Covid-19: oorsprong, context en gevolgen

President Donald J. Trump listens as Dr. Anthony S. Fauci, Director of the National Institute of Allergy and Infectious Diseases, and a member of the White House Coronavirus Task Force, delivers remarks at a coronavirus (COVID-19) update briefing Saturday, April 4, 2020, in the James S. Brady Press Briefing Room of the White House. (Official White House Photo by Andrea Hanks)


Betrouwbare bronnen melden dat Covid-19 afkomstig is uit een laboratorium. Amerikaanse en Chinese instituten ontwikkelden samen ziekteverwekkers voor militair gebruik. De Amerikaanse demonisering van China lijkt een afleidingsmanoeuvre. De vraag of het virus ontsnapt is in China of de VS is secundair. Het echte issue is de onhoudbaarheid van het politieke en sociaaleconomische systeem van het liberale Westen.

Op het hoogtepunt van de coronacrisis publiceerden we een eerste beschouwing over de gezondheids-, economische en geopolitieke gevolgen. We stelden vast dat de EU in gebreke bleef en het Amerikaanse leiderschap het liet afweten. We citeerden de Leidse hoogleraar Rob de Wijk, voor wie de Amerikaanse financiële hulppakketten “economisch orde op zaken hebben gesteld”, waar auteur Marc Vandepitte die ziet als doping die de economie op termijn alleen maar zieker maakt. VUB-hoogleraar Jonathan Holslag had kritiek op de rol van de Chinezen en Russen, en UAntwerpen hoogleraar David Criekemans legde de schuld bij de Chinezen, terwijl de oorsprong van het virus geenszins vaststond.

Intussen weten we meer over de bron van het virus. Covid-19 komt uit een laboratorium. Dat zegt de vooraanstaande Franse professor Luc Montagnier, die in het genoom ingesloten HIV-sequenties ontdekte. Het gaat dus niet om een natuurlijk virus. “Een deel is gemanipuleerd”, aldus Montaignier, die in 2008 de Nobelprijs voor geneeskunde ontving voor het identificeren van het HIV-virus. Eerder kwam een groep Indiase wetenschappers tot identieke resultaten, die hun publicatie onder zware druk en belachelijk gemaakt door fake news moesten intrekken. Dat ook Montaignier onmiddellijk werd aangevallen kan enkel de geloofwaardigheid van zijn bevindingen ondersteunen.

Militair gebruik

Hoe het virus patient-nul kon besmetten is onduidelijk. Wat we wel weten is dat onderzoekers van het Wuhan Institute of Virology een opleiding genoten bij het Amerikaanse Galveston National Laboratory dat gespecialiseerd is in het coronavirus. Het Wuhan Institute werkte nauw samen met Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) waar Gain of function (GOF) onderzoek werd verricht om ziekteverwekkers dodelijker en besmettelijker te maken voor militair gebruik. Toen na incidenten de regering-Obama de financiering stopzette, besteedde Witte Huis viroloog Anthony Fauci het project uit aan het Wuhan Institute, à raison van een subsidie van $3,7 miljoen.

Het lijdt geen twijfel dat ook het Wuhan Institute worstelde met de veiligheidsvoorschriften. Toen onder Trump de betrekkingen tussen de VS en China sterk waren bekoeld hief de VS december 2017 het GOF-verbod op. Zo konden Amerikaanse laboratoria de ontwikkeling van pathogenen met een pandemisch potentieel voortzetten, blijkbaar zonder dat de veiligheidsproblemen van weleer werden opgelost. Op de valreep waarschuwde de Amerikaanse ambassade januari 2018 dat het Wuhan Institute worstelde met de veiligheidsvoorschriften en hulp vroeg.

Vorig jaar namen Amerikaanse militaire atleten deel aan de Militaire Spelen in Wuhan. Blijkbaar kwamen de Amerikanen vaak niet opdagen en hielden ze zich liever op bij de Huanan Seafood Wholesale Market, het epicentrum van Covid-19. Het Amerikaanse team ging 28 oktober 2019 naar huis, en twee weken later vielen de eerste gevallen van Covid-19 in Wuhan. Dat leidde tot speculaties dat één van de Amerikaanse militaire atleten patiënt-nul zou zijn. De Chinese medische adviseur, Zhong Nanshan, verwierp de Amerikaanse aanduiding van het coronavirus als Chinees. “De eerste coronaviruspneumonie deed zich voor in Wuhan, maar dat betekent niet dat deze daar is ontstaan”, aldus Zhong, een standpunt dat ook werd uitgedragen door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Verzet tegen het neoliberale kapitalisme

