Europese strategische autonomie: haalbaar of hersenschim?

Dutch PM Mark Rutte in a tête-à-tête with American president Barack Obama (photo: The White House, Wikimedia Commons)


Om wereldspeler te worden volstaat strategische autonomie niet. Europa moet streven naar onafhankelijkheid: Amerikaanse troepen naar huis, een uniform buitenlands beleid en een Europese defensie.

De afgelopen jaren is binnen de EU het thema “strategische autonomie” aan de orde van de dag. De discussie begon al tientallen jaren geleden. Zowat elke Amerikaanse president sinds de Tweede Wereldoorlog hamert erop dat de Europese bondgenoten hun fair share moeten bijdragen aan de NAVO-begroting. Die bijdrage was bepaald op 2% van het BBP, een volkomen uit de lucht gegrepen maatstaf want niet onderbouwd met échte dreigingen, niet de gehypte die we te vaak voorgeschoteld krijgen. Onder het America First beleid van Donald Trump in het Witte Huis is het debat verdiept en verhard. Trump deed uitspraken die deden twijfelen aan de Amerikaanse veiligheidsgarantie.

Tegelijk wordt gesproken over Europese defensie. De eerste stappen werden gezet met de oprichting van een Europees Defensiefonds (EDF) en de Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO). Gehoopt werd dat het hernieuwde Frans-Duitse vriendschapsverdrag dat Merkel en Macron tekenden op 22 januari 2019 nieuwe stappen zou inluiden. Maar er staat maar weinig nieuws in het verdrag. Partijen willen stappen zetten om hun buitenlandse politiek en defensie beter te coördineren en stellen versterking voor van Europese defensiecapaciteiten. Maar over een gezamenlijke visie op de grand chessboard, het veranderende machtsevenwicht in de wereld, wordt nauwelijks iets gezegd.

Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen

De reactie van Donald Tusk, tot 1 december 2019 voorzitter van de Europese Raad, was niet mis: Europa zit erop te wachten dat Duitsland en Frankrijk het voortouw nemen om te komen tot verdere integratie, waarbij Europese lidstaten stap voor stap delen van hun soevereiniteit aan Brussel toevertrouwen. Maar dit is precies het probleem. De Europese Unie is veel te snel gegroeid. Voorzover men al van integratie kan spreken is die in de EU ‘horizontaal’ verlopen. Onder druk van de VS kon de uitbreiding van de Unie niet snel genoeg verlopen, en liefst in oostelijke richting, aanschurkend tegen Rusland, de grote vijand.

Het resultaat is een lappendeken geworden van 28, na Brexit nog 27, lidstaten van totaal verschillende economische ontwikkeling, bevolkingsomvang, taal en cultuur, waar wel heel moeilijk eenheid in te krijgen is. Zo’n losse Unie laat de VS perfect toe een verdeel en heerspolitiek te voeren, en daarmee de EU te blijven domineren. Het verschil met het ontstaan van de VS is frappant: dat begon met dertien Britse kolonies met gedeelde soevereiniteit. Andere staten mochten zich aansluiten, mits onderschrijving van de grondwet en integrale overdracht van soevereiniteit. In een federale staatsstructuur kregen de staten een zekere mate van autonomie, maar zaken als buitenlandse zaken en defensie bleven federale bevoegdheden.

De geschiedenis leert dat de kijk van de VS en de EU op de wereld steeds verder uiteenloopt

Op 28 november 2019 publiceerde Carnegie Europe een serie essays over hoe de NAVO de belangen van haar leden best dient. Het derde essay was van Sven Biscop, directeur bij het Egmontinstituut en UGent professor, wiens centrale thema was: ‘Of de NAVO blijft bestaan hangt af van de vraag of de VS en de EU een brede kijk op de wereld blijven delen’. Welnu, de geschiedenis leert dat die kijk steeds verder uiteenloopt. Denk aan de uitstap uit de Irandeal, de klimaatdeal, de verregaande toegevingen aan de Israëlische premier Netanyahu die in strijd zijn met het internationale recht, de sancties op de Russische gaspijpleiding Nord Stream 2 ter bevoorrading van Duitsland. Zal de VS bepalen van wie Duitsland zijn aardgas koopt?

