Aanhoudend Amerikaans militarisme, of aloude diplomatie?


Denktank New America bepleit een einde aan Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten. Klassieke diplomatie moet ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen. De denktank zwijgt echter over de machtige lobby’s van Israël en het militair-industrieel complex, en komt met voorstellen die indruisen tegen het internationaal recht. New America zal uit een ander vaatje moeten tappen.

In een long read op het alom gerespecteerde Amerikaanse online magazine Foreign Policy bepleit Alexandra Stark een fundamenteel gewijzigd Amerikaans beleid in het Midden-Oosten. De auteur is verbonden aan de denktank New America, die zich beschrijft als niet-partijgebonden, maar door sommigen wordt gezien als liberal (progressief) georiënteerd. In zijn mission statement positioneert New America zich als voorvechter van herstel van de disfunctionerende Amerikaanse democratie en van het vertrouwen in de overheid. Het democratisch proces wordt gefnuikt door een zichzelf versterkend machtsoligopolie dat elke innovatie verhindert, aldus New America.

Lokale actoren moesten het vuile werk opknappen

In haar stuk betoogt Stark dat de VS zijn proxy-oorlogen in het Midden-Oosten maar beter kan opgeven. Tegen beter weten in poogden opeenvolgende Amerikaanse regeringen het risico van een terroristische aanslag op Amerikaanse bodem te verkleinen, Al Qaida en IS uit te roeien, en maximale druk uit te oefenen op Iran, dat zijn invloed in het Midden-Oosten had zien toenemen. Na het Amerikaanse fiasco in Irak was de inzet van grondtroepen immers politiek onhaalbaar geworden. Dus moesten lokale actoren het vuile werk opknappen. Die konden rekenen op steun van ‘onzichtbare’ Amerikaanse speciale troepen, training en wapenleveringen, aldus Stark.

Amerikaanse bondgenoten in de regio zien het falen van hun proxy-oorlogen in, zo leert onderzoek. In de visie van Stark hebben de interventies in Libië en Syrië enkel geleid tot uitzichtloze conflicten, tot instabiliteit in de hele regio, en tot onnoemelijk veel menselijk leed. In plaats van de Amerikaanse doelstellingen te realiseren hebben de proxy-oorlogen ertoe geleid dat de VS betrokken raakte bij tal van nieuwe conflicten zodat het zich niet kon terugtrekken uit de regio. Zo kon de Houthi-beweging in Jemen uitgroeien tot een groepering die de Saoedische hoofdstad Riyad kon raken met raketten, Al-Qaida vaste voet krijgen op het Arabische schiereiland, en Amerikaanse wapens in handen van terroristen konden vallen.

Stark meent dat de VS zal moeten afrekenen met de gevolgen van de instabiliteit, het terrorisme en de de politieke polarisatie in het Midden-Oosten waar het zelf aan heeft bijgedragen. De VS moet leren van het fiasco, en het roer omgooien: klassieke diplomatieke druk kan ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen, maar de VS moet niet blijven aanmodderen in situaties waar het geen druk kan uitoefenen. Zo is er geen enkele rechtvaardiging voor het rest-contingent Amerikaanse troepen in het noordoosten van Syrië. Na vijf jaar steun aan de Koerden om de Russische en Iraanse invloed in Syrië aan banden te leggen liet Trump deze bondgenoot ijskoud vallen en waren de Koerdische troepen aangewezen op het Assad-regime voor steun tegen de Turkse inval.

Israël bepaalt het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid

Stark bedoelt het goed, maar haar betoog gaat voorbij aan de essentie. De afgelopen decennia, en vooral sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967, staat het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid in het teken van de relatie met Israël1. In een democratie bepaalt het parlement het overheidsbeleid. In Amerika wordt het beleid ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten echter bepaald door de Israël Lobby. De meeste Congresleden zijn schatplichtig aan de Lobby. En het is bekend dat Israël de afgelopen decennia probeert af te rekenen met elk land dat het maar enigszins als bedreigend ervaart. Zo moesten landen als Irak, Syrië en Libië eraan geloven, en zucht Iran, ‘de grote vijand’, onder ongemeen harde Amerikaanse sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering.

Voor de auteur is, net als voor sommige opiniemakers bij ons, dit issue blijkbaar nog altijd een taboe. Al wat zij erover zegt is een verwijzing naar de Amerikaanse bilaterale steun aan het Palestijnse bestuur op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, steun die sinds kort geconditioneerd wordt aan aanvaarding door de Palestijnse overheid van het plan-Kushner dat voorziet in annexatie van grote delen van de Palestijnse gebieden. De auteur gaat volkomen voorbij aan het feit dat de kwestie Palestina een pan-Arabische zaak2 is die de gemoederen bij de bevolking danig bezigheid houdt: voor 90% van de Jordaniërs, 85% van de Egyptenaren en 80% van de Saoedi’s is de Palestijnse zaak een pan-Arabische zaak, terwijl dit issue hun autocratische leiders blijkbaar volkomen koud laat.

Stark wijst erop dat de regering-Trump elke poging tot wederopbouw van Syrië torpedeert omdat steun aan wederopbouw steun is aan de regering-Assad. Haar suggestie om fondsen voor de wederopbouw van het geruïneerde land rechtstreeks aan Syrische lokale raden en niet-gouvernementele organisaties te verstrekken is verwerpelijk. Dat komt neer op bestendiging van het Assad-must-go-credo en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een internationaal erkende soevereine mogendheid, in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Niet de Verenigde Staten, het Westen of de internationale gemeenschap maken uit hoe Syrië wordt bestuurd, maar de Syrische bevolking.

Geen militaire maar economische steun

De Amerikaanse buitenlandse hulp is geconcentreerd op eng gedefinieerde strategische doelen. In de visie van de auteur moet hier het roer om: de hulp aan de regio moet voorzien in onmiddellijke humanitaire behoeften en gericht zijn op welvaart voor de mensen. Zo moet Egypte geen fondsen krijgen om Amerikaanse wapens aan te kopen, maar economische hulp. Ook hier ziet de auteur een essentieel issue over het hoofd: de machtige lobby van het Amerikaans militair-industrieel complex die menig Congreslid in zijn zak heeft. Samen met de legertop en grote contractors profiteren die van zo hoog mogelijke defensiebestedingen. De auteur heeft blijkbaar niet de moed om concreet de militaire en de Israël Lobby op de korrel te nemen.

Het valt op dat de auteur zich in haar pleidooi voor een eind aan het Amerikaanse militarisme en herbronning op diplomatie beperkt tot het Midden-Oosten. Volgens Wikipedia zijn ruim 170.000 Amerikaanse militairen actief in meer dan 150 landen overal ter wereld. Zij die niet bij gevechtshandelingen zijn betrokken worden ingezet voor vredesmissies, of zijn verbonden aan Amerikaanse ambassades en consulaten. Zo’n 40.000 manschappen zouden zijn betrokken bij geheime missies op locaties die de Amerikaanse regering weigert bekend te maken. En daar zijn de manschappen van de contractors die het Pentagon inhuurt nog niet eens bij inbegrepen.

Of Trump nu wordt herverkozen of niet, alleen een revolutie kan een halt toeroepen aan de militaire lobby in Amerika. De Westerse manier van oorlogvoeren is achterhaald. De term ‘overwinning’ is een hersenschim. Hoogtechnologische wapensystemen leveren geen overwinning op. Slechts twee landen hebben dat nog niet begrepen: de VS en Israël. Zo lang Israël het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid bepaalt, zo lang de VS een havik als Brian Hook, speciaal gezant voor Iran, vervangt door de oorlogsmisdadiger Elliott Abrams, zo lang verandert er niets aan het Amerikaanse beleid in de regio.

Hoe goed bedoeld ook, New America zal uit een ander vaatje moeten tappen, en niet enkel in het Midden-Oosten.

1 Lookman, Paul, Het Zionistische project Israël. Etnisch zuiver, of binationaal gidsland, Geopolitiek in context, Koersel, 2020, p. 57 e.v.
2 ibid, p. 20

De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012

De Israëlische aanval op de USS Liberty: moord met voorbedachten rade

photo: Dennis Eickleberry, who served aboard the LIBERTY (source: USS Liberty Cover Up)


Op donderdag, 8 juni 1967, de vierde dag van de Zesdaagse Oorlog, voerden Israëlische lucht- en zeestrijdkrachten aanvallen uit op de USS Liberty, het meest geavanceerde Amerikaanse spionnageschip. Het schip bevond zich op dat moment in internationale wateren ten zuidwesten van de Gazastrook, ter hoogte van de Egyptische kustplaats El Arish in de Sinaï. De aanvallen kostten 34 bemanningsleden het leven en 174 werden gewond.

De les van deze meedogenloze moordaanslag was dat er niets is waarvoor de Zionistische staat in zijn relatie met vriend of vijand terugschrikt. Alles moet wijken voor het grote doel: Greater Israel.

Vandaag, vijfenveertig jaar later, is de doofpotoperatie in opdracht van president Johnson nog onverkort van kracht, dankzij de medeplichtigheid van de klassieke media. De Engelstalige versie van Wikipedia noemt een beperkt aantal bronnen, waarvan de op-ed van de voormalige Amerikaanse Joint Chiefs of Staff admiraal Thomas Moorer aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Samengevat zijn de conclusies van de admiraal: 

  • er is overtuigend bewijs dat de Israëlische aanval een doelbewuste poging was om een Amerikaans schip te vernietigen en de voltallige bemanning om te brengen
  • met de aanval op de USS Liberty heeft Israel zich schuldig gemaakt aan moord op Amerikaanse militairen en een oorlogsdaad tegen de Verenigde Staten
  • het Witte Huis heeft de feiten over de aanval doelbewust in de doofpot gestopt en achtergehouden voor de Amerikaanse bevolking
  • de waarheid blijft tot de dag van vandaag verhuld, wat enkel als nationale schande kan worden aangemerkt

In 2002 maakte de BBC een interessante documentaire over het bloedige incident. Wat in de video vooral opvalt is de theorie dat de aanval op de USS Liberty past in een groter plan, Operation Cyanide, uitgedacht door de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten en gericht op een invasie van Egypte en de omverwerping van Nasser. De aanval op de Liberty, uitgevoerd met voorkennis van mensen in Washington, zou aan Egypte en de Sovjet-Unie worden toegeschreven, zodat de VS in de oorlog kon worden betrokken. Maar wat uit de documentaire in ieder geval als aannemelijk naar voren komt is het feit dat de VS in het geheim deelnam aan de Zesdaagse Oorlog.

Tijdens zijn tafelrede twee jaar geleden op het jaardiner van de Liberty Survivors Association in Long Island, New York, zei de Britse veteraan ITN en BBC Panorama correspondent en auteur Alan Hart dat niemand het incident zou hebben overleefd indien de door de Israëlische minister van defensie Moshe Dayan bevolen aanval volledig volgens plan was uitgevoerd. Hart zei dat hij, net als de aanwezigen, geen woorden kon vinden voor het gevoel van diepe verontwaardiging voor het blijvend verzwijgen van de waarheid over de aanval op de Liberty.

Op de 45e verjaardag van die aanval plaatste Hart de volledige tekst van Hoofdstuk 2 van zijn driedelige boek “Zionism: The Real Enemy of the Jews” op zijn website. Dat hoofdstuk draagt als titel: The Liberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day”. Volgens de uitgever is dit het onthullendste, beklemmendste en belangrijkste hoofdstuk van het hele boek. Zelf zegt Hart dat het hoofdstuk een belangrijke bijdrage is om een zuiver beeld te krijgen van wat de Zionistische staat Israel vertegenwoordigt: een onbeheersbaar monstrum.

Met toestemming van de auteur publiceren wij de volledige tekst van hoofdstuk 2 The Liberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day” als pagina ‘The Loberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day”‘. Wie geïnteresseerd is in Hart’s driedelige boek “Zionism: The Real Enemy of the Jews” vindt nadere gegevens en bestelinformatie op docstoc.com.