Dat het virus opzettelijk in China is losgelaten is niet aannemelijk. Beijing heeft de VS daar ook niet van beschuldigd. Hoewel in de VS en bij de bondgenoten stemmen opgaan om China aansprakelijk te stellen voor de schade die het virus aanricht, is de vraag of het virus ontsnapt is uit een laboratorium in China of de VS eigenlijk secundair. Het echte issue is de massale sociale onvrede in de wereld die steeds moeilijker onder controle te krijgen is. Dat gaat van verzet tegen het neoliberale kapitalisme zoals in Frankrijk en Chili, tot ongebreideld populisme belichaamd door lieden als Trump, Bolsonaro en Salvini. Het vooruitzicht van een crisis erger dan die van 2008 maakte het verzet nog bedreigender.

Men kan Covid-19 zien als een boemerang van het Amerikaanse imperialisme dat overal ter wereld dood en verderf heeft gezaaid. Hoe lang werd China niet gedemoniseerd en veroordeeld door Amerikaanse mainstream media en politici voor zijn ‘autoritaire’ en ‘draconische’ reactie op Covid-19. Amerikaanse sancties maakten de coronacrisis in Iran nog eens extra erg. Door de Amerikaanse blokkade blijven Amerikaanse burgers verstoken van Cubaanse antivirale medicatie die effectief is gebleken. De na de Amerikaanse financiële crisis van 2008/2009 de wereld opgelegde austeriteit heeft Europese landen zoals Italië nog kwetsbaarder gemaakt voor de verspreiding van het virus.

Winstmaximilisatie

Voor de VS is biologische oorlogsvoering één van de vele manieren waarop corporate America in het kader van winstmaximalisatie moeder Aarde vernietigt. Wall Street ziet in een ‘natuur’ramp een kans om de winst te maximaliseren. Het Amerikaanse leger bepaalde de formule van het toxische Agent Orange waarmee landbouwgronden in Vietnam werden bespoten, in de volle wetenschap dat deze herbiciden schadelijk waren voor de gezondheid. En in Irak werden witte fosfor en verarmd uranium ingezet. In 1945 liet de VS volstrekt onnodig twee atoombommen vallen op Japan.[1] Het zijn daden van biologische oorlogvoering en terreur die blijvende gevolgen hebben voor de gezondheid van miljoenen mensen over de hele wereld.

Hoewel de maatregelen de corona-uitbraak onder controle lijken te krijgen wordt de samenleving wel overhoop gegooid en is de uitoefening van basisrechten als demonstraties, stakingen of politieke bijeenkomsten verboden. De economische gevolgen van de crisis zijn niet te overzien, en zouden zich wel eens kunnen keren tegen degenen die proberen de epidemie te gebruiken om hun eigen agenda door te drukken.

Het politieke en sociaaleconomische systeem van het liberale Westen loopt op zijn laatste benen.

[1] Vanden Berghe, Yvan, De Koude Oorlog 1917-1991, Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, p. 360, stelling 9

Update 1 mei 2020, 07:41 uur

VRT radio1 komt juist met het nieuws dat de Amerikaanse president Donald Trump beweert dat het coronavirus afkomstig is uit een laboratorium in Wuhan. Zijn eigen inlichtingendiensten zeggen echter daar geen bewijs voor te hebben, en dat het virus niet genetisch gemodificeerd is. Ook zette Trump de handelsakkoorden met China op de helling en dreigde hij met nieuwe heffingen op Chinese goederen. Het nieuws duidt erop dat de Franse professor Montagnier gelijk heeft: “Een deel is gemanipuleerd”. De uitlatingen van Trump duiden op een vlucht vooruit. Heeft de Amerikaanse delegatie bij de militaire spelen oktober 2019 het virus dan toch verspreid?

Voor de Europese Unie is het nu of nooit

Foto: print screen van de VRT-programma’s TerzakeTV 13 april 2020 (links) en De Afspraak 20 maart 2020 (rechts)


De Franse president slaat in de coronacrisis een beter figuur dan Belgische politici. Maar geostrategisch lijkt Macron een unieke kans te missen om de EU vooruit te stuwen: hij kan in volle crisistijd de Unie ertoe aanzetten de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neer te leggen, en volop in dat land te investeren.