Voor Biscop zijn de VS en de EU de twee belangrijkste partners in de NAVO. Daarop is af te dingen. De EU treedt niet als één lid op. Grote lidstaten Duitsland en Frankrijk voeren de Europese club aan en zitten lang niet altijd op één lijn. De EU is geen gelijkwaardige partner. De VS domineert, en wekt de schijn dat voorstellen van Washington eerder eigen belangen moeten dienen. En de VS oefent binnen de NAVO zware druk uit om Amerikaanse wapens te kopen, denk aan de F-35 Joint Strike Fighter die door RAND wordt afgeschilderd als ‘zowat nutteloos’, nog afgezien of gevechtsvliegtuigen wel in een modern defensiebeleid passen.

China weet de Europese verdeeldheid goed uit te buiten

Tevreden stelt Biscop vast dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog Europa niet langer het primaire theater is voor de Amerikaanse strategie. Toch heeft Europa nut voor de VS, aldus Biscop: met Europa aan zijn zijde kan de VS beter opboksen tegen China. Opnieuw een wat wereldvreemde stelling. De EU heeft immers geen uniforme Chinapolitiek. China weet de verdeeldheid goed uit te buiten, en sluit geopolitiek belangrijke bilaterale deals af met landen als Griekenland, Italië en zelfs Luxemburg, en kocht de voorbije tien jaar minstens 360 bedrijven in Europa, vooral in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. En waar Biscop zegt dat het afschrikken van Rusland het belangrijkste doel wordt voor Europese NAVO-leden moet de vraag luiden: afschrikken voor wat, waar ziet Europa Russische agressie?

Biscop heeft gelijk dat de strijdlustige stijl van de regering-Trump de verschillende visies op China vergroot, en dat tegengestelde visies op Syrië, Iran en handel de relatie verder heeft vertroebeld. Terecht zegt Biscop dat dit probleem niet in NAVO-verband besproken moet worden. Maar waarom pleit Biscop er niet voor een organisatie als de OPCW op de NAVO-agenda te plaatsen? De chemische waakhond kan naar believen door de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk worden gebruikt om militaire aanvallen uit te lokken die moeten leiden tot omverwerping van de legitieme regering van een OPCW-lid. Zo’n organisatie heeft dan geen nut meer, en is er iets grondig mis met het gedrag van de grote mogendheden.

Biscop doet een klemmend beroep op de VS om de EU serieus te nemen en de gewoonte aan te leren om te overleggen over zaken die beide partijen aangaan. Een stevige discussie over strategie doet op zichzelf de verschillen niet verdwijnen, maar ze worden in ieder geval besproken. Men mag hopen dat Biscop’s oproep aan de Amerikanen wordt gehoord. Het is niet meer dan een pleidooi voor diplomatie die relaties tussen staten smeert. Dat is nu niet de sterkste kant van het Amerikaanse buitenlands beleid. Amerika is gewend om druk uit te oefenen, met sancties te dreigen, een techniek waar Europa of een individuele lidstaat maar al te vaak aan toegeeft. Maar wat niet is kan nog komen.

Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten

Op 17 december 2019 organiseerde het Egmontinstituut een werklunch met een hoge Europese ambtenaar over de ambitie van de EU om autonome speler te worden op het wereldtoneel, om zijn belangen te verdedigen en te promoten door ‘hard power’. Het is een issue dat blijkbaar op de strategische agenda staat van de nieuw aangetreden commissie. De spreker hekelde zoals te verwachten de verdeeldheid tussen de lidstaten, maar zijn oplossingen waren aan de magere kant: we moeten werken aan onze mentaliteit, het institutioneel functioneren verbeteren, de macht van de dollar breken door de Euro te versterken. Maar Europa wordt nooit een Verenigde Staten, en een Europees leger kunnen we wel vergeten, zo klonk het.

Het bleef dus bij een ‘hoe bereiken we die strategische autonomie’. Maar dat is de verkeerde vraag. Om wereldspeler te worden moet Europa onder het Amerikaanse juk uit. Autonomie volstaat niet, we moeten onafhankelijk worden. Amerika zal ons enkel respecteren als we onze defensie zelf op ons nemen en Amerika vragen zijn troepen en 480 kernwapens uit Europa terug te trekken. We moeten onze allianties herbekijken. We hebben Rusland dat de Koude Oorlog had verloren van ons vervreemd. Rusland is onze Europese buur. Maar een toenadering tot Rusland zal de VS ons niet in dank afnemen. Dat is dan maar zo, dan kunnen we eens onze ruggengraat tonen, laten zien dat we het menen.

