De sterke comeback van Rusland onder Poetin

The Supreme Commander-in-Chief with Acting Governor of St Petersburg Alexander Beglov, left, and Defence Minister Sergei Shoigu after the Main Naval Parade. Photo: Press Office, President of Russia.


Het sterke presidentiële systeem stelde Poetin in staat orde op zaken te stellen. Rusland weigert zich te onderwerpen aan de VS. De anti-Rusland lobby, de sancties en de demonisering van Poetin hebben daar niets aan kunnen veranderen. Poetin zet in op een multipolaire wereld en roept de westerse expansie een halt toe. Poetin kan bogen op een zelfvoorzienend, gediversifieerd Rusland dat zich kan meten met elke industriële grootmacht.

“Amerika heeft maar weinig kijk op Poetin, een fenomeen dat misschien voortvloeit uit verminderde betrokkenheid van de Amerikaanse elite met Rusland, verzwakte taalvaardigheden, en een versleten kijk op de wereld. Men mag kritiek hebben op Poetin, maar zijn presidentschap is wel een succes. Poetin begreep waar het op aankomt: realistische doelstellingen die je ook haalt.” Dat schreef Scott Horton, die voor een beschrijving van de wanorde waarin Boris Jeltsin zijn land had achtergelaten verwees naar Sergei Kovalev: geplunderde industrie, lege schatkist, laag nationaal zelfvertrouwen, radeloze politieke klasse en een cynische bevolking.

Rusland mag dan na de val van de Sovjet-Unie hebben afgerekend met het monopolie van de Communistische Partij, het ontwikkelde vervolgens wel een sterk presidentieel systeem met maar weinig checks and balances. Dit systeem verschilt van het westerse democratische model, maar wordt wel gedragen door de Russische bevolking en kan principieel dus niet als ondemocratisch worden aangemerkt. Het is een opkomend democratisch model dat nog moet rijpen.1 Het systeem stelde Poetin in staat zijn greep te versterken op de wetgevende macht, de partijopbouw, de regio’s en de media. De oligarchen werden getemd, er kwamen weer belastingen binnen en het Kremlin won aan gezag.

De anti-Rusland lobby zette een serieus tandje bij

Het weggeeftoneel in de Jeltsin-periode dat met wederzijds goedvinden langs beide zijden van de oceaan werd opgevoerd moet in het westen de illusie hebben gewekt dat Rusland in het vervolg de rol zou spelen van dienaar van westerse belangen. Toen dat een valse illusie bleek zette de anti-Rusland lobby een serieus tandje bij. De lobby zag in Rusland met zijn formidabele kernmacht, energiereserves en bijzondere geostrategische ligging een struikelblok in zijn opdracht om post-Koude-oorlog de macht van Amerika maximaal uit te bouwen. Zelfs in de jaren 1990, toen Rusland niet meer in staat was om macht uit te oefenen bekreunden sommige leden van de Amerikaanse politieke klasse zich over de toekomstige herleving van de Euraziatische reus als revisionistische mogendheid.

In het Amerikaanse Project for the New American Century was geen plaats voor rivalen. Amerika moest de controle krijgen over het potentieel bedreigende militaire apparaat en de energiereserves van anderen. Rusland moest de VS steunen als wereldmacht, vrijwillig of onvrijwillig. Het moest in de pas van het Amerikaanse buitenlands beleid lopen en een politiek en economisch systeem ontwikkelen waar de VS invloed op kon uitoefenen. Het alternatief was door het leven gaan als paria, geïsoleerd, voortdurend beschuldigd van kwalijk gedrag, onderworpen aan sancties en in onzekerheid om als regime te overleven in een door de VS gedomineerde wereld.2

Fast forward naar vandaag, en we kunnen vaststellen dat de hoop op harmonie bij het einde van de Koude Oorlog heeft plaatsgemaakt voor een conflict van waarden tussen de VS en Rusland. Amerikaanse en Russische media beschuldigen elkaars overheden ervan het internationale recht te schenden, cynisch en onrechtvaardig bezig te zijn en elke menselijke waardigheid aan hun laars te lappen. Bij herhaling wordt Poetin vergeleken met Hitler en het Kremlin uitgemaakt als een corrupt regime dat de oppositie onderdrukt en militaire agressie pleegt. Het Russische antwoord is dat het land zijn systeem en legitieme belangen verdedigt tegen economische, politieke en militaire agressie van het westen.