Terzake, het Vlaams duidingsprogramma van de VRT, zond gisteren de toespraak uit van de Franse president Emmanuel Macron waarin hij aankondigde dat de lockdown in Frankrijk wordt verlengd tot 11 mei. Omdat de situatie met kinderen in achtergestelde wijken onhoudbaar wordt gaan vanaf dan scholen en kinderdagverblijven weer open. In functie van de resultaten wordt dan ook beslist over aanpassing van de regels van de lockdown. Heropstart van de economie heeft dan de hoogste prioriteit. De horecasector en bioscopen, theaters, concertzalen en musea gaan 11 mei nog niet open. Massa-evenementen kunnen niet vóór half juli, en dat heeft gevolgen voor de Tour de France.

Om 20:39 uur, onmiddellijk na de uitzending, lanceerde Isabel Albers, redactiedirecteur van de Belgische krantencombinatie DeTijd/L’Echo, de volgende tweet:

“Kijkend naar Emmanuel Macron, vraag je je af waar het politiek leiderschap vandaag in ons land zit. Na deze gezondheidscrisis komt een economische crisis. Voeg daar een politieke bij”.

De boodschap van mevrouw Albers is duidelijk: terwijl de Franse president met een boodschap komt die de burgers perspectief biedt, blijven in ons land politici in verantwoordelijke posities, zoals die van burgemeester van een grote stad, in volle coronacrisis politieke spelletjes spelen met de coronamaatregelen van de interim-minderheidsregering die zij officieel steunen. “Het spijt me dat de advertentie over ‘niet handhaven’ een verkeerd beeld heeft opgeleverd, mea culpa”, aldus het flauwe excuus van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever, tevens voorzitter van de N-VA, met 24 zetels de grootste partij in het Belgisch federaal parlement.

Macron tikt zijn Iraanse collega op de vingers

Maar als het gaat om coronaproblematiek buiten Frankrijk is de Franse president blijkbaar niet in staat om zich een groot staatsman te tonen en de nodige empathie op te brengen. In een telefoongesprek van 8 april liet Macron zijn Iraanse collega Hassan Rohani weten dat de internationale gemeenschap een gezamenlijke inspanning moet doen om de verspreiding van het coronacrisis te bestrijden, maar Iran ondanks de crisis zijn nucleaire verplichtingen moet respecteren. Rohani was akkoord met het eerste deel van Macrons oproep, ging niet in op het tweede, en vroeg steun in de coronacrisis. “Zonder internationale steun kunnen wij deze kritieke fase niet de baas”, aldus de Iraanse president.

Iran is bijzonder zwaar getroffen door het coronavirus. Volgens Worldometer heeft de uitbraak in Iran bijna 75.000 mensen besmet en 4.600 gedood. Sommige bronnen wijzen erop dat de werkelijke cijfers mogelijk veel hoger zijn als gevolg van onderrapportage. Zoals eerder gemeld heeft de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo midden de crisis nog eens extra sancties afgekondigd op een land dat toch al moet afrekenen met verlammende sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering. “Hoe kan de VS de kans missen om met één menselijk gebaar de impasse te doorbreken”, zo vroeg de Nederlandse Clingendael-onderzoekster Goos Hofstee zich af.

Iran zit niet te wachten op Amerikaanse liefdadigheid

De Amerikaanse president Donald Trump heeft Iran humanitaire hulp aangeboden, maar Iran heeft dat aanbod afgewezen. Iran zit niet te wachten op “liefdadigheid” van Trump, zo liet minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif 7 april op Twitter weten. “Wat we willen is dat hij niet langer Iran verhindert olie en andere producten te verkopen. Iran moet onverlet in eigen behoeften kunnen voorzien, en betalingen doen en ontvangen”, aldus Zarif. In zijn telefoontje prees Macron INSTEX aan, het EU-instrument van januari 2019 dat een antwoord moest bieden op de Amerikaanse sancties tegen Iran. In dat kader werd echter pas begin april 2020 een eerste transactie gerealiseerd: Duitse medicijnen ter waarde van €500.000.