Gaat het die kant op, of is het “vloeken in de kerk”? Biscop heeft eens gezegd dat zo’n denktrant weinig goed doet aan de geloofwaardigheid van degene die de vermetelheid heeft het idee naar voren te brengen. Misschien heeft hij gelijk. Maar als het van de Franse president Macron, die de NAVO hersendood verklaarde en bij dat standpunt bleef, afhangt, kan het misschien toch die kant op. Of hij de neuzen van de rest van de EU op korte termijn in één richting krijgt lijkt uitgesloten. Daar zal nog minstens één generatie overheen moeten gaan, en dan zijn we al door de Chinezen met de neus op de feiten gedrukt.

Dan blijft de enige keuze: op afzienbare termijn een kern-Europa rond het Frankrijk van Macron verzamelen, of de eeuwige vazal van de VS blijven.

Iran: nucleaire mogendheid tegen wil en dank?

Russian Foreign Minister Sergey Lavrov’s meeting with Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif, Moscow, October 28, 2016. Photo: МИД России (Flickr)


Blind voor eigen zonde blijft de VS mokken over oud zeer. De schokgolf van de aanvallen op Saoedische olie-installaties zindert na. De Iraanse militaire technologie doet Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Washington krijgt Iran niet op de knieën. Aanhoudende Amerikaanse agressie riskeert een nucleair Iran.

In 2017 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson kennis met zijn Iraanse collega Javad Zarif1. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de zes landen die in 2015 het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Irandeal, hadden onderhandeld. Zarif klaagde dat de VS tegen de afspraak in de sancties had gehandhaafd en Tillerson mopperde dat Iran de Libanese Islamitische groep Hezbollah financierde, de “moorddadige Syrische dictator” Bashar al-Assad steunde, Amerikaanse schepen in de Perzische Golf lastigviel en de deal enkel tot stand kon komen onder het milde beleid van de vorige Amerikaanse regering.

Zarif herinnerde Tillerson eraan dat partijen in de onderhandeling over de nucleaire deal waren overeengekomen elk ander issue buiten beschouwing te laten. “Dan moet u nu niet terugkomen op uw waslijst met historische grieven. Ook ik kan heel wat excuses opsommen om onze overeenkomst te schenden”, zo beet Zarif Tillerson toe. ‘Uw regering schendt de voorwaarden van de nucleaire deal. Om een voorbeeld te noemen: u weigert exportlicenties aan Boeing en Airbus af te geven die hen in staat moeten stellen om zaken te doen in Iran”.

Tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet

Maar Tillerson hield voet bij stuk. “Sinds 1979 valt Iran Amerikanen aan. Onze ambassade werd bezet, onze diplomaten opgesloten en slecht behandeld. Onze relatie is de nasleep van een revolutie en wordt gekenmerkt door geweld. Elke poging tot verzoening lijkt gedoemd te mislukken”, aldus Tillerson, die ook aanvallen in Libanon en Irak aanhaalde die honderden Amerikaanse burgers zouden hebben gedood. Voorstanders van de JCPOA vonden Tillerson’s optreden riskant, tegenstanders zagen er het toonbeeld in van het strijdlustige ‘America First’ buitenlands beleid.2 Hoe het ook zij, Tillerson’s tirade is tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet.

Intussen zijn we twee jaar verder. De VS is uit de JCPOA gestapt. Tillerson is vervangen door de havik Pompeo die Iran twaalf onmogelijke eisen heeft voorgelegd. Iran werd bestookt met cyberaanvallen en moordaanslagen op wetenschappers. De sancties die de bevolking teisteren en “het mullahregime” op de knieën moeten krijgen werden maximaal opgevoerd. Washington stuurt voortdurend tegenstrijdige berichten de wereld in. Iran heeft een jaar lang de JCPOA nageleefd, in afwachting van resultaten van INSTEX, het Europese instrument dat de Amerikaanse secundaire boycot moest omzeilen en dus Europese ondernemingen toelaten zaken te doen met Iran.

Zelfs een beperkte Amerikaanse aanval wordt buitenproportioneel beantwoord

Iran laat zich niet intimideren. Het heeft een Amerikaanse drone neergehaald, tankers gesaboteerd, een Britse tanker opgebracht, steun verleend aan de Jemenitische aanvallen op Saoedische olie-installaties, en getoond dat het klaar is voor een oorlog. Komt het tot een gewapend conflict, dan weet Iran dat het kan rekenen op zijn bondgenoten Libanon, Syrië, Irak en Palestina. Het heeft aangekondigd dat zelfs een beperkte Amerikaanse aanval buitenproportioneel zal worden beantwoord. Washington slaagt er niet in Iran’s vastberadenheid te breken en het land economisch te ruïneren. Blijkbaar hebben China en Rusland geen boodschap aan de Amerikaanse secundaire boycot.

