Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen

Velayat 94 Military exercise February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.Photo: Erfan Kouchari, Tasnim News Agency (Wikimedia Commons)


In het artikel ‘Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden we dat de EU haast moet maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap: het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland. Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier en hier.

Aansluitend legden we enkele academici de vraag voor: “Hoe beoordeelt u de draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger dan niet een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO. In een opiniestuk zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de Amerikaanse sancties tegen Iran.”

Heeft de EU zich vastgeklonken aan de VS?

Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.

Tom Sauer (UvA) is niet blij met de verwijzing naar de NAVO in het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte daarvan is echter beperkt: EU-acties moeten enkel sporen met de NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de Amerikaanse en Europese belangen steeds verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op termijn kan de NAVO voor Europa overbodig worden, als de VS er tevoren al niet is uitgestapt. Voor Sauer heeft Laughland wel een punt: het Europese mechanisme om de Amerikaanse sancties tegen Iran te omzeilen zal niet helpen. Dat toont nogmaals de zwakte van Europa op het wereldtoneel, en de noodzaak voor Europa om zich te distantiëren van dit Amerikaanse beleid.

Eerder bespraken we dit issue met David Criekemans (UvA), die meent dat de NAVO-verwijzing in art. 42 niet meer is dan een toegevoegd regeltje. De EU-veiligheidsgarantie is veel sterker dan die van de NAVO. Voor Criekemans, zelfverklaard koele minnaar van de NAVO, is daarmee de alliantie eigenlijk overbodig, maar een uitstap zal niet voor morgen zijn. Het ontbreekt aan een Europese strategische cultuur en aan militair-logistieke zaken. Bovendien wil niet elke lidstaat mee.

Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington

Op grond van deze verklaringen van de academici kunnen we concluderen dat de NAVO-verwijzing in art. 42 misschien niet cruciaal is maar toch zal kunnen worden ingeroepen. Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in het bondgenootschap de zaken initieert en het laatste woord heeft. De verdeeldheid tussen de lidstaten en de vrees om Washington op de tenen te trappen kan hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese legers, maar niet tot een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger.

In een opgemerkt opiniestuk komt Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt is niet optimistisch over de toekomst van de EU. Het VK vertrekt en de VS is openlijk vijandig. Herhaalde pogingen om in internationale vraagstukken een ​​ Europese stem te laten horen, of te komen tot een gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben gefaald. Neem nu “het gebrek aan ruggengraat in de Europese reactie op de Amerikaanse dreiging om secundaire sancties op te leggen op handel met Iran”, aldus Walt, die ook wijst op interne Europese problemen als de anti-EU populisten en de onmacht van Brussel om eigenzinnige nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse regeringspartij ‘Recht en Rechtvaardigheid’ tot de orde te roepen.

Waar Stephen Walt geen blad voor de mond neemt schetst David Criekemans een ingetogener beeld. Dat beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders dan “een grote olieproducent” is de VS vandaag energiezelfvoorzienend en heeft dus eigenlijk niets meer te zoeken in het Midden-Oosten. Iran kon tot regionale grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran wordt omsingeld door Amerikaanse bases en tot de tanden bewapende buurlanden. Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat het land geen enkele (militaire) bedreiging vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.

De Amerikaanse blokkade van Iran is een oorlogsdaad

De Amerikaanse blokkade van Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich daar niet bij neer. Het heeft geen boodschap aan Europees handengewring. Volgens de Britse professor Paul Rogers moet de beschadiging van olietankers druk zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten. Tel daarbij de paramilitaire aanvallen op Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust maar aankondigt hoe een asymmetrische oorlog er kan uitzien, aldus Rogers.

Iran onderhandelt niet over de Amerikaanse belegering, maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het kan een serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan ontkennen maar aanleiding zullen zijn voor internationale verzekeraars elke dekking van olietransport in het gebied op te schorten. Iran kan eenvoudig enkele olietankers tot zinken brengen om de Straat van Hormuz af te sluiten. Volgens Goldman Sachs kan dat de olieprijs opdrijven naar $1000 per vat, desastreus voor de wereldeconomie.

Slaapwandelen we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie?

Criekemans vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie slaapwandelen en dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen. Maar sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Volgens de Amerikaanse professor Juan Cole is het de geopolitieke context die conflicten een sektarisch tintje geeft, niet andersom.

Slaapwandelen naar een oorlog VS-Iran is wél te bestrijden: na China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan en EU-lidstaten Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee mondiale proporties krijgen.

Ruggengraat loont.

Naar een kernwapenvrije wereld, of Armageddon?

“De Amerikanen willen hun eigen overtredingen niet toegeven. Dan treden ook wij uit het verdrag. Maar we blijven vragende partij voor een akkoord over tactische kernwapens. Dat is in het belang van onze veiligheid, en van de veiligheid van Europa. Wij willen het debat aangaan, maar dan moet de VS daartoe maar het initiatief nemen”. Dat zei de Russische onderminister van buitenlandse zaken Sergei Ryabkov in een reactie op het nieuws dat de VS zich terugtrekt uit het INF-verdrag.

Larry Wilkinson, ex-stafchef van de vroegere Amerikaanse buitenlandminister Colin Powell en thans universiteitsprofessor, treedt hem in bovenstaande video bij. Het issue is niet enkel middellange afstandsraketten. Het debat moet gaan over het totale kernwapenarsenaal, actualisering van het Non-proliferatieverdrag, en over conventionele bewapening. Niet enkel de VS en Rusland moeten rond de tafel, maar alle kernmogendheden, ook Noord-Korea en Israel. Hoe kan de wereldgemeenschap een alles en iedereen vernietigende ramp voorkomen? Dat is voor Wilkinson de vraag. Wapenbeheersing moet niet overboord, maar juist verdiept en verruimd, en openstaan voor alle landen.

Kloof tussen Europa en de VS

De Amerikaanse uitstap uit het INF-verdrag maakt de kloof tussen Europa en de VS alleen maar groter. De NAVO is superieur op het vlak van geleide conventionele wapens, een overwicht dat Rusland begrijpelijkerwijze denkt te compenseren met mini-kernkoppen op middellange afstandsraketten, tactische kernwapens in het jargon. Die worden dan ingezet op Europese slagvelden. Vandaag beschikt China al over dit soort wapens, en India zal wel niet achterblijven. Maar het overleg moet niet enkel gaan over wapenbeheersing, ook issues als Syrië en Oekraïne moeten op tafel.

Voor Wilkinson is het Amerikaanse plan om nieuwe mini-kernwapens voor de korte afstand te ontwikkelen die minder krachtig zijn dan die op Hiroshima en Nagasaki volkomen nutteloos. Kernwapens hebben enkel zin als afschrikking. Ze hebben geen nut op het slagveld, hoe klein je ze ook maakt. Wie ze toch inzet zet een escalatie in gang die enkel kan uitmonden in een grote oorlog met kernwapens die de overleving op deze planeet bedreigt. Oer-klokkenluider Daniel Ellsberg heeft daar destijds al duidelijk voor gewaarschuwd. Het is een weg die we niet moeten bewandelen, aldus Wilkinson.

Kan de wereld een nieuwe wapenrace voorkomen?

Het INF-verdrag is niet het eerste akkoord waar de VS uitstapt. Eerder sneuvelden het ABM-verdrag en de Irandeal. En er is geen zicht op verlenging van het START-verdrag dat binnenkort afloopt. De publieke opinie is wars van een nieuwe wapenrace en van nucleair wapengekletter door de wereldleiders, maar slaagt er niet in het beleid om te buigen. Acties van individuele parlementariërs, steden en het middenveld gericht op parlementaire commissies defensie en buitenlandse betrekkingen hebben wel geleid tot b.v. de Prevention of Arms Race Act of 2018 en de recente No First-Use Act van senator Elizabeth Warren en congreslid Adam Smith.

Blijkbaar is een confrontatie met Rusland geen probleem voor de VS. Het Witte Huis maakt zich druk over een Russische kruisraket die de 500-km limiet zou overschrijden. Maar waarom heeft buitenlandminister Pompeo dan een uitnodiging voor een presentatie van het wapen van de hand gewezen? En waarom beperkte de EU zich slaafs tot de Amerikaanse versie dat Rusland, de eeuwige boeman, het INF-verdrag schendt? Waarom verklaarde bondskanselier Merkel kritiekloos: “Voor ons is het duidelijk dat Rusland het verdrag heeft geschonden …”. Eén partij zonder bewijs veroordelen is een slecht startschot voor onderhandelingen.

Wat verklaart de Amerikaanse gekte?

Na de uitstap uit het ABM-verdrag in 2002 had de VS de handen vrij voor de installatie van een rakettenschild in Oost-Europa, op een steenworp van de Russische grens. Voor Rusland niet enkel een bedreiging van het strategische evenwicht, maar ook een geduchte potentiële aanvaller aan zijn grens. De Amerikaanse afweerraketten kunnen immers in een oogwenk door aanvalsraketten worden vervangen. Alles duidt er dus op dat de VS Moskou beschuldigt van een inbreuk op een wapenverdrag dat het al enkele jaren zelf schendt.

Voor de Franse Ruslandkenner Pierre-Emmanuel Thomann heeft de VS het nucleaire evenwicht al doorbroken met de uitstap uit het ABM-verdrag in 2002. Het heeft sindsdien overal in Eurazië raketafweerinstallaties geïnstalleerd, een voldongen feit dat bij Rusland en China enkel een gevoel van omsingeling kan opwekken. De Amerikaanse raketafweer verhindert immers de mogelijkheid om terug te slaan bij een Amerikaanse nucleaire first strike.

Het feit dat China sinds kort beschikt over hypermoderne supersonische raketten zal ook aan de basis liggen van de Amerikaanse uitstap uit het INF-verdrag. China was geen partij in het INF-verdrag. Voor de opkomende wereldmacht werd de pivot to Asia’, de Amerikaanse heroriëntatie op Azië, een existentiële bedreiging nu die gepaard ging met de stationering van meer dan de helft van de Amerikaanse zeemacht in Zuid-Oost Azië.

Noam Chomsky heeft niet lang geleden gewezen op primordiale problemen die de mensheid moet aanpakken. Over het risico op een kernoorlog haalt hij generaal Lee Butler aan: “We hebben tot nu toe het nucleaire tijdperk vooral overleefd door goddelijke interventie”. Het is de vraag of we kunnen blijven rekenen op goddelijke interventie als de VS krampachtig vasthoudt aan zijn mondiale suprematie en de EU zich slaafs aan de VS blijft onderwerpen. Het zijn deze twee mogendheden die bepalen wat het wordt: ontwapening of een nucleair Armageddon.