Seyed Mohammad Marandi, professor Noord-Amerikaanse studies aan de Universiteit van Teheran, reageert op het bericht van de Amerikaanse nieuwszender CNN dat Zuid-Korea vandaag 600.000 Covid-19-testkits naar de VS stuurt. Volgens Marandi zet het Amerikaanse regime het virus via de sancties in als wapen tegen Iran. Tegelijk wijst Marandi erop dat de president van Zuid-Korea en de Japanse premier Iran belemmeren in zijn strijd tegen het virus door miljarden dollars aan Iraanse activa te blokkeren in opdracht van het Trump-regime. Korea stuurt grote hoeveelheden testkits naar de VS, maar helpt COVID-19 te bewapenen tegen Iran, aldus nog Marandi.

Groen licht voor investeringen in Iran

Als we de Nederlandse hoogleraar internationale politiek Rob de Wijk mogen geloven is het wereldleiderschap van de VS voorbij. Hier ligt een uitgelezen kans voor de EU. De Unie kan de stelling van De Wijk testen door het lamlendige INSTEX-instrument te begraven, publiek te verklaren dat het de Amerikaanse sancties tegen Iran naast zich neerlegt, zijn bedrijfsleven groen licht te geven voor investeringen in Iran en ondernemingen garanties te verstrekken tegen Amerikaanse strafmaatregelen. Onder Trump is de VS erin geslaagd zowat al zijn bondgenoten tegen zich in het harnas te jagen. In volle economische crisis en vlak voor de presidentsverkiezingen kan de regering-Trump er geen openlijke economische oorlog met Europa bij hebben.

Verzet dus tegen de Amerikaanse hegemoon op een moment waarin die kwetsbaar en op zijn retour is. Dat zou de strategie moeten zijn van Europa, van een Franse president die de pretentie heeft de EU naar een nieuwe toekomst te leiden. Als dat initiatief er niet komt krijgen de pessimisten gelijk, blijft de EU speelbal tussen Oost en West, en verkleint de overlevingskans van de Unie.

US and UK struggle to find friends against Iran – and Iraq wants its sky back

President Donald J. Trump and French President Emmanuel Macron in close conversation Saturday June 29. 2019 at the G20 Japan Summit in Osaka Japan (Official White House Photo by Shealah Craighead)


by Paul Rogers

Is it 2003 all over again – but with Iran and Iraq on the same side this time?

Last week’s G7 meeting in Biarritz was notable for hypocrisy about the Amazonian fires. Brazil’s pyromaniac president, Jair Bolsonaro, is certainly a serious problem and the spreading destruction of forests bodes ill for the future, but it hardly becomes the likes of France, Germany, Italy, Japan, the UK and Canada to lecture the Brazilians on the risk of climate breakdown.

Donald Trump at least did everyone a favour by keeping a low profile on this one issue but for six countries at the forefront of high carbon emissions for decades to preach change in Brazil is one more indication of the increasing irrelevance of the G7 itself.

At least on one issue, Iran, there was a worthwhile initiative, with Emmanuel Macron inviting the Iranian foreign minister first to Paris before the summit and then to Biarritz itself. Macron just managed to keep Trump sweet even if US media outlets reported that his advisors were caught on the hop and were furious with the French.

So far there has been little real cooling of tensions and, as it is so often the case in international security issues, it is what the military are doing away from the spotlight that deserves more attention.

Lonely Sentinel

Until a week or so ago the US and its junior partner, the UK, were the only two members of Operation Sentinel, Washington’s intended multinational endeavour at patrolling the Strait of Hormuz. With anything led by the US seen as provocative by Iran and its allies, the British had tried but failed to get a European force together: the Germans would have none of it and the French, too, were dubious.

It cuts little ice with the Trump White House, but the few US diplomats still around who have some understanding of the Middle East know only too well that they badly need truly international action if their Iran policy is to be credible. Long-serving diplomats in the UK Foreign Office understand this much better, not least because of their memories of the way the Iraq war went so badly wrong in 2003.

Their concern, even if not even understood by their current political masters, is that one of the issues that turned the Iraq war into an American endeavour in 2003 was the failure to get a broad international coalition together. The UK ended up as the only country apart from the US that contributed credible forces in that long war that followed, and this could now happen with Iran.

Where are we, then, with the plans for Sentinel? At first sight there has been some progress, but look a little deeper and it is revealed as little more than superficial. As expected, the Royal Navy has expanded its forces in the Gulf, adding a frigate and destroyer to the existing frigate in what was previously a small force focused largely on mine hunting. The hope was that the US would persuade the Australian government and others to come on board.

Canberra has indeed agreed to join Sentinel, according to this week’s Jane’s Defence Weekly, but if we look at the detail its commitment is little more than nominal. A single P-8A Poseidon maritime patrol aircraft will deploy to the Gulf for just one month before the end of the year, one frigate will be based there for six months next year and some Australians will join the operations team in Bahrain.

