Iran: nucleaire mogendheid tegen wil en dank?

Russian Foreign Minister Sergey Lavrov’s meeting with Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif, Moscow, October 28, 2016. Photo: МИД России (Flickr)


Blind voor eigen zonde blijft de VS mokken over oud zeer. De schokgolf van de aanvallen op Saoedische olie-installaties zindert na. De Iraanse militaire technologie doet Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Washington krijgt Iran niet op de knieën. Aanhoudende Amerikaanse agressie riskeert een nucleair Iran.

In 2017 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson kennis met zijn Iraanse collega Javad Zarif1. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de zes landen die in 2015 het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Irandeal, hadden onderhandeld. Zarif klaagde dat de VS tegen de afspraak in de sancties had gehandhaafd en Tillerson mopperde dat Iran de Libanese Islamitische groep Hezbollah financierde, de “moorddadige Syrische dictator” Bashar al-Assad steunde, Amerikaanse schepen in de Perzische Golf lastigviel en de deal enkel tot stand kon komen onder het milde beleid van de vorige Amerikaanse regering.

Zarif herinnerde Tillerson eraan dat partijen in de onderhandeling over de nucleaire deal waren overeengekomen elk ander issue buiten beschouwing te laten. “Dan moet u nu niet terugkomen op uw waslijst met historische grieven. Ook ik kan heel wat excuses opsommen om onze overeenkomst te schenden”, zo beet Zarif Tillerson toe. ‘Uw regering schendt de voorwaarden van de nucleaire deal. Om een voorbeeld te noemen: u weigert exportlicenties aan Boeing en Airbus af te geven die hen in staat moeten stellen om zaken te doen in Iran”.

Tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet

Maar Tillerson hield voet bij stuk. “Sinds 1979 valt Iran Amerikanen aan. Onze ambassade werd bezet, onze diplomaten opgesloten en slecht behandeld. Onze relatie is de nasleep van een revolutie en wordt gekenmerkt door geweld. Elke poging tot verzoening lijkt gedoemd te mislukken”, aldus Tillerson, die ook aanvallen in Libanon en Irak aanhaalde die honderden Amerikaanse burgers zouden hebben gedood. Voorstanders van de JCPOA vonden Tillerson’s optreden riskant, tegenstanders zagen er het toonbeeld in van het strijdlustige ‘America First’ buitenlands beleid.2 Hoe het ook zij, Tillerson’s tirade is tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet.

Intussen zijn we twee jaar verder. De VS is uit de JCPOA gestapt. Tillerson is vervangen door de havik Pompeo die Iran twaalf onmogelijke eisen heeft voorgelegd. Iran werd bestookt met cyberaanvallen en moordaanslagen op wetenschappers. De sancties die de bevolking teisteren en “het mullahregime” op de knieën moeten krijgen werden maximaal opgevoerd. Washington stuurt voortdurend tegenstrijdige berichten de wereld in. Iran heeft een jaar lang de JCPOA nageleefd, in afwachting van resultaten van INSTEX, het Europese instrument dat de Amerikaanse secundaire boycot moest omzeilen en dus Europese ondernemingen toelaten zaken te doen met Iran.

Zelfs een beperkte Amerikaanse aanval wordt buitenproportioneel beantwoord

Iran laat zich niet intimideren. Het heeft een Amerikaanse drone neergehaald, tankers gesaboteerd, een Britse tanker opgebracht, steun verleend aan de Jemenitische aanvallen op Saoedische olie-installaties, en getoond dat het klaar is voor een oorlog. Komt het tot een gewapend conflict, dan weet Iran dat het kan rekenen op zijn bondgenoten Libanon, Syrië, Irak en Palestina. Het heeft aangekondigd dat zelfs een beperkte Amerikaanse aanval buitenproportioneel zal worden beantwoord. Washington slaagt er niet in Iran’s vastberadenheid te breken en het land economisch te ruïneren. Blijkbaar hebben China en Rusland geen boodschap aan de Amerikaanse secundaire boycot.

De VS hanteert het instrument secundaire boycot tegen Iran al bijna een kwart eeuw. In zijn huidige ultieme vorm is het de bedoeling om de Iraanse olie-uitvoer terug te brengen tot nul. Ook de export van aardgas en staal, aluminium en koper vallen onder deze maatregel. De maximale druk op Iran is een ongehoorde schending van het recht van een staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zonder internationale handel kan een moderne staat niet overleven. In handelsterminologie is het een maatregel die gelijk staat aan een zeeblokkade. Wordt zo’n blokkade uitgevoerd door eender welk ander land, dan zou dat wereldwijd worden aangemerkt als een oorlogsdaad.

Iran heeft het recht Jemen technologisch te steunen

Iran verleent ongetwijfeld technologische steun aan Jemen en heeft daarmee indirect de aanvallen op de Saoedische olie-installaties mogelijk gemaakt. Net als het Westen dat wapens levert aan Saoedi Arabië dat in de oorlog met Jemen de agressor is, heeft Iran dat recht. De aanvallen brengen de boodschap over dat niemand nog olie kan vervoeren door de straat van Hormuz als Iran dat recht wordt ontzegd. Iran heeft zich jarenlang voorbereid op een confrontatie met de VS. Het resultaat is een nieuwe generatie drones en kruisraketten die elke Amerikaanse poging om zijn militaire apparaat uit te schakelen kunnen afslaan en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten kunnen raken.

