De destructieve cocktail Trump-Netanyahu: blind voor de realiteit

President Donald J. Trump delivers remarks with Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu Tuesday, Jan. 28, 2020, in the East Room of the White House to unveil details of the Trump administration’s Middle East Peace Plan. (Official White House Photo by Shealah Craighead)


Na twee mislukte afzettingspogingen blaakt Trump van zelfvertrouwen. In zijn State of the Union moeten kleurlingen, moslims en vreemdelingen het ontgelden, en associeert hij Palestijnen met terrorisme. Voor buitenlandminister Pompeo is “de Heer aan het werk” als Trump “het Joodse volk redt”. Israël staat op winst, maar niet voor eeuwig.

In een historische zitting op 5 februari sprak de door Republikeinen gedomineerde Senaat de Amerikaanse president Donald Trump vrij van beschuldigingen in verband met zijn bemoeienis met Oekraïne. Eerder, op 18 december 2019, had het Huis van Afgevaardigden, waar Democraten de meerderheid hebben, zijn afzetting wel goedgekeurd. Vorig jaar had de president ook het Mueller-onderzoek overleefd naar Russische bemoeienis met de Amerikaanse verkiezingen, in een één-tweetje tussen Trumps campagneteam en de entourage van de Russische president Poetin. De twee overwinningen hebben Trumps positie enorm versterkt, en daarmee zijn herverkiezingskansen.

Op 4 februari, toen het vaststond dat hij in de Senaat zou worden vrijgesproken, hield Trump zijn State of the Union-toespraak in het Congres. Aan de vooravond van zijn mogelijke herverkiezing kreeg zijn gehoor vooral campagnetaal voorgeschoteld. “Onze vijanden zijn verjaagd, onze welvaart neemt toe, we gaan een veelbelovende toekomst tegemoet”, aldus Trump. Maar gegeven de zichtbare verdeeldheid in het Congres kan men eerder spreken van een State of the Disunion. En qua buitenlandse politiek was het meer van hetzelfde: machtsuitoefening, inzet van het leger, en imperialisme. In de visie van Trump maakt overheersing met de dreiging van geweld Amerika great again.

Trumps kiezerspubliek gaat voor

De president mikte vooral op zijn kiezerspubliek: blanke christelijke republikeinen. Na zichzelf in de bloemetjes te hebben gezet over werkgelegenheid, aandelenmarkt, onderwijs en handelsakkoorden, voerde hij een toneelstukje op om zijn gehoor wijs te maken dat zijn regering niets had tegen mensen van een ander ras. Zo voerde hij een ‘gekleurd’ meisje op die een studiebeurs had gekregen, en een dito veteraan uit het leger die het dankzij zijn Tax Cuts and Jobs Act van drugsverslaafde tot succesvolle zakenman had gebracht. En Raul Ortiz van de grenspolitie werd voor het voetlicht gehaald voor zijn records in het onderscheppen van drugs en mensensmokkelaars.

De boodschap was duidelijk: in een blank land tel je als kleurling mee als je steun geeft aan de criminalisering van je rasgenoten en aan instellingen die geweld op hen loslaten. Trump mag dan aanvoeren dat zijn regering opkomt voor vrijheid van godsdienst, de werkelijkheid is eerder godsdienstvrijheid voor christenen. Het inreisverbod voor mensen uit moslimlanden dat steeds verder wordt uitgebreid, en andere beleidsmaatregelen die moslims viseren, zijn zaken die voor zich spreken. Dit onderdeel in Trumps speech ging dus over christelijke hegemonie, en moslims die voor hem vooral een bedreiging inhouden voor de nationale veiligheid, en niet vallen onder de vrijheid van godsdienst.

Wel heel cynisch waren zijn opmerkingen over de moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani. Die had volgens Trump als ‘topterrorist’ veel doden op zijn geweten, waaronder sergeant Christopher Hake, wiens familie in het publiek zaten. Veel internationale juristen zien in de standrechtelijke moord op een hoge functionaris van een land waar men niet mee in oorlog is als een grove inbreuk op het internationaal recht. En Trumps boodschap aan de Iraanse bevolking was zonder meer tenenkrommend. Mensen die zuchten onder de verlammende Amerikaanse sancties “kunnen rekenen op een goed herstel daarvan als zij niet te trots of te dwaas zijn om onze hulp te vragen”, aldus de Amerikaanse president.