Moreover, the Australian government is playing it down. “This will be an enhancement of our existing and long-standing contribution to counter-piracy and counter-terrorism mission in the waters of the Middle East,” it said. “Our contribution will be modest, meaningful and time limited,” (italics added).

The one other leader who has made a commitment is King Hamad of Bahrain, a state which is already the home of the US and UK naval forces, is deeply suspicious of Iran and has a singularly bad reputation for suppressing dissent among those of its people who, like most Iranians, follow the Shia branch of Islam.

Iraq pushes back

More significant has been the surprise announcement that Iraq is seeking to restrict coalition military operations in its airspace by requiring approval for them in advance, according to another report in Jane’s Defence Weekly. Iraq’s government leans strongly towards Iran, not least because its support stems from Iraq’s own Shia majority, and it has become increasingly concerned at Israeli attacks on Shia militia facilities in the country.

Israel’s frequent attacks on Hezbollah and Iran-linked groups in Syria and Lebanon are well-known but such operations now seem to have extended to Iraq, with two attacks in July. More recently, on 12 August an explosion at a weapons storage facility at Camp Falcon near Baghdad killed one person and injured 30 others. While these included members of the Iran-backed Popular Mobilisation Force, they also involved Iraqi federal police personnel.

These are assumed to have been Israeli drone attacks, and the Iraqi government’s insistence on controlling its airspace might make it easier to intercept such operations in the future. A more fundamental message to Washington, however, is that Iraq’s relationship with Tehran comes first. That was underlined earlier this week when the powerful Fatah coalition in the Iraqi parliament called for the withdrawal of all 5,000 US troops from the country, following a further presumed Israeli drone strike near the border with Syria last weekend that killed a Popular Mobilisation Force commander.

In short, the Pentagon’s multinational military operation to pressurise Iran is limited to just one major country, the UK, plus a nominal contribution from Australia, but with a key state in the region, Iraq, sending an indirect message of caution.

Add to this the Iranian abilities in irregular warfare if tensions did escalate and it becomes clear that Macron’s efforts at the G7 summit really were worth making. Whether Trump and the noted hawks around him will get the message is far from certain but it may just be that the White House will come under increasing pressure from the US military to tread with caution. Perhaps the Pentagon will even ‘speak truth to power’, but don’t bank on it.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy’s international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 30 August 2019

De vastgelopen Europese integratie (1)

Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017. Photo: Huawei Gallery


De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

Waarom geweld verweven is met de Amerikaanse cultuur

President Lyndon B. Johnson meets with Martin Luther King, Jr. in the White House Cabinet Room
Source: Lyndon Baines Johnson Library and Museum. Image Serial Number: A2134-2A.


America, he charges, was guilty of waging war on those who really made the American nation: Native Americans, African-Americans, the working-class, the poor, and women. American history, as Zinn saw it, was that of a history of “genocide: brutally and purposefully waged by our rulers in the name of progress. He claimed that these truths were buried “in a mass of other facts, as radioactive wastes are buried in containers in the earth.”
Ron Radosh on Howard Zinn in “America the Awful—Howard Zinn’s History

Een opvallend detail in de geschiedenis van de VS is het taboe gedurende ruim een halve eeuw (1880-1940) op een wet tegen lynchen.[1] Lynchen is niets anders dan moord. In een rechtsstaat zou een verbod op moord overbodig moeten zijn, maar de buitengerechtelijke moord op zwarten werd door de Amerikaanse samenleving destijds gelegitimeerd. In een zich ontwikkelende samenleving is één van de belangrijkste tekenen van beschaving het toekennen van het monopolie op dodelijk geweld aan de overheid. Maar dankzij de wapenlobby gaat dat niet op voor de VS, specifiek voor de stand-your-ground law staten [2] [3] waar men legaal kan doden als men zich bedreigd voelt. Een Amerikaanse burger kan probleemloos een semiautomatisch wapen aanschaffen. Voorzien van een magazijn voor 100 patronen wordt elke schutter daarmee een potentiële massamoordenaar. Hoe kan men het primaat van de overheid verdedigen en tegelijk burgers toegang geven tot dit soort militaire wapens? Wat motiveert de activisten die ijveren voor het recht op wapenbezit?