De VS hanteert het instrument secundaire boycot tegen Iran al bijna een kwart eeuw. In zijn huidige ultieme vorm is het de bedoeling om de Iraanse olie-uitvoer terug te brengen tot nul. Ook de export van aardgas en staal, aluminium en koper vallen onder deze maatregel. De maximale druk op Iran is een ongehoorde schending van het recht van een staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zonder internationale handel kan een moderne staat niet overleven. In handelsterminologie is het een maatregel die gelijk staat aan een zeeblokkade. Wordt zo’n blokkade uitgevoerd door eender welk ander land, dan zou dat wereldwijd worden aangemerkt als een oorlogsdaad.

Iran heeft het recht Jemen technologisch te steunen

Iran verleent ongetwijfeld technologische steun aan Jemen en heeft daarmee indirect de aanvallen op de Saoedische olie-installaties mogelijk gemaakt. Net als het Westen dat wapens levert aan Saoedi Arabië dat in de oorlog met Jemen de agressor is, heeft Iran dat recht. De aanvallen brengen de boodschap over dat niemand nog olie kan vervoeren door de straat van Hormuz als Iran dat recht wordt ontzegd. Iran heeft zich jarenlang voorbereid op een confrontatie met de VS. Het resultaat is een nieuwe generatie drones en kruisraketten die elke Amerikaanse poging om zijn militaire apparaat uit te schakelen kunnen afslaan en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten kunnen raken.

De VS was blijkbaar verrast toen Iran een op grote hoogte vliegende Amerikaanse spionagedrone neerhaalde. Iran heeft zijn luchtverdedigingssysteem voortdurend opgewaardeerd. In 2016 werden Russische S-300 raketten geïnstalleerd en recent de eigen Bavar-373 raketten die gelijkwaardig zou zijn aan de Russische S-400’s. Een analist kenmerkte Iran als “drone-supermogendheid”. De Iraanse afweersystemen hebben vérstrekkende gevolgen voor het Amerikaanse beleid. Beleidsmakers moeten zich niet blindstaren op de schuldvraag rond de aanvallen op de olie-installaties, maar zich concentreren op de acute beleidsperikelen die de politiek en de media onder de mat vegen.3

Zonder Iraanse steun vallen zijn bondgenoten ten prooi aan de AngloZionistische pletwals

Trump denkt nog altijd Iran aan tafel te kunnen krijgen. Iran heeft laten weten dat het zijn rakettenprogramma wil opgeven als Israel zijn kernwapens van de hand doet en de volledige regio zijn raketten. Voor Iran zijn de allianties met Libanon, Syrië, Palestina, Irak en Afghanistan onbespreekbaar. Zonder die allianties steunt de wereld Israel als het de Westelijke Jordaanoever en Gaza annexeert, confisqueert Israel Libanon’s zee- en landgrenzen, blijft de Golan Israëlisch gebied dat de VS vaste voet geeft in Syrië, en wordt Irak opgesplitst. Zonder Iraanse steun vallen deze landen ten prooi aan de Amerikaanse pletwals en worden zij onderworpen aan het arrogante Israel.

Iran werkt niet mee aan een loze fotosessie Trump-Rouhani. Het gaat pas met de VS aan tafel als de sancties zijn opgeheven. Zo’n intrekking is lastig voor Trump: de overwinning gaat naar Iran, de VS lijdt een nederlaag en er onstaat het beeld dat alles wat hij Iran heeft aangedaan zinloos was. Trump’s politieke tegenstanders zullen hem in volle verkiezingstijd voor schut zetten. Trekt hij de sancties in, dan zal dat moeten gebeuren met een goed verhaal naar de publieke tribune. Ontstaat de perceptie dat zijn beleid heeft gefaald, dan kan hij zijn herverkiezing in 2020 wel vergeten.4

Voor Iran mag het hard tegen hard gaan. Het heeft gezien hoe Trump omgaat met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un die over kernwapens beschikt. Ideologisch is Iran gekant tegen kernwapens. Maar blijft de VS Iran op de korrel nemen, dan kan het land wel eens kiezen voor zekerheid en uitgroeien tot een kernmogendheid tegen wil en dank, en was de JCPOA een maat voor niets.

1 Hoe weinig men begrijpt van Iran blijkt uit de manier waarop de New Yorker Zarif beschrijft: “… een raadsel; opgeleid in de VS, spreekt bijna perfect Engels, en toch blijft hij loyaal aan het revolutionaire regime in Iran.”
2 Dexter Filkins: ‘Rex Tillerson at the Breaking Point’, The New Yorker, 6 oktober 2017
3 Gareth Porter: ‘Why Evidence of Iran’s Role in Attack Doesn’t Matter’, The American Conservative, 19 september 2019
4 Elijah Magnier: ‘The US wants Iran to become a toothless shark’, 28 september 2019

De vastgelopen Europese integratie (1)

Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017. Photo: Huawei Gallery


De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

Kunnen investeringen in klimaattechnologie de Europese groeivertraging verhelpen?

In bovenstaand filmpje analyseert UAntwerpen-hoofddocent internationale politiek David Criekemans – aan de hoofdzetel van de machtige Deutsche Bundesbank – de evolutie van de eurozone en de economische groeivertraging in Duitsland. De manier waarop onder Duitse regie Zuid-Europese “potverteerders” als Griekenland werden aangepakt komt aan de orde, net als het gebrek aan solidariteit binnen de EU en het feit dat de bezuinigen van Merkel nu ook in Duitsland worden gevoeld. De toekomst van de Europese economie ligt in investeringen in klimaattechnologie, aldus de professor, wiens beknopte boodschap uitnodigt de issues nader uit te spitten. Op zijn hoofdthema’s gaan wij hieronder in.

Duitsland moet zijn binnenlandse markt ontwikkelen

Duitsland is op een te lage koers in de euro gestapt. Maar ook de druk op de lonen droeg ertoe bij dat het concurrentieel kon exporteren. Het grote overschot op de Duitse handelsbalans wijst op een onvoldoende ontwikkelde binnenlandse markt. Volgens de Leuvense econoom Paul De Grauwe kon de productiviteitsgroei aan de werknemers voorbij gaan omdat werkgevers dreigden productie te verplaatsen naar lagelonenlanden als Tsjechië en Polen. Om zijn binnenlandse consumptie aan te zwengelen moet de koopkracht in Duitsland dus omhoog. De lonen én de pensioenen.

Europa’s economisch model is achterhaald. Europa heeft genoeg sterke multinationals, maar anders dan de VS dateert geen daarvan van de laatste 25 jaar. Europa kon schitteren toen Volkswagen het kon opnemen tegen Ford en Siemens tegen General Electric. Maar Europa heeft geen Apple, Google of Microsoft. Qua nieuwe technologie zoals artificiële intelligentie staat het nergens. Dat een stichtend EU-lid als Italië zich aansluit bij het Chinese Belt & Road initiatief duidt erop dat het land meer kans buiten de EU ziet om zijn economische problemen op te lossen. Het weerspiegelt tevens de verminderde status van Europa op het wereldtoneel.

De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie

Het succes van de EU stoelt op zijn gestage uitbreiding, sneller misschien dan instellingen en bevolking konden verwerken. Ex-communistische landen met soms de schone schijn van een democratisch bestuur konden probleemloos toetreden. En dankzij een creatieve interpretatie van de toetredingsvoorwaarden kon de monetaire unie groeien van 12 naar 19 landen. Dat Griekenland tot de euro kon toetreden wordt algemeen als een vergissing gezien. De instellingen van het land waren en zijn daar niet klaar voor. En dat verdict is ook van toepassing op andere lidstaten.

De geschiedenis leert dat imperialistische projecten sneuvelen op te ambitieuze uitbreiding. De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie. De Unie moet afrekenen met twee existentiële problemen: de geopolitieke confrontatie met Rusland en de problematische relatie tussen lidstaten in de periferie en de eurozone. De EU is maximaal naar het oosten opgeschoven. Oekraïne is toetreding in het vooruitzicht gesteld, maar de crisis in dat land leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat de EU zijn plannen met dat land moet opbergen. Op grond daarvan zien de Baltische staten hun toetreding niet voor morgen gerealiseerd.

De Franse president Macron zoekt het in verdere integratie: een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt. Maar Duitsland vreest dat de Duitse schatkist moet tussenkomen in de begroting van armere eurolanden. Het plan van Macron lijkt logisch. De eurozone kan niet buiten een politieke structuur. Blijft Europa economisch slecht presteren, dan is het alternatief voor nauwere integratie enkel desintegratie. Zo’n doemscenario is niet voor morgen. De weg terug naar nationale munten of een euro in twee hardheden is problematisch. Het zwaard van Damocles valt bij een volgende economische recessie. En dat kon wel eens niet lang meer duren.

Invoering van een mondiale koolstoftaks is een illusie

In zijn boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna.’ (p. 285) doet professor Criekemans de suggestie om subsidies op fossiele brandstoffen geleidelijk over te hevelen naar hernieuwbare energie en de uitstoot van CO2 fiscaal te belasten. Voor energie-econoom professor emeritus Aviel Verbruggen is een mondiale koolstoftaks echter een luchtspiegeling en moeten we het zoeken in een gedifferentieerde bottom-up aanpak waarbij regionale inspanningen centraal worden gemonitord. Anders dan een verre tijdshorizon hebben we nood aan directe en kortetermijnverbintenissen die stap voor stap leiden naar volledige decarbonisering van de economie, aldus Verbruggen.

Voor Verbruggen is het echte verhaal dat we aan het sluikstorten zijn in onze atmosfeer. We kunnen niet volstaan met minder uitstoot van broeikasgassen, we moeten de rotzooi opruimen, dringend en drastisch. We moeten beseffen dat we in onze economische activiteiten de atmosfeer gebruiken zonder de kosten daarvoor mee te nemen in de kostprijscalculatie. Hernieuwbare energie mag dan een grote vooruitgang zijn, maar die trend wordt ook gehinderd door gevestigde financiële en economische belangen. En we moeten veel dingen die we ons hebben veroorloofd anders doen of terugdraaien, aldus Verbruggen.

Technologie alleen kan de klimaatproblematiek niet oplossen

Robert Cailliau, de Belg die mee aan de wieg stond van het internet, is sceptisch over technologie om de klimaatproblematiek aan te pakken. Een echt goede batterijtechnologie kan ons misschien energetisch redden, maar vandaag bedraagt de energiedichtheid van de beste batterijen (energie per eenheid massa) nog geen tiende van die van benzine. En dieselmotoren die mits nanopartikelfilters tegen fijnstof veel beter scoren dan benzinemotoren worden door de politiek tegengewerkt. Met technologie alleen halen we de klimaatdoelstellingen niet. Er moeten waarschijnlijk eerst enkele miljarden mensen sterven in grote catastrofes voor we ook naar onszelf kijken, aldus Cailliau.

Negatieve uitstoot van broeikasgassen, het uit de atmosfeer halen van CO2, is één van de wapens in wat The Economist de oorlog tegen klimaatverandering noemt. Maar daarop gerichte technologie komt er niet omdat ondernemingen daar geen verdienmodel in zien. Het kapitalistische systeem zoals we dat vandaag kennen staat zo’n bijdrage aan de klimaatproblematiek dus in de weg. De ruim 200 academici die in een open brief voorstelden komaf te maken met de focus op economische groei missen de essentie van de zaak: men kan maar economische activiteiten loskoppelen van grondstoffengebruik en vervuiling als men ook wat doet aan ons economisch systeem.

Het goede nieuws is dat er oplossingen zijn binnen ons huidig economisch systeem. We kunnen CO2 uit de atmosfeer halen door herbebossing, de landbouw rationaliseren, onze vleesconsumptie verminderen, de uitstoot van de melkveehouderij aan banden leggen, zonnepanelen plaatsen, ons minder verplaatsen en al zeker per vliegtuig, in het algemeen minder verbruiken, inzetten op schone technologie, opkomende economieën motiveren om niet onze belachelijk hoge consumentaristische levensstijl te kopiëren, de derde wereld aanmoedigen hun nakende bevolkingsexplosie af te remmen, enzovoort. Het zijn allemaal initiatieven die bijdragen aan de oplossing.

Het ongecontroleerde kapitalisme is het probleem

Om écht het verschil te maken moeten we zien de controle te verkrijgen over de machtige monopolies die vandaag de wereldeconomie beheersen, alsook over de financiële sector. Wereldwijd zijn 100 ondernemingen verantwoordelijk voor 70% van de industriële uitstoot en 500 voor 70% van de ontbossing. Deze monopolies en de banken moeten dus in gemeenschapsbezit komen, zodat de wereldeconomie op een democratische manier kan worden gepland.

Voor de Amerikaanse marxistische econoom Richard Wolff staan we aan de vooravond van een existentiële crisis. Groene energie en CO2-opslag door bosaanplant kan binnen ons economische systeem de klimaatproblematiek niet oplossen. De energiesector heeft geen enkel economisch motief om het roer om te gooien. Ook voor de Britse journalist George Monbiot is kapitalisme het probleem. Eeuwige economische groei op een eindige planeet leidt onontkoombaar tot milieurampen. En waarom zou elk individu recht hebben op een zo groot mogelijk deel van de natuurlijke rijkdom van de wereld als zijn geld kan kopen? Vanuit milieuoogpunt staat het vergaren van rijkdom gelijk aan roof, aldus Monbiot.

Geen enkel alternatief is voor Monbiot een louter economisch systeem. Het uittekenen daarvan vergt de inzet van verschillende disciplines: economische, ecologische, politieke, culturele, sociale en logistieke. Dat moet leiden tot een beter georganiseerde samenleving die tegemoetkomt aan hetgeen we nodig hebben zonder ons gezamenlijke huis af te breken.

Monbiot stelt ons voor de keus: maken we een einde aan het leven om het kapitalisme overeind te houden, of maken we komaf met het kapitalisme om te overleven?

De de-dollarisatie van het Amerikaanse financiële imperium

New York Stock Exchange entrance. Photo: Alan Kotok (Wikimedia Commons)


Tot voor kort moest de wereld deviezenreserves investeren in Amerikaans schatkistpapier. Vandaag verbiedt Trump dat, uit angst voor een sterke dollar. Een lage dollar doet echter niets voor de Amerikaanse economie die draait op diensten. China en Rusland kopen goud om los te komen van de dollar. Het beleid van Trump leidt tot een economie die zich steeds minder kan meten met het buitenland.

In een recent interview definieert de Amerikaanse econoom en historicus Michael Hudson imperialisme als je iets toe-eigenen zonder daarvoor te betalen, op handelsvlak een strategie om het deviezenoverschot van een land in te palmen zonder een productieve rol te moeten spelen. Eenvoudig door te eisen dat het investeert in Amerikaans schatkistpapier. Met zo’n treasury-bill stelsel wordt het mondiale monetaire systeem een Amerikaanse free lunch, een retributiesysteem waarmee de VS bijvoorbeeld zijn complete militaire apparaat kan financieren, aldus Hudson.

De VS heeft een structureel tekort op zijn handelsbalans. Dat tekort wordt gefinancierd door staatsobligaties die het buitenland aankoopt. De VS maakt er geen geheim van dat hij zijn schuld aan het buitenland niet terugbetaalt. Wie weigert om Amerikaans schatkistpapier te kopen pleegt een oorlogsdaad. Dat is de opstelling waaraan de VS het label exceptional ontleent. Amerikaans schatkistpapier mag dan rentedragend zijn, het is wel oninbaar. Executeren bij de uitgever zou leiden tot insolventie waarbij de stukken hun waarde verliezen.

Aan de dollardominantie komt een einde

Hudson laat zien hoe de VS de wereld economisch kon domineren, eerst als de grootste crediteur, later als de grootste debiteur, en hoe aan de dollardominantie een einde komt. Zijn uiteenzetting spoort met zijn boek van 1972 ‘Super Imperialism: The Economic Strategy of American Empire’, waarvan een pdf-versie online beschikbaar is. Wie het boek te technisch vindt kan eens kijken naar het persbericht, het hoofdstuk ‘How America will get Europe to finance its 2002-03 oil war with Iraq’, de ‘Preface to the second edition (2002)’ (p. 3-14), en eventueel de introductie (p. 15-37).

In het boek levert Hudson kritiek op de manier waarop de VS buitenlandse economieën uitbuit via de IMF en de Wereldbank. Ook het feit dat president Trump druk uitoefent op de Amerikaanse centrale bank om de rente te laten zakken komt aan de orde. Hudson meent dat Trump speculanten wil helpen arbitragewinsten te maken met goedkoop geld, en de huizen- en aandelenmarkt oppeppen, alsof men daarmee de reële economie helpt. Een lage rente moet ook de dollarkoers drukken waardoor de Amerikaanse uitvoer beter kan concurreren met het buitenland.

Trump zegt dat China de Yuan manipuleert door dollars te recycleren in Amerikaans schatkistpapier en daarmee de koers van de dollar opdrijft. Hij wil dat China het Amerikaanse schatkistpapier links laat liggen. Maar daarmee verliest hij de free lunch die China hem voorschotelt en legt hij de kiem voor het einde van de dollardominantie. China heeft geprobeerd zijn dollarreserves te investeren in Amerikaanse ondernemingen, waaronder een keten benzinestations, maar dat stuitte op Amerikaans verzet onder het mom van nationale veiligheid. Wat kan China dan anders doen dan Amerikaans schatkistpapier kopen?

China en Rusland kopen goud

Door China te verbieden zijn deviezenreserves om te zetten in Amerikaans schatkistpapier drijft Trump China buiten de dollarzone, en dus koopt China goud. Rusland doet dat ook. Ook andere landen vallen terug op de gouden wisselstandaard, waarbij goud wordt gebruikt in het internationaal handelsverkeer maar geen link heeft met binnenlandse geldcreatie. De gouden wisselstandaard heeft een belangrijke pre: de wereldgoudvoorraad bij centrale banken is beperkt. Een land dat oorlog voert raakt snel door zijn goudreserve. Herinvoering van de gouden standaard zet dus een rem op oorlog voeren.

Trump maakt dus komaf met het “gratis geld” in Amerika, met het monetaire imperialisme. Hij laat het buitenland afkicken van de dollar. Maar daarmee worden buitenlandse economieën onafhankelijk van de VS. Daar komt nog bij dat Trump geen handelsakkoorden tekent die hij niet kan winnen. Zo’n houding drijft niet enkel China, maar o.a. ook Rusland en Europa buiten de Amerikaanse invloedssfeer. Per saldo isoleert de VS zich op een moment waarop hij zijn maakindustrieën in belangrijke mate naar lagelonenlanden heeft overgeheveld.

Muntmanipulatie haalt de Amerikaanse maakindustrie niet terug

Trump denkt dat een lagere dollar leidt tot lagere loonkosten. Maar met nog maar weinig maakindustrie in de VS zet dat geen zoden aan de dijk. Volgens ‘The World Factbook’ van de Amerikaanse geheime dienst CIA droeg in 2017 manufacturing voor 19,1% bij in het Amerikaanse BBP en services voor 80,0%. Voor China waren deze cijfers 40,5%, resp. 51,6%. Tenminste 1,2% (bron: Sipri) van het Amerikaanse BBP betreft de zwaar gesubsidieerde wapenindustrie (Boeing, Lockheed Martin, Raytheon, General Dynamics, Northrop Grumman, …) waarmee de VS de wereld onveilig maakt.

Een lagere dollar doet niets aan grondstofkosten, energie, kapitaal en krediet. En een lagere dollar is een serieuze strop voor werknemers. Die moeten meer betalen voor geïmporteerde goederen, en dat terwijl ze al zuchten onder hoge woonlasten, dure medische verzekering en zware fiscale lasten. De infrastructuur is in verval en de arbeidsmarkt verworden tot een gig economy, een klusjeseconomie, waarin vast werk plaats maakt voor klussen, een fenomeen dat we ook in Nederland zien met de zzp’ers, zelfstandigen zonder personeel.

De Amerikaanse kostenstructuur moet serieus omlaag

Muntmanipulatie helpt niet om de maakindustrie herop te bouwen. Een lagere dollar doet niets aan binnenlandse grondstofkosten of kosten voor energie, kapitaal en krediet. Amerika krijgt zijn maakindustrieën maar terug als de factor arbeid goedkoper wordt door lagere woonlasten en lagere transport- en infrastructuurkosten. Gezondheidszorg moet tenminste 50% goedkoper worden. Gebeurt dat alles niet, dan blijft een duur, geïsoleerd Amerika over, met een groot tekort op zijn handelsbalans en een even groot probleem om zijn wereldwijde militaire inspanningen te financieren.

Het Amerika van Trump kijkt aan tegen steeds minder “gratis geld”, een toenemend tekort op de federale begroting, een munt die steeds minder waard wordt en dus steeds duurdere import. Tegelijk gaat Trump voor maximale privatisering van maatschappelijke dienstverlening, de financiële sector en infrastructuur. De kloof tussen arm en rijk wordt nog groter dan die al is. Het is een neoliberaal beleid dat niet leidt tot een gezonde economie, maar tot een economie die zich steeds minder kan meten met het buitenland. En dat voorspelt niet veel goeds.