Geopolitieke opiniemakers over de coronacrisis

A checkpoint for the local Qusin Emergency Committee at the southern entrance to the village, in implementation of the Palestinian government’s decision to impose mandatory quarantine as a result of the Corona virus pandemic in Palestine. Photo: أمين, Wikimedia Commons.


Het coronavirus leidt tot een wereldwijde pandemie die het leven van veel mensen bedreigt. Tegelijk luidt de crisis fundamentele geopolitieke veranderingen in. De EU blijft in gebreke, en het Amerikaanse leiderschap laat het afweten. Welke machtsverschuivingen liggen volgens onze opiniemakers in het verschiet?

Het Covid-19 virus leidt tot een wereldwijde crisis. Overheden, geadviseerd door wetenschappers, nemen maatregelen die de ziekte moeten indijken, maar ook gevolgen hebben voor onze welvaart en de manier waarop wij in de toekomst op deze wereld met elkaar zullen samenleven. De wake-up call voor de wereld van de coronacrisis is een uitdaging voor opiniemakers en politieke leiders. Nu bij ons het hoogtepunt van de gezondheidsperikelen in het verschiet lijkt te komen wordt het interessant een tussenbalans op te maken van wat ons in de media wordt voorgeschoteld over de langetermijneffecten van de crisis.

NPO Radio1 zond een geopolitieke discussie uit tussen de hoogleraren Mathieu Segers (Europese Geschiedenis, Maastricht), Frank Pieke (Chinastudies, Leiden), en Rob de Wijk (Internationale Betrekkingen, Leiden). Segers wijst op de verdeeldheid en het gebrek aan solidariteit onder de EU-lidstaten, de falende coördinatie door de Commissie, en het feit dat China wél snel essentiële producten kon leveren. Zoals steeds zullen de zwakkeren de hoogste prijs betalen voor het economisch herstel. De mensenrechten, die toch al onder druk stonden, zullen nog minder worden gerespecteerd, aldus Segers.

China probeert niet zijn systeem op te leggen

Volgens Pieke speelt voor China vooral het conflict met de VS, met Europa als speelbal daartussen. In die strijd probeert China niet de superioriteit van zijn systeem te bewijzen of op te leggen. Van uitbuiting van Europese zwakte is volgens Pieke evenmin sprake, hoewel de Chinese leiders wel soft power inzetten om de reputatieschade voor het ontstaan van de crisis te verminderen. Pieke vreest voor een tweede corona-uitbraak in China, waar nog nauwelijks groepsimmuniteit is opgebouwd. De snelheid en kracht waarmee de Chinese economie zich kan herstellen zal bepalend zijn voor de voorsprong die het land neemt op de VS en Europa, aldus Pieke.

Van Wijk meent dat de wereld het gevaar van het virus heeft onderschat en het wereldleiderschap van de VS voorbij is. Trump kijkt naar de Amerikaanse economie en beurskoersen, en heeft de instituties die nu hard nodig zijn ontmanteld. De gezondheidszorg is disfunctioneel, de waarschuwingen werden in de wind geslagen. Onder de entourage van Trump heerst een angstcultuur. Positief bekijkt Van Wijk dan weer de astronomische financiële hulppakketten die “economisch orde op zaken hebben gesteld”. De wereld heeft wel een economische klap te verwerken, maar of die leidt tot het einde van de mondialisering is voor Van Wijk de vraag.

Nederland is tegen Europese corona-obligaties

Vooral het commentaar van Segers die de sociale component aan de orde stelt is interessant. Maar anders dan Marc Vandepitte die hieronder aan het woord komt doet Segers geen pleidooi om de zwakkeren te ontzien. Intussen liet Nederland weten dat het mordicus tegen de uitgifte van Europese corona-obligaties is waar België en acht zuidelijke landen op aandringen. Met andere noordelijke lidstaten vreest Nederland te moeten opdraaien voor de problemen in het zuiden. Het gebrek aan solidariteit onder de lidstaten herinnert aan de manier waarop de Nederlandse minister Dijsselbloem, aangestuurd door de Duitse minister Schäuble, destijds Griekenland lieten slikken of stikken.

In de G-7 ging het er al even kwalijk aan toe. In de slotverklaring moest voor de Amerikaanse minister Pompeo absoluut verwezen worden naar het Wuhanvirus. Zijn collega’s verwierpen die eis, die zij bestempelden als nodeloos verdelend op een moment waarop de wereld eensgezindheid nodig heeft. Pompeo vond het nodig te benadrukken dat het virus afkomstig is van de Chinese stad Wuhan, en dat de Chinese overheid een speciale verantwoordelijkheid had om de wereld te waarschuwen. De realiteit is echter dat iedereen het virus heeft onderschat, China geprobeerd heeft het virus in te dammen maar uiteindelijk de wereld voldoende tijd heeft gegeven om zich voor te bereiden.

In een interessant artikel stelt Marc Vandepitte dat de indamming van de pandemie het economisch leven grondig ontwricht. Voor Vandepitte moet men de astronomische geldinjecties waar Van Wijk het over had zien als doping die de economie op termijn alleen maar zieker maakt. De geldinjecties en de onnatuurlijk lage rentevoeten hebben geleid tot een gigantische financiële bubbel en tot heel wat zombiebedrijven en -banken. Het financiële systeem is totaal verziekt, het bankwezen moet in handen komen van de overheid zodat we ons de perverse financiële crashes besparen en het spaargeld op een sociale en duurzame manier investeren, aldus Vandepitte.

Pleidooi voor een coronataks op de superrijken

Voor Vandepitte moet de crisis niet opnieuw worden afgewenteld op ‘gewone mensen’. De verliezen moeten niet worden gesocialiseerd, de winsten niet geprivatiseerd, aldus Vandepitte, die pleit voor een heuse coronataks op de superrijken. “Veertig jaar neoliberaal beleid heeft duizenden en duizenden miljarden dollars in belastingparadijzen opgeleverd. Dat ‘overschot aan kapitaal’ moet worden aangesproken”. Vandepitte’s pleidooi herinnert aan de taxshift in ons land die jobs moest creëren. De jobs kwamen er dankzij de hoogconjunctuur, niet aantoonbaar door de taxshift, de overwinsten bij de ondernemingen werden weggesluisd naar het buitenland, het begrotingstekort liep op tot meer dan €12 miljard, en de regering viel door een manoeuvre van de N-VA, de grootste regeringspartij.

Clingendael Spectator publiceerde een achtluik. Twee artikelen springen eruit. Stephan Slingerland schetst de kans op een fundamentele mentaliteitswijziging waarbij de mensheid zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de natuur realiseert. Goos Hofstee wijst op de mededeling van Iran vorige week dat in het land elke tien minuten iemand sterft door het coronavirus, en op de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo die enkele uren later extra sancties op Iran afkondigt. Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken en te verhinderen dat Iraanse hardliners de bovenhand krijgen en het land kernwapens ontwikkelt, zo vraagt Hofstee zich af.

VRT-journalist Bert De Vroey wijst erop dat de desinformatie en schuldige minimalisering wekenlang van de Amerikaanse president kwam, hoewel die over uiterst waardevolle inlichtingenrapporten kon beschikken. En in een tweet van 24 maart zegt De Vroey dat er in de VS stemmen opgaan dat de economie belangrijker is dan de dood van bejaarden, en ook president Trump laat verstaan dat hij de economie niet te lang wil laten lijden.

Russische economische oorlogsvoering?

Voor VUB-hoogleraar internationale politiek Jonathan Holslag grijpen de Chinezen de Amerikaanse aanpak van de crisis aan om het Westen te beschuldigen van arrogantie en meten zij in de staatspers breed uit hoe westerse landen falen om het virus te bestrijden. Maar zit China er dan ver naast? Tegelijk wijst Holslag erop dat Rusland de crisis benut voor “heuse economische oorlogvoering”. Maar dat verhaal is toch iets genuanceerder. Rusland stapte uit de prijsafspraken met OPEC om de olieprijs te laten zakken zodat Amerikaans schalieolie niet meer kon concurreren. Dat is een legitieme zakelijke beslissing. Maar vervolgens overspoelde de onbesuisde Saoedische leider Mohamed bin Salman de wereldmarkt met goedkope olie om Rusland te treffen. Wie knippert het eerst?

UAntwerpen professor internationale politiek David Criekemans ijverde tot dusverre op Twitter vooral voor solidariteit binnen de EU en voor consequente maatregelen in eigen land. Blijkbaar verschijnt dit weekend in Het Belang van Limburg een interview van politiek journalist Timmie van Diepen met hem en Rob de Wijk. De mening van De Wijk kennen we al, we zijn dus benieuwd naar die van Criekemans. Haalt hij de Amerikaanse economische oorlog tegen Iran aan die in volle coronacrisis tot onevenredig veel doden leidt? Laat hij zich uit over de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza, de grootste openluchtgevangenis ter wereld waar de eerste coronagevallen al zijn gemeld? Heeft hij de tweet van Hanan Ashrawi gezien die erop wijst dat Palestijnen die in Israël uit werken gaan als vuilnis worden behandeld en worden weggestuurd bij de eerste ziekteverschijnselen?

Update 28 maart 2020 16:57 uur

Grosso modo zeggen De Wijk en Criekemans in HBVL: China grijpt de crisis aan om wereldwijd zijn invloed uit te breiden onder het mom van noodhulp. Jammer dat de interviewer niet doorvraagt: had China geen noodhulp moeten verlenen, zit China nu echt te wachten op meer invloed? Criekemans maakt het nog bonter: “de Chinezen hebben de schuld van ons coronaprobleem”, terwijl de oorsprong van het virus helemaal niet vast staat. Ook vreest hij dat China met militaire middelen zijn invloed zal versterken. Een bizarre stelling. China wordt omsingeld door Amerikaanse militaire bases en staat tegenover een NAVO dat een veelvoud uitgeeft aan ‘defensie’ in vergelijking met het Chinese budget.

Criekemans krabt de bovenlaag weg van de financieel-economische problemen die we door de crisis mogen verwachten, maar raakt niet tot de kern. Voor hem moet de globalisering op de schop, maar over het verziekte financiële systeem waar Vandepitte het over had, over banken die het niet redden, de verwoestende kettingreactie daarvan op de economie, en wie dan de rekening betaalt, zegt hij niets. Voor hem is “het slechtste scenario” waarin we worden “gedwongen om te kiezen voor of tegen China” niet onrealistisch. Blijkbaar ziet hij niet een derde weg, een serieuze reorganisatie en inkrimping van de EU tot een slagvaardige Unie die zich losmaakt van de knellende band met de VS en de NAVO, een scenario dat leidt tot een multipolaire wereld waarin geen van de grootmachten de lakens uitdeelt.

En geen van beide hoogleraren wijst op de onmenselijke Amerikaanse sancties op Iran in volle coronacrisis, en al evenmin op de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Om maar niet te spreken over het schandalige falen van het gezondheidssysteem in de Verenigde Staten, waar vooral de zwakkeren het slachtoffer van worden.

EU strategic autonomy: realistic or pipe dream?

German Chancellor Angela Merkel, addressing the Munich Security Conference, February 2, 2019 (still from CNN video ‘Merkel hammers Trump as Ivanka looks on’ on YouTube)


Strategic autonomy is not sufficient to become a global player. Europe must aim at independence: departure of American troops, a single foreign policy and a European defence.

In recent years, the issue of ‘strategic autonomy’ has been the order of the day within the EU. The discussion dates back to decades ago. Since the Second World War just about every American president insisted that European allies must contribute their ‘fair share’ to the NATO budget. That contribution was set at 2% of GDP, a completely random yard-stick because it was not substantiated by real threats, not the hyped up threats that we all too often get presented. Under the ‘America First’ policy of Donald Trump in the White House, the debate has deepened and hardened. And Trump made statements that cast doubt on the US security guarantee.

European defence has been a topic, too. First initiatives were the establishment of a European Defence Fund (EDF) and the Permanent Structured Cooperation (PESCO). It was hoped that the renewed Franco-German friendship treaty that Merkel and Macron signed on January 22, 2019 would herald new steps. But there is little news in the treaty. The parties to the treaty pledged to take steps to improve coordination of foreign policy and defence, at the same time strengthening European defence capabilities. But hardly anything was said about a joint vision on the grand chessboard, the changing balance of power in the world.

Europe is waiting for Germany and France to take the lead

The response from Donald Tusk, President of the European Council until 1 December 2019, was spot on: Europe is waiting for Germany and France to take the lead in order to achieve further integration, prompting European member states to step by step entrust Brussels with parts of their national sovereignty. But exactly that is the problem. The European Union has grown far too fast. To the extent that there is question of EU integration at all, it has moved ‘horizontally’. Under US pressure, Union enlargement could not proceed quickly enough, and preferably in an easterly direction, against Russia, the great enemy.

The result has been a patchwork of 28, and post-Brexit 27, member states of completely different economic development, population size, language and culture, making any move to achieve unity extremely difficult. Such a detached Union is an open invitation to the US to divide and rule it, and in doing so to continue dominating the EU. The difference with the history of the US is striking: it started with thirteen British colonies with shared sovereignty. Other states were allowed to join, provided that they endorsed the constitution and transferred sovereignty. In a federal state structure, states were given a certain degree of autonomy, but foreign policy and defence remained federal jurisdiction.

History shows that the way the US and EU view the world continues to diverge

On November 28, 2019, Carnegie Europe published a series of essays on how NATO can best serve the interests of its members. The third essay was by Sven Biscop, director at the Egmont Institute and UGent professor, whose central theme was: ‘Whether NATO will continue to exist depends on whether the US and the EU continue to share a broad outlook on the world.’ Well, history shows that that outlook continues to diverge. Examples are the exit from the Iran deal, the climate deal, the far-reaching concessions made to Israeli Prime Minister Netanyahu that violate international law, and the sanctions on Russia’s Nord Stream 2 gas pipeline to supply Germany. Will the US determine from whom Germany buys its natural gas?

In Biscop’s view, the US and the EU are the two most important partners in NATO. One can argue with that. The EU does not act as a single member. Large member states Germany and France lead the European club and are not always aligned. The EU is not an equal partner. The US dominates, and gives the impression that its proposals should rather serve its own interests. And the US is exerting heavy pressure within NATO to buy American weaponry, think of the F-35 Joint Strike Fighter that RAND portrays as ‘practically useless’, irrespective of whether combat aircraft fit into a modern defense policy.

China knows how to exploit European divisions

Biscop is pleased to note that for the first time since World War II, Europe is no longer the primary theater for American strategy. Yet, in Biscop’s view, Europe is useful to the US: with Europe on its side, the US is in a much better position to compete with China. Once again, a somewhat unworldly statement. Surely, the EU does not have a uniform China policy. Knowing very well how to exploit the divisions in the Union, China has concluded important bilateral deals with countries like Greece, Italy and even Luxembourg, and it has bought at least 360 companies in Europe in the last ten years, especially in the United Kingdom and Germany. Biscop may well claim that deterring Russia will become the most important goal for European NATO-members, the question to be asked is: deter from what, where does Europe see Russian aggression?

Biscop is right to say that the combative style of the Trump government increases the difference in views on China, and that opposing views on Syria, Iran and trade have further blurred the relationship. Biscop is also right to say that this problem should not be discussed in a NATO context. But why doesn’t Biscop argue for placing an organisation like the OPCW on the NATO agenda? It appears the chemical watchdog can be used at will by the US, UK and France to provoke military attacks that should lead to the overthrow of the legitimate government of an OPCW member. Such an organization is no longer useful, and something is utterly wrong with the behaviour of major powers.

Biscop is urging the US to take the EU seriously and to get into the habit of discussing matters that concern both parties. A strong discussion about strategy does not in itself make differences disappear, but the issues have in any case been discussed. One can hope that Biscop’s call to the Americans will be heard. But after all, it is no more than a plea for diplomacy that lubricates relations between states. Exactly that is not the strongest aspect of American foreign policy. America is used to exerting pressure, threatening with sanctions, a technique to which Europe or an individual member state all too often concedes. But what is not can still come.

Europe will never be a United States, and a European army is not in the cards

On December 17, 2019, the Egmont Institute organised a working lunch with a senior European official on the EU’s ambition to become an autonomous global player, defending and promoting its interests through ‘hard power’. It is an issue that apparently is on the strategic agenda of the newly appointed commission. The speaker criticised, as could be expected, the divisions between the member states, but his solutions were poorly: we have to work on our mindset, improve institutional functioning, break the power of the dollar by strengthening the euro. But Europe will never become a United States, and a European army is not in the cards, he told his audience.

The discourse all boiled down to the rhetorical question ‘how do we achieve that strategic autonomy’. Unfortunately, that is the wrong question. To become a global player, Europe must free itself from the American yoke. Autonomy is not enough, we must become independent. America will only respect us if we take on our own defence and request America to kindly withdraw its troops and 480 nuclear weapons from Europe. We must review our alliances. We have alienated Russia that had lost the Cold War. Russia is our European neighbour. But the US will not receive well a European rapprochement with Russia. That is only true, but it will be a unique opportunity to show our backbone, show that we mean it.

Is that the way forward, or is it ‘swearing in church’, rocking the boat? Biscop recently observed that such a way of thinking does little good for the credibility of the person foolhardy enough to put forward the idea. Maybe he’s right. But if it depends on French president Macron, who declared NATO brain-dead and who sticked to that position, it just might go that way. Whether he will get the noses of the rest of the EU in one direction in the short term seems to be out of the question. It will take at least one generation to reach that stage, and by then the Chinese will have confronted us with the facts.

So the only options available to us seem to be: assemble a core Europe around Macron’s France in the foreseeable future, or remain the US’s eternal puppet.

A version in Dutch of this article first appeared on De Wereld Morgen and Geopolitiek in context

Europese strategische autonomie: haalbaar of hersenschim?

Dutch PM Mark Rutte in a tête-à-tête with American president Barack Obama (photo: The White House, Wikimedia Commons)


Om wereldspeler te worden volstaat strategische autonomie niet. Europa moet streven naar onafhankelijkheid: Amerikaanse troepen naar huis, een uniform buitenlands beleid en een Europese defensie.

De afgelopen jaren is binnen de EU het thema “strategische autonomie” aan de orde van de dag. De discussie begon al tientallen jaren geleden. Zowat elke Amerikaanse president sinds de Tweede Wereldoorlog hamert erop dat de Europese bondgenoten hun fair share moeten bijdragen aan de NAVO-begroting. Die bijdrage was bepaald op 2% van het BBP, een volkomen uit de lucht gegrepen maatstaf want niet onderbouwd met échte dreigingen, niet de gehypte die we te vaak voorgeschoteld krijgen. Onder het America First beleid van Donald Trump in het Witte Huis is het debat verdiept en verhard. Trump deed uitspraken die deden twijfelen aan de Amerikaanse veiligheidsgarantie.

Tegelijk wordt gesproken over Europese defensie. De eerste stappen werden gezet met de oprichting van een Europees Defensiefonds (EDF) en de Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO). Gehoopt werd dat het hernieuwde Frans-Duitse vriendschapsverdrag dat Merkel en Macron tekenden op 22 januari 2019 nieuwe stappen zou inluiden. Maar er staat maar weinig nieuws in het verdrag. Partijen willen stappen zetten om hun buitenlandse politiek en defensie beter te coördineren en stellen versterking voor van Europese defensiecapaciteiten. Maar over een gezamenlijke visie op de grand chessboard, het veranderende machtsevenwicht in de wereld, wordt nauwelijks iets gezegd.

Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen

De reactie van Donald Tusk, tot 1 december 2019 voorzitter van de Europese Raad, was niet mis: Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen om te komen tot verdere integratie, waarbij Europese lidstaten stap voor stap delen van hun soevereiniteit aan Brussel toevertrouwen. Maar dit is precies het probleem. De Europese Unie is veel te snel gegroeid. Voorzover men al van integratie kan spreken is die in de EU ‘horizontaal’ verlopen. Onder druk van de VS kon de uitbreiding van de Unie niet snel genoeg verlopen, en liefst in oostelijke richting, aanschurkend tegen Rusland, de grote vijand.

Het resultaat is een lappendeken geworden van 28, na Brexit nog 27, lidstaten van totaal verschillende economische ontwikkeling, bevolkingsomvang, taal en cultuur, waar wel heel moeilijk eenheid in te krijgen is. Zo’n losse Unie laat de VS perfect toe een verdeel en heerspolitiek te voeren, en daarmee de EU te blijven domineren. Het verschil met het ontstaan van de VS is frappant: dat begon met dertien Britse kolonies met gedeelde soevereiniteit. Andere staten mochten zich aansluiten, mits onderschrijving van de grondwet en integrale overdracht van soevereiniteit. In een federale staatsstructuur kregen de staten een zekere mate van autonomie, maar zaken als buitenlandse zaken en defensie bleven federale bevoegdheden.

De geschiedenis leert dat de kijk van de VS en de EU op de wereld steeds verder uiteenloopt

Op 28 november 2019 publiceerde Carnegie Europe een serie essays over hoe de NAVO de belangen van haar leden best dient. Het derde essay was van Sven Biscop, directeur bij het Egmontinstituut en UGent professor, wiens centrale thema was: ‘Of de NAVO blijft bestaan hangt af van de vraag of de VS en de EU een brede kijk op de wereld blijven delen’. Welnu, de geschiedenis leert dat die kijk steeds verder uiteenloopt. Denk aan de uitstap uit de Irandeal, de klimaatdeal, de verregaande toegevingen aan de Israëlische premier Netanyahu die in strijd zijn met het internationale recht, de sancties op de Russische gaspijpleiding Nord Stream 2 ter bevoorrading van Duitsland. Zal de VS bepalen van wie Duitsland zijn aardgas koopt?

Voor Biscop zijn de VS en de EU de twee belangrijkste partners in de NAVO. Daarop is af te dingen. De EU treedt niet als één lid op. Grote lidstaten Duitsland en Frankrijk voeren de Europese club aan en zitten lang niet altijd op één lijn. De EU is geen gelijkwaardige partner. De VS domineert, en wekt de schijn dat voorstellen van Washington eerder eigen belangen moeten dienen. En de VS oefent binnen de NAVO zware druk uit om Amerikaanse wapens te kopen, denk aan de F-35 Joint Strike Fighter die door RAND wordt afgeschilderd als ‘zowat nutteloos’, nog afgezien of gevechtsvliegtuigen wel in een modern defensiebeleid passen.

China weet de Europese verdeeldheid goed uit te buiten

Tevreden stelt Biscop vast dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog Europa niet langer het primaire theater is voor de Amerikaanse strategie. Toch heeft Europa nut voor de VS, aldus Biscop: met Europa aan zijn zijde kan de VS beter opboksen tegen China. Opnieuw een wat wereldvreemde stelling. De EU heeft immers geen uniforme Chinapolitiek. China weet de verdeeldheid goed uit te buiten, en sluit geopolitiek belangrijke bilaterale deals af met landen als Griekenland, Italië en zelfs Luxemburg, en kocht de voorbije tien jaar minstens 360 bedrijven in Europa, vooral in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. En waar Biscop zegt dat het afschrikken van Rusland het belangrijkste doel wordt voor Europese NAVO-leden moet de vraag luiden: afschrikken voor wat, waar ziet Europa Russische agressie?

Biscop heeft gelijk dat de strijdlustige stijl van de regering-Trump de verschillende visies op China vergroot, en dat tegengestelde visies op Syrië, Iran en handel de relatie verder heeft vertroebeld. Terecht zegt Biscop dat dit probleem niet in NAVO-verband besproken moet worden. Maar waarom pleit Biscop er niet voor een organisatie als de OPCW op de NAVO-agenda te plaatsen? De chemische waakhond kan naar believen door de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk worden gebruikt om militaire aanvallen uit te lokken die moeten leiden tot omverwerping van de legitieme regering van een OPCW-lid. Zo’n organisatie heeft dan geen nut meer, en is er iets grondig mis met het gedrag van de grote mogendheden.

Biscop doet een klemmend beroep op de VS om de EU serieus te nemen en de gewoonte aan te leren om te overleggen over zaken die beide partijen aangaan. Een stevige discussie over strategie doet op zichzelf de verschillen niet verdwijnen, maar ze worden in ieder geval besproken. Men mag hopen dat Biscop’s oproep aan de Amerikanen wordt gehoord. Het is niet meer dan een pleidooi voor diplomatie die relaties tussen staten smeert. Dat is nu niet de sterkste kant van het Amerikaanse buitenlands beleid. Amerika is gewend om druk uit te oefenen, met sancties te dreigen, een techniek waar Europa of een individuele lidstaat maar al te vaak aan toegeeft. Maar wat niet is kan nog komen.

Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten

Op 17 december 2019 organiseerde het Egmontinstituut een werklunch met een hoge Europese ambtenaar over de ambitie van de EU om autonome speler te worden op het wereldtoneel, om zijn belangen te verdedigen en te promoten door ‘hard power’. Het is een issue dat blijkbaar op de strategische agenda staat van de nieuw aangetreden commissie. De spreker hekelde zoals te verwachten de verdeeldheid tussen de lidstaten, maar zijn oplossingen waren aan de magere kant: we moeten werken aan onze mentaliteit, het institutioneel functioneren verbeteren, de macht van de dollar breken door de Euro te versterken. Maar Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten, zo klonk het.

Het bleef dus bij een ‘hoe bereiken we die strategische autonomie’. Maar dat is de verkeerde vraag. Om wereldspeler te worden moet Europa onder het Amerikaanse juk uit. Autonomie volstaat niet, we moeten onafhankelijk worden. Amerika zal ons enkel respecteren als we onze defensie zelf op ons nemen en Amerika vragen zijn troepen en 480 kernwapens uit Europa terug te trekken. We moeten onze allianties herbekijken. We hebben Rusland dat de Koude Oorlog had verloren van ons vervreemd. Rusland is onze Europese buur. Maar een toenadering tot Rusland zal de VS ons niet in dank afnemen. Dat is dan maar zo, dan kunnen we eens onze ruggengraat tonen, laten zien dat we het menen.

Gaat het die kant op, of is het “vloeken in de kerk”? Biscop heeft eens gezegd dat zo’n denktrant weinig goed doet aan de geloofwaardigheid van degene die de vermetelheid heeft het idee naar voren te brengen. Misschien heeft hij gelijk. Maar als het van de Franse president Macron, die de NAVO hersendood verklaarde en bij dat standpunt bleef, afhangt, kan het misschien toch die kant op. Of hij de neuzen van de rest van de EU op korte termijn in één richting krijgt lijkt uitgesloten. Daar zal nog minstens één generatie overheen moeten gaan, en dan zijn we al door de Chinezen met de neus op de feiten gedrukt.

Dan blijft de enige keuze: op afzienbare termijn een kern-Europa rond het Frankrijk van Macron verzamelen, of de eeuwige vazal van de VS blijven.

Het Egmontinstituut, spreekbuis van Buitenlandse Zaken

Palais d’Egmont – Egmontpaleis, Brussels. Photo: Zinneke (Wikimedia Commons)


Het Egmontinstituut kleurt niet buiten de lijntjes van het ministerie: een EU-defensie ondermijnt de NAVO niet, maar verzwakt wel de Amerikaanse overheersing. Kernwapens blijven essentieel voor het Instituut. De publicaties zijn gehypothekeerd door Anglo-Amerikaans denken.

In België is het Egmontinstituut, officieel “Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen”, dé denktank op het gebied van buitenlands beleid. Het Instituut, dat in het drietalige België en naar het buitenland toe opereert als Egmont Institute, herformuleerde recent zijn doelstellingen. Vandaag zijn die samengevat: ‘Toegepast onderzoek van internationale vraagstukken die België en de EU raken, en voorlichting van de publieke opinie ter zake’. Om die doelstellingen te realiseren organiseert het Instituut vormingssessies en expertenvergaderingen, neemt het deel aan internationale conferenties, publiceert het studies en geeft het tijdschriften uit.

Egmont is een Stichting in de schoot van – en wordt gefinancierd door – het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Instituut ontvangt ook beperkte donaties voor specifiek onderzoek, maar werkt niet voor de particuliere sector. Buitenlandse ambassades hebben, mits een gift van €750/jaar, rechtstreeks toegang tot het interessante Egmont expertisenetwerk. Lobbyfacts spreekt over een jaarrekening 2017 van €904.433 en een organisatie van 19 lobbyisten, maar Egmont directeur-generaal Johan Verbeke laat weten dat de organisatie 18 mensen in dienst heeft, werkt met 15 associate fellows die niet op de payroll staan, geen private partners kent en geen lobbywerk verricht.

Europese strategische autonomie en een Europees leger

Het kloppende hart van het Instituut is onderzoek. Het resultaat wordt gepubliceerd in policy briefs die online beschikbaar zijn. Veel van die stukken zijn van de hand van de directeur van het programma “Europa in de wereld”, Sven Biscop, die tevens doceert aan de Universiteit Gent en het Europacollege in Brugge. Centraal in Biscop’s recente publicaties staat zijn pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger, waarbij zaken als het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid, toch essentieel voor een ééngemaakte defensie, en het feit dat Europa met handen en voeten gebonden is aan de NAVO en daarmee aan Washington, slechts summier aan de orde komen.

Biscop spreekt in zijn Security Policy Brief nr. 114 wat luchthartig over Russische subversie. Hij onderbouwt die opmerking niet, maar koppelt daar wel de vraag aan of niet “elke inmenging in de EU-soevereiniteit” moet worden beantwoord met vergelding “om Rusland te laten begrijpen dat de EU ook wil gerespecteerd worden”. Tegelijk vreest hij dat zo’n vergelding “alleen maar meer escalatie” oplevert. Biscop’s beschuldiging van Rusland als agressor in het Oekraïne-dossier behoeft toch enige nuancering. Zelfs de immer gerespecteerde Henri Kissinger bevestigt dat men rond de annexatie van de Krim eerder kan spreken van een plausibele Russische reactie op Westers expansionisme.

Europees instrument om militaire macht te projecteren

Ook in het recente Turkije-Syrië-dossier pleit Biscop voor een assertievere Europese houding. Voor hem had de EU een Syrië-strategie moeten ontwikkelen met aanduiding van de groepen die op permanente politieke, economische en militaire steun konden rekenen. Europa heeft enkel ad-hoc deelgenomen aan gevechtsoperaties en lijdzaam toegezien hoe Turkije Syrië is binnengevallen. We kunnen een NAVO-bondgenoot niet met militaire middelen een halt toe roepen. En dreigen dat de EU geen steun zal geven aan de stabilisatie en wederopbouw van door Turkije bezet Syrisch gebied zal Erdogan toch niet op andere gedachten brengen, zo vraagt een vertwijfelde Biscop zich af.

Hier gaat Biscop toch in de fout. Zelfs de Westerse en Arabische aanstichters van de proxy-oorlog in Syrië hadden geen strategie, gebruikten wisselende “rebellengroepen”, en moesten het afleggen tegen het door Russische, Iraanse en Hezbollah-troepen gesteunde Syrische regeringsleger. Zonder VN-mandaat opereren proxy-troepen volstrekt illegaal in de nog altijd internationaal erkende staat Syrië. Biscop ziet in PESCO een instrument om Europese militaire macht te projecteren, zeker met een voormalige Duitse defensieminister als Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie. Het zijn vérgaande ambities die aan het duistere Duitse verleden herinneren en weinig uitstaans hebben met een Europees verdedigingsapparaat.

Biscop ziet een supranationale Unie waarin lidstaten hun soevereiniteit hebben gebundeld, wereldspeler worden. In zijn visie ondermijnt een strategisch autonoom Europa de NAVO niet, maar verzwakt het wel de Amerikaanse overheersing. Met zijn opmerking dat de Europese lidstaten hun buitenlands beleid afstemmen op dat van de EU, en Brussel de basis vormt voor hun “politiek, economisch, en in de toekomst ook militair gewicht op het wereldtoneel” maakt Biscop zich duidelijk schuldig aan wishful thinking. De Hoge Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen is met handen en voeten gebonden aan het beleid van de regeringsleiders, en die volgen overwegend de “richtlijnen” van de VS.

Europese kernwapens blijven een must

Egmont Senior Associate Fellow Didier Audenaert bepleit een maatschappelijk debat nu het INF-verdrag niet meer bestaat en Europa een grotere inspanning moet doen voor (lees: fors meer geld naar) raketafweer. De kans op een nieuwe wapenwedloop is reëel, aldus Audenaert, die zich afvraagt wat we willen: Amerikaanse raketten in Europa, een eigen raketafweer, of ons neerleggen bij Russische afdreiging? Voor hem moeten burgers worden gemotiveerd voor een veiligheidsapparaat onder NAVO- en EU-auspiciën waarin “nucleaire capaciteiten” essentieel blijven. Geen woord over diplomatie, onderhandelingen over een nieuw verdrag, of toenadering tot Rusland die anderen wel bepleiten.

Wie als academicus toetreedt tot een politieke denktank die afhangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weet op voorhand dat hij of zij moet opereren binnen krijtlijnen die het ministerie bepaalt. En wie als academicus hogerop wil raken publiceert in top-wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de ranking wordt bepaald door Anglo-Amerikaanse universiteiten. Deze lieden reproduceren dus onvermijdelijk Anglo-Amerikaanse denkpatronen. Voor exacte wetenschappers is dat geen probleem zolang hun publicaties ook nieuwe informatie bevatten of tot nieuwe inzichten leiden. Maar van politieke wetenschappers mag men verwachten dat zij zich ook oriënteren op andere denkpatronen.

Anglo-Amerikaans denken

Egmont ontkomt niet aan “besmetting” door Anglo-Amerikaans denken. Het Instituut weerspiegelt het buitenlands beleid van een land dat de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO herbergt. Kritiek op die instellingen is not done. Tegen die achtergrond zijn vraagtekens bij het onderdeel “voorlichting van de publieke opinie” in de Egmont-doelstellingen legitiem. Verwacht van een Egmont-auteur geen bevestiging van de hersendood van de NAVO, of een pleidooi voor een alliantie met Rusland en het vertrek uit Europa van alle Amerikaanse troepen, inclusief de 480 tactische kernwapens in België (Kleine Brogel), Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland (Volkel), en Turkije.

Waar het Egmontinstituut vooral in uitblinkt is het organiseren van congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het seminar ‘Russia and Europe in the context of global migration’ op 25 maart 2019, waar Russische, Europese en Belgische denktankmedewerkers, beleidsverantwoordelijken en journalisten zich bogen over de politieke en sociale aspecten rond migratie en de vraag wat Rusland en de EU over deze issues van elkaar kunnen leren. Als het seminar tevens moest passen binnen het kader van de voorzichtige pogingen om het ijs tussen Rusland en het Westen te breken doen het supra vermelde stuk van Didier Audenaert en de losse opmerking van Sven Biscop over Russische subversie daar geen goed aan.

Anglo-Amerikaans denken is wijdverbreid bij politieke wetenschappers in het Westen. Het risico van groepsdenken is dan niet denkbeeldig. Zij die erin slagen daaraan te ontsnappen zijn de politieke changemakers die de geopolitieke impasse waarin het Westen – en Europa in het bijzonder – verkeert kunnen helpen doorbreken.

De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012