De VS was blijkbaar verrast toen Iran een op grote hoogte vliegende Amerikaanse spionagedrone neerhaalde. Iran heeft zijn luchtverdedigingssysteem voortdurend opgewaardeerd. In 2016 werden Russische S-300 raketten geïnstalleerd en recent de eigen Bavar-373 raketten die gelijkwaardig zou zijn aan de Russische S-400’s. Een analist kenmerkte Iran als “drone-supermogendheid”. De Iraanse afweersystemen hebben vérstrekkende gevolgen voor het Amerikaanse beleid. Beleidsmakers moeten zich niet blindstaren op de schuldvraag rond de aanvallen op de olie-installaties, maar zich concentreren op de acute beleidsperikelen die de politiek en de media onder de mat vegen.3

Zonder Iraanse steun vallen zijn bondgenoten ten prooi aan de AngloZionistische pletwals

Trump denkt nog altijd Iran aan tafel te kunnen krijgen. Iran heeft laten weten dat het zijn rakettenprogramma wil opgeven als Israel zijn kernwapens van de hand doet en de volledige regio zijn raketten. Voor Iran zijn de allianties met Libanon, Syrië, Palestina, Irak en Afghanistan onbespreekbaar. Zonder die allianties steunt de wereld Israel als het de Westelijke Jordaanoever en Gaza annexeert, confisqueert Israel Libanon’s zee- en landgrenzen, blijft de Golan Israëlisch gebied dat de VS vaste voet geeft in Syrië, en wordt Irak opgesplitst. Zonder Iraanse steun vallen deze landen ten prooi aan de Amerikaanse pletwals en worden zij onderworpen aan het arrogante Israel.

Iran werkt niet mee aan een loze fotosessie Trump-Rouhani. Het gaat pas met de VS aan tafel als de sancties zijn opgeheven. Zo’n intrekking is lastig voor Trump: de overwinning gaat naar Iran, de VS lijdt een nederlaag en er onstaat het beeld dat alles wat hij Iran heeft aangedaan zinloos was. Trump’s politieke tegenstanders zullen hem in volle verkiezingstijd voor schut zetten. Trekt hij de sancties in, dan zal dat moeten gebeuren met een goed verhaal naar de publieke tribune. Ontstaat de perceptie dat zijn beleid heeft gefaald, dan kan hij zijn herverkiezing in 2020 wel vergeten.4

Voor Iran mag het hard tegen hard gaan. Het heeft gezien hoe Trump omgaat met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un die over kernwapens beschikt. Ideologisch is Iran gekant tegen kernwapens. Maar blijft de VS Iran op de korrel nemen, dan kan het land wel eens kiezen voor zekerheid en uitgroeien tot een kernmogendheid tegen wil en dank, en was de JCPOA een maat voor niets.

1 Hoe weinig men begrijpt van Iran blijkt uit de manier waarop de New Yorker Zarif beschrijft: “… een raadsel; opgeleid in de VS, spreekt bijna perfect Engels, en toch blijft hij loyaal aan het revolutionaire regime in Iran.”
2 Dexter Filkins: ‘Rex Tillerson at the Breaking Point’, The New Yorker, 6 oktober 2017
3 Gareth Porter: ‘Why Evidence of Iran’s Role in Attack Doesn’t Matter’, The American Conservative, 19 september 2019
4 Elijah Magnier: ‘The US wants Iran to become a toothless shark’, 28 september 2019

Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen

Velayat 94 Military exercise February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.Photo: Erfan Kouchari, Tasnim News Agency (Wikimedia Commons)


In het artikel ‘Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden we dat de EU haast moet maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap: het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland. Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier en hier.

Aansluitend legden we enkele academici de vraag voor: “Hoe beoordeelt u de draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger dan niet een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO. In een opiniestuk zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de Amerikaanse sancties tegen Iran.”

Heeft de EU zich vastgeklonken aan de VS?

Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.

Tom Sauer (UvA) is niet blij met de verwijzing naar de NAVO in het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte daarvan is echter beperkt: EU-acties moeten enkel sporen met de NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de Amerikaanse en Europese belangen steeds verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op termijn kan de NAVO voor Europa overbodig worden, als de VS er tevoren al niet is uitgestapt. Voor Sauer heeft Laughland wel een punt: het Europese mechanisme om de Amerikaanse sancties tegen Iran te omzeilen zal niet helpen. Dat toont nogmaals de zwakte van Europa op het wereldtoneel, en de noodzaak voor Europa om zich te distantiëren van dit Amerikaanse beleid.

Eerder bespraken we dit issue met David Criekemans (UvA), die meent dat de NAVO-verwijzing in art. 42 niet meer is dan een toegevoegd regeltje. De EU-veiligheidsgarantie is veel sterker dan die van de NAVO. Voor Criekemans, zelfverklaard koele minnaar van de NAVO, is daarmee de alliantie eigenlijk overbodig, maar een uitstap zal niet voor morgen zijn. Het ontbreekt aan een Europese strategische cultuur en aan militair-logistieke zaken. Bovendien wil niet elke lidstaat mee.

Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington

Op grond van deze verklaringen van de academici kunnen we concluderen dat de NAVO-verwijzing in art. 42 misschien niet cruciaal is maar toch zal kunnen worden ingeroepen. Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in het bondgenootschap de zaken initieert en het laatste woord heeft. De verdeeldheid tussen de lidstaten en de vrees om Washington op de tenen te trappen kan hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese legers, maar niet tot een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger.