De gekte rond Rusland gaat eerder over Trump dan over Rusland

De VS en Rusland waren niet gedoemd tot een confrontatie. Er bestond wederzijds volop steun voor samenwerking rond gedeelde belangen als terrorisme, regionale stabiliteit en ontwapening. Amerikaans wantrouwen en gebrek aan zelfvertrouwen haalden het echter op gezond verstand. De VS zag in Rusland een rivaal en begon het land in een negatief daglicht te stellen. Maar alles wijst erop dat de gekte rond Rusland eerder gaat over Trump dan over Rusland. Het Amerikaans vertrouwen in eigen waarden neemt af. De VS beseft dat het steeds meer als bedreiging van de wereldvrede wordt gezien. Het wint dus geen harten en geesten meer, maar ronselt buitenlandse activisten en bespioneert regeringen. Het goede voorbeeld van weleer maakt plaats voor pressie, afluisteren en omkoping.

Washington’s grootste misvatting was om post-Sovjet Rusland te behandelen als een verslagen vijand die net als Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog kon worden gedwongen in het Amerikaanse gareel te lopen. De denkfout was dat Rusland niet was bezet of door kernwapens verwoest. Rusland had een transformatie ondergaan, maar was niet overwonnen. Het was Gorbachev, niet het Witte Huis, die een einde had gemaakt aan de Sovjet-Unie. Een even grote fout was dat de VS in 1992 verzuimde de prille Russische democratie economisch te steunen. Daarmee had de economische ramp kunnen worden voorkomen en het land voor het westerse kamp gewonnen.

Poetin trok zijn rode lijn, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen

Intussen heeft Rusland moeten toezien hoe de NAVO alle voormalige Warschaupactleden behalve natuurlijk Rusland zelf wist in te lijven. De Amerikaanse diplomaat George Kennan, de geestelijke vader van de indammingspolitiek tegen de Sovjet-Unie, had daar tegen gewaarschuwd. Voor Kennan was Rusland geen militaire bedreiging voor het westen en zou het oprukken van de NAVO tot een nieuwe Koude Oorlog leiden. Toen sprake was van toetreding van Georgië en Oekraïne tot de NAVO en de EU trok Poetin zijn rode lijn: het veiligheidsrisico was te groot geworden, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen.3

Na de annexatie van de Krim sloot Poetin een defensieverdrag met Zuid-Ossetië (onderdeel van Georgië). Eerder was dat al gebeurd met Abchazië (idem). Nu de onafhankelijkheid van deze gebieden geen internationale erkenning kreeg behoren zij tot de categorie ‘bevroren conflicten’ die Europese plannen met Moldavië, Georgië en Oekraïne kunnen dwarsbomen. De uitbreiding van de Russische invloedssfeer was ongetwijfeld een reactie op de expansiezucht van de NAVO en de EU. En Rusland ging er geostrategisch op vooruit toen Europa moest afrekenen met zaken als de vluchtelingencrisis en Brexit, en Trump de NAVO in vraag stelde.4

Vandaag staan opnieuw twee nucleaire grootmachten tegenover elkaar. Rusland heeft vooralsnog de overhand in het spel: het Syrië-dossier, de diplomatie in het Midden-Oosten, de proxy war in Oekraïne, de relatie met Turkije, het Korea-dossier, het zijn allemaal dossiers die Rusland doen uitgroeien van regionale speler tot wereldspeler.5

Een scenario met IS in Damascus is een existentiële bedreiging

De nieuwe Koude Oorlog is gevaarlijker dan de eerste. Het epicentrum lag toen in het verre Berlijn, nu in buurlanden Oekraïne en de Baltische staten. De afspraken van na de Cubaanse rakettencrisis van 1962 bestaan niet meer. De demonisering van Poetin neemt ongekende proporties aan. De VS beschuldigt hem er bij herhaling van Assad te steunen in plaats van de terreur te bestrijden. Zijn reactie kan enkel een kleur op Amerikaanse wangen opwekken: “Zonder Assad implodeert Syrië net als Irak en Libië en verdwijnt het Syrische leger. Wie levert dan boots on the ground tegen IS?” Een scenario met IS in Damascus is niet enkel een existentiële bedreiging voor Rusland, maar voor de wijde regio.6

Als we de sinds de jaren 1990 in Moskou woonachtige Finse jurist Jon Hellevig mogen geloven worden de mainstream media centraal aangestuurd met berichten over Rusland die niet kloppen. Hellevig begon de propaganda dus door te prikken met analyses over de Russische economie in de nasleep van de sancties die de westerse mogendheden aan Rusland hadden opgelegd na de Oekraïne-crisis van 2014. Het klopt volgens Hellevig niet dat de Russische economie de omvang heeft van die van Nederland, Rusland niets produceert en niet meer is dan een benzinestation met kernbommen. De werkelijkheid is dat Poetin zijn land tegen 2013 had getransformeerd tot een zelfvoorzienende, gediversifieerde grote mogendheid die zich kon meten met elke industriële grootmacht.

De conclusie van Hellevig’s onderzoek naar de economische ontwikkeling van Rusland in de periode 2000-2014 kan als volgt worden samengevat: “De door jaren van roofkapitalisme geruïneerde economie van de jaren 1990 die Poetin in 2000 erfde heeft nu een omvang bereikt die het geloof rechtvaardigt dat Rusland de industriële doorbraak kan realiseren die de president heeft aangekondigd. Daarmee heeft Rusland de sanctieoorlog gewonnen.” Het rapport deed een oproep aan westerse leiders hun pogingen om de Russische economie door sancties schade te berokkenen en een kernoorlog te riskeren op te geven.

Een vervolgrapport over 2014-2016 laat zien hoe Rusland ondanks de sancties enkel sterker werd. Het logenstraft ook westerse analisten die volhouden dat olie en aardgas 60% van het Russische BBP uitmaken: energie maakt 60% uit van de Russische export, en slechts 10% van het BBP. En in zijn rapport van november 2018 verklaart Hellevig dat Rusland moeiteloos de sanctieoorlog heeft gewonnen en is uitgegroeid tot een industriële, agrarische, militaire en geopolitieke supermogendheid.

De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht

Blijkbaar dringen de feiten door in westelijke kringen. Kennelijk moet de Franse president Macron namens het westen de betrekkingen met Rusland verbeteren. Schoorvoetend luidt het dat Rusland maar weer moet worden toegelaten tot de G7. Macron was daarbij heel expliciet: “Het westen takelt af. De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld”. De Franse president legde de schuld niet exclusief bij de huidige Amerikaanse regering, maar hij moet hebben gedoeld op de vervreemding van Rusland die het land in de armen van China heeft geduwd, en dat de Russische beer zo snel mogelijk los moet van de Chinese draak.7

Mogen we de cijfers van Hellevig serieus nemen? Het Duitse internetmagazine Telepolis wijst op de Russische doelstelling om de op vier na grootste economie ter wereld te worden, vóór Duitsland. Het Russische BBP in koopkrachtpariteit is sinds 2000 meer dan verdrievoudigd en ook andere economische indicatoren zijn aanzienlijk verbeterd. PricewaterhouseCoopers denkt dat Rusland Duitsland in 2030 economisch inhaalt en zijn leiderschap niet meer zal opgeven. Daartoe zal Rusland betere groeicijfers moeten halen. Het land moet zijn potentieel activeren. Per saldo zijn de tekenen goed, aldus Telepolis.8

Samenvattend kunnen we vaststellen dat Rusland onder Poetin een sterke comeback heeft gemaakt, op het wereldtoneel serieus wordt genomen en heeft bijgedragen aan de neergang van de suprematie van het westen.

1Andrei P. Tsygankov: ‘Russiaphobia. Anti-Russian Lobby and American Foreign Policy’, 2009, p. 94
2Ibid., p. 22
3Laurien Crump: ‘Rusland maakt zich al eeuwen terecht zorgen om westerse uitbreiding’, Geschiedenis Magazine nr. 5, juli/aug. 2017
4Katlijn Malfliet: ‘Poetinisme. Een Russisch fenomeen’, p. 123
5Ibid., p. 160
6Stephen F. Cohen: ‘Why the New Cold War Is More Dangerous Than the Preceding One’, The Nation, 19 april 2017
7Jon Hellevig: “New World Order in Meltdown, But Russia Stronger Than Ever”, The Saker Blog, 30 augustus 2019
8Viktor Heese: ‘Russland bald stärkste Volkswirtschaft Europas und fünftgrößte der Welt?’, Telepolis, 22 december 2018