Slachtingen zoals die in Aurora maken steevast sympathiebetuigingen voor de slachtoffers los, en analyses van de dader. De dader krijgt de schuld, de samenleving gaat vrijuit. Zo blijft een maatschappelijk debat over de Amerikaanse geweldscultuur uit. De vraag of sprake is van rituele sympathiebetuigingen of authentieke compassie blijft onbeantwoord. Dit type blindheid verklaart ook waarom Amerikanen probleemloos de twaalf doden van Aurora betreuren, maar tegelijk weinig compassie tonen voor de slachtoffers van het Amerikaanse antiterrorismebeleid. Het medeleven lijkt te zijn voorbehouden voor landgenoten. Buitenlands geweld, gepaard gaand met patriottische retoriek van de overheid, krijgt de steun van de bevolking. Denk aan de Israëlische aanval op Gaza begin 2009, de Irak-oorlog, de droneaanvallen, de oorlogen in Afghanistan en Libië. Geen woord van medeleven met deze talloze onschuldige slachtoffers van de Amerikaanse geweldscultuur.

Vanaf het prille begin van de VS zo’n 400 jaar geleden is oorlog en binnenlands geweld verweven met het leven van alledag en met de Amerikaanse cultuur. Geweld in allerlei vormen is volgens de gezaghebbende Amerikaanse historicus Richard Maxwell Brown terug te vinden “in vrijwel elk stadium en aspect van de onze nationale geschiedenis” en is “onderdeel van onze onverwerkte waardenstructuur”. Het is zelfs zo dat “het steeds weerkerend geweld dat teruggaat tot ons koloniaal verleden onze burgers een neiging tot geweld heeft bijgebracht”. [4] [5] Hoewel Amerika dus sinds lang voor 9/11 verslingerd is aan oorlog en geweld, cultiveerde het de afgelopen eeuw wel het valse zelfbeeld als vrijheidslievende natie, een beeld dat de Amerikaanse bevolking zich inmiddels integraal heeft toegeëigend.

Het vredelievende zelfbeeld ten spijt wordt Amerikaans patriottisme veeluit geuit in militaire/militaristische termen. Heel wat presidenten dankten hun verkiezing aan hun militaire carrière. Woodrow Wilson (1913-1921) was de eerste president die moralistische retoriek gebruikte om een nieuwe oorlog te rechtvaardigen. En in 1991 kondigde vader Bush de eerste Irak-oorlog aan met de woorden: “Wij, Amerikanen, hebben een unieke verantwoordelijkheid om het harde werk van de vrijheid te doen. En als we dat doen, dan functioneert die vrijheid ook”. Vanzelfsprekend lagen niet aan alle Amerikaanse oorlogen lage motieven ten grondslag. Ook werd de lancering van niet elke oorlog gehuld in egoïstische, moralistische retoriek. Wel staat vast dat Amerikanen weinig inzicht hebben in de omvangrijke rol die oorlogen hebben gespeeld in de Amerikaanse geschiedenis. Volgens historici hebben de oorlogen de Amerikanen wel geleerd te vechten, de verschillende bevolkingsgroepen bijeengebracht en de nationale economie een duw in de rug gegeven.

De Amerikaanse historicus Howard Zinn geeft een goed overzicht van de Amerikaanse oorlogen en de rol welke die speelden in de ontwikkeling van het land. [6] Na de Indiaanse aanval van 1622 in Jamestown zouden tot 1890 nog een groot aantal oorlogen met Indianen volgen die veel grondgebied opleverden. Van belang waren voorts de onafhankelijkheidsoorlogen met Engeland. De oorlog met Mexico leverde in 1848 het gehele zuidwesten op, waaronder Californië, Arizona, New Mexico, en delen van Utah en Wyoming. De uitbouw overzee begon met de Spaans-Amerikaanse oorlog en de Filippijnse Opstand (1898-1902), wat de controle over de Filippijnen, Cuba en Puerto Rico opleverde. Dan komen de Wereldoorlogen, de Koreaanse oorlog en de langste en kostbaarste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis: Vietnam. Tussendoor waren er honderden “militaire acties”, zoals Indochina, het Caraïbisch gebied, Centraal-Amerika en de Varkensbaai-invasie van Cuba. Tijdens de Koude Oorlog voerde de VS tal van acties uit vanuit zijn overzeese bases. Tenslotte de eerste Golfoorlog, voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en vandaag het beleg van Iran en de indirecte militaire tussenkomst in Syrië.