In een opgemerkt opiniestuk komt Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt is niet optimistisch over de toekomst van de EU. Het VK vertrekt en de VS is openlijk vijandig. Herhaalde pogingen om in internationale vraagstukken een ​​ Europese stem te laten horen, of te komen tot een gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben gefaald. Neem nu “het gebrek aan ruggengraat in de Europese reactie op de Amerikaanse dreiging om secundaire sancties op te leggen op handel met Iran”, aldus Walt, die ook wijst op interne Europese problemen als de anti-EU populisten en de onmacht van Brussel om eigenzinnige nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse regeringspartij ‘Recht en Rechtvaardigheid’ tot de orde te roepen.

Waar Stephen Walt geen blad voor de mond neemt schetst David Criekemans een ingetogener beeld. Dat beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders dan “een grote olieproducent” is de VS vandaag energiezelfvoorzienend en heeft dus eigenlijk niets meer te zoeken in het Midden-Oosten. Iran kon tot regionale grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran wordt omsingeld door Amerikaanse bases en tot de tanden bewapende buurlanden. Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat het land geen enkele (militaire) bedreiging vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.

De Amerikaanse blokkade van Iran is een oorlogsdaad

De Amerikaanse blokkade van Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich daar niet bij neer. Het heeft geen boodschap aan Europees handengewring. Volgens de Britse professor Paul Rogers moet de beschadiging van olietankers druk zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten. Tel daarbij de paramilitaire aanvallen op Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust maar aankondigt hoe een asymmetrische oorlog er kan uitzien, aldus Rogers.

Iran onderhandelt niet over de Amerikaanse belegering, maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het kan een serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan ontkennen maar aanleiding zullen zijn voor internationale verzekeraars elke dekking van olietransport in het gebied op te schorten. Iran kan eenvoudig enkele olietankers tot zinken brengen om de Straat van Hormuz af te sluiten. Volgens Goldman Sachs kan dat de olieprijs opdrijven naar $1000 per vat, desastreus voor de wereldeconomie.

Slaapwandelen we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie?

Criekemans vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie slaapwandelen en dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen. Maar sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Volgens de Amerikaanse professor Juan Cole is het de geopolitieke context die conflicten een sektarisch tintje geeft, niet andersom.

Slaapwandelen naar een oorlog VS-Iran is wél te bestrijden: na China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan en EU-lidstaten Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee mondiale proporties krijgen.

Ruggengraat loont.

Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken

U.S. Army Stryker armored vehicles convoy during operations in support of Steadfast Javelin II at Ramstein Air Base, Germany, Sept. 3, 2014. Steadfast Javelin II is a NATO-led exercise designed to prepare U.S., NATO and European partner nations forces for large-scale unified land operations.
Photo: A1C Jordan Castelan (Wikimedia Commons).


Nu Trump de bondgenoten niet enkel 2% bijdrage vraagt maar ook 150% van de kosten voor stationering van Amerikaanse troepen wordt het tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt. Het moet een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland.

Amerika is een oligarchie. Kandidaturen voor presidentschap en Senaat en Congres worden verworven via politieke omkoping. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat een kleine groep elites het overheidsbeleid bepaalt. Zo bepaalt de militair-industriële lobby in belangrijke mate het defensiebudget. Officieel bedraagt dat voor 2019 $617 miljard, maar dat is slechts het Base Budget. Inclusief een serie niet op de defensiebegroting ingeschreven onderdelen, maar exclusief de (para)militaire activiteiten van CIA en FBI, geeft de VS in 2019 aan veiligheid een bedrag uit van $1.135,7 miljard, 5,4% van het BBP en meer dan een kwart van de Amerikaanse federale begroting.

Het Pentagon is wereldwijd voortrekker in militaire uitgaven en trekt NAVO-leden Europa ($290 miljard) en Canada ($24 miljard) mee in zijn kielzog. Zo ontstaat een totaal NAVO-budget 2018 van $1.449 miljard, ruim 80% van het wereldwijd totaal aan defensie-inspanningen ($1.774 miljard). Aan de basis van de groeiende defensie-inspanningen liggen Amerikaanse en Europese percepties van dreigingen vanuit China en Rusland. De uitgaven van deze landen zijn echter slechts een fractie van het NAVO-totaal. China zou in 2018 $168 miljard hebben uitgegeven en Rusland $63 miljard, 12% resp. 4% van NAVO-totaal.

De NAVO is goed voor 80% van de mondiale militaire uitgaven. De uitgaven van Rusland en China vallen daarbij in het niet.

De Amerikaanse National Defense Strategy Commission wijst erop dat China en Rusland regionale hegemonie nastreven en zelfs mondiaal macht kunnen uitoefenen, maar een nuchtere Amerikaanse politicoloog als John Mearsheimer relativeert die stelling. Poetin heeft enkel gereageerd op Westerse provocaties. Het feit dat de NAVO tot de Russische grens is opgeschoven ligt aan de basis van de oorlogen in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). De confrontatie met Rusland en China duwt deze grootmachten enkel in elkaars armen wat het einde inluidt van de unipolaire wereld sinds de val van de Sovjet-Unie.

Sinds de uitbreiding van de NAVO maakt Rusland duidelijk dat het niet lijdzaam zal toezien hoe zijn strategisch belangrijke buurlanden Westerse vestingen worden. Voor Poetin overschreed de coup tegen de democratisch verkozen regering in Oekraïne een rode lijn. Beducht voor zijn marinebasis in Sebastopol annexeerde hij de Krim en destabiliseerde hij Oekraïne tot het land zijn pogingen om zich bij het Westen aan te sluiten zou opgeven. In 2008 zei hij Bush ijskoud dat toetreding van Oekraïne tot de NAVO het einde van het land zou betekenen. Maar ook de EU trok oostwaarts, tegen de zin van Rusland.

Oekraïne is als bufferstaat van groot strategisch belang voor Rusland. Geen enkele Russische leider tolereert dat een militaire alliantie die zich duidelijk vijandig opstelt zich in Oekraïne vestigt en een regering installeert die het land wil integreren in het Westen. In koor gaf het Westen Poetin de schuld. Voor Merkel leefde Poetin in een andere wereld. Maar Poetin is absoluut niet onevenwichtig. Hij is een topstrateeg die op buitenlands beleid elke uitdager in de schaduw stelt. Hij streeft niet naar een “groot-Rusland”, is niet geïnteresseerd in de annexatie van buurlanden. Dat zou het militair, economisch en organisatorisch vermogen van Rusland overstijgen.

De EU drong Oekraïne een handelsakkoord op zonder oog voor de historische context. Het land moet een neutrale bufferstaat worden.

Was Oekraïne voor de EU en de NAVO van strategisch belang, dan had het Westen al lang militair geweld gebruikt om de crisis te beslechten. Men maakt een land toch geen NAVO-lid om het vervolgens niet te verdedigen. In een interview legt ook voormalig Amerikaans minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger de oorzaak van de Oekraïne-crisis bij het Westen. De EU duwde een handelsakkoord door, is ondoordacht achter Oekraïne gaan staan en heeft geen oog gehad voor de historische context. Voor Kissinger moet Oekraïne een bufferstaat worden.

Amerika is vrijwel onophoudelijk in oorlog: sinds zijn stichting in 1776 maar liefst 226 van zijn 243 kalenderjaren. De overgrote meerderheid van de militaire conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog ontstond op initiatief van de VS. Vergeleken met andere grootmachten heeft de VS relatief weinig soldaten op het slagveld verloren en nauwelijks burgerslachtoffers. Afgezien van de aanslagen van 9/11 werd oorlog met het buitenland nooit in eigen land uitgevochten. Anders dan Europa ziet de bevolking op eigen bodem dus niets van de rauwe realiteit van oorlog. En sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1973 is de sociale controle op de Amerikaanse oorlogszucht tot vrijwel nul herleid.

Het is ‘gewone’ mensen in de rest van de wereld blijkbaar niet ontgaan dat de VS sinds 2001 Irak, Afghanistan, Libië en Syrië heeft vernietigd en Iran, Venezuela, en misschien zelfs Rusland op de korrel neemt. Onderzoek in 65 landen leert dat de VS (24%) als eerste wordt genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede, voor Pakistan (8%), China (6%), Noord-Korea, Israel en Iran (elk 5%). Respondenten in Rusland (54%), China (49%) en Bosnië (49%) waren het meest bevreesd voor de VS als bedreiging.

De VS wordt als eerste genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede.

Trump heeft twijfel gezaaid over de bescherming van Europa. Hij dringt aan op verhoging van de bijdrage naar 2% en op termijn 4% van het BBP. Intussen gaan de defensiebegrotingen mondjesmaat omhoog. Europese leiders zien Rusland niet als een ernstige militaire bedreiging. Voor hen past de annexatie van de Krim niet in Russische expansiezucht. Maar intussen vraagt Trump de “partners” ongegeneerd om ook 100% van de kosten van de Amerikaanse militaire aanwezigheid te betalen, met een opslag van 50%. Vandaag betaalt Duitsland 28% voor de Amerikaanse stationering, zo’n €1 miljard per jaar. In een cost-plus-50 regeling zou de factuur voor Duitsland door het dak gaan.

De harde Amerikaanse houding stelt Europa voor een dilemma. Moet het zichzelf kunnen verdedigen? Moeten de Franse atoomwapens het Europese continent afdekken? Wie zit er dan aan de knoppen? Opgeteld kan een EU-leger beschikken over 1,5 miljoen militairen, na China (2,2 miljoen) de grootste legermacht ter wereld. Paradoxaal genoeg is het juist de NAVO die zich tegen zo’n ontwikkeling verzet. Dit is gevoelige materie. Dat de Franse president Macron spreekt over een Europees leger en strategische autonomie irriteert de Amerikanen. De VS laat de NAVO waarin het de lakens uitdeelt en eigen belangen voorrang kan geven niet gemakkelijk los. Maar verzet komt ook uit eigen kring en vanuit de bureaucratie.

Wie pleit voor een Europese defensie moet ook het gebrek aan een ééngemaakt buitenlands beleid aan de orde stellen.

Ook de Belgische politicoloog Sven Biscop is voor een Europese defensie. Hij pleit niet voor interventionisme, wél voor optreden “als onze vitale belangen in het geding zijn”. Als voorbeeld noemt hij Libië. Zijn uitleg over het oprekken van het VN-mandaat roept vragen op over de doctrine van “minimale interventie en maximale diplomatie” waarbinnen EU-optreden moet gebeuren. Biscop spreekt niet over het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid en hoe binnen de EU wordt beslist over militair optreden. Per saldo sluit hij zich aan bij de European Union Global Strategy (EUGS) die zegt dat de NAVO voor de meeste lidstaten het belangrijkste kader zal blijven.

Een opiniestuk van de Nederlandse politicoloog Rob de Wijk is gewaagder: “Wie roept de Verenigde Staten tot de orde?” Intussen staat wel vast dat Europa zich wil losmaken uit het steeds knellender Amerikaanse juk. Een militair volledig op eigen benen staand Europa is echter niet voor morgen. De geopolitieke transformatie in de wereld staat niet stil. De Westerse vijandige houding tegen Rusland drijft dat land steeds meer in de armen van China, dat via zijn Belt & Road strategie al belangrijke contacten heeft gelegd in Europa. Wil Europa niet tussen hamer en aambeeld raken dan zal het een fundamentele keuze moeten maken: wil het aan de hand blijven lopen van de VS die zich steeds meer op zichzelf terugtrekt, of zich openstellen voor een Euraziatisch Wirtschaftswunder.

Europa moet kiezen voor een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie waarin plaats is voor Rusland.

Zo’n fundamentele beleidsombuiging vergt de vorming van een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie en de opzegging van het NAVO-lidmaatschap. Frankrijk en Duitsland kunnen het voortouw nemen en worden waarschijnlijk snel vergezeld van andere Europese kernlanden. Hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie vergt een grondige wijziging van het Verdrag van Lissabon, een kolossale, uitdagende maar doenbare operatie. De meeste analisten menen dat Rusland na de Koude Oorlog volwaardig NAVO-lid had moeten worden. De nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie moet dan ook de opzegperiode met de NAVO benutten om een verdrag te onderhandelen met Rusland.

In dat kader kan ook een oplossing worden uitgewerkt voor de Oekraïne-crisis. Het land moet een neutrale buffer worden tussen Rusland en het Westen, naar het voorbeeld van Finland tijdens de Koude Oorlog. Georgië moet in het voetspoor van Oekraïne treden. Oekraïne moet economische steun krijgen van zowel het Westen als Rusland, en worden aangemoedigd om de rechten van de Russisch sprekende bevolking te respecteren. Op langere termijn kunnen Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland tot de EU en de veiligheidsorganisatie toetreden. Daarmee ontstaat een blok dat zich zowel economisch als militair kan meten met China.

Zo ontstaat een multipolaire wereld bestaande uit Noord- en Zuid-Amerika, Eurazië en China, aangevuld met overig Azië en Afrika. Een wereld waarin de VS niet langer de lakens uitdeelt en waarschijnlijk minder gewapende conflicten kent.

De tendentieuze berichtgeving rond Iran en Syrië

Niet iedereen in blij met de huidige Iraanse regering. Veel Iraniërs willen meer vrijheid en een eind aan de corruptie. Maar zij wijzen het Westerse imperialisme af. De tendentieuze berichtgeving over Iran op het platform van onze publieke omroep is gevaarlijk want bereidt de publieke opinie voor op gewelddadig Westers ingrijpen. Een oorlog met Iran wordt geen lachertje.

‘Met de herverkiezing van president Rouhani in 2017 hoopten de Iraniërs op een betere toekomst. Maar vandaag staat uw land door mismanagement en corruptie voor een economische en politieke crisis. Daar komen de nieuwe Amerikaanse sancties nog eens bij toen president Trump zich terugtrok uit de nucleaire deal. De bevolking moet tegen het regime in opstand komen. Een nieuwe regering moet dringend orde op zaken stellen’. Dat is in de bovenstaande aflevering van HARDtalk van 15 augustus 2018 de boodschap van de Britse journalist Stephen Sackur aan de Iraanse politicoloog Mohammad Marandi.

Professor Marandi geeft toe dat de Iraanse economie door een diep dal gaat, maar binnen enkele maanden zal stabiliseren. “Ons land heeft veel zwaardere crises overwonnen. De Amerikanen willen het Iraanse volk klein krijgen, maar dat zal niet lukken. Ja, er is protest, er zijn demonstraties. De mensen hebben dat recht. Gebeurt zoiets in ons land, dan spreekt de wereld over burgeroorlog. In het Westen heten identieke demonstraties een verworven recht in een democratische rechtsstaat. Ja, de sancties van maffiabaas Trump doen pijn”, aldus Marandi.

Tendentieuze berichtgeving van Jens Franssen over Iran

Aan de beeldvorming over Iran schort in het Westen het één en ander. Zo publiceerde Jens Franssen, journalist bij de Vlaamse publieke oproep VRT, op 11 februari het artikel ‘In beeld: 40 jaar Iraanse revolutie’, dat samenviel met zijn reportage op Terzake TV over de Iraanse Volksmoedjahedien in Albanië. Zowel het artikel als de reportage geven een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Anders dan wat Franssen eufemistisch “oppositie en druk op het regime via sociale media” noemt gaat het om het verspreiden van verachtelijk fake news vanuit een NAVO-lid en kandidaat-EU-lidstaat door een groepering die door de Amerikaanse geheime dienst financieel en logistiek wordt gesteund. Het komt neer op een internetoorlog tegen Iran door leden van de Mujahedin-e Khalq (MEK), een groep Iraanse dissidenten die tot voor kort op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties stond en daarvan werd geschrapt om opportuniteitsredenen. Franssen’s “druk op het regime” is dus in werkelijkheid cyberterreur tegen een soeverein land dat al kreunt onder verlammende eenzijdige Amerikaanse sancties. Het zijn de beproefde imperialistische tactieken die aan een militaire aanval voorafgaan.

Franssen schrijft dat ayatollah Khomeini de macht greep en een “antiwesterse theocratie” installeerde. Dat is tendentieuze berichtgeving. Het terreurbewind van de sjah was dan pro-Westers want geïnstalleerd na de regime change operatie tegen de democratische regering van Mossadegh, het huidige Iran is daarmee niet antiwesters. Het land wil goede betrekkingen met iedereen, maar verzet zich tegen de onrechtmatige druk van de VS, Israel, Saoedi-Arabië en enkele ex-koloniale Europese mogendheden. Wikipedia plaatst de nieuwe Iraanse staatsvorm in de juiste context: in een referendum sprak de bevolking zich uit voor een islamitische republiek, een staatsvorm die men ook in andere VN-lidstaten zoals Pakistan, en Afghanistan aantreft. Met de regeringsvorm is dus niets mis.

Tegelijk bagatelliseert Franssen de “erg bloedige oorlog” tussen Iran en Irak in de tachtiger jaren. “Tijdens de oorlog wordt gifgas ingezet. Zo’n half miljoen Iraakse en Iraanse militairen komen om,” aldus Franssen, die insinueert dat ook Iran chemische wapens gebruikte en daarmee Iraakse slachtoffers maakte. In werkelijkheid viel Saddam Hoessein Iran binnen, met Amerikaanse steun: bewapening, inlichtingen, doelwitcoördinaten en materiaal voor de productie van chemische en biologische wapens. Zo konden Iraakse troepen dagelijks chemische wapens inzetten tegen Iraniërs. “Iraniërs weten hoe chemische wapens ruiken” bloklettert Thomas Erdbrink op 11 november 2002 in NRC. Alle resoluties in de Veiligheidsraad tegen deze manier van oorlog voeren sneuvelden door Amerikaanse en Britse veto’s. En voor alle duidelijkheid: Iran heeft nooit (chemisch) teruggeslagen. Een decreet van Khomeini verbood chemische wapens.

Jens Franssen checkt zijn bronnen over chemische wapens in Syrië niet

Eerder sprak ondergetekende Jens Franssen al eens aan over zijn verwijzing in het radioprogramma ‘De Ochtend’ naar de fact-finding missie van de OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag, rond het incident in Khan Shaykhun (Syrië) op 4 april 2017 waar chemische wapens zouden zijn gebruikt. Het OPCW-rapport spreekt slechts van de site of the incident, maar Franssen maakte daar ongegeneerd “bominslag” van en verwees naar een Nederlandse anonieme bron (waarschijnlijk een lid van de Nederlandse diplomatieke missie bij de OPCW), die “met aan zekerheid grenzende zekerheid” wist dat Assad de schuldige was. Opnieuw tendentieuze informatie want onbevestigde geruchten, die de publieke opinie moet warm maken voor ingrijpen.

Franssen verwees naar een OPCW-rapport dat slinks zegt: “mensen zijn blootgesteld aan sarin, een chemisch wapen” zonder opgave van de manier waarop dat wapen werd ingezet. In een later rapport zegt de OPCW: “Er is sarin gebruikt. Dat is een zenuwgassubstantie. Wij veroordelen deze gruwel[ijke daad], die haaks staat op de normen van de Conventie”. Geen van deze rapporten bevestigt dat sarin als wapen is gebruikt, noch door het Syrische regime. Maar Jens Franssen zegt dat zijn bronnen de Syrische president Assad als schuldige aanwijzen. Tot op vandaag is daarvoor geen enkel bewijs. Franssen was niet bereid op Radio1 in prime time zijn berichtgeving recht te zetten, minstens te nuanceren. Al wat hij deed was ondergetekende blokkeren op Twitter.

Jens Franssen slaat zowel met zijn reportage als met zijn artikel de bal goed mis. En dat is verwijtbaar want hij moet beter weten. Het is ook gevaarlijk omdat zijn optreden op het platform van de publieke omroep bijdraagt aan de beeldvorming bij het publiek op grond waarvan de VS “eindelijk” Iran en Syrië militair kan aanvallen. In het geval van Syrië deinsde president Obama daar voor terug toen hij werd geïnformeerd over fake news over chemische aanvallen door het regime van Assad en het Britse parlement groen licht voor een coalition of the willing weigerde en ook het Amerikaanse congres met vragen bleef zitten.

Update

Het incident in Khan Shaykhun op 4 april 2017 was voor Trump aanleiding om vanaf oorlogsschepen in de Middellandse Zee 59 Tomahawk raketten af te vuren op de vliegbasis in Shayrat. Dat gebeurde op een moment waarop niet bekend was wat er precies was gebeurd en wie eventueel schuldig was aan een aanval met chemische wapens. Achteraf bleek dat het incident was gefingeerd. Internationaal onderzoek leerde dat de helft van de vermeende slachtoffers in het ziekenhuis aankwamen vóór het tijdstip van het incident.

Maar Jens Franssen had zijn radiopubliek al laten weten dat “het regime van Assad” een aanval met sarin had uitgevoerd. Fake news dus op de publieke omroep.

En ook de ziekenhuisscène met kokhalsende kindertjes na de “sarin aanval door Assad” in Douma op 7 april 2018 was gefingeerd. Dat zegt Riam Dalati, een gereputeerde BBC-verslaggever die het incident ter plaatse heeft onderzocht. Het incident werd door de VS, het VK en Frankrijk gebruikt als voorwendsel om Syrische overheidsgebouwen en militaire installaties te bombarderen, en dat terwijl er over de toedracht niets vaststond en tenminste één NAVO-land wist dat het om een gefingeerde sarinaanval ging.

Daar waar de ziekenhuisscène wereldwijd tot in het absurde werd vertoond op de grote televisiestations bleef het oorverdovend stil over het relaas van Dalati. En ook onze publieke omroep kwam niet met een rechtzetting.

Directe gewapende confrontatie in de Golf

Iran viert deze week zijn veertigste verjaardag. Het heeft zich tot een belangrijke actor in de regio ontwikkeld. Als rivaal van Saoedi-Arabië geeft het steun aan Jemen, Irak en Syrië en heeft nauwe banden met de Libanese sjiitische beweging Hezbollah die een belangrijke fractie vormt in de Libanese regering. Op de Iraanse regering is veel aan te merken. Veel Iraniërs willen niet alleen bevrijd worden van het huidige regime, maar ook van het Westerse oriëntalisme en imperialisme. Tegen die achtergrond is correcte berichtgeving van essentieel belang.

Iran verdient de Amerikaanse sancties niet. Trump’s bewering dat Iran zijn verplichtingen niet nakomt wordt tegengesproken door de VN-atoomwaakhond. Wat de Amerikaanse president ook beweert, hij voert een hoog risico campagne om het regime in Teheran te provoceren, te intimideren, omver te werpen. Door zijn funeste onwetendheid kon de president, daartoe aangemoedigd door zijn oorlogszuchtige veiligheidsadviseur John Bolton, wel eens belanden in een veel groter conflict dan een eenvoudige crisis met het oog op zijn herverkiezing. Iran kent ook hardliners. President Rouhani kon die tot op heden in bedwang houden, maar deze lieden konden wel eens de macht grijpen. Dan komt het schrikbarende vooruitzicht van een directe gewapende confrontatie in de Golf steeds dichterbij.

Als de vlam in de pan schiet loopt het echt uit de hand. Iran heeft aangekondigd dat het de Straat van Hormuz zal afsluiten als het geen olie meer kan uitvoeren. Er kunnen dan opnieuw raketten vallen op Saoedische olietankers in de Rode Zee. De Amerikaanse marinebasis in Bahrein kan ook een doelwit worden. Hoe reageren de salonkrijgslieden Trump, Bolton en Pompeo dan? Die kunnen dan nog moeilijk terugkomen op hun roekeloze oorlogstaal van de afgelopen maanden. Het antwoord kan enkel nog maar geweld zijn. Deze gestoorde lieden hebben elke weg naar diplomatie afgesneden.

Wordt het conflict met Iran in Syrië uitgevochten?

De balans in het Iran-dossier is treurig. Iran laat zich niet afpersen. Men mag kritiek hebben op de islamitische republiek. Maar de bevolking komt niet in opstand. Er komt geen tweede revolutie op bevel van Washington, om tegemoet te komen aan Trump’s valse, primitieve ideeën over vrijheid en democratie. In dit hele dossier heeft de VS zich van zijn Europese vrienden en Russische en Chinese rivalen vervreemd. Tenzij er snel iets verandert krijgt Trump gewild of ongewild zijn oorlog. Als we president Rouhani mogen geloven wordt dat de “Moeder van alle Oorlogen”.

Teheran is niet van plan te capituleren, en al zeker niet zonder serieuze strijd. Het probeert een oorlog op allerlei manieren te vermijden, maar verwerpt de eisen van Bolton en Pompeo die neerkomen op onvoorwaardelijke overgave. De cultureel rijke en trotse Iraniërs aanvaarden geen van buiten opgelegde regeringswissel, zelfs niet onder druk van pijnlijke sancties. Dan blijft de mogelijkheid open om het conflict – waar vooral Israel op aanstuurt – buiten de landsgrenzen uit te vechten, in Syrië. Maar ook dat wordt geen lachertje.

Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (5)

Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het vijfde en laatste deel:

Deel 5: de ontoelaatbare situatie van de Palestijnen en van Julian Assange, en andere nieuwsfeiten

Pro-Palestine activists at a 69 years Al Nakbah demonstration in Portugal.
Photo: Romerito Pontes (Wikimedia Commons)


Het Israel-Palestina conflict: blinde vlek in de media

De slachting onder de Palestijnse bevolking door Israel wordt systematisch door de Westerse media verzwegen. Voor mensenrechtenorganisaties en media die Israel op de korrel durven nemen is hier weinig politiek kapitaal te verdienen en veel te verliezen. De minste kritiek op Israel stuit op agressie en de versleten beschuldiging van antisemitisme. Zelfs Joodse activisten ondergaan dit lot. Deze reactie is vanzelfsprekend verwerpelijk, maar dient om de betrokkene te demoniseren en een signaal af te geven die anderen moeten weerhouden van kritiek.

Het gevolg van het te pas en onpas schermen met antisemitisme is dat authentieke beschuldigingen niet meer worden geloofd en het kwalijke verschijnsel weer zijn kop opsteekt. Het bij herhaling beschimpen van critici van de Israelische bezetting van Palestina holt de kwaadaardigheid van een onverdedigbare ideologie uit, een ideologie die in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw heeft geleid tot miljoenen doden.

Het laatste nieuws is dat de Palestijnse Autoriteit van Mahmoud Abbas maatregelen plant tegen Hamas. Het gevolg is nog meer ellende voor de 2 miljoen Palestijnen in Gaza die moeten leven in wat men enkel kan aanduiden als de grootste openluchtgevangenis ter wereld. En recent liet Channel 13 weten dat de lang verwachte deal of the century van president Trump na de verkiezingen van 9 april wordt bekendgemaakt. De essentie is: een Palestijnse staat op 85-90% van de Westelijke Jordaanoever, met annexatie van de grote nederzettingen en evacuatie van geïsoleerde illegale nederzettingen. Intussen heeft Abbas dat plan al verworpen.

Intussen worden in België de dossiers van Gazaanse asielzoekers extra grondig behandeld. Voor de autoriteiten rechtvaardigt de evolutie van de situatie in de Gazastrook een herziening van het beleid. Wat die evolutie dan concreet betekent en hoe men de individuele situatie van betrokkene kan beoordelen zegt men er niet bij, wel dat men de perceptie heeft “dat [voor de asielzoekers uit Gaza] ons land “the place to be” is, gevoed door smokkelaars”. De bevoegde minister zou zelfs overwegen de dossiers van reeds erkende vluchtelingen uit Gaza te herbekijken en hen mogelijk terug te sturen. Voor Vrede.be loopt het rechtse opbod rond migratie steeds verder uit de hand.

Saoedi-Arabië

De meeste Westerse mensenrechtenorganisaties en media blijven blind voor de slachting van de bevolking in Jemen door Saoedi-Arabië met steun van het Westen. Op de ranglijst van de mate waarin landen de mensenrechten respecteren komt Saoedi-Arabië absoluut op de laatste plaats. De Amerikanen en Britten verkopen het land voor miljarden wapens in ruil voor aardolie. Het waren Britse bommen die talloze slachtoffers maakten in Jemen. Toch blijft Saoedi-Arabië een bondgenoot die alles wordt vergeven.

De Westerse liefde voor Saoedi-Arabië gaat wel heel ver. Een paar jaar geleden werd een Saoedische diplomaat als expert benoemd in de mensenrechtenraad van de VN. Nadat in 2016 het land werd herkozen in de VN-mensenrechtenraad kreeg het in 2017 een zetel in VN-commissie voor vrouwenrechten.

Wie denkt dat er stemmen opgaan voor sancties tegen Saoedi-Arabië, een regeringswissel of een no-fly zone, komt bedrogen uit. Daarvoor is de macht van Westerse en Saoedische zakenbelangen te groot.

Algerije

De Arabische Lente lijkt aan olierijk Algerije voorbij te zijn gegaan. De Algerijnen hadden juist de bloedige jaren negentig achter zich gelaten en de regering had voldoende middelen om de sociale vrede af te kopen. Maar na de sterke daling van de olieprijs leek het land in 2018 op een keerpunt te staan. De International Crisis Group waarschuwt in een rapport, dat aan de orde kwam in de Financial Times en Le Monde, voor een catastrofale toestand in Algerije in 2019.

Dat deze bronnen een land op de korrel nemen gebeurt niet uit bezorgdheid voor de bevolking. Het is een schot voor de boeg voor wat er staat te gebeuren: buitenlandse inmenging, kleurenrevoluties zoals we elders hebben gezien. Het begint met het financieren van de oppositie, trainen van activisten om protestacties en confrontaties met de ordetroepen te organiseren, het vormen van een vijfde kolonne van door het Westen gesteunde Ngo’s, zelfs het aanzetten tot geweld en burgeroorlog. Moet een overheid afrekenen met dit soort aangestookte onrust en een oppositie die zijn orders krijgt van de VS of één van zijn bondgenoten, dan is het heel moeilijk om de geest weer in de fles te krijgen.

Julian Assange

Via WikiLeaks heeft Julian Assange heel wat duistere geheimen die oorlogsstokers en financiële elites liever bedekt houden aan de kaak gesteld. Denk aan het neermaaien vanuit een Amerikaanse Apache helikopter van tientallen burgers waaronder twee Irakese medewerkers van Reuters, en het plezier dat de bemanning had over de meervoudige moorden die ze juist gepleegd hadden. En aan de ‘Afghan War Logs’, de ‘Iraq War Logs’, de ‘Guantanamo files’, de ‘State Department Cables’ en heel wat andere diplomatieke berichten die de zwarte kant van het land van vrijheid en gelijkheid.

Voor Washington is WikiLeaks een bedreiging van de nationale veiligheid. Assange moet dus worden opgepakt. Die zit nu al meer dan zes jaar vast in de Ecuadoraanse ambassade in Londen, maar zijn dagen daar lijken geteld. De nieuwe Ecuadoraanse president Lenin Moreno dreigt hem de ambassade uit te zetten. Intussen maken Australische actiegroepen zich bij hun regering sterk om hun landgenoot bijstand te verlenen, maar ook Australië staat onder Amerikaanse druk. Datzelfde geldt voor de Britse regering. VN-mensenrechtenexperts hebben opnieuw geëist dat het VK Assange toelaat de Ecuadoraanse ambassade in Londen als vrij man te verlaten.

Tenzij een nieuwe Britse regering Assange laat gaan zal hij wel zwichten, zelf de ambassade uitstappen en in Amerika zijn verdediging ter hand nemen. De VS heeft een verzegelde aanklacht tegen hem klaarliggen. Maar tot op heden is Assange nog nergens van beschuldigd. Het staat wel vast dat hij daar geen eerlijk proces krijgt.

Tal van andere nieuwsfeiten, klein en groot

Bij veel incidenten leed de VS gezichtsverlies, denk aan de Khashoggi-crisis, de betrokkenheid bij de oorlog in Jemen, de afgang in Afghanistan en Irak, de mislukking om Maduro in Venezuela ten val te brengen, de handelsoorlog met Europa en het rampzalige economisch conflict met China, het groteske optreden van de Amerikaanse ambassadeur Nikki Haley in de VN-Veiligheidsraad, het intellectuele deficit om een productieve ontmoeting met de Russische president Poetin te hebben, …

Wat al deze pijnlijke zaken gemeen hebben is het feit de VS er maar niet in slaagt zaken gedaan te krijgen.