Luidt de onrust in Libanon een nieuwe vluchtelingenstroom naar Europa in?

A woman from Homs, Syria, now a refugee in Lebanon, shows off knitted woolen clothes that she’s learnt how to make, with support from the International Rescue Committee and UK aid. Picture: Russell Watkins/DFID (Wikimedia Commons)


De onlusten in het op de rand van bankroet verkerende Libanon kunnen het land doen ineenstorten. Het risico van een uitdeinende regionale oorlog en een omvangrijke nieuwe vluchtelingenstroom richting Europa is reëel. De EU moet dringend doortastende initiatieven ontplooien om dat te voorkomen.

‘Middle East Eye’ (MEE) is één van de vele websites die de internationale politiek analyseert. Het is een absoluut pareltje. Terwijl België focust op de ellenlang aanslepende formatie van een federale regering en Nederland op de stakende boeren, Europa zich bezighoudt met Brexit en uitbreiding met nog eens twee lidstaten, en de wereld zich bekreunt over de Turkse inval in Noord-Syrië, komt Marco Carnelos, een weinig bekende voormalige Italiaanse diplomaat, op MEE in alle bescheidenheid met een nuchter, kort en bondig opiniestuk dat op de voorpagina van elk zichzelf respecterend dagblad zou moeten staan, en in prime time op radio en televisie aan de orde zou moeten komen.

Parallel met de Eerste Wereldoorlog

Waarom Europa Libanon van de afgrond moet redden’, dat is de titel van Carnelos’ stuk waaruit we hieronder citeren. Wie herinnert zich nog de Libanese burgeroorlog in de periode 1975-1990 die een kwart miljoen mensen de dood injoeg en een miljoen mensen op de vlucht deed slaan? In vergelijking wordt dat klein bier als Carnelos gelijk krijgt. De situatie in het Midden-Oosten van vandaag doet sterk denken aan die in Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Slaat in Libanon opnieuw de vlam in de pan, dan kunnen veel landen in het conflict worden meegesleept. Libanon ligt op een boogscheut van de Syrische slagvelden, en de spanning tussen Hezbollah en Israël is om te snijden.

Zoals de protesten van afgelopen week hebben laten zien is de Libanese bevolking de slechte economische situatie en de politieke impasse meer dan beu. Libanon mag dan een klein landje zijn, het is wel altijd een politieke barometer geweest voor de regio. De Cedar Revolution na de moord op premier Rafic Hariri in 2005 zette mee de Arabische Lente in gang. De hoop op politieke verandering van toen slaat vandaag om in wanhoop over tal van zaken, met het verschrikkelijke economische wanbeheer met stip op de eerste plaats. Met $12 miljard inkomsten, $84 miljard schuld en rentebetalingen van meer dan $5 miljard in 2019 staat het land aan de rand van een faillissement Griekse stijl.

Noodplannen om een nieuwe vluchtelingencrisis te voorkomen

Met een eigen bevolking van nog geen 4 miljoen herbergt Libanon 1,5 miljoen Syriërs die de afgelopen jaren de oorlog in hun land zijn ontvlucht, naast de ruim 400.000 statenloze Palestijnse vluchtelingen sinds de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948. Daarmee herbergt Libanon mondiaal het grootste aantal vluchtelingen per hoofd van de bevolking. Een nieuwe oorlog tussen Hezbollah en Israël kan tot een implosie van het land leiden, en een grote stroom Syrische vluchtelingen richting Europa in gang zetten. Sommigen proberen zich al richting Turkije te verplaatsen. Indachtig de migrantencrisis van 2014/2015 doet Europa er goed aan noodplannen op te stellen om een herhaling te voorkomen.

Europa moet een economische implosie in Libanon voorkomen. Het moet de politieke leiders aanzetten een effectieve regering te vormen. Er moet een einde komen aan de corruptie aan de top. Het politieke geschipper van de afgelopen vijftien jaar dat het land heeft verlamd moet worden doorbroken. Om Hezbollah te raken heeft de Amerikaanse Centrale Bank door sancties op Libanese banken de problemen alleen maar vergroot. Europa moet Washington onder zware druk zetten om die sancties per direct op te heffen. En Libanon kan niet langer het toneel zijn waarop de VS, Iran, Saoedi-Arabië en ieders huurlingengroepen hun rekeningen vereffenen.

Hezbollah ligt niet aan de basis van alle problemen in Libanon

De grote geesten in Washington, Jeruzalem en Riyadh denken altijd dat Hezbollah aan de basis ligt van alle problemen in Libanon. Maar dat is naïef. De aanhoudende Amerikaanse druk heeft de beweging niet kunnen verzwakken. Hezbollah kreeg nog extra wind in de zeilen met de verkiezing van president Michel Aoun in 2016. De beweging, die kan rekenen op een grote aanhang, heeft zelf heeft 12 zetels, maar samen met bondgenoten kan Hezbollah bogen op 70 van de 128 zetels in het parlement. Gegeven de groeiende onrust onder de bevolking moet de beweging zich wel realiseren dat het land niet langer op de zelfde manier kan worden bestuurd. De onrust kan de beweging ook overweldigen.

Gegeven het risico op een nieuwe vluchtelingencrisis moet Europa een sterke proactieve rol spelen. Landen als Frankrijk en Italië die belangen in Libanon hebben kunnen laten zien wat ze waard zijn. Met het Libanese zwaard van Damocles boven Europese hoofden kan de Franse president Macron een initiatief tot een dialoog tussen de VS en Iran wel vergeten. Libanon heeft leiderschap nodig met integere lieden die kunnen bogen op een schone lei. Onafhankelijke, gematigde politici die de bevolkingsgroepen verenigen in plaats van verdelen. Leiders die niet rijk willen worden van hun positie, maar de bevolking vooruithelpen en voorkomen dat een Libanese ineenstorting de regio meesleurt.

De gewelddadige protesten van de afgelopen dagen die het land hebben geteisterd zijn een onheilspellend voorteken voor wat een Libanese failed state kan betekenen voor de regio en de wereld.

Iran: nucleaire mogendheid tegen wil en dank?

Russian Foreign Minister Sergey Lavrov’s meeting with Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif, Moscow, October 28, 2016. Photo: МИД России (Flickr)


Blind voor eigen zonde blijft de VS mokken over oud zeer. De schokgolf van de aanvallen op Saoedische olie-installaties zindert na. De Iraanse militaire technologie doet Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Washington krijgt Iran niet op de knieën. Aanhoudende Amerikaanse agressie riskeert een nucleair Iran.

In 2017 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson kennis met zijn Iraanse collega Javad Zarif1. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de zes landen die in 2015 het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), beter bekend als de Irandeal, hadden onderhandeld. Zarif klaagde dat de VS tegen de afspraak in de sancties had gehandhaafd en Tillerson mopperde dat Iran de Libanese Islamitische groep Hezbollah financierde, de “moorddadige Syrische dictator” Bashar al-Assad steunde, Amerikaanse schepen in de Perzische Golf lastigviel en de deal enkel tot stand kon komen onder het milde beleid van de vorige Amerikaanse regering.

Zarif herinnerde Tillerson eraan dat partijen in de onderhandeling over de nucleaire deal waren overeengekomen elk ander issue buiten beschouwing te laten. “Dan moet u nu niet terugkomen op uw waslijst met historische grieven. Ook ik kan heel wat excuses opsommen om onze overeenkomst te schenden”, zo beet Zarif Tillerson toe. ‘Uw regering schendt de voorwaarden van de nucleaire deal. Om een voorbeeld te noemen: u weigert exportlicenties aan Boeing en Airbus af te geven die hen in staat moeten stellen om zaken te doen in Iran”.

Tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet

Maar Tillerson hield voet bij stuk. “Sinds 1979 valt Iran Amerikanen aan. Onze ambassade werd bezet, onze diplomaten opgesloten en slecht behandeld. Onze relatie is de nasleep van een revolutie en wordt gekenmerkt door geweld. Elke poging tot verzoening lijkt gedoemd te mislukken”, aldus Tillerson, die ook aanvallen in Libanon en Irak aanhaalde die honderden Amerikaanse burgers zouden hebben gedood. Voorstanders van de JCPOA vonden Tillerson’s optreden riskant, tegenstanders zagen er het toonbeeld in van het strijdlustige ‘America First’ buitenlands beleid.2 Hoe het ook zij, Tillerson’s tirade is tekenend voor een wereldmacht die niet aan introspectie doet.

Intussen zijn we twee jaar verder. De VS is uit de JCPOA gestapt. Tillerson is vervangen door de havik Pompeo die Iran twaalf onmogelijke eisen heeft voorgelegd. Iran werd bestookt met cyberaanvallen en moordaanslagen op wetenschappers. De sancties die de bevolking teisteren en “het mullahregime” op de knieën moeten krijgen werden maximaal opgevoerd. Washington stuurt voortdurend tegenstrijdige berichten de wereld in. Iran heeft een jaar lang de JCPOA nageleefd, in afwachting van resultaten van INSTEX, het Europese instrument dat de Amerikaanse secundaire boycot moest omzeilen en dus Europese ondernemingen toelaten zaken te doen met Iran.

Zelfs een beperkte Amerikaanse aanval wordt buitenproportioneel beantwoord

Iran laat zich niet intimideren. Het heeft een Amerikaanse drone neergehaald, tankers gesaboteerd, een Britse tanker opgebracht, steun verleend aan de Jemenitische aanvallen op Saoedische olie-installaties, en getoond dat het klaar is voor een oorlog. Komt het tot een gewapend conflict, dan weet Iran dat het kan rekenen op zijn bondgenoten Libanon, Syrië, Irak en Palestina. Het heeft aangekondigd dat zelfs een beperkte Amerikaanse aanval buitenproportioneel zal worden beantwoord. Washington slaagt er niet in Iran’s vastberadenheid te breken en het land economisch te ruïneren. Blijkbaar hebben China en Rusland geen boodschap aan de Amerikaanse secundaire boycot.

De VS hanteert het instrument secundaire boycot tegen Iran al bijna een kwart eeuw. In zijn huidige ultieme vorm is het de bedoeling om de Iraanse olie-uitvoer terug te brengen tot nul. Ook de export van aardgas en staal, aluminium en koper vallen onder deze maatregel. De maximale druk op Iran is een ongehoorde schending van het recht van een staat om deel te nemen aan de wereldeconomie. Zonder internationale handel kan een moderne staat niet overleven. In handelsterminologie is het een maatregel die gelijk staat aan een zeeblokkade. Wordt zo’n blokkade uitgevoerd door eender welk ander land, dan zou dat wereldwijd worden aangemerkt als een oorlogsdaad.

Iran heeft het recht Jemen technologisch te steunen

Iran verleent ongetwijfeld technologische steun aan Jemen en heeft daarmee indirect de aanvallen op de Saoedische olie-installaties mogelijk gemaakt. Net als het Westen dat wapens levert aan Saoedi Arabië dat in de oorlog met Jemen de agressor is, heeft Iran dat recht. De aanvallen brengen de boodschap over dat niemand nog olie kan vervoeren door de straat van Hormuz als Iran dat recht wordt ontzegd. Iran heeft zich jarenlang voorbereid op een confrontatie met de VS. Het resultaat is een nieuwe generatie drones en kruisraketten die elke Amerikaanse poging om zijn militaire apparaat uit te schakelen kunnen afslaan en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten kunnen raken.

De VS was blijkbaar verrast toen Iran een op grote hoogte vliegende Amerikaanse spionagedrone neerhaalde. Iran heeft zijn luchtverdedigingssysteem voortdurend opgewaardeerd. In 2016 werden Russische S-300 raketten geïnstalleerd en recent de eigen Bavar-373 raketten die gelijkwaardig zou zijn aan de Russische S-400’s. Een analist kenmerkte Iran als “drone-supermogendheid”. De Iraanse afweersystemen hebben vérstrekkende gevolgen voor het Amerikaanse beleid. Beleidsmakers moeten zich niet blindstaren op de schuldvraag rond de aanvallen op de olie-installaties, maar zich concentreren op de acute beleidsperikelen die de politiek en de media onder de mat vegen.3

Zonder Iraanse steun vallen zijn bondgenoten ten prooi aan de AngloZionistische pletwals

Trump denkt nog altijd Iran aan tafel te kunnen krijgen. Iran heeft laten weten dat het zijn rakettenprogramma wil opgeven als Israel zijn kernwapens van de hand doet en de volledige regio zijn raketten. Voor Iran zijn de allianties met Libanon, Syrië, Palestina, Irak en Afghanistan onbespreekbaar. Zonder die allianties steunt de wereld Israel als het de Westelijke Jordaanoever en Gaza annexeert, confisqueert Israel Libanon’s zee- en landgrenzen, blijft de Golan Israëlisch gebied dat de VS vaste voet geeft in Syrië, en wordt Irak opgesplitst. Zonder Iraanse steun vallen deze landen ten prooi aan de Amerikaanse pletwals en worden zij onderworpen aan het arrogante Israel.

Iran werkt niet mee aan een loze fotosessie Trump-Rouhani. Het gaat pas met de VS aan tafel als de sancties zijn opgeheven. Zo’n intrekking is lastig voor Trump: de overwinning gaat naar Iran, de VS lijdt een nederlaag en er onstaat het beeld dat alles wat hij Iran heeft aangedaan zinloos was. Trump’s politieke tegenstanders zullen hem in volle verkiezingstijd voor schut zetten. Trekt hij de sancties in, dan zal dat moeten gebeuren met een goed verhaal naar de publieke tribune. Ontstaat de perceptie dat zijn beleid heeft gefaald, dan kan hij zijn herverkiezing in 2020 wel vergeten.4

Voor Iran mag het hard tegen hard gaan. Het heeft gezien hoe Trump omgaat met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un die over kernwapens beschikt. Ideologisch is Iran gekant tegen kernwapens. Maar blijft de VS Iran op de korrel nemen, dan kan het land wel eens kiezen voor zekerheid en uitgroeien tot een kernmogendheid tegen wil en dank, en was de JCPOA een maat voor niets.

1 Hoe weinig men begrijpt van Iran blijkt uit de manier waarop de New Yorker Zarif beschrijft: “… een raadsel; opgeleid in de VS, spreekt bijna perfect Engels, en toch blijft hij loyaal aan het revolutionaire regime in Iran.”
2 Dexter Filkins: ‘Rex Tillerson at the Breaking Point’, The New Yorker, 6 oktober 2017
3 Gareth Porter: ‘Why Evidence of Iran’s Role in Attack Doesn’t Matter’, The American Conservative, 19 september 2019
4 Elijah Magnier: ‘The US wants Iran to become a toothless shark’, 28 september 2019

US and UK struggle to find friends against Iran – and Iraq wants its sky back

President Donald J. Trump and French President Emmanuel Macron in close conversation Saturday June 29. 2019 at the G20 Japan Summit in Osaka Japan (Official White House Photo by Shealah Craighead)


by Paul Rogers

Is it 2003 all over again – but with Iran and Iraq on the same side this time?

Last week’s G7 meeting in Biarritz was notable for hypocrisy about the Amazonian fires. Brazil’s pyromaniac president, Jair Bolsonaro, is certainly a serious problem and the spreading destruction of forests bodes ill for the future, but it hardly becomes the likes of France, Germany, Italy, Japan, the UK and Canada to lecture the Brazilians on the risk of climate breakdown.

Donald Trump at least did everyone a favour by keeping a low profile on this one issue but for six countries at the forefront of high carbon emissions for decades to preach change in Brazil is one more indication of the increasing irrelevance of the G7 itself.

At least on one issue, Iran, there was a worthwhile initiative, with Emmanuel Macron inviting the Iranian foreign minister first to Paris before the summit and then to Biarritz itself. Macron just managed to keep Trump sweet even if US media outlets reported that his advisors were caught on the hop and were furious with the French.

So far there has been little real cooling of tensions and, as it is so often the case in international security issues, it is what the military are doing away from the spotlight that deserves more attention.

Lonely Sentinel

Until a week or so ago the US and its junior partner, the UK, were the only two members of Operation Sentinel, Washington’s intended multinational endeavour at patrolling the Strait of Hormuz. With anything led by the US seen as provocative by Iran and its allies, the British had tried but failed to get a European force together: the Germans would have none of it and the French, too, were dubious.

It cuts little ice with the Trump White House, but the few US diplomats still around who have some understanding of the Middle East know only too well that they badly need truly international action if their Iran policy is to be credible. Long-serving diplomats in the UK Foreign Office understand this much better, not least because of their memories of the way the Iraq war went so badly wrong in 2003.

Their concern, even if not even understood by their current political masters, is that one of the issues that turned the Iraq war into an American endeavour in 2003 was the failure to get a broad international coalition together. The UK ended up as the only country apart from the US that contributed credible forces in that long war that followed, and this could now happen with Iran.

Where are we, then, with the plans for Sentinel? At first sight there has been some progress, but look a little deeper and it is revealed as little more than superficial. As expected, the Royal Navy has expanded its forces in the Gulf, adding a frigate and destroyer to the existing frigate in what was previously a small force focused largely on mine hunting. The hope was that the US would persuade the Australian government and others to come on board.

Canberra has indeed agreed to join Sentinel, according to this week’s Jane’s Defence Weekly, but if we look at the detail its commitment is little more than nominal. A single P-8A Poseidon maritime patrol aircraft will deploy to the Gulf for just one month before the end of the year, one frigate will be based there for six months next year and some Australians will join the operations team in Bahrain.

Moreover, the Australian government is playing it down. “This will be an enhancement of our existing and long-standing contribution to counter-piracy and counter-terrorism mission in the waters of the Middle East,” it said. “Our contribution will be modest, meaningful and time limited,” (italics added).

The one other leader who has made a commitment is King Hamad of Bahrain, a state which is already the home of the US and UK naval forces, is deeply suspicious of Iran and has a singularly bad reputation for suppressing dissent among those of its people who, like most Iranians, follow the Shia branch of Islam.

Iraq pushes back

More significant has been the surprise announcement that Iraq is seeking to restrict coalition military operations in its airspace by requiring approval for them in advance, according to another report in Jane’s Defence Weekly. Iraq’s government leans strongly towards Iran, not least because its support stems from Iraq’s own Shia majority, and it has become increasingly concerned at Israeli attacks on Shia militia facilities in the country.

Israel’s frequent attacks on Hezbollah and Iran-linked groups in Syria and Lebanon are well-known but such operations now seem to have extended to Iraq, with two attacks in July. More recently, on 12 August an explosion at a weapons storage facility at Camp Falcon near Baghdad killed one person and injured 30 others. While these included members of the Iran-backed Popular Mobilisation Force, they also involved Iraqi federal police personnel.

These are assumed to have been Israeli drone attacks, and the Iraqi government’s insistence on controlling its airspace might make it easier to intercept such operations in the future. A more fundamental message to Washington, however, is that Iraq’s relationship with Tehran comes first. That was underlined earlier this week when the powerful Fatah coalition in the Iraqi parliament called for the withdrawal of all 5,000 US troops from the country, following a further presumed Israeli drone strike near the border with Syria last weekend that killed a Popular Mobilisation Force commander.

In short, the Pentagon’s multinational military operation to pressurise Iran is limited to just one major country, the UK, plus a nominal contribution from Australia, but with a key state in the region, Iraq, sending an indirect message of caution.

Add to this the Iranian abilities in irregular warfare if tensions did escalate and it becomes clