Iran: nucleaire mogendheid tegen wil en dank?

Russian Foreign Minister Sergey Lavrov’s meeting with Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif, Moscow, October 28, 2016. Photo: МИД России (Flickr)


Blind voor eigen zonde blijft de VS mokken over oud zeer. De schokgolf van de aanvallen op Saoedische olie-installaties zindert na. De Iraanse militaire technologie doet Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Washington krijgt Iran niet op de knieën. Aanhoudende Amerikaanse agressie riskeert een nucleair Iran.

In 2017 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson kennis met zijn Iraanse collega Javad Zarif1. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de zes landen die in 2015 het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Irandeal, hadden onderhandeld. Zarif klaagde dat de VS tegen de afspraak in de sancties had gehandhaafd en Tillerson mopperde dat Iran de Libanese Islamitische groep Hezbollah financierde, de “moorddadige Syrische dictator” Bashar al-Assad steunde, Amerikaanse schepen in de Perzische Golf lastigviel en de deal enkel tot stand kon komen onder het milde beleid van de vorige Amerikaanse regering.

Zarif herinnerde Tillerson eraan dat partijen in de onderhandeling over de nucleaire deal waren overeengekomen elk ander issue buiten beschouwing te laten. “Dan moet u nu niet terugkomen op uw waslijst met historische grieven. Ook ik kan heel wat excuses opsommen om onze overeenkomst te schenden”, zo beet Zarif Tillerson toe. ‘Uw regering schendt de voorwaarden van de nucleaire deal. Om een voorbeeld te noemen: u weigert exportlicenties aan Boeing en Airbus af te geven die hen in staat moeten stellen om zaken te doen in Iran”.

Tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet

Maar Tillerson hield voet bij stuk. “Sinds 1979 valt Iran Amerikanen aan. Onze ambassade werd bezet, onze diplomaten opgesloten en slecht behandeld. Onze relatie is de nasleep van een revolutie en wordt gekenmerkt door geweld. Elke poging tot verzoening lijkt gedoemd te mislukken”, aldus Tillerson, die ook aanvallen in Libanon en Irak aanhaalde die honderden Amerikaanse burgers zouden hebben gedood. Voorstanders van de JCPOA vonden Tillerson’s optreden riskant, tegenstanders zagen er het toonbeeld in van het strijdlustige ‘America First’ buitenlands beleid.2 Hoe het ook zij, Tillerson’s tirade is tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet.

Intussen zijn we twee jaar verder. De VS is uit de JCPOA gestapt. Tillerson is vervangen door de havik Pompeo die Iran twaalf onmogelijke eisen heeft voorgelegd. Iran werd bestookt met cyberaanvallen en moordaanslagen op wetenschappers. De sancties die de bevolking teisteren en “het mullahregime” op de knieën moeten krijgen werden maximaal opgevoerd. Washington stuurt voortdurend tegenstrijdige berichten de wereld in. Iran heeft een jaar lang de JCPOA nageleefd, in afwachting van resultaten van INSTEX, het Europese instrument dat de Amerikaanse secundaire boycot moest omzeilen en dus Europese ondernemingen toelaten zaken te doen met Iran.

Zelfs een beperkte Amerikaanse aanval wordt buitenproportioneel beantwoord

Iran laat zich niet intimideren. Het heeft een Amerikaanse drone neergehaald, tankers gesaboteerd, een Britse tanker opgebracht, steun verleend aan de Jemenitische aanvallen op Saoedische olie-installaties, en getoond dat het klaar is voor een oorlog. Komt het tot een gewapend conflict, dan weet Iran dat het kan rekenen op zijn bondgenoten Libanon, Syrië, Irak en Palestina. Het heeft aangekondigd dat zelfs een beperkte Amerikaanse aanval buitenproportioneel zal worden beantwoord. Washington slaagt er niet in Iran’s vastberadenheid te breken en het land economisch te ruïneren. Blijkbaar hebben China en Rusland geen boodschap aan de Amerikaanse secundaire boycot.

De VS hanteert het instrument secundaire boycot tegen Iran al bijna een kwart eeuw. In zijn huidige ultieme vorm is het de bedoeling om de Iraanse olie-uitvoer terug te brengen tot nul. Ook de export van aardgas en staal, aluminium en koper vallen onder deze maatregel. De maximale druk op Iran is een ongehoorde schending van het recht van een staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zonder internationale handel kan een moderne staat niet overleven. In handelsterminologie is het een maatregel die gelijk staat aan een zeeblokkade. Wordt zo’n blokkade uitgevoerd door eender welk ander land, dan zou dat wereldwijd worden aangemerkt als een oorlogsdaad.

Iran heeft het recht Jemen technologisch te steunen

Iran verleent ongetwijfeld technologische steun aan Jemen en heeft daarmee indirect de aanvallen op de Saoedische olie-installaties mogelijk gemaakt. Net als het Westen dat wapens levert aan Saoedi Arabië dat in de oorlog met Jemen de agressor is, heeft Iran dat recht. De aanvallen brengen de boodschap over dat niemand nog olie kan vervoeren door de straat van Hormuz als Iran dat recht wordt ontzegd. Iran heeft zich jarenlang voorbereid op een confrontatie met de VS. Het resultaat is een nieuwe generatie drones en kruisraketten die elke Amerikaanse poging om zijn militaire apparaat uit te schakelen kunnen afslaan en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten kunnen raken.

De VS was blijkbaar verrast toen Iran een op grote hoogte vliegende Amerikaanse spionagedrone neerhaalde. Iran heeft zijn luchtverdedigingssysteem voortdurend opgewaardeerd. In 2016 werden Russische S-300 raketten geïnstalleerd en recent de eigen Bavar-373 raketten die gelijkwaardig zou zijn aan de Russische S-400’s. Een analist kenmerkte Iran als “drone-supermogendheid”. De Iraanse afweersystemen hebben vérstrekkende gevolgen voor het Amerikaanse beleid. Beleidsmakers moeten zich niet blindstaren op de schuldvraag rond de aanvallen op de olie-installaties, maar zich concentreren op de acute beleidsperikelen die de politiek en de media onder de mat vegen.3

Zonder Iraanse steun vallen zijn bondgenoten ten prooi aan de AngloZionistische pletwals

Trump denkt nog altijd Iran aan tafel te kunnen krijgen. Iran heeft laten weten dat het zijn rakettenprogramma wil opgeven als Israel zijn kernwapens van de hand doet en de volledige regio zijn raketten. Voor Iran zijn de allianties met Libanon, Syrië, Palestina, Irak en Afghanistan onbespreekbaar. Zonder die allianties steunt de wereld Israel als het de Westelijke Jordaanoever en Gaza annexeert, confisqueert Israel Libanon’s zee- en landgrenzen, blijft de Golan Israëlisch gebied dat de VS vaste voet geeft in Syrië, en wordt Irak opgesplitst. Zonder Iraanse steun vallen deze landen ten prooi aan de Amerikaanse pletwals en worden zij onderworpen aan het arrogante Israel.

Iran werkt niet mee aan een loze fotosessie Trump-Rouhani. Het gaat pas met de VS aan tafel als de sancties zijn opgeheven. Zo’n intrekking is lastig voor Trump: de overwinning gaat naar Iran, de VS lijdt een nederlaag en er onstaat het beeld dat alles wat hij Iran heeft aangedaan zinloos was. Trump’s politieke tegenstanders zullen hem in volle verkiezingstijd voor schut zetten. Trekt hij de sancties in, dan zal dat moeten gebeuren met een goed verhaal naar de publieke tribune. Ontstaat de perceptie dat zijn beleid heeft gefaald, dan kan hij zijn herverkiezing in 2020 wel vergeten.4

Voor Iran mag het hard tegen hard gaan. Het heeft gezien hoe Trump omgaat met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un die over kernwapens beschikt. Ideologisch is Iran gekant tegen kernwapens. Maar blijft de VS Iran op de korrel nemen, dan kan het land wel eens kiezen voor zekerheid en uitgroeien tot een kernmogendheid tegen wil en dank, en was de JCPOA een maat voor niets.

1 Hoe weinig men begrijpt van Iran blijkt uit de manier waarop de New Yorker Zarif beschrijft: “… een raadsel; opgeleid in de VS, spreekt bijna perfect Engels, en toch blijft hij loyaal aan het revolutionaire regime in Iran.”
2 Dexter Filkins: ‘Rex Tillerson at the Breaking Point’, The New Yorker, 6 oktober 2017
3 Gareth Porter: ‘Why Evidence of Iran’s Role in Attack Doesn’t Matter’, The American Conservative, 19 september 2019
4 Elijah Magnier: ‘The US wants Iran to become a toothless shark’, 28 september 2019

De sterke comeback van Rusland onder Poetin

The Supreme Commander-in-Chief with Acting Governor of St Petersburg Alexander Beglov, left, and Defence Minister Sergei Shoigu after the Main Naval Parade. Photo: Press Office, President of Russia.


Het sterke presidentiële systeem stelde Poetin in staat orde op zaken te stellen. Rusland weigert zich te onderwerpen aan de VS. De anti-Rusland lobby, de sancties en de demonisering van Poetin hebben daar niets aan kunnen veranderen. Poetin zet in op een multipolaire wereld en roept de westerse expansie een halt toe. Poetin kan bogen op een zelfvoorzienend, gediversifieerd Rusland dat zich kan meten met elke industriële grootmacht.