In een verdedigingsoorlog is bezet gebied verworven

Trump legde een verband tussen de strijd tegen ‘radicaal moslimterrorisme’ en zijn Peace to Prosperity plan in de kwestie-Palestina. De associatie van Palestijnen met terrorisme moet dienen om een Palestijnse afwijzing van zijn plan te kunnen toeschrijven aan hun criminele ingesteldheid. Voor Trump staan alle lichten op groen. Trumps vrijgevigheid aan de Israëlische premier Netanyahu is ongehoord: Jeruzalem Israëls hoofdstad, annexatie van de Syrische Golan en de Palestijnse Jordaanvallei. Van het een komt dan het ander. Een Israëlische topfunctionaris vertrouwde een Haaretz-reporter toe dat je normaal geen eigenaar wordt van bezet gebied, maar blijkbaar wel bij een verdedigingsoorlog.

En zo halen Trump en Netanyahu een kruis over een Palestijnse staat, en elke onderhandeling daarover. Trump heeft elke Amerikaanse financiering stopgezet van de VN-organisatie UNRWA, de belangrijkste werkgever en zorgverlener in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Onderzoek door het Internationaal Strafhof naar Israëlische oorlogsmisdaden wordt maximaal tegengewerkt. Voor Trump staat anti-zionisme gelijk aan antisemitisme en wordt dus vervolgd. Voor de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo, aanhanger van een zeer conservatieve tak van de evangelische kerk, was Trump mischien voorbestemd om het Joodse volk te redden. “Hier is de Heer aan het werk”, aldus Pompeo.

De Palestijnen hebben weinig te verwachten van de Arabische staten en Europa. Trump-Netanyahu is een destructieve cocktail, blind voor de realiteit. De houdbaarheidsdatum van de Palestijnse Abbas-gerontocratie is vele jaren verstreken. Ooit staan nieuwe Palestijnse leiders op die het tij kunnen keren. Trump en Netanyahu zijn niet bezig met de verovering van het Midden-Oosten, maar creëren wel de omstandigheden voor een volgende oorlog. Israël, dat zich door niets of niemand iets laat gezeggen, is wel de laatste mogendheid die het kwaad dat het aanricht inziet, of beseft dat het aan de basis ligt van vele generaties conflict. Vandaag staat het land op winst, maar niet voor eeuwig.

De politieke agenda van Human Rights Watch

Hong Kong protests. Photo: Studio Incendo / Wikimedia Commons


Human Rights Watch (HRW) probeert in Hong Kong de volksopstand aan te wakkeren. Het veroordeelt het Chinese politieke systeem en waarschuwt voor het existentiële gevaar van de groeiende politieke invloed van China in de wereld. Daarmee voert HRW een politieke agenda uit en schiet het in eigen voet.

De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) spreekt in haar jaarverslag een vernietigend oordeel uit over de Chinese regering, en roept de internationale gemeenschap op om zich te verzetten tegen “de wrede, alomtegenwoordige onderdrukking van China”. In niet mis te verstane woorden veroordeelt HRW de behandeling van de Oeigoerse moslims, en waarschuwt dat de groeiende politieke invloed van China in de wereld een “existentiële bedreiging voor het internationale mensenrechtenstelsel” vormt. De politie van Hong Kong gebruikt “buitensporig geweld” en beperkt “de vrijheid van vergadering steeds meer”, aldus het rapport, dat ook Hong Kong’s pro-Beijing leider Carrie Lam fel bekritiseert voor het weigeren van een onafhankelijk onderzoek naar politiemisbruiken.

Het lijkt erop dat HRW zich voor het karretje van Washington laat spannen. Het moet niet verwonderen dat het hoofd van de organisatie, Kenneth Roth, zondag de toegang werd geweigerd tot Hong Kong, waar hij ongetwijfeld met veel tamtam het rapport zou lanceren. China kondigde vorige maand sancties aan tegen HRW en andere Amerikaanse ngo’s. Dat was een tegenmaatregel tegen de Amerikaanse Hong Kong Human Rights and Democracy Act, die anti-regeringsprotesten in Hong Kong ondersteunt en China bedreigt met sancties voor mensenrechtenschendingen. Volgens Beijing sponsoren de ngo’s de anti-regeringsprotesten in Hong Kong die de stad al ruim een half jaar teisteren, en moedigen zij het geweld daarbij aan.

Mensenrechten hebben een lage prioriteit

Over het politieke systeem in China kunnen we kort zijn. De Communistische Partij regeert het land sinds 1949 met ijzeren hand. China is nooit een democratie geweest, en onder president Xi Jinping vertoont de overheid totalitaire trekken. Mensenrechten hebben er een lage prioriteit. Het land eigent zich de Zuid-Chinese Zee toe, maakt via het Zijderouteproject tientallen landen in belangrijke mate economisch afhankelijk, en legt elke kritiek van het Westen naast zich neer. China bouwt hard aan een toekomst als moreel, politiek en economisch centrum van de wereld. Het moet dan niet verwonderen dat bestaande grootmachten als de VS en de EU zich zorgen maken. Maar mensenrechtenorganisaties die zich zo doorzichtig als HRW door grootmachten laten gebruiken schieten zichzelf in de voet.

Ook bij de kwaliteit van de democratie in Europa kunnen we kanttekeningen maken. De EU-lidstaten staan steeds meer van hun soevereiniteit af aan onverkozen bureaucraten in Brussel die worden gecontroleerd door Europarlementariërs die luisteren naar hun nationale partijvoorzitters. En over de berichtgeving moeten we ons ook niet teveel illusies maken. De concentratie in de mediawereld zorgt ervoor dat nog maar heel weinig mensen het nieuws maken en commentaar schrijven. Het is net nog geen monopolie, maar toch wel een oligopolie van mediamensen die elkaar kennen en de violen op elkaar afstemmen. Van de vierde macht ziet men nog maar heel weinig kritiek op het overheidsbeleid.

In Amerika is van een democratische samenleving al helemaal geen sprake meer. Het is een land waar bij verkiezingen uitgekookte lieden de grenzen tussen kiesdistricten verschuiven, hele groepen kiezers worden uitgesloten, een dubieus figuur als Trump zonder de popular vote te winnen president kon worden, en zijn tegenstrever op slinkse wijze de voorverkiezingen naar haar hand kon zetten. Terzijde: met Clinton als president zal menig wereldburger evenmin gelukkig zijn geweest. Amerika onder Trump is ook het land dat zich het recht voorbehoudt om overal ter wereld tegenstanders per drone standrechtelijk te liquideren, het Internationaal Strafhof niet erkent, het internationale recht naast zich neerlegt en een potje maakt van internationale instellingen als de Verenigde Naties.

Verziekt Amerikaans politiek systeem

De Amerikaanse historicus Mike Lofgren, die na een carrière van 30 jaar als stafmedewerker bij de Republikeinse partij zijn buik vol had en ontslag nam, schetste in 2011 in een geruchtmakend artikel een scherp en ontluisterend beeld van de Amerikaanse politieke verhoudingen. Het politieke systeem wordt verziekt door financiële bijdragen van ondernemingen. Een kandidaat moet meer dan een miljard dollar bijeenbrengen om te kunnen dingen naar het presidentschap. Om dan in de communicatie naar potentiële kiezers afhankelijk te zijn van media die in handen zijn van een heel beperkt aantal machtige lieden die als groep ook wel als de Deep State worden aangemerkt.

Het zijn niet langer vooral Republikeinen die andere landen de les spellen over democratie, de Democraten doen daar even hard aan mee. Dat de VS democratie moest brengen in het Midden-Oosten was de hypocrisie ten top. In de VS mogen dit soort deplorables niet eens gaan stemmen. De minderheidsgroepen in Amerika zijn geen “echte Amerikanen”. Het zijn raciale minderheden, immigranten, moslims, holebi’s, soms ook intellectuelen. De gekleurde Obama werd als presidentskandidaat niet serieus genomen. Het is reactionaire en paranoïde kletspraat die de laagste instincten van het kiezerspubliek voedt. Het is het kiezerspubliek dat Trump door dik en dun blijft steunen, wat hij ook uithaalt.

Toegegeven, China wordt niet democratisch bestuurd en er schort in dat land heel wat aan de mensenrechten. Maar HRW-voorman Kenneth Roth moet niet denken dat hij in China of Hong Kong indruk maakt met een mantra dat zijn oorsprong vindt in de door de Deep State opgestelde agenda van het Amerikaanse Witte Huis, Pentagon en CIA.

Hoe de Israëlische propagandamachine werkt


Israël hanteert een uitgekookte propagandastrategie. Goed opgeleide woordvoerders beheersen het narratief. Westerse journalisten krijgen geen toegang tot Gaza en kunnen in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF. Manipulatie van de publieke opinie blijft een geducht wapen in de strijd.

Wie kijkt naar commentaar op een internationaal conflict is vaak geneigd te denken dat de waarheid in het midden ligt. Men vergeet daarbij soms dat de beeldvorming wordt gevoed door zij die directe belangen te verdedigen hebben in het conflict. De partij die beschikt over de beste PR-machine, het hardst roept, zijn leugens het mooist verpakt, zijn “gelijk” het vaakst herhaalt, en bij dat alles wereldleiders voor zijn karretje weet te spannen, trekt dan aan het langste eind.

Israël beschikt over een propagandamachine van topkwaliteit. Het weet daarmee perfect de mainstream media te bewerken, en die volgen vrijwel steeds dus de Israëlische versie. Zo weet Israël al tientallen jaren de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Bij gevechtshandelingen kan het land rustig zijn gang gaan, zonder door de publieke opinie te worden teruggefloten. Nu de in het nauw zijnde Israëlische premier Netanyahu om zijn positie te versterken wel eens een nieuwe Gaza-oorlog zou kunnen uitlokken is het zinvol om weer eens stil te staan bij het fenomeen ‘Israëlische propaganda’.

De propagandastrategie is bijzonder uitgekookt:

1. Bepaal de criteria van het debat

Definieer ruimschoots tevoren de context van het debat, waarmee dat moet beginnen en hoe de verhaallijn wordt ingevuld. Gaat het om een oorlog, blijf dan hameren dat die door de tegenpartij is uitgelokt. Zwijg over je eigen schendingen van wapenstilstandsoverenkomsten of andere afspraken. De meeste mensen volgen het conflict niet nauw en zijn geneigd te geloven wat ze keer op keer te horen krijgen. Bereid je standpunten dus zorgvuldig voor en herhaal die consequent.

2. Stereotiepen werken

De Israëlische propaganda stelt Israël consequent voor als een hoogontwikkelde samenleving en Palestina aan de hand van negatieve stereotypen. In het Israël-Palestina conflict is Israël daarmee in het voordeel. Het verhaal is steeds dat de humane Israëlische samenleving geconfronteerd wordt met een Palestijns probleem. De media beginnen hun verslag van schermutselingen dan steevast met de opmerking hoe de Israëlische bevolking moet lijden onder “het probleem”.

Golda Meir zei het ooit zo: “We kunnen de Arabieren vergeven dat zij onze kinderen ombrengen, maar we zullen ze nooit vergeven dat zij ons verplichten hun kinderen te doden”. Bij deze voorstelling van zaken moet het niet verwonderen dat het disproportioneel geweld dat de Palestijnen bij oorlogsgeweld moeten ondergaan nauwelijks aan de orde komt, en beelden van angstige Israëlische burgers die spreken over de impact van de oorlog op hun leven, worden uitvergroot. De slachtoffers aan Palestijnse zijde worden dan enkel in aantallen genoemd of aangeduid als “collaterale schade”.

3. Buit de blunders van je tegenstander maximaal uit

De dwaasheden van Hamas spelen Israël in de kaart. Van bij het begin van de blokkade van Gaza kon Israël er op rekenen dat Hamas raketten zou afvuren. Met de daarmee gepaard gaande bedreigingen kon Israël dan sympathie opwekken bij de Westerse publieke opinie, een plus in de propagandaoorlog.

4. Laat overal van je horen, herhaal je verhaal en zorg dat je tegenstanders zoveel mogelijk buiten beeld blijven

Israël begint elke oorlog steevast met de inzet van een heus leger goed getrainde, beschaafde en vloeiend Engels sprekende woordvoerders die 24 op 24 uur bereikbaar zijn voor de media. De propaganda is perfect ingestudeerd en wordt uniform verwoord. Het succes is gegarandeerd. Tegelijk krijgen Westerse journalisten geen toegang tot Gaza en kunnen zij in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF, het Israëlische leger. Zo kan Israël de berichtgeving manipuleren en elke onafhankelijke vaststelling van de gruwel in Gaza verhinderen.

5. Blijf bij de les

De helft van het verhaal wordt bepaald door de politieke leiders. Het politieke apparaat wordt dus in stelling gebracht. Dat moet ervoor zorgen dat het Witte Huis en het Congres zich bij de verhaallijn aansluiten. Verklaringen van Congresleden moeten dus de gesprekspunten van de Israëlische woordvoerders uitdragen. Samen met politieke commentatoren en Congresleden moeten zij dus fungeren als elkaars klankbord.

6. Ontken en blijf ontkennen

Komen de werkelijke feiten aan het licht en spreken die de Israëlische voorstelling van zaken tegen, dan ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om en legt de schuld bij de tegenstander. Dat er Palestijnse burgers omkomen is altijd de schuld van iemand of iets anders, of je zegt dat foto’s van rouwende burgers getrukeerd zijn.

7. Je laatste redmiddel

Als al het voorgaande faalt gebruik je het antisemitisme-wapen. Geef daar een paar voorbeelden van, generaliseer ze en wek daarmee de suggestie dat je critici worden gedreven door antisemitisme. Het is een argument dat knaagt aan het geweten. Pas op voor overdadig gebruik. Maar het kan critici tot zwijgen brengen of in het defensief zetten.

*****

De bekendste en veruit welbespraaktste Israëlische woordvoerder is ongetwijfeld de in Australië geboren Mark Regev. Die kon uitgroeien tot woordvoerder voor Israëlische premiers, en schopte het in 2016 zelfs tot Israëlisch ambassadeur in Londen. En misschien kunnen ook journalisten worden toegevoegd in het rijtje Israëlische propagandisten. Zo kan men vraagtekens zetten bij de onpartijdigheid van VRT- en NOS-correspondente Ankie Rechess.

Manipulatie van de publieke opinie is een geducht wapen in de strijd rond internationale conflicten. Gelukkig stellen steeds meer mensen zich vragen bij de berichtgeving van de mainstream media, en krijgt rond het ‘politiek-Zionistische project Joodse staat Israël’ de BDS-beweging steeds meer wind in de zeilen. Het laatste woord rond dit issue is nog niet gesproken.

Hoe wetenschappers kunnen bijdragen aan een oplossing van de kwestie-Palestina

Bethlehem Checkpoint. Men and women from all over the Southern West Bank stand in line for hours each morningon their way to work outside of Bethlehem. Photo: ‘delayed gratification’ (flickr)


Terreuraanslagen en de kwestie-Palestina hangen met elkaar samen. Het plan-Kushner is de laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing. De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering. Annexatie van de Westelijke Jordaanoever overschrijdt een Europese rode lijn. Media, politieke wetenschappers en intellectuelen kunnen het verschil maken.

“De afschuwelijke terreuraanslagen in Parijs, Beiroet en de Sinaï bevestigen nog eens dat het Israël-Palestina conflict niet los staat de mondiale terreurdreiging. De stichting van een Palestijnse staat, met respect voor Israëlische veiligheidsbekommernissen, is van groot belang, niet enkel voor Israëliërs en Palestijnen, maar voor de hele regio”. Dat zei Nickolay Mladenov, speciaal coördinator van de secretaris-generaal voor het Midden-Oosten vredesproces, tijdens een briefing van de leden van de VN Veiligheidsraad op 19 november 2015.

Intussen piekt het geweld tegen de Palestijnse bevolking, zorgen nieuwe nederzettingen in Palestijns gebied voor nieuwe feiten op de grond en lijkt het vredesproces dood en begraven. Tegelijk loopt het aantal terreuraanslagen en de dodentol op. Om er maar enkele te noemen: Brussel, Nice en Berlijn in 2016, Londen, Manchester en Barcelona in 2017, Straatsburg in 2018 en Nairobi en Christchurch in 2019. Op een lijst gevaarlijkste brandhaarden in de wereld zette de VRT in samenspraak met de Nederlandse professor Ko Colijn “Israël en Palestina” op een prominente plaats.

De situatie bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ volstaat niet

Tegen die achtergrond valt het op dat UAntwerpen-professor David Criekemans in zijn recente boek wél uitvoerig aandacht besteedt aan het Midden-Oosten en terrorisme, maar de kwestie-Palestina onbesproken laat. Dat kwam ook aan de orde in onze recensie. Bij navraag wijst Criekemans erop dat hij het issue niet mijdt, waarbij hij verwees naar zijn optreden in Terzake rond het Israëlisch scherpschieten op burgers in Gaza. Maar de kwestie-Palestina bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ is nog geen analyse, nog afgezien van de vraag of massale Europese investeringen in Oost-Jeruzalem zinvol zijn. Israël maakt consequent elke Europese investering ten bate van de Palestijnen met de grond gelijk.

Recent publiceerde Bert De Vroey een pakkende historiek van wat we best aanduiden als de kwestie-Palestina (de term ‘Israël-Palestina conflict’ duidt op gelijk­waardige partijen, quod non). Volgens Egbert Talens kent De Vroey de kwestie-Palestina prima, maar haakt hij te weinig in op de politiek-zionistische trucs rond het ontstaan van Israël in 1948. Zo laat hij de listig bekokstoofde twee derde meerderheid voor VN-AV-resolutie 181-II (1947) onvermeld, evenals het feit dat Ben-Gurion al in 1928 een great disaster nodig achtte om in Amerika een beweging op te starten gericht op de verwezenlijking van het politiek-zionistisch project Joodse Staat. En de Oslo-akkoorden leverden geen Palestijnse staat op, maar een Palestijnse ‘entiteit’, en zelfs daarvan mocht Arafat zich geen president noemen.

Kushner slaat de plank mis

De Vroey’s historiek verscheen juist vóór de presentatie van het plan van Trump’s schoonzoon Jared Kushner. Over dat plan kunnen we kort zijn: een economisch plan is het sluitstuk op een politiek plan, niet omgekeerd. Zoals steeds proberen de Amerikanen iets te doen aan de levensomstandigheden van de Palestijnen, maar niet aan de Israëlische bezetting. De Palestijnen stuurden dus hun kat. Die verwachtten niets van een bemiddelaar die 70 jaar Amerikaans beleid overhoop gooit, Jeruzalem als Israëlische hoofdstad erkent, de Palestijnse missie in Washington sluit, zowat elke economische en humanitaire hulp beëindigt en de bezetter aanmoedigt de Westelijke Jordaanoever te annexeren.

Het plan-Kushner gaat niet enkel voorbij aan Palestijnse bekommernissen, maar ook aan wat er leeft onder de Arabische bevolking. De kwestie-Palestina is en blijft een centraal issue voor Arabieren. De Amerikaanse benadering van de regio wordt gezien als onrechtvaardig. Dat fenomeen stuurt mede de ontwikkelingen in het Midden-Oosten: werving door terreurgroepen, regionale instabiliteit, de Arabische publieke opinie over de Verenigde Staten, en zelfs de Amerikaanse nationale veiligheid. Rond het plan-Kushner is intensief gelobbyd richting Arabische leiders. De vraag is of die druk zullen uitoefenen op de Palestijnen.

De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering

Voor Harvard-professor Stephen Walt komt de kwestie-Palestina op de tweede plaats van vijf wereldproblemen, direct na (1) klimaatverandering, en voor (3) “Het einde van de Europese Unie”, (4) “Een nucleaire crisis met Iran, en (5) “Het sluipend verval van Amerika’s Aziatische allianties”. Walt ziet het plan-Kushner als laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing, met enkel slechtere alternatieven: (1) apartheid, waarbij Israël de Palestijnen elk politiek recht ontzegt, (2) gedwongen verdrijving, etnische zuivering dus, een misdaad tegen de menselijkheid en (3) “vrijwillig” vertrek van de Palestijnen door hen het leven steeds zuurder te maken, sluipende etnische zuivering dus.

Het optreden van Trump in het Midden-Oosten leidt tot toenemend verlies aan steun voor de VS onder de Arabische bevolking. Europa moet de VS duidelijk maken dat een vredesproces tot doel heeft geschillen te beslechten, niet onder de mat te vegen. De EU moet in de kwestie-Palestina zijn verantwoordelijkheid nemen. Europese landen stonden mee aan de wieg van de staat Israël. De EU moet Israël duidelijk maken dat annexatie van de Westelijke Jordaanoever een Europese rode lijn overschrijdt. Als Israël’s directe buur en belangrijkste handelspartner heeft de EU voldoende machtsmiddelen. Vijf minuten politieke moed volstaat.

Media, politieke wetenschappers en intellectuelen maken het verschil

Een groep Europese toppolitici hebben er bij de EU al op aangedrongen om elk plan dat afbreuk doet aan de rechten van de Palestijnen te verwerpen. De media zouden vaker en indringender aandacht kunnen besteden aan de kwestie-Palestina. Politieke wetenschappers die regelmatig in de media verschijnen moeten net als hun Amerikaanse collega’s John Mearsheimer en Stephen Walt, auteurs van het boek ‘The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy’ (2007), de moed hebben om de Israëllobby te weerstaan. Kritiek op het doen en laten van de staat Israël is geen antisemitisme. En men moet nog geen ‘activist’ zijn om als academicus duidelijke taal te spreken.

In 2015 sloot een aantal Belgische academici zich aan bij de Palestinian Academic and Cultural Boycott of Israel, onderdeel van de Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) campagne tegen de manier waarop Israël met de Palestijnen omgaat. Zo ontstond de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI). De academische boycot richt zich op Israëls universitaire instellingen wegens hun steun aan het apartheidsregime. De doelstellingen van BACBI zijn duidelijk. Internationale druk moet aan Israëls straffeloosheid een einde maken.

Intussen hebben 489 Belgische intellectuelen en academici de Beginselverklaring van de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI) onderschreven. Voor zover valt na te gaan heeft slechts één Belgische politieke wetenschapper, de Gentse hoogleraar Hendrik Vos, de verklaring ondertekend. Er zouden er honderden moeten volgen. Alleen de faculteit politieke wetenschappen van de universiteit van Antwerpen kent al 105 docenten, assistenten, onderzoekers en academische medewerkers. En de organisatie zou nóg meer aan de weg moeten timmeren.

Wie volgt het goede voorbeeld van Hendrik Vos?

Kanttekeningen bij de toestand in de wereld volgens David Criekemans

IDF arresting 16 years old boy. Photo: Wikimedia Commons.


De nood aan een Europees buitenlands beleid en defensie. De oorlog in Syrië. Het optreden van Rusland in het Midden-Oosten. Turkije dat de banden aanhaalt met Rusland en China. De rivaliteit tussen het olierijke Saoedi-Arabië en aardgaslanden Iran en Qatar. Het mondialiserende terrorisme. De verslechterende relatie tussen Rusland en het belang van een Europese Ostpolitik. De race tussen China en de VS. Van een VS ‘leading from behind’ naar Amerikaans isolationisme. Vlaams en Belgisch buitenlands beleid, een nieuwe kans voor de Benelux en toekomstscenario’s voor Europa.

Dat zijn de kernthema’s die aan de orde komen in het boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ van David Criekemans (Universiteit Antwerpen). Onder de titel “Dreigt Europa een geopolitiek schiereiland te worden?” publiceerde de auteur een voorbeschouwing in Clingendael Spectator. In zijn boek herpubliceert hij per thema zijn opiniestukken uit de jaren 2011-2018, telkens voorafgegaan door een inleiding en afgesloten door een conclusie met blik op de toekomst.

Zij die de kwaliteitsmedia volgen kennen de auteur als iemand die zijn kijk op het wereldgebeuren helder en goed onderbouwd naar voren brengt. Diezelfde kwaliteit vindt men terug in zijn boek. Interessant zijn de kanttekeningen bij het opkomend populisme en de onderontwikkelde sociale dimensie van de Europese integratie. De NAVO krijgt een veeg uit de pan met “grabbelton voor ad-hoc coalitions of the willing” en de VS met “de Amerikaanse hegemoon trapt wild om zich heen”.

Het onderwerp ‘Hoe de relatie tussen Rusland en Europa heropstarten’ (p. 176 e.v.) verdient bijzondere aandacht. President Trump mag dan voorstander zijn van een reset van de relaties met Rusland, hij krijgt daar van het Congres geen ruimte voor. Europa kan hier het voortouw nemen. Partijen moet niet met getrokken messen tegenover elkaar staan, aldus de auteur. Criekemans waarschuwt voor blijvende verschillen, maar vooral op essentiële issues waar de belangen parallel lopen, met name energie-, economische en ecologische veiligheid. Vertrouwenwekkende maatregelen en culturele diplomatie kunnen partijen op één lijn krijgen, aldus de auteur.

De opmerkingen van Criekemans over onze geïnternationaliseerde samenleving dicht bij huis zijn raak. Gemeenschappen moeten elkaar ontmoeten. Isoleren leidt tot radicalisering. Anders dan het geitenwollensokkengehalte dat de auteur vreest bij deze uitspraken is zijn pleidooi reëel. Waar sommigen het karikatuur hanteren dat de grenzen wagenwijd openstaan is de werkelijkheid dat ook hier regels gelden voor migratie en asiel. Wie aan die regels voldoet moet de kans krijgen om via onderwijs, werk, huisvesting en inburgering vlot te integreren.

Op sommige punten zijn ook kanttekeningen te maken. De periode die het boek bespreekt begint halverwege Obama-1. Al vroeg in zijn presidentschap was Obama’s boodschap in zijn Cairo-toespraak: “De Palestijnse bevolking moet dagelijks vernederingen ondergaan. Hun situatie is ontoelaatbaar”. In Arabische landen groeit de woede over het onrecht dat hun Palestijnse broeders en zusters moeten ondergaan. Die houding treft men ook aan bij de moslimbevolking elders in de wereld. Dat dit gegeven een effect heeft op het jihadisme hoeft geen betoog. Criekemans verzuimt dit vraagstuk in zijn paragrafen over het Midden-Oosten te vermelden.

In §I.14 stelt Criekemans de verwijdering tussen de VS en Europa aan de orde en suggereert een Europese defensie. Wat hij verzuimt te vermelden is dat Europa zich in het Verdrag van Lissabon heeft vastgeklonken aan de NAVO en daarmee aan de VS. De Unie is juridisch helemaal niet in staat een eigen defensie te ontwikkelen. De essentiële paragrafen luiden:

“Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid…”
“Het beleid van de Unie … laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet, eerbiedigt de uit het Noord-Atlantisch Verdrag voortvloeiende verplichtingen van bepaalde lidstaten die van oordeel zijn dat hun gemeenschappelijke defensie gestalte krijgt in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, en is verenigbaar met het in dat kader vastgestelde gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.

In een opgemerkt opiniestuk zegt de Britse historicus John Laughland zelfs dat Europa helemaal niet in staat is zich te verweren tegen Amerikaanse sancties tegen Iran en als Unie internationaal voor gek staat. Hoe wil de EU dan een uniforme eigen buitenlandse politiek voeren? Om dat mogelijk te maken moet het verdrag van Lissabon op de schop. Gegeven de opstelling van sommige Oost-Europese EU-leden is elke heronderhandeling gedoemd te mislukken. Voor Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO.

Wie pleit voor een Europees leger moet net als Tom Sauer het voortbestaan van de NAVO na de val van de muur en de ontmanteling van het Warschaupact aan de orde stellen. En wie het Belgisch buitenlands beleid aan de orde stelt moet vragen stellen over de kernwapens in Kleine Brogel, de Belgische weigering om het VN-kernwapenverbod te tekenen, en de Belgische beslissing om als lid van een verdedigingsorganisatie een aanvalswapen als de F-35 aan te schaffen, dat dan ook nog eens kernbommen kan afgooien.

En wie spreekt over een EU met een eigen buitenlands beleid en leger spreekt over een kern-Europa van slechts enkele leden. Op grond van een recent artikel in het centrale orgaan van de Duitse SPD over de lopende grootscheepse NAVO-oefening “Trident Juncture” is de conclusie gerechtvaardigd dat Duitsland nog niet klaar is voor een Europees “gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.

‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ is een lezenswaardig boek voor hen die behoefte hebben aan duiding over de huidige uiterst verwarrende internationale politiek zoals die via de media op ons afkomt. De lezer beseffe zich wel dat het boek geen volledig beeld geeft van de toestand in de wereld van vandaag en hij/zij dus best zelf ook nog elders verduidelijking zoekt.

Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie, door David Criekemans, uitgegeven bij de Gompel&Svacina, 305 blzn. ISBN: 978-94-6371-076-3.
David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.