Amerikaanse historici buigen zich wel over de militaire aspecten van de oorlogen, maar gaan voorbij aan de effecten op de samenleving. Een mogelijk verband tussen oorlog en geweld in de samenleving blijft onontgonnen gebied, een lacune die vooral opvalt in de geschiedenisboeken. De meeste Amerikaanse historici zijn niet bereid de realiteit onder ogen te zien: geweld en de Amerikaanse cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Prominente historici hebben dat jaren geleden al ingezien. [7] Zo schreef tweevoudig Pulitzer Prize laureaat, historicus Richard Hofstadter: “Geweld in Amerika komt buitengewoon veel voor. Het is in onze geschiedenis een alledaags en bestendig fenomeen dat haaks staat op de manier waarop wij onze nationale waarden afschilderen.” Voor Stanford University professor Lawrence Friedman “komt het Amerikaans geweld diep vanuit de Amerikaanse persoonlijkheid … [het] kan geen toeval zijn, en al evenmin genetisch. De specifieke feiten van de Amerikaanse samenleving zitten er voor iets tussen … misdaad is misschien de prijs … van de vrijheid … [maar] Amerikaans geweld blijft een historische puzzel”.

Volgens één van de historici vielen in de periode 1622-1900 tenminste 753.000 autochtone Amerikaanse Indianen slachtoffer aan oorlogsvoering en genocide in wat vandaag de Verenigde Staten van Amerika is. In dezelfde periode zou dat aantal voor Afrikaanse Amerikanen op tenminste 750.000 liggen. Andere vormen van binnenlands collectief geweld zouden minder dan 20.000 slachtoffers hebben gekost. Hoe afschuwelijk deze cijfers ook zijn, zij verbleken in vergelijking met de belangrijkste vorm van Amerikaans geweld die historici tot voor kort routinematig hebben genegeerd: intermenselijk geweld. In 1997 vergeleken de hoogleraren Franklin Zimring en Gordon Hawkins criminaliteitscijfers in de G-7 landen (Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en de VS) tussen de zestiger en negentiger jaren van de vorige eeuw. De conclusie was: “De omvang van het dodelijk geweld in de VS duidt op een derde-wereld fenomeen in een eerste-wereld land”. In de 20e eeuw werden meer Amerikanen gedood door andere Amerikanen dan omkwamen in de Amerikaans-Spaanse oorlog, de beide Wereldoorlogen, de Korea oorlog en de Vietnam oorlog bij elkaar.

Richard Hofstadter stelt dat Amerikanen zich niet verdiepen in geweld omdat hun wordt voorgehouden dat zij een “uitverkoren volk” zijn waaraan alle ellende die andere samenlevingen ondergaan voorbijgaat. Hen wordt een veel te positief beeld van Amerika voorgespiegeld. De “mythe van de onschuld” of “van het nieuwe Eden”, aldus Hofstadter. Dat overheden zich geen zorgen maakten over geweld komt ook omdat dat niet tegen hen was gericht. Het geweld vond plaats tussen burgers: zwart-blank, blank-Indiaan, Protestant-Katholiek of Aziaat-Latino. Het ontbreken van een gewelddadige revolutionaire traditie in Amerika is de belangrijkste reden waarom Amerikanen nooit zijn ontwapend, terwijl in Europa het omgekeerde geldt. Zo ontstond het selectief geheugen – of het historische geheugenverlies – over geweld. Maar Amerikaanse historici hebben wel degelijk een verband aangetoond tussen cultuur en geweld. Mogelijk worden we nu geconfronteerd met een ander bijproduct van de Amerikaanse neiging tot geweld: een zoveelste oorlog (Iran, Syrië, …) zonder dat men zich daar vooraf ernstige vragen bij stelt. Dat is nu eenmaal de American Way.

[1] Robert Pierce Forbes (alias: cwhig): “The violence lobby
[2] Cora Currier: “23 Other States Have ‘Stand Your Ground’ Laws, Too
[3] Cheng Cheng † en Mark Hoekstra † : “Does Strengthening Self-Defense Law Deter Crime or Escalate Violence? Evidence from Castle Doctrine
[4] Richard Maxwell Brown: “Western Violence: Structure, Values, Myth
[5] Stan van Houcke: “Arie Elshout van de Volkskrant 20
[6] Geopolitiek in perspectief: “Must read: “A People’s History of the United States”
[7] Ira Leonard: “Violence is the American Way