“Amerika heeft maar weinig kijk op Poetin, een fenomeen dat misschien voortvloeit uit verminderde betrokkenheid van de Amerikaanse elite met Rusland, verzwakte taalvaardigheden, en een versleten kijk op de wereld. Men mag kritiek hebben op Poetin, maar zijn presidentschap is wel een succes. Poetin begreep waar het op aankomt: realistische doelstellingen die je ook haalt.” Dat schreef Scott Horton, die voor een beschrijving van de wanorde waarin Boris Jeltsin zijn land had achtergelaten verwees naar Sergei Kovalev: geplunderde industrie, lege schatkist, laag nationaal zelfvertrouwen, radeloze politieke klasse en een cynische bevolking.

Rusland mag dan na de val van de Sovjet-Unie hebben afgerekend met het monopolie van de Communistische Partij, het ontwikkelde vervolgens wel een sterk presidentieel systeem met maar weinig checks and balances. Dit systeem verschilt van het westerse democratische model, maar wordt wel gedragen door de Russische bevolking en kan principieel dus niet als ondemocratisch worden aangemerkt. Het is een opkomend democratisch model dat nog moet rijpen.1 Het systeem stelde Poetin in staat zijn greep te versterken op de wetgevende macht, de partijopbouw, de regio’s en de media. De oligarchen werden getemd, er kwamen weer belastingen binnen en het Kremlin won aan gezag.

De anti-Rusland lobby zette een serieus tandje bij

Het weggeeftoneel in de Jeltsin-periode dat met wederzijds goedvinden langs beide zijden van de oceaan werd opgevoerd moet in het westen de illusie hebben gewekt dat Rusland in het vervolg de rol zou spelen van dienaar van westerse belangen. Toen dat een valse illusie bleek zette de anti-Rusland lobby een serieus tandje bij. De lobby zag in Rusland met zijn formidabele kernmacht, energiereserves en bijzondere geostrategische ligging een struikelblok in zijn opdracht om post-Koude-oorlog de macht van Amerika maximaal uit te bouwen. Zelfs in de jaren 1990, toen Rusland niet meer in staat was om macht uit te oefenen bekreunden sommige leden van de Amerikaanse politieke klasse zich over de toekomstige herleving van de Euraziatische reus als revisionistische mogendheid.

In het Amerikaanse Project for the New American Century was geen plaats voor rivalen. Amerika moest de controle krijgen over het potentieel bedreigende militaire apparaat en de energiereserves van anderen. Rusland moest de VS steunen als wereldmacht, vrijwillig of onvrijwillig. Het moest in de pas van het Amerikaanse buitenlands beleid lopen en een politiek en economisch systeem ontwikkelen waar de VS invloed op kon uitoefenen. Het alternatief was door het leven gaan als paria, geïsoleerd, voortdurend beschuldigd van kwalijk gedrag, onderworpen aan sancties en in onzekerheid om als regime te overleven in een door de VS gedomineerde wereld.2

Fast forward naar vandaag, en we kunnen vaststellen dat de hoop op harmonie bij het einde van de Koude Oorlog heeft plaatsgemaakt voor een conflict van waarden tussen de VS en Rusland. Amerikaanse en Russische media beschuldigen elkaars overheden ervan het internationale recht te schenden, cynisch en onrechtvaardig bezig te zijn en elke menselijke waardigheid aan hun laars te lappen. Bij herhaling wordt Poetin vergeleken met Hitler en het Kremlin uitgemaakt als een corrupt regime dat de oppositie onderdrukt en militaire agressie pleegt. Het Russische antwoord is dat het land zijn systeem en legitieme belangen verdedigt tegen economische, politieke en militaire agressie van het westen.

De gekte rond Rusland gaat eerder over Trump dan over Rusland

De VS en Rusland waren niet gedoemd tot een confrontatie. Er bestond wederzijds volop steun voor samenwerking rond gedeelde belangen als terrorisme, regionale stabiliteit en ontwapening. Amerikaans wantrouwen en gebrek aan zelfvertrouwen haalden het echter op gezond verstand. De VS zag in Rusland een rivaal en begon het land in een negatief daglicht te stellen. Maar alles wijst erop dat de gekte rond Rusland eerder gaat over Trump dan over Rusland. Het Amerikaans vertrouwen in eigen waarden neemt af. De VS beseft dat het steeds meer als bedreiging van de wereldvrede wordt gezien. Het wint dus geen harten en geesten meer, maar ronselt buitenlandse activisten en bespioneert regeringen. Het goede voorbeeld van weleer maakt plaats voor pressie, afluisteren en omkoping.

Washington’s grootste misvatting was om post-Sovjet Rusland te behandelen als een verslagen vijand die net als Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog kon worden gedwongen in het Amerikaanse gareel te lopen. De denkfout was dat Rusland niet was bezet of door kernwapens verwoest. Rusland had een transformatie ondergaan, maar was niet overwonnen. Het was Gorbachev, niet het Witte Huis, die een einde had gemaakt aan de Sovjet-Unie. Een even grote fout was dat de VS in 1992 verzuimde de prille Russische democratie economisch te steunen. Daarmee had de economische ramp kunnen worden voorkomen en het land voor het westerse kamp gewonnen.

Poetin trok zijn rode lijn, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen

Intussen heeft Rusland moeten toezien hoe de NAVO alle voormalige Warschaupactleden behalve natuurlijk Rusland zelf wist in te lijven. De Amerikaanse diplomaat George Kennan, de geestelijke vader van de indammingspolitiek tegen de Sovjet-Unie, had daar tegen gewaarschuwd. Voor Kennan was Rusland geen militaire bedreiging voor het westen en zou het oprukken van de NAVO tot een nieuwe Koude Oorlog leiden. Toen sprake was van toetreding van Georgië en Oekraïne tot de NAVO en de EU trok Poetin zijn rode lijn: het veiligheidsrisico was te groot geworden, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen.3

Na de annexatie van de Krim sloot Poetin een defensieverdrag met Zuid-Ossetië (onderdeel van Georgië). Eerder was dat al gebeurd met Abchazië (idem). Nu de onafhankelijkheid van deze gebieden geen internationale erkenning kreeg behoren zij tot de categorie ‘bevroren conflicten’ die Europese plannen met Moldavië, Georgië en Oekraïne kunnen dwarsbomen. De uitbreiding van de Russische invloedssfeer was ongetwijfeld een reactie op de expansiezucht van de NAVO en de EU. En Rusland ging er geostrategisch op vooruit toen Europa moest afrekenen met zaken als de vluchtelingencrisis en Brexit, en Trump de NAVO in vraag stelde.4

Vandaag staan opnieuw twee nucleaire grootmachten tegenover elkaar. Rusland heeft vooralsnog de overhand in het spel: het Syrië-dossier, de diplomatie in het Midden-Oosten, de proxy war in Oekraïne, de relatie met Turkije, het Korea-dossier, het zijn allemaal dossiers die Rusland doen uitgroeien van regionale speler tot wereldspeler.5

Een scenario met IS in Damascus is een existentiële bedreiging

De nieuwe Koude Oorlog is gevaarlijker dan de eerste. Het epicentrum lag toen in het verre Berlijn, nu in buurlanden Oekraïne en de Baltische staten. De afspraken van na de Cubaanse rakettencrisis van 1962 bestaan niet meer. De demonisering van Poetin neemt ongekende proporties aan. De VS beschuldigt hem er bij herhaling van Assad te steunen in plaats van de terreur te bestrijden. Zijn reactie kan enkel een kleur op Amerikaanse wangen opwekken: “Zonder Assad implodeert Syrië net als Irak en Libië en verdwijnt het Syrische leger. Wie levert dan boots on the ground tegen IS?” Een scenario met IS in Damascus is niet enkel een existentiële bedreiging voor Rusland, maar voor de wijde regio.6

Als we de sinds de jaren 1990 in Moskou woonachtige Finse jurist Jon Hellevig mogen geloven worden de mainstream media centraal aangestuurd met berichten over Rusland die niet kloppen. Hellevig begon de propaganda dus door te prikken met analyses over de Russische economie in de nasleep van de sancties die de westerse mogendheden aan Rusland hadden opgelegd na de Oekraïne-crisis van 2014. Het klopt volgens Hellevig niet dat de Russische economie de omvang heeft van die van Nederland, Rusland niets produceert en niet meer is dan een benzinestation met kernbommen. De werkelijkheid is dat Poetin zijn land tegen 2013 had getransformeerd tot een zelfvoorzienende, gediversifieerde grote mogendheid die zich kon meten met elke industriële grootmacht.

De conclusie van Hellevig’s onderzoek naar de economische ontwikkeling van Rusland in de periode 2000-2014 kan als volgt worden samengevat: “De door jaren van roofkapitalisme geruïneerde economie van de jaren 1990 die Poetin in 2000 erfde heeft nu een omvang bereikt die het geloof rechtvaardigt dat Rusland de industriële doorbraak kan realiseren die de president heeft aangekondigd. Daarmee heeft Rusland de sanctieoorlog gewonnen.” Het rapport deed een oproep aan westerse leiders hun pogingen om de Russische economie door sancties schade te berokkenen en een kernoorlog te riskeren op te geven.

Een vervolgrapport over 2014-2016 laat zien hoe Rusland ondanks de sancties enkel sterker werd. Het logenstraft ook westerse analisten die volhouden dat olie en aardgas 60% van het Russische BBP uitmaken: energie maakt 60% uit van de Russische export, en slechts 10% van het BBP. En in zijn rapport van november 2018 verklaart Hellevig dat Rusland moeiteloos de sanctieoorlog heeft gewonnen en is uitgegroeid tot een industriële, agrarische, militaire en geopolitieke supermogendheid.

De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht

Blijkbaar dringen de feiten door in westelijke kringen. Kennelijk moet de Franse president Macron namens het westen de betrekkingen met Rusland verbeteren. Schoorvoetend luidt het dat Rusland maar weer moet worden toegelaten tot de G7. Macron was daarbij heel expliciet: “Het westen takelt af. De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld”. De Franse president legde de schuld niet exclusief bij de huidige Amerikaanse regering, maar hij moet hebben gedoeld op de vervreemding van Rusland die het land in de armen van China heeft geduwd, en dat de Russische beer zo snel mogelijk los moet van de Chinese draak.7

Mogen we de cijfers van Hellevig serieus nemen? Het Duitse internetmagazine Telepolis wijst op de Russische doelstelling om de op vier na grootste economie ter wereld te worden, vóór Duitsland. Het Russische BBP in koopkrachtpariteit is sinds 2000 meer dan verdrievoudigd en ook andere economische indicatoren zijn aanzienlijk verbeterd. PricewaterhouseCoopers denkt dat Rusland Duitsland in 2030 economisch inhaalt en zijn leiderschap niet meer zal opgeven. Daartoe zal Rusland betere groeicijfers moeten halen. Het land moet zijn potentieel activeren. Per saldo zijn de tekenen goed, aldus Telepolis.8

Samenvattend kunnen we vaststellen dat Rusland onder Poetin een sterke comeback heeft gemaakt, op het wereldtoneel serieus wordt genomen en heeft bijgedragen aan de neergang van de suprematie van het westen.

1Andrei P. Tsygankov: ‘Russiaphobia. Anti-Russian Lobby and American Foreign Policy’, 2009, p. 94
2Ibid., p. 22
3Laurien Crump: ‘Rusland maakt zich al eeuwen terecht zorgen om westerse uitbreiding’, Geschiedenis Magazine nr. 5, juli/aug. 2017
4Katlijn Malfliet: ‘Poetinisme. Een Russisch fenomeen’, p. 123
5Ibid., p. 160
6Stephen F. Cohen: ‘Why the New Cold War Is More Dangerous Than the Preceding One’, The Nation, 19 april 2017
7Jon Hellevig: “New World Order in Meltdown, But Russia Stronger Than Ever”, The Saker Blog, 30 augustus 2019
8Viktor Heese: ‘Russland bald stärkste Volkswirtschaft Europas und fünftgrößte der Welt?’, Telepolis, 22 december 2018

De vastgelopen Europese integratie (1)

Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017. Photo: Huawei Gallery


De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken

U.S. Army Stryker armored vehicles convoy during operations in support of Steadfast Javelin II at Ramstein Air Base, Germany, Sept. 3, 2014. Steadfast Javelin II is a NATO-led exercise designed to prepare U.S., NATO and European partner nations forces for large-scale unified land operations.
Photo: A1C Jordan Castelan (Wikimedia Commons).


Nu Trump de bondgenoten niet enkel 2% bijdrage vraagt maar ook 150% van de kosten voor stationering van Amerikaanse troepen wordt het tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt. Het moet een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland.

Amerika is een oligarchie. Kandidaturen voor presidentschap en Senaat en Congres worden verworven via politieke omkoping. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat een kleine groep elites het overheidsbeleid bepaalt. Zo bepaalt de militair-industriële lobby in belangrijke mate het defensiebudget. Officieel bedraagt dat voor 2019 $617 miljard, maar dat is slechts het Base Budget. Inclusief een serie niet op de defensiebegroting ingeschreven onderdelen, maar exclusief de (para)militaire activiteiten van CIA en FBI, geeft de VS in 2019 aan veiligheid een bedrag uit van $1.135,7 miljard, 5,4% van het BBP en meer dan een kwart van de Amerikaanse federale begroting.

Het Pentagon is wereldwijd voortrekker in militaire uitgaven en trekt NAVO-leden Europa ($290 miljard) en Canada ($24 miljard) mee in zijn kielzog. Zo ontstaat een totaal NAVO-budget 2018 van $1.449 miljard, ruim 80% van het wereldwijd totaal aan defensie-inspanningen ($1.774 miljard). Aan de basis van de groeiende defensie-inspanningen liggen Amerikaanse en Europese percepties van dreigingen vanuit China en Rusland. De uitgaven van deze landen zijn echter slechts een fractie van het NAVO-totaal. China zou in 2018 $168 miljard hebben uitgegeven en Rusland $63 miljard, 12% resp. 4% van NAVO-totaal.

De NAVO is goed voor 80% van de mondiale militaire uitgaven. De uitgaven van Rusland en China vallen daarbij in het niet.

De Amerikaanse National Defense Strategy Commission wijst erop dat China en Rusland regionale hegemonie nastreven en zelfs mondiaal macht kunnen uitoefenen, maar een nuchtere Amerikaanse politicoloog als John Mearsheimer relativeert die stelling. Poetin heeft enkel gereageerd op Westerse provocaties. Het feit dat de NAVO tot de Russische grens is opgeschoven ligt aan de basis van de oorlogen in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). De confrontatie met Rusland en China duwt deze grootmachten enkel in elkaars armen wat het einde inluidt van de unipolaire wereld sinds de val van de Sovjet-Unie.

Sinds de uitbreiding van de NAVO maakt Rusland duidelijk dat het niet lijdzaam zal toezien hoe zijn strategisch belangrijke buurlanden Westerse vestingen worden. Voor Poetin overschreed de coup tegen de democratisch verkozen regering in Oekraïne een rode lijn. Beducht voor zijn marinebasis in Sebastopol annexeerde hij de Krim en destabiliseerde hij Oekraïne tot het land zijn pogingen om zich bij het Westen aan te sluiten zou opgeven. In 2008 zei hij Bush ijskoud dat toetreding van Oekraïne tot de NAVO het einde van het land zou betekenen. Maar ook de EU trok oostwaarts, tegen de zin van Rusland.

Oekraïne is als bufferstaat van groot strategisch belang voor Rusland. Geen enkele Russische leider tolereert dat een militaire alliantie die zich duidelijk vijandig opstelt zich in Oekraïne vestigt en een regering installeert die het land wil integreren in het Westen. In koor gaf het Westen Poetin de schuld. Voor Merkel leefde Poetin in een andere wereld. Maar Poetin is absoluut niet onevenwichtig. Hij is een topstrateeg die op buitenlands beleid elke uitdager in de schaduw stelt. Hij streeft niet naar een “groot-Rusland”, is niet geïnteresseerd in de annexatie van buurlanden. Dat zou het militair, economisch en organisatorisch vermogen van Rusland overstijgen.

De EU drong Oekraïne een handelsakkoord op zonder oog voor de historische context. Het land moet een neutrale bufferstaat worden.

Was Oekraïne voor de EU en de NAVO van strategisch belang, dan had het Westen al lang militair geweld gebruikt om de crisis te beslechten. Men maakt een land toch geen NAVO-lid om het vervolgens niet te verdedigen. In een interview legt ook voormalig Amerikaans minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger de oorzaak van de Oekraïne-crisis bij het Westen. De EU duwde een handelsakkoord door, is ondoordacht achter Oekraïne gaan staan en heeft geen oog gehad voor de historische context. Voor Kissinger moet Oekraïne een bufferstaat worden.

Amerika is vrijwel onophoudelijk in oorlog: sinds zijn stichting in 1776 maar liefst 226 van zijn 243 kalenderjaren. De overgrote meerderheid van de militaire conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog ontstond op initiatief van de VS. Vergeleken met andere grootmachten heeft de VS relatief weinig soldaten op het slagveld verloren en nauwelijks burgerslachtoffers. Afgezien van de aanslagen van 9/11 werd oorlog met het buitenland nooit in eigen land uitgevochten. Anders dan Europa ziet de bevolking op eigen bodem dus niets van de rauwe realiteit van oorlog. En sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1973 is de sociale controle op de Amerikaanse oorlogszucht tot vrijwel nul herleid.

Het is ‘gewone’ mensen in de rest van de wereld blijkbaar niet ontgaan dat de VS sinds 2001 Irak, Afghanistan, Libië en Syrië heeft vernietigd en Iran, Venezuela, en misschien zelfs Rusland op de korrel neemt. Onderzoek in 65 landen leert dat de VS (24%) als eerste wordt genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede, voor Pakistan (8%), China (6%), Noord-Korea, Israel en Iran (elk 5%). Respondenten in Rusland (54%), China (49%) en Bosnië (49%) waren het meest bevreesd voor de VS als bedreiging.

De VS wordt als eerste genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede.

Trump heeft twijfel gezaaid over de bescherming van Europa. Hij dringt aan op verhoging van de bijdrage naar 2% en op termijn 4% van het BBP. Intussen gaan de defensiebegrotingen mondjesmaat omhoog. Europese leiders zien Rusland niet als een ernstige militaire bedreiging. Voor hen past de annexatie van de Krim niet in Russische expansiezucht. Maar intussen vraagt Trump de “partners” ongegeneerd om ook 100% van de kosten van de Amerikaanse militaire aanwezigheid te betalen, met een opslag van 50%. Vandaag betaalt Duitsland 28% voor de Amerikaanse stationering, zo’n €1 miljard per jaar. In een cost-plus-50 regeling zou de factuur voor Duitsland door het dak gaan.

De harde Amerikaanse houding stelt Europa voor een dilemma. Moet het zichzelf kunnen verdedigen? Moeten de Franse atoomwapens het Europese continent afdekken? Wie zit er dan aan de knoppen? Opgeteld kan een EU-leger beschikken over 1,5 miljoen militairen, na China (2,2 miljoen) de grootste legermacht ter wereld. Paradoxaal genoeg is het juist de NAVO die zich tegen zo’n ontwikkeling verzet. Dit is gevoelige materie. Dat de Franse president Macron spreekt over een Europees leger en strategische autonomie irriteert de Amerikanen. De VS laat de NAVO waarin het de lakens uitdeelt en eigen belangen voorrang kan geven niet gemakkelijk los. Maar verzet komt ook uit eigen kring en vanuit de bureaucratie.

Wie pleit voor een Europese defensie moet ook het gebrek aan een ééngemaakt buitenlands beleid aan de orde stellen.

Ook de Belgische politicoloog Sven Biscop is voor een Europese defensie. Hij pleit niet voor interventionisme, wél voor optreden “als onze vitale belangen in het geding zijn”. Als voorbeeld noemt hij Libië. Zijn uitleg over het oprekken van het VN-mandaat roept vragen op over de doctrine van “minimale interventie en maximale diplomatie” waarbinnen EU-optreden moet gebeuren. Biscop spreekt niet over het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid en hoe binnen de EU wordt beslist over militair optreden. Per saldo sluit hij zich aan bij de European Union Global Strategy (EUGS) die zegt dat de NAVO voor de meeste lidstaten het belangrijkste kader zal blijven.

Een opiniestuk van de Nederlandse politicoloog Rob de Wijk is gewaagder: “Wie roept de Verenigde Staten tot de orde?” Intussen staat wel vast dat Europa zich wil losmaken uit het steeds knellender Amerikaanse juk. Een militair volledig op eigen benen staand Europa is echter niet voor morgen. De geopolitieke transformatie in de wereld staat niet stil. De Westerse vijandige houding tegen Rusland drijft dat land steeds meer in de armen van China, dat via zijn Belt & Road strategie al belangrijke contacten heeft gelegd in Europa. Wil Europa niet tussen hamer en aambeeld raken dan zal het een fundamentele keuze moeten maken: wil het aan de hand blijven lopen van de VS die zich steeds meer op zichzelf terugtrekt, of zich openstellen voor een Euraziatisch Wirtschaftswunder.

Europa moet kiezen voor een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie waarin plaats is voor Rusland.

Zo’n fundamentele beleidsombuiging vergt de vorming van een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie en de opzegging van het NAVO-lidmaatschap. Frankrijk en Duitsland kunnen het voortouw nemen en worden waarschijnlijk snel vergezeld van andere Europese kernlanden. Hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie vergt een grondige wijziging van het Verdrag van Lissabon, een kolossale, uitdagende maar doenbare operatie. De meeste analisten menen dat Rusland na de Koude Oorlog volwaardig NAVO-lid had moeten worden. De nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie moet dan ook de opzegperiode met de NAVO benutten om een verdrag te onderhandelen met Rusland.

In dat kader kan ook een oplossing worden uitgewerkt voor de Oekraïne-crisis. Het land moet een neutrale buffer worden tussen Rusland en het Westen, naar het voorbeeld van Finland tijdens de Koude Oorlog. Georgië moet in het voetspoor van Oekraïne treden. Oekraïne moet economische steun krijgen van zowel het Westen als Rusland, en worden aangemoedigd om de rechten van de Russisch sprekende bevolking te respecteren. Op langere termijn kunnen Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland tot de EU en de veiligheidsorganisatie toetreden. Daarmee ontstaat een blok dat zich zowel economisch als militair kan meten met China.

Zo ontstaat een multipolaire wereld bestaande uit Noord- en Zuid-Amerika, Eurazië en China, aangevuld met overig Azië en Afrika. Een wereld waarin de VS niet langer de lakens uitdeelt en waarschijnlijk minder gewapende conflicten kent.

Naar een kernwapenvrije wereld, of Armageddon?

“De Amerikanen willen hun eigen overtredingen niet toegeven. Dan treden ook wij uit het verdrag. Maar we blijven vragende partij voor een akkoord over tactische kernwapens. Dat is in het belang van onze veiligheid, en van de veiligheid van Europa. Wij willen het debat aangaan, maar dan moet de VS daartoe maar het initiatief nemen”. Dat zei de Russische onderminister van buitenlandse zaken Sergei Ryabkov in een reactie op het nieuws dat de VS zich terugtrekt uit het INF-verdrag.

Larry Wilkinson, ex-stafchef van de vroegere Amerikaanse buitenlandminister Colin Powell en thans universiteitsprofessor, treedt hem in bovenstaande video bij. Het issue is niet enkel middellange afstandsraketten. Het debat moet gaan over het totale kernwapenarsenaal, actualisering van het Non-proliferatieverdrag, en over conventionele bewapening. Niet enkel de VS en Rusland moeten rond de tafel, maar alle kernmogendheden, ook Noord-Korea en Israel. Hoe kan de wereldgemeenschap een alles en iedereen vernietigende ramp voorkomen? Dat is voor Wilkinson de vraag. Wapenbeheersing moet niet overboord, maar juist verdiept en verruimd, en openstaan voor alle landen.

Kloof tussen Europa en de VS

De Amerikaanse uitstap uit het INF-verdrag maakt de kloof tussen Europa en de VS alleen maar groter. De NAVO is superieur op het vlak van geleide conventionele wapens, een overwicht dat Rusland begrijpelijkerwijze denkt te compenseren met mini-kernkoppen op middellange afstandsraketten, tactische kernwapens in het jargon. Die worden dan ingezet op Europese slagvelden. Vandaag beschikt China al over dit soort wapens, en India zal wel niet achterblijven. Maar het overleg moet niet enkel gaan over wapenbeheersing, ook issues als Syrië en Oekraïne moeten op tafel.

Voor Wilkinson is het Amerikaanse plan om nieuwe mini-kernwapens voor de korte afstand te ontwikkelen die minder krachtig zijn dan die op Hiroshima en Nagasaki volkomen nutteloos. Kernwapens hebben enkel zin als afschrikking. Ze hebben geen nut op het slagveld, hoe klein je ze ook maakt. Wie ze toch inzet zet een escalatie in gang die enkel kan uitmonden in een grote oorlog met kernwapens die de overleving op deze planeet bedreigt. Oer-klokkenluider Daniel Ellsberg heeft daar destijds al duidelijk voor gewaarschuwd. Het is een weg die we niet moeten bewandelen, aldus Wilkinson.

Kan de wereld een nieuwe wapenrace voorkomen?

Het INF-verdrag is niet het eerste akkoord waar de VS uitstapt. Eerder sneuvelden het ABM-verdrag en de Irandeal. En er is geen zicht op verlenging van het START-verdrag dat binnenkort afloopt. De publieke opinie is wars van een nieuwe wapenrace en van nucleair wapengekletter door de wereldleiders, maar slaagt er niet in het beleid om te buigen. Acties van individuele parlementariërs, steden en het middenveld gericht op parlementaire commissies defensie en buitenlandse betrekkingen hebben wel geleid tot b.v. de Prevention of Arms Race Act of 2018 en de recente No First-Use Act van senator Elizabeth Warren en congreslid Adam Smith.

Blijkbaar is een confrontatie met Rusland geen probleem voor de VS. Het Witte Huis maakt zich druk over een Russische kruisraket die de 500-km limiet zou overschrijden. Maar waarom heeft buitenlandminister Pompeo dan een uitnodiging voor een presentatie van het wapen van de hand gewezen? En waarom beperkte de EU zich slaafs tot de Amerikaanse versie dat Rusland, de eeuwige boeman, het INF-verdrag schendt? Waarom verklaarde bondskanselier Merkel kritiekloos: “Voor ons is het duidelijk dat Rusland het verdrag heeft geschonden …”. Eén partij zonder bewijs veroordelen is een slecht startschot voor onderhandelingen.

Wat verklaart de Amerikaanse gekte?

Na de uitstap uit het ABM-verdrag in 2002 had de VS de handen vrij voor de installatie van een rakettenschild in Oost-Europa, op een steenworp van de Russische grens. Voor Rusland niet enkel een bedreiging van het strategische evenwicht, maar ook een geduchte potentiële aanvaller aan zijn grens. De Amerikaanse afweerraketten kunnen immers in een oogwenk door aanvalsraketten worden vervangen. Alles duidt er dus op dat de VS Moskou beschuldigt van een inbreuk op een wapenverdrag dat het al enkele jaren zelf schendt.

Voor de Franse Ruslandkenner Pierre-Emmanuel Thomann heeft de VS het nucleaire evenwicht al doorbroken met de uitstap uit het ABM-verdrag in 2002. Het heeft sindsdien overal in Eurazië raketafweerinstallaties geïnstalleerd, een voldongen feit dat bij Rusland en China enkel een gevoel van omsingeling kan opwekken. De Amerikaanse raketafweer verhindert immers de mogelijkheid om terug te slaan bij een Amerikaanse nucleaire first strike.

Het feit dat China sinds kort beschikt over hypermoderne supersonische raketten zal ook aan de basis liggen van de Amerikaanse uitstap uit het INF-verdrag. China was geen partij in het INF-verdrag. Voor de opkomende wereldmacht werd de pivot to Asia’, de Amerikaanse heroriëntatie op Azië, een existentiële bedreiging nu die gepaard ging met de stationering van meer dan de helft van de Amerikaanse zeemacht in Zuid-Oost Azië.

Noam Chomsky heeft niet lang geleden gewezen op primordiale problemen die de mensheid moet aanpakken. Over het risico op een kernoorlog haalt hij generaal Lee Butler aan: “We hebben tot nu toe het nucleaire tijdperk vooral overleefd door goddelijke interventie”. Het is de vraag of we kunnen blijven rekenen op goddelijke interventie als de VS krampachtig vasthoudt aan zijn mondiale suprematie en de EU zich slaafs aan de VS blijft onderwerpen. Het zijn deze twee mogendheden die bepalen wat het wordt: ontwapening of een nucleair Armageddon.