Voor de Europese Unie is het nu of nooit

Foto: print screen van de VRT-programma’s TerzakeTV 13 april 2020 (links) en De Afspraak 20 maart 2020 (rechts)


De Franse president slaat in de coronacrisis een beter figuur dan Belgische politici. Maar geostrategisch lijkt Macron een unieke kans te missen om de EU vooruit te stuwen: hij kan in volle crisistijd de Unie ertoe aanzetten de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neer te leggen, en volop in dat land te investeren.

Terzake, het Vlaams duidingsprogramma van de VRT, zond gisteren de toespraak uit van de Franse president Emmanuel Macron waarin hij aankondigde dat de lockdown in Frankrijk wordt verlengd tot 11 mei. Omdat de situatie met kinderen in achtergestelde wijken onhoudbaar wordt gaan vanaf dan scholen en kinderdagverblijven weer open. In functie van de resultaten wordt dan ook beslist over aanpassing van de regels van de lockdown. Heropstart van de economie heeft dan de hoogste prioriteit. De horecasector en bioscopen, theaters, concertzalen en musea gaan 11 mei nog niet open. Massa-evenementen kunnen niet vóór half juli, en dat heeft gevolgen voor de Tour de France.

Om 20:39 uur, onmiddellijk na de uitzending, lanceerde Isabel Albers, redactiedirecteur van de Belgische krantencombinatie DeTijd/L’Echo, de volgende tweet:

“Kijkend naar Emmanuel Macron, vraag je je af waar het politiek leiderschap vandaag in ons land zit. Na deze gezondheidscrisis komt een economische crisis. Voeg daar een politieke bij”.

De boodschap van mevrouw Albers is duidelijk: terwijl de Franse president met een boodschap komt die de burgers perspectief biedt, blijven in ons land politici in verantwoordelijke posities, zoals die van burgemeester van een grote stad, in volle coronacrisis politieke spelletjes spelen met de coronamaatregelen van de interim-minderheidsregering die zij officieel steunen. “Het spijt me dat de advertentie over ‘niet handhaven’ een verkeerd beeld heeft opgeleverd, mea culpa”, aldus het flauwe excuus van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever, tevens voorzitter van de N-VA, met 24 zetels de grootste partij in het Belgisch federaal parlement.

Macron tikt zijn Iraanse collega op de vingers

Maar als het gaat om coronaproblematiek buiten Frankrijk is de Franse president blijkbaar niet in staat om zich een groot staatsman te tonen en de nodige empathie op te brengen. In een telefoongesprek van 8 april liet Macron zijn Iraanse collega Hassan Rohani weten dat de internationale gemeenschap een gezamenlijke inspanning moet doen om de verspreiding van het coronacrisis te bestrijden, maar Iran ondanks de crisis zijn nucleaire verplichtingen moet respecteren. Rohani was akkoord met het eerste deel van Macrons oproep, ging niet in op het tweede, en vroeg steun in de coronacrisis. “Zonder internationale steun kunnen wij deze kritieke fase niet de baas”, aldus de Iraanse president.

Iran is bijzonder zwaar getroffen door het coronavirus. Volgens Worldometer heeft de uitbraak in Iran bijna 75.000 mensen besmet en 4.600 gedood. Sommige bronnen wijzen erop dat de werkelijke cijfers mogelijk veel hoger zijn als gevolg van onderrapportage. Zoals eerder gemeld heeft de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo midden de crisis nog eens extra sancties afgekondigd op een land dat toch al moet afrekenen met verlammende sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering. “Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken”, zo vroeg de Nederlandse Clingendael-onderzoekster Goos Hofstee zich af.

Iran zit niet te wachten op Amerikaanse liefdadigheid

De Amerikaanse president Donald Trump heeft Iran humanitaire hulp aangeboden, maar Iran heeft dat aanbod afgewezen. Iran zit niet te wachten op “liefdadigheid” van Trump, zo liet minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif 7 april op Twitter weten. “Wat we willen is dat hij niet langer Iran verhindert olie en andere producten te verkopen. Iran moet onverlet in eigen behoeften kunnen voorzien, en betalingen doen en ontvangen”, aldus Zarif. In zijn telefoontje prees Macron INSTEX aan, het EU-instrument van januari 2019 dat een antwoord moest bieden op de Amerikaanse sancties tegen Iran. In dat kader werd echter pas begin april 2020 een eerste transactie gerealiseerd: Duitse medicijnen ter waarde van €500.000.

Seyed Mohammad Marandi, professor Noord-Amerikaanse studies aan de Universiteit van Teheran, reageert op het bericht van de Amerikaanse nieuwszender CNN dat Zuid-Korea vandaag 600.000 Covid-19-testkits naar de VS stuurt. Volgens Marandi zet het Amerikaanse regime het virus via de sancties in als wapen tegen Iran. Tegelijk wijst Marandi erop dat de president van Zuid-Korea en de Japanse premier Iran belemmeren in zijn strijd tegen het virus door miljarden dollars aan Iraanse activa te blokkeren in opdracht van het Trump-regime. Korea stuurt grote hoeveelheden testkits naar de VS, maar helpt COVID-19 te bewapenen tegen Iran, aldus nog Marandi.

Groen licht voor investeringen in Iran

Als we de Nederlandse hoogleraar internationale politiek Rob de Wijk mogen geloven is het wereldleiderschap van de VS voorbij. Hier ligt een uitgelezen kans voor de EU. De Unie kan de stelling van De Wijk testen door het lamlendige INSTEX-instrument te begraven, publiek te verklaren dat het de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neerlegt, zijn bedrijfsleven groen licht te geven voor investeringen in Iran en ondernemingen garanties te verstrekken tegen Amerikaanse strafmaatregelen. Onder Trump is de VS erin geslaagd zowat al zijn bondgenoten tegen zich in het harnas te jagen. In volle economische crisis en vlak voor de presidentsverkiezingen kan de regering-Trump er geen openlijke economische oorlog met Europa bij hebben.

Verzet dus tegen de Amerikaanse hegemoon op een moment waarin die kwetsbaar en op zijn retour is. Dat zou de strategie moeten zijn van Europa, van een Franse president die de pretentie heeft de EU naar een nieuwe toekomst te leiden. Als dat initiatief er niet komt krijgen de pessimisten gelijk, blijft de EU speelbal tussen Oost en West, en verkleint de overlevingskans van de Unie.

Geopolitieke opiniemakers over de coronacrisis

A checkpoint for the local Qusin Emergency Committee at the southern entrance to the village, in implementation of the Palestinian government’s decision to impose mandatory quarantine as a result of the Corona virus pandemic in Palestine. Photo: أمين, Wikimedia Commons.


Het coronavirus leidt tot een wereldwijde pandemie die het leven van veel mensen bedreigt. Tegelijk luidt de crisis fundamentele geopolitieke veranderingen in. De EU blijft in gebreke, en het Amerikaanse leiderschap laat het afweten. Welke machtsverschuivingen liggen volgens onze opiniemakers in het verschiet?

Het Covid-19 virus leidt tot een wereldwijde crisis. Overheden, geadviseerd door wetenschappers, nemen maatregelen die de ziekte moeten indijken, maar ook gevolgen hebben voor onze welvaart en de manier waarop wij in de toekomst op deze wereld met elkaar zullen samenleven. De wake-up call voor de wereld van de coronacrisis is een uitdaging voor opiniemakers en politieke leiders. Nu bij ons het hoogtepunt van de gezondheidsperikelen in het verschiet lijkt te komen wordt het interessant een tussenbalans op te maken van wat ons in de media wordt voorgeschoteld over de langetermijneffecten van de crisis.

NPO Radio1 zond een geopolitieke discussie uit tussen de hoogleraren Mathieu Segers (Europese Geschiedenis, Maastricht), Frank Pieke (Chinastudies, Leiden), en Rob de Wijk (Internationale Betrekkingen, Leiden). Segers wijst op de verdeeldheid en het gebrek aan solidariteit onder de EU-lidstaten, de falende coördinatie door de Commissie, en het feit dat China wél snel essentiële producten kon leveren. Zoals steeds zullen de zwakkeren de hoogste prijs betalen voor het economisch herstel. De mensenrechten, die toch al onder druk stonden, zullen nog minder worden gerespecteerd, aldus Segers.

China probeert niet zijn systeem op te leggen

Volgens Pieke speelt voor China vooral het conflict met de VS, met Europa als speelbal daartussen. In die strijd probeert China niet de superioriteit van zijn systeem te bewijzen of op te leggen. Van uitbuiting van Europese zwakte is volgens Pieke evenmin sprake, hoewel de Chinese leiders wel soft power inzetten om de reputatieschade voor het ontstaan van de crisis te verminderen. Pieke vreest voor een tweede corona-uitbraak in China, waar nog nauwelijks groepsimmuniteit is opgebouwd. De snelheid en kracht waarmee de Chinese economie zich kan herstellen zal bepalend zijn voor de voorsprong die het land neemt op de VS en Europa, aldus Pieke.

De Wijk meent dat de wereld het gevaar van het virus heeft onderschat en het wereldleiderschap van de VS voorbij is. Trump kijkt naar de Amerikaanse economie en beurskoersen, en heeft de instituties die nu hard nodig zijn ontmanteld. De gezondheidszorg is disfunctioneel, de waarschuwingen werden in de wind geslagen. Onder de entourage van Trump heerst een angstcultuur. Positief bekijkt De Wijk dan weer de astronomische financiële hulppakketten die “economisch orde op zaken hebben gesteld”. De wereld heeft wel een economische klap te verwerken, maar of die leidt tot het einde van de mondialisering is voor De Wijk de vraag.

Nederland is tegen Europese corona-obligaties

Vooral het commentaar van Segers die de sociale component aan de orde stelt is interessant. Maar anders dan Marc Vandepitte die hieronder aan het woord komt doet Segers geen pleidooi om de zwakkeren te ontzien. Intussen liet Nederland weten dat het mordicus tegen de uitgifte van Europese corona-obligaties is waar België en acht zuidelijke landen op aandringen. Met andere noordelijke lidstaten vreest Nederland te moeten opdraaien voor de problemen in het zuiden. Het gebrek aan solidariteit onder de lidstaten herinnert aan de manier waarop de Nederlandse minister Dijsselbloem, aangestuurd door de Duitse minister Schäuble, destijds Griekenland liet slikken of stikken.

In de G-7 ging het er al even kwalijk aan toe. In de slotverklaring moest voor de Amerikaanse minister Pompeo absoluut verwezen worden naar het Wuhanvirus. Zijn collega’s verwierpen die eis, die zij bestempelden als nodeloos verdelend op een moment waarop de wereld eensgezindheid nodig heeft. Pompeo vond het nodig te benadrukken dat het virus afkomstig is van de Chinese stad Wuhan, en dat de Chinese overheid een speciale verantwoordelijkheid had om de wereld te waarschuwen. De realiteit is echter dat iedereen het virus heeft onderschat, China geprobeerd heeft het virus in te dammen maar uiteindelijk de wereld voldoende tijd heeft gegeven om zich voor te bereiden.

In een interessant artikel stelt Marc Vandepitte dat de indamming van de pandemie het economisch leven grondig ontwricht. Voor Vandepitte moet men de astronomische geldinjecties waar De Wijk het over had zien als doping die de economie op termijn alleen maar zieker maakt. De geldinjecties en de onnatuurlijk lage rentevoeten hebben geleid tot een gigantische financiële bubbel en tot heel wat zombiebedrijven en -banken. Het financiële systeem is totaal verziekt, het bankwezen moet in handen komen van de overheid zodat we ons de perverse financiële crashes besparen en het spaargeld op een sociale en duurzame manier investeren, aldus Vandepitte.

Pleidooi voor een coronataks op de superrijken

Voor Vandepitte moet de crisis niet opnieuw worden afgewenteld op ‘gewone mensen’. De verliezen moeten niet worden gesocialiseerd, de winsten niet geprivatiseerd, aldus Vandepitte, die pleit voor een heuse coronataks op de superrijken. “Veertig jaar neoliberaal beleid heeft duizenden en duizenden miljarden dollars in belastingparadijzen opgeleverd. Dat ‘overschot aan kapitaal’ moet worden aangesproken”. Vandepitte’s pleidooi herinnert aan de taxshift in ons land die jobs moest creëren. De jobs kwamen er dankzij de hoogconjunctuur, niet aantoonbaar door de taxshift, de overwinsten bij de ondernemingen werden weggesluisd naar het buitenland, het begrotingstekort liep op tot meer dan €12 miljard, en de regering viel door een manoeuvre van de N-VA, de grootste regeringspartij.

Clingendael Spectator publiceerde een achtluik. Twee artikelen springen eruit. Stephan Slingerland schetst de kans op een fundamentele mentaliteitswijziging waarbij de mensheid zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de natuur realiseert. Goos Hofstee wijst op de mededeling van Iran vorige week dat in het land elke tien minuten iemand sterft door het coronavirus, en op de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo die enkele uren later extra sancties op Iran afkondigt. Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken en te verhinderen dat Iraanse hardliners de bovenhand krijgen en het land kernwapens ontwikkelt, zo vraagt Hofstee zich af.

VRT-journalist Bert De Vroey wijst erop dat de desinformatie en schuldige minimalisering wekenlang van de Amerikaanse president kwam, hoewel die over uiterst waardevolle inlichtingenrapporten kon beschikken. En in een tweet van 24 maart zegt De Vroey dat er in de VS stemmen opgaan dat de economie belangrijker is dan de dood van bejaarden, en ook president Trump laat verstaan dat hij de economie niet te lang wil laten lijden.

Russische economische oorlogsvoering?

Voor VUB-hoogleraar internationale politiek Jonathan Holslag grijpen de Chinezen de Amerikaanse aanpak van de crisis aan om het Westen te beschuldigen van arrogantie en meten zij in de staatspers breed uit hoe westerse landen falen om het virus te bestrijden. Maar zit China er dan ver naast? Tegelijk wijst Holslag erop dat Rusland de crisis benut voor “heuse economische oorlogvoering”. Maar dat verhaal is toch iets genuanceerder. Rusland stapte uit de prijsafspraken met OPEC om de olieprijs te laten zakken zodat Amerikaans schalieolie niet meer kon concurreren. Dat is een legitieme zakelijke beslissing. Maar vervolgens overspoelde de onbesuisde Saoedische leider Mohamed bin Salman de wereldmarkt met goedkope olie om Rusland te treffen. Wie knippert het eerst?

UAntwerpen professor internationale politiek David Criekemans ijverde tot dusverre op Twitter vooral voor solidariteit binnen de EU en voor consequente maatregelen in eigen land. Blijkbaar verschijnt dit weekend in Het Belang van Limburg een interview van politiek journalist Timmie van Diepen met hem en Rob de Wijk. De mening van De Wijk kennen we al, we zijn dus benieuwd naar die van Criekemans. Haalt hij de Amerikaanse economische oorlog tegen Iran aan die in volle coronacrisis tot onevenredig veel doden leidt? Laat hij zich uit over de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza, de grootste openluchtgevangenis ter wereld waar de eerste coronagevallen al zijn gemeld? Heeft hij de tweet van Hanan Ashrawi gezien die erop wijst dat Palestijnen die in Israël uit werken gaan als vuilnis worden behandeld en worden weggestuurd bij de eerste ziekteverschijnselen?

Update 28 maart 2020 16:57 uur

Grosso modo zeggen De Wijk en Criekemans in HBVL: China grijpt de crisis aan om wereldwijd zijn invloed uit te breiden onder het mom van noodhulp. Jammer dat de interviewer niet doorvraagt: had China geen noodhulp moeten verlenen, zit China nu echt te wachten op meer invloed? Criekemans maakt het nog bonter: “de Chinezen hebben de schuld van ons coronaprobleem”, terwijl de oorsprong van het virus helemaal niet vast staat. Ook vreest hij dat China met militaire middelen zijn invloed zal versterken. Een bizarre stelling. China wordt omsingeld door Amerikaanse militaire bases en staat tegenover een NAVO dat een veelvoud uitgeeft aan ‘defensie’ in vergelijking met het Chinese budget.

Criekemans krabt de bovenlaag weg van de financieel-economische problemen die we door de crisis mogen verwachten, maar raakt niet tot de kern. Voor hem moet de globalisering op de schop, maar over het verziekte financiële systeem waar Vandepitte het over had, over banken die het niet redden, de verwoestende kettingreactie daarvan op de economie, en wie dan de rekening betaalt, zegt hij niets. Voor hem is “het slechtste scenario” waarin we worden “gedwongen om te kiezen voor of tegen China” niet onrealistisch. Blijkbaar ziet hij niet een derde weg, een serieuze reorganisatie en inkrimping van de EU tot een slagvaardige Unie die zich losmaakt van de knellende band met de VS en de NAVO, een scenario dat leidt tot een multipolaire wereld waarin geen van de grootmachten de lakens uitdeelt.

En geen van beide hoogleraren wijst op de onmenselijke Amerikaanse sancties op Iran in volle coronacrisis, en al evenmin op de onhoudbare situatie van de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Om maar niet te spreken over het schandalige falen van het gezondheidssysteem in de Verenigde Staten, waar vooral de zwakkeren het slachtoffer van worden.

Update 11 april 2020 11:12 uur

De 7e alinea van dit artikel meldt de opmerking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Pompeo dat de Chinese overheid een speciale verantwoordelijkheid had om de wereld te waarschuwen. En de update van 28 maart citeert David Criekemans: “de Chinezen hebben de schuld van ons coronaprobleem”, terwijl de oorsprong van het virus helemaal niet vast staat. VRT-journalist Bert De Vroey (11e alinea) had gelijk. Het Witte Huis heeft wekenlang de waarschuwingen in de wind geslagen. Geïnterviewd door Amy Goodman op Democracy Now! op 10 april zegt Noam Chomsky hierover:

“December 2019 informeerde China de WHO over patiënten met longontstekingachtige verschijnselen. Op 7 januari 2020 liet China de WHO en de wetenschappelijke wereld weten dat het om een SARS-achtig coronavirus ging, en gaf details vrij over de sequentie, het genoom. Amerikaanse inlichtingendiensten probeerden januari en februari het Witte Huis te waarschuwen voor een grote pandemie, maar niemand wou luisteren. Eind januari had ook Peter Navarro, een hooggeplaatste ambtenaar, het Witte Huis een niet mis te verstaan bericht gestuurd waarin hij zei dat dit een reëel gevaar is. Maar zelfs hij kon de impasse niet doorbreken”.

Geconfronteerd met honderdduizenden besmettingen en meer dan tienduizend doden, legt Trump ijskoud de schuld bij de WHO. Maar een nuchtere analyse kan enkel tot de conclusie komen dat sprake is van een totaal disfunctionele regering-Trump die de collectieve gezondheidszorg tot op het bot heeft uitgekleed. In hetzelfde interview wijst Chomsky erop dat de president oktober 2019, in een ultieme neoliberale opwelling, ‘Predict’ de nek had omgedraaid, het USAID-project dat zich in derdewereldlanden, inclusief China, bezig hield met het vroegtijdig opsporen van nieuwe virussen die tot een pandemie zouden kunnen leiden.

Wordt het tijd voor een expertenregering in België?

Professor Grondwettelijk Recht Marc Uyttendaele (screenshot van Terzake 19 februari 2020)


België is al meer dan een jaar zonder volwaardige regering. De eeuwige politici zijn blijkbaar niet in staat over hun eigen schaduw heen te stappen. De voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte moeten leiden tot een regering van experten die na grondige hervormingen en nieuwe verkiezingen de fakkel terug aan verantwoordelijke politici in een hervormde staat kunnen geven. Een zoveelste informatieronde is nutteloos.

Op 14 februari heeft de koning informateur Koen Geens van zijn informatieopdracht ontheven, en vervolgens de voorzitters van Senaat en Kamer gevraagd contacten te leggen ‘met het oog op de vorming van een volwaardige regering’. Volgens VRT-journalist Pieterjan De Smedt wordt hun opdracht bijzonder moeilijk. “De politieke crisis is ernstig, de relaties zijn verzuurd, er is afkoeling nodig”. Maar is het probleem wel “aangebrande” politici? Leidt de zoveelste koninklijke opdracht na negen maanden ‘informeren’ niet tot nog meer tijdsverlies? Moeten wij niet vaststellen dat de politici weigeren hun job te doen, impopulaire maatregelen te nemen? Spelen deze dames en heren niet met koninklijke, en onze, voeten?

In “De afspraak” van 18 februari gaf professor Marc De Vos een voorzet om de impasse te doorbreken. Zijn expertisecommissies leveren dan na zes maanden enkele scenario’s op over sociale zekerheid, belastinghervorming, het klimaat, enzovoort, maar dan moet er nog een maatschappelijk debat komen en zouden verkiezingen over concrete onderwerpen een slagkrachtige federale regering moeten opleveren. Reken alles bijeen op een jaar. Zoveel tijdsverlies kunnen we ons niet veroorloven. En men kan zich vragen stellen bij zijn volgorde. “Eerst een begroting opstellen”, aldus De Vos. Is een begroting niet nu juist het sluitstuk van een politiek akkoord?

Impotente politici

Ons land heeft meer dan genoeg kwaliteit in huis om ons uit de crisis te leiden. De koning laat onze impotente politici best voorlopig links liggen. Ons land stuurt best aan op een regering van experten, een zakenkabinet, die op korte termijn voorstellen voor maatregelen opstelt met een bijbehorende begroting. Die worden dan aan het parlement voorgelegd in een vertrouwensstemming. Het debat en de stemming wordt in prime time live uitgezonden, zodat de kiezers kunnen vaststellen hoe hun volksvertegenwoordigers stemmen. Krijgt de expertenregering het vertrouwen, dan voert die de plannen uit. Wordt de motie van vertrouwen verworpen, dan wordt de Kamer ontbonden en volgen binnen de zes weken nieuwe verkiezingen.

De regering-Michel is december 2018 gevallen door een gezochte actie van de N-VA. De partij zag zijn kans schoon om een gedroomd scenario uit te voeren: aantonen dat “ons land niet meer werkt” en dus moet worden omgevormd in een confederatie, lees opgesplitst. Het pleidooi van N-VA-voorzitter Bart De Wever voor Vlaamse frontvorming spreekt boekdelen. Vlaamse onafhankelijkheid mag dan de natte droom zijn van een Vlaamse elite, de bevolking ziet daar niets in. Wetenschappelijk onderzoek naar de Belgischgezindheid van de Vlamingen in 2007 leert dat er maar een kleine minderheid is die België wil splitsen. Uit niets blijkt dat die houding fundamenteel gewijzigd is. Een vereenvoudiging van de staatsstructuur is wel zinvol. Johan Vande Lanotte deed daar recent interessante voorstellen voor.

Taxshift

Het is precies de door de N-VA doorgedrukte taxshift die in belangrijke mate geleid heeft tot het gigantische en oplopende tekort in de Belgische begroting. Aan het plan om meer mensen aan de slag te krijgen hing een prijskaartje van €5 miljard. Volgens KUL-professor André Decoster was de taxshift een verkapte belastingverlaging die niet werd gefinancierd. Zonder maatregelen loopt het gat in de begroting enkel maar op. Er gingen inderdaad 50.000 à 70.000 meer mensen aan het werk die belastingen en sociale bijdragen betalen, maar uit niets blijkt dat deze ‘winst’ aan de taxshift is toe te schrijven. Overal ter wereld nam de conjunctuur toe en kwamen er zonder extra maatregelen meer jobs.

Men kan dan begrip opbrengen voor de vraag van de Franstalige partij PS bij monde van voorzitter Paul Magnette om een grondige doorlichting van de taxshift, “nog voor de vorming van een nieuwe regering van start gaat”. De partij legt de schuld voor het begrotingstekort dat dit jaar dreigt op te lopen tot 2,4% bij de regering-Michel. De taxshift kwam in feite neer op “een reeks cadeaus aan bedrijven, zonder dat daarvoor tegenprestaties werden geëist. De onderfinanciering brengt de sociale zekerheid in gevaar, met de meest kwetsbare sociale groepen als slachtoffers”, zo zegt Paul Magnette in een persbericht. Het zal niet verwonderen dat de N-VA zo’n audit niet nodig acht.

Intussen trekken ook een dertigtal Belgische CEO’s aan de alarmbel: de politieke stilstand creëert grote onzekerheid. “Nieuwe verkiezingen en nog langer talmen zijn geen optie”, aldus deze bedrijfsleiders. Maar verder dan een aanklacht komen deze lieden niet. Economieprofessor Koen Schoors (UGent) bekijkt het wél inhoudelijk: “De rente staat historisch laag, we lenen gratis. Dat scheelt miljarden euro’s per jaar. Als je nu nog een tekort hebt, heeft het echt te maken met een gebrek aan beleid.” En professor fiscaal recht Michel Maus meent dat bij economische groei, een lage rente en een lage werkloosheid, we een overschot zouden moeten boeken.

Taxshift was eigenlijk taxcut

De taxshift was dus eigenlijk een taxcut. Nu de verwachte terugverdieneffecten zwaar tegenvallen zal een volgende regering moeten beslissen of die moet worden teruggedraaid of gefinancierd met andere maatregelen. Nu geen enkele politieke combinatie zijn nek daarvoor wil uitsteken zal het moeten komen van een expertenregering. Die kan dan tevens werk maken van vereenvoudiging van onze staatsstructuur, van een allesomvattende fiscale hervorming/vereenvoudiging, en van een meer solidaire herverdeling tussen de inkomens. Onder de regering-Michel is de koopkracht van de laagste inkomens blijven stagneren, terwijl die voor de hogere middenklasse serieus is toegenomen.

Wie er tot zo’n tijdelijke expertenregering zou moeten toetreden? Enkele suggesties langs Nederlandstalige kant: Charlotte Colman (justitie), Paul De Grauwe (financiën en begroting), Anne De Paepe (sociale zaken en volksgezondheid), Bruno De Wever (binnenlandse zaken), Michel Maus (financiën en fiscaliteit), Tom Sauer (buitenlandse zaken en defensie), Johan Vande Lanotte (staatshervorming), Frank Vandenbroucke (pensioenen), Hylke Vandenbussche (Europese zaken), Philippe Van Parijs (1e minister), Sofie Verbrugge (energie en innovatie), en Hendrik Vos (Europese zaken). Het zijn allemaal toplui die aanvaardbaar zouden moeten zijn. De politicus die het aandurft zijn vertrouwen aan zo’n expertengroep te onthouden heeft het electoraat wat uit te leggen.

Het bovenstaande is een praktische invulling van de recente voorstellen van Marc De Vos en Johan Vande Lanotte die de impasse moet kunnen doorbreken. De koning, die al eerder verrassende initiatieven heeft genomen, kan na een nieuwe consultatieronde rechtstreeks Philippe Van Parijs of een andere expert vragen een expertenregering samen te stellen. Na gedane zaken kunnen verkiezingen mensen in het parlement brengen die hun nek durven uitsteken, die het niet om het zitje of het enge partijbelang gaat, maar om het landsbelang.

Hoe de Israëlische propagandamachine werkt


Israël hanteert een uitgekookte propagandastrategie. Goed opgeleide woordvoerders beheersen het narratief. Westerse journalisten krijgen geen toegang tot Gaza en kunnen in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF. Manipulatie van de publieke opinie blijft een geducht wapen in de strijd.

Wie kijkt naar commentaar op een internationaal conflict is vaak geneigd te denken dat de waarheid in het midden ligt. Men vergeet daarbij soms dat de beeldvorming wordt gevoed door zij die directe belangen te verdedigen hebben in het conflict. De partij die beschikt over de beste PR-machine, het hardst roept, zijn leugens het mooist verpakt, zijn “gelijk” het vaakst herhaalt, en bij dat alles wereldleiders voor zijn karretje weet te spannen, trekt dan aan het langste eind.

Israël beschikt over een propagandamachine van topkwaliteit. Het weet daarmee perfect de mainstream media te bewerken, en die volgen vrijwel steeds dus de Israëlische versie. Zo weet Israël al tientallen jaren de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Bij gevechtshandelingen kan het land rustig zijn gang gaan, zonder door de publieke opinie te worden teruggefloten. Nu de in het nauw zijnde Israëlische premier Netanyahu om zijn positie te versterken wel eens een nieuwe Gaza-oorlog zou kunnen uitlokken is het zinvol om weer eens stil te staan bij het fenomeen ‘Israëlische propaganda’.

De propagandastrategie is bijzonder uitgekookt:

1. Bepaal de criteria van het debat

Definieer ruimschoots tevoren de context van het debat, waarmee dat moet beginnen en hoe de verhaallijn wordt ingevuld. Gaat het om een oorlog, blijf dan hameren dat die door de tegenpartij is uitgelokt. Zwijg over je eigen schendingen van wapenstilstandsoverenkomsten of andere afspraken. De meeste mensen volgen het conflict niet nauw en zijn geneigd te geloven wat ze keer op keer te horen krijgen. Bereid je standpunten dus zorgvuldig voor en herhaal die consequent.

2. Stereotiepen werken

De Israëlische propaganda stelt Israël consequent voor als een hoogontwikkelde samenleving en Palestina aan de hand van negatieve stereotypen. In het Israël-Palestina conflict is Israël daarmee in het voordeel. Het verhaal is steeds dat de humane Israëlische samenleving geconfronteerd wordt met een Palestijns probleem. De media beginnen hun verslag van schermutselingen dan steevast met de opmerking hoe de Israëlische bevolking moet lijden onder “het probleem”.

Golda Meir zei het ooit zo: “We kunnen de Arabieren vergeven dat zij onze kinderen ombrengen, maar we zullen ze nooit vergeven dat zij ons verplichten hun kinderen te doden”. Bij deze voorstelling van zaken moet het niet verwonderen dat het disproportioneel geweld dat de Palestijnen bij oorlogsgeweld moeten ondergaan nauwelijks aan de orde komt, en beelden van angstige Israëlische burgers die spreken over de impact van de oorlog op hun leven, worden uitvergroot. De slachtoffers aan Palestijnse zijde worden dan enkel in aantallen genoemd of aangeduid als “collaterale schade”.

3. Buit de blunders van je tegenstander maximaal uit

De dwaasheden van Hamas spelen Israël in de kaart. Van bij het begin van de blokkade van Gaza kon Israël er op rekenen dat Hamas raketten zou afvuren. Met de daarmee gepaard gaande bedreigingen kon Israël dan sympathie opwekken bij de Westerse publieke opinie, een plus in de propagandaoorlog.

4. Laat overal van je horen, herhaal je verhaal en zorg dat je tegenstanders zoveel mogelijk buiten beeld blijven

Israël begint elke oorlog steevast met de inzet van een heus leger goed getrainde, beschaafde en vloeiend Engels sprekende woordvoerders die 24 op 24 uur bereikbaar zijn voor de media. De propaganda is perfect ingestudeerd en wordt uniform verwoord. Het succes is gegarandeerd. Tegelijk krijgen Westerse journalisten geen toegang tot Gaza en kunnen zij in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF, het Israëlische leger. Zo kan Israël de berichtgeving manipuleren en elke onafhankelijke vaststelling van de gruwel in Gaza verhinderen.

5. Blijf bij de les

De helft van het verhaal wordt bepaald door de politieke leiders. Het politieke apparaat wordt dus in stelling gebracht. Dat moet ervoor zorgen dat het Witte Huis en het Congres zich bij de verhaallijn aansluiten. Verklaringen van Congresleden moeten dus de gesprekspunten van de Israëlische woordvoerders uitdragen. Samen met politieke commentatoren en Congresleden moeten zij dus fungeren als elkaars klankbord.

6. Ontken en blijf ontkennen

Komen de werkelijke feiten aan het licht en spreken die de Israëlische voorstelling van zaken tegen, dan ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om en legt de schuld bij de tegenstander. Dat er Palestijnse burgers omkomen is altijd de schuld van iemand of iets anders, of je zegt dat foto’s van rouwende burgers getrukeerd zijn.

7. Je laatste redmiddel

Als al het voorgaande faalt gebruik je het antisemitisme-wapen. Geef daar een paar voorbeelden van, generaliseer ze en wek daarmee de suggestie dat je critici worden gedreven door antisemitisme. Het is een argument dat knaagt aan het geweten. Pas op voor overdadig gebruik. Maar het kan critici tot zwijgen brengen of in het defensief zetten.

*****

De bekendste en veruit welbespraaktste Israëlische woordvoerder is ongetwijfeld de in Australië geboren Mark Regev. Die kon uitgroeien tot woordvoerder voor Israëlische premiers, en schopte het in 2016 zelfs tot Israëlisch ambassadeur in Londen. En misschien kunnen ook journalisten worden toegevoegd in het rijtje Israëlische propagandisten. Zo kan men vraagtekens zetten bij de onpartijdigheid van VRT- en NOS-correspondente Ankie Rechess.

Manipulatie van de publieke opinie is een geducht wapen in de strijd rond internationale conflicten. Gelukkig stellen steeds meer mensen zich vragen bij de berichtgeving van de mainstream media, en krijgt rond het ‘politiek-Zionistische project Joodse staat Israël’ de BDS-beweging steeds meer wind in de zeilen. Het laatste woord rond dit issue is nog niet gesproken.

Het Egmontinstituut, spreekbuis van Buitenlandse Zaken

Palais d’Egmont – Egmontpaleis, Brussels. Photo: Zinneke (Wikimedia Commons)


Het Egmontinstituut kleurt niet buiten de lijntjes van het ministerie: een EU-defensie ondermijnt de NAVO niet, maar verzwakt wel de Amerikaanse overheersing. Kernwapens blijven essentieel voor het Instituut. De publicaties zijn gehypothekeerd door Anglo-Amerikaans denken.

In België is het Egmontinstituut, officieel “Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen”, dé denktank op het gebied van buitenlands beleid. Het Instituut, dat in het drietalige België en naar het buitenland toe opereert als Egmont Institute, herformuleerde recent zijn doelstellingen. Vandaag zijn die samengevat: ‘Toegepast onderzoek van internationale vraagstukken die België en de EU raken, en voorlichting van de publieke opinie ter zake’. Om die doelstellingen te realiseren organiseert het Instituut vormingssessies en expertenvergaderingen, neemt het deel aan internationale conferenties, publiceert het studies en geeft het tijdschriften uit.

Egmont is een Stichting in de schoot van – en wordt gefinancierd door – het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Instituut ontvangt ook beperkte donaties voor specifiek onderzoek, maar werkt niet voor de particuliere sector. Buitenlandse ambassades hebben, mits een gift van €750/jaar, rechtstreeks toegang tot het interessante Egmont expertisenetwerk. Lobbyfacts spreekt over een jaarrekening 2017 van €904.433 en een organisatie van 19 lobbyisten, maar Egmont directeur-generaal Johan Verbeke laat weten dat de organisatie 18 mensen in dienst heeft, werkt met 15 associate fellows die niet op de payroll staan, geen private partners kent en geen lobbywerk verricht.

Europese strategische autonomie en een Europees leger

Het kloppende hart van het Instituut is onderzoek. Het resultaat wordt gepubliceerd in policy briefs die online beschikbaar zijn. Veel van die stukken zijn van de hand van de directeur van het programma “Europa in de wereld”, Sven Biscop, die tevens doceert aan de Universiteit Gent en het Europacollege in Brugge. Centraal in Biscop’s recente publicaties staat zijn pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger, waarbij zaken als het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid, toch essentieel voor een ééngemaakte defensie, en het feit dat Europa met handen en voeten gebonden is aan de NAVO en daarmee aan Washington, slechts summier aan de orde komen.

Biscop spreekt in zijn Security Policy Brief nr. 114 wat luchthartig over Russische subversie. Hij onderbouwt die opmerking niet, maar koppelt daar wel de vraag aan of niet “elke inmenging in de EU-soevereiniteit” moet worden beantwoord met vergelding “om Rusland te laten begrijpen dat de EU ook wil gerespecteerd worden”. Tegelijk vreest hij dat zo’n vergelding “alleen maar meer escalatie” oplevert. Biscop’s beschuldiging van Rusland als agressor in het Oekraïne-dossier behoeft toch enige nuancering. Zelfs de immer gerespecteerde Henri Kissinger bevestigt dat men rond de annexatie van de Krim eerder kan spreken van een plausibele Russische reactie op Westers expansionisme.

Europees instrument om militaire macht te projecteren

Ook in het recente Turkije-Syrië-dossier pleit Biscop voor een assertievere Europese houding. Voor hem had de EU een Syrië-strategie moeten ontwikkelen met aanduiding van de groepen die op permanente politieke, economische en militaire steun konden rekenen. Europa heeft enkel ad-hoc deelgenomen aan gevechtsoperaties en lijdzaam toegezien hoe Turkije Syrië is binnengevallen. We kunnen een NAVO-bondgenoot niet met militaire middelen een halt toe roepen. En dreigen dat de EU geen steun zal geven aan de stabilisatie en wederopbouw van door Turkije bezet Syrisch gebied zal Erdogan toch niet op andere gedachten brengen, zo vraagt een vertwijfelde Biscop zich af.

Hier gaat Biscop toch in de fout. Zelfs de Westerse en Arabische aanstichters van de proxy-oorlog in Syrië hadden geen strategie, gebruikten wisselende “rebellengroepen”, en moesten het afleggen tegen het door Russische, Iraanse en Hezbollah-troepen gesteunde Syrische regeringsleger. Zonder VN-mandaat opereren proxy-troepen volstrekt illegaal in de nog altijd internationaal erkende staat Syrië. Biscop ziet in PESCO een instrument om Europese militaire macht te projecteren, zeker met een voormalige Duitse defensieminister als Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie. Het zijn vérgaande ambities die aan het duistere Duitse verleden herinneren en weinig uitstaans hebben met een Europees verdedigingsapparaat.

Biscop ziet een supranationale Unie waarin lidstaten hun soevereiniteit hebben gebundeld, wereldspeler worden. In zijn visie ondermijnt een strategisch autonoom Europa de NAVO niet, maar verzwakt het wel de Amerikaanse overheersing. Met zijn opmerking dat de Europese lidstaten hun buitenlands beleid afstemmen op dat van de EU, en Brussel de basis vormt voor hun “politiek, economisch, en in de toekomst ook militair gewicht op het wereldtoneel” maakt Biscop zich duidelijk schuldig aan wishful thinking. De Hoge Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen is met handen en voeten gebonden aan het beleid van de regeringsleiders, en die volgen overwegend de “richtlijnen” van de VS.

Europese kernwapens blijven een must

Egmont Senior Associate Fellow Didier Audenaert bepleit een maatschappelijk debat nu het INF-verdrag niet meer bestaat en Europa een grotere inspanning moet doen voor (lees: fors meer geld naar) raketafweer. De kans op een nieuwe wapenwedloop is reëel, aldus Audenaert, die zich afvraagt wat we willen: Amerikaanse raketten in Europa, een eigen raketafweer, of ons neerleggen bij Russische afdreiging? Voor hem moeten burgers worden gemotiveerd voor een veiligheidsapparaat onder NAVO- en EU-auspiciën waarin “nucleaire capaciteiten” essentieel blijven. Geen woord over diplomatie, onderhandelingen over een nieuw verdrag, of toenadering tot Rusland die anderen wel bepleiten.

Wie als academicus toetreedt tot een politieke denktank die afhangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weet op voorhand dat hij of zij moet opereren binnen krijtlijnen die het ministerie bepaalt. En wie als academicus hogerop wil raken publiceert in top-wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de ranking wordt bepaald door Anglo-Amerikaanse universiteiten. Deze lieden reproduceren dus onvermijdelijk Anglo-Amerikaanse denkpatronen. Voor exacte wetenschappers is dat geen probleem zolang hun publicaties ook nieuwe informatie bevatten of tot nieuwe inzichten leiden. Maar van politieke wetenschappers mag men verwachten dat zij zich ook oriënteren op andere denkpatronen.

Anglo-Amerikaans denken

Egmont ontkomt niet aan “besmetting” door Anglo-Amerikaans denken. Het Instituut weerspiegelt het buitenlands beleid van een land dat de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO herbergt. Kritiek op die instellingen is not done. Tegen die achtergrond zijn vraagtekens bij het onderdeel “voorlichting van de publieke opinie” in de Egmont-doelstellingen legitiem. Verwacht van een Egmont-auteur geen bevestiging van de hersendood van de NAVO, of een pleidooi voor een alliantie met Rusland en het vertrek uit Europa van alle Amerikaanse troepen, inclusief de 480 tactische kernwapens in België (Kleine Brogel), Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland (Volkel), en Turkije.

Waar het Egmontinstituut vooral in uitblinkt is het organiseren van congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het seminar ‘Russia and Europe in the context of global migration’ op 25 maart 2019, waar Russische, Europese en Belgische denktankmedewerkers, beleidsverantwoordelijken en journalisten zich bogen over de politieke en sociale aspecten rond migratie en de vraag wat Rusland en de EU over deze issues van elkaar kunnen leren. Als het seminar tevens moest passen binnen het kader van de voorzichtige pogingen om het ijs tussen Rusland en het Westen te breken doen het supra vermelde stuk van Didier Audenaert en de losse opmerking van Sven Biscop over Russische subversie daar geen goed aan.

Anglo-Amerikaans denken is wijdverbreid bij politieke wetenschappers in het Westen. Het risico van groepsdenken is dan niet denkbeeldig. Zij die erin slagen daaraan te ontsnappen zijn de politieke changemakers die de geopolitieke impasse waarin het Westen – en Europa in het bijzonder – verkeert kunnen helpen doorbreken.