staat tegenover een NAVO dat een veelvoud uitgeeft aan ‘defensie’ in vergelijking met het Chinese budget.

Criekemans krabt de bovenlaag weg van de financieel-economische problemen die we door de crisis mogen verwachten, maar raakt niet tot de kern. Voor hem moet de globalisering op de schop, maar over het verziekte financiële systeem waar Vandepitte het over had, over banken die het niet redden, de verwoestende kettingreactie daarvan op de economie, en wie dan de rekening betaalt, zegt hij niets. Voor hem is “het slechtste scenario” waarin we worden “gedwongen om te kiezen voor of tegen China” niet onrealistisch. Blijkbaar ziet hij niet een derde weg, een serieuze reorganisatie en inkrimping van de EU tot een slagvaardige Unie die zich losmaakt van de knellende band met de VS en de NAVO, een scenario dat leidt tot een multipolaire wereld waarin geen van de grootmachten de lakens uitdeelt.

En geen van beide hoogleraren wijst op de onmenselijke Amerikaanse sancties op Iran in volle coronacrisis, en al evenmin op de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Om maar niet te spreken over het schandalige falen van het gezondheidssysteem in de Verenigde Staten, waar vooral de zwakkeren het slachtoffer van worden.

Update 11 april 2020 11:12 uur

De 7e alinea van dit artikel meldt de opmerking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Pompeo dat de Chinese overheid een speciale verantwoordelijkheid had om de wereld te waarschuwen. En de update van 28 maart citeert David Criekemans: “de Chinezen hebben de schuld van ons coronaprobleem”, terwijl de oorsprong van het virus helemaal niet vast staat. VRT-journalist Bert De Vroey (11e alinea) had gelijk. Het Witte Huis heeft wekenlang de waarschuwingen in de wind geslagen. Geïnterviewd door Amy Goodman op Democracy Now! op 10 april zegt Noam Chomsky hierover:

“December 2019 informeerde China de WHO over patiënten met longontstekingachtige verschijnselen. Op 7 januari 2020 liet China de WHO en de wetenschappelijke wereld weten dat het om een SARS-achtig coronavirus ging, en gaf details vrij over de sequentie, het genoom. Amerikaanse inlichtingendiensten probeerden januari en februari het Witte Huis te waarschuwen voor een grote pandemie, maar niemand wou luisteren. Eind januari had ook Peter Navarro, een hooggeplaatste ambtenaar, het Witte Huis een niet mis te verstaan bericht gestuurd waarin hij zei dat dit een reëel gevaar is. Maar zelfs hij kon de impasse niet doorbreken”.

Geconfronteerd met honderdduizenden besmettingen en meer dan tienduizend doden, legt Trump ijskoud de schuld bij de WHO. Maar een nuchtere analyse kan enkel tot de conclusie komen dat sprake is van een totaal disfunctionele regering-Trump die de collectieve gezondheidszorg tot op het bot heeft uitgekleed. In hetzelfde interview wijst Chomsky erop dat de president oktober 2019, in een ultieme neoliberale opwelling, ‘Predict’ de nek had omgedraaid, het USAID-project dat zich in derdewereldlanden, inclusief China, bezig hield met het vroegtijdig opsporen van nieuwe virussen die tot een pandemie zouden kunnen leiden.

Hoe Rusland de lat voor een aanval op Iran hoog legt

President Putin, aboard the guided missile cruiser Marshal Ustinov during the joint exercises of the Northern and Black Sea fleets, January 9-10, 2020. Photo Credit: kremlin.ru


De Iraanse tegenaanval toont de kwetsbaarheid van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, en kan enkel leiden tot hun vertrek. Terwijl Rusland Iran voorziet van middelen om zich tegen Amerikaanse agressie te verdedigen maakt het Pentagon zich op voor een catastrofale confrontatie met Iran.

Op 8 januari voerde Iran een raketaanval uit op de militaire vliegbasis Ain al-Asad in Irak waar Amerikaanse militairen waren gelegerd, als vergelding voor de liquidatie van de Iraanse generaal Qassem Suleimani. Iran had de VS tevoren gewaarschuwd, zodat de Amerikaanse manschappen zich tijdig in veiligheid konden brengen. Uit luchtfoto’s blijkt de uiterste precisie waarmee de aanvallen werden uitgevoerd. “Het was niet de bedoeling om slachtoffers te maken. Toch is de schade die we aangericht hebben groot: de VS kon onze raketten niet uit de lucht schieten. Dat toont hoe kwetsbaar de Amerikanen zijn”, aldus de Iraanse buitenlandminister Javad Zarif. En nog een vernedering: grootmacht Amerika heeft voor het eerst in zijn bestaan een militaire aanval onbeantwoord moeten laten.

De Amerikaanse president Donald Trump deed er alles aan om het incident te bagatelliseren. Maar veertien dagen na de aanval liet het Pentagon weten dat 34 Amerikaanse militairen traumatisch hersenletsel hadden opgelopen. Trumps geringschattende opmerkingen hebben geleid tot woedend protest, niet enkel van Amerikaanse veteranen, maar ook van militairen in actieve dienst. Veterans of Foreign Wars, een organisatie die Trump in het verleden heeft gebruikt als achtergrond voor zijn rechtse campagnetirades, heeft aangedrongen op excuses van de Amerikaanse president voor zijn opmerkingen. Binnen het Amerikaanse leger heeft Trump zich dus niet populair gemaakt

De liquidatie van Suleimani, door buitenlandminister Pompeo met veel bravoure bekendgemaakt met de mededeling dat Amerika daarmee veel veiliger was geworden, leidt onherroepelijk tot het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak en mogelijk ook het kleine contingent uit Syrië. Het Iraakse parlement drong in een motie al aan op dat vertrek. De absurde verklaring van Trump dat Irak dan zou moeten betalen voor de Amerikaanse ‘peperdure’ bases zullen we dan maar naast ons neerleggen. De bonus voor Iran is tevens het feit dat de moord op de geliefde Iraanse generaal de Iraanse bevolking heeft verenigd, ondanks alle ellende van de sancties.

Precisie van Iraanse raketten

Maar de Amerikanen moeten zich het meest zorgen maken over de uiterste precisie van Iraanse raketten. Iran beschikt niet over een eigen navigatiesatellietsysteem in de ruimte. Vandaag zijn er daar maar vier van: een Amerikaans, een Europees, een Russisch en een Chinees systeem. De Amerikaanse en Europese systemen zijn no go voor Iran. Waarschijnlijk maakt Iran dus gebruik van GLONASS, het Russische of BeiDou, het Chinese systeem. Even raadselachtig is waarom Iran wel bevestigt dat het twee Russische TOR-M1 luchtafweerraketten heeft afgevuurd, maar niet dat daarmee de Oekraïense Boeing werd neergehaald. Nu de TOR-M1 op een satellietgevolgd en van radar voorzien onafhankelijk functionerend rupsvoertuig staat is de vraag of dit luchtafweersysteem toegang had tot GLONASS.

Tegen deze achtergrond moet ook het ongepland bezoek opvallen op 7 januari, aan de vooravond van de Iraanse raketaanval, van president Vladimir Poetin aan de Syrische president Bashar al-Assad. En op 9 januari, de dag na de Iraanse raketaanval, was Poetin aanwezig bij omvangrijke Russische marine-manoeuvres in de Zwarte Zee met verscheidene raketlanceringen. Het was een indrukwekkend staaltje van de Russische militaire macht: MiG-31 jachtvliegtuigen lanceerden Kinzhal hypersonische raketten op oefendoelwitten, en marineschepen schoten Kalibr kruisraketten en andere wapens af. Meer dan 30 oorlogsschepen en 39 vliegtuigen, waaronder verschillende Tu-95 strategische bommenwerpers, namen deel aan de oefening.

Ook op 9 januari deed zich voor de kust van Iran een treffen voor tussen een Amerikaanse torpedojager en een Russisch spionageschip dat blijkbaar de Amerikaanse vloot schaduwde. Dit alles duidt erop dat Rusland de situatie rond Iran nauwlettend in het oog houdt, en klaar is voor elke militaire calamiteit. Mogelijk heeft Iran afspraken met Rusland voor het delen van inlichtingen. De Russische minister Sergey Lavrov heeft 17 januari een tipje van de sluier opgelicht met zijn opmerking dat Iran per ongeluk het Oekraïense vliegtuig had neergeschoten op een moment dat Teheran horendol werd van berichten over VS stealth-jagers. “Volgens onbevestigde berichten zaten er minstens zes F-35’s in de lucht vlak bij de Iraanse grens. Dat verklaart de stress aan Iraanse zijde”, aldus Lavrov.

Rusland voorziet Iran van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens

De boodschap van de Russen is duidelijk. Het zal niet militair ingrijpen in een Amerikaans-Iraans conflict. Maar het legt de lat voor een dergelijk conflict wel zeer hoog. Het doet er alles aan om Iran te helpen zich te verdedigen tegen Amerikaanse agressie, door het te voorzien van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens die het militaire kostenplaatje voor de VS enorm de hoogte kan injagen, zoals we 8 januari hebben gezien. De Russische steun aan Iran irriteert Washington duidelijk. Dat maakt het optreden van Amerikaanse troepen duidelijk die recent in Noordoost-Syrië tot vier maal toe Russische konvooien in Noordoost-Syrië hebben geblokkeerd.

De kou is dus niet van de lucht. Na de Iraanse raketaanval hingen er niet enkel Amerikaanse F-35’s in de lucht, maar er zouden ook kruisraketten zijn afgevuurd. Dat bleek een vals alarm, dat echter niet tijdig kon worden verspreid omdat een Amerikaanse cyberaanval de communicatienetwerken van Iran had laten vastlopen. Zo kon het Oekraïense passagiersvliegtuig door de Iraanse luchtverdediging worden gezien als een Amerikaans gevechtsvliegtuig. Het Pentagon heeft Trump dan kunnen overtuigen dat het Amerikaanse leger nog niet klaar was voor een oorlog met Iran, maar het treft wel de nodige voorbereidingen voor zo’n catastrofale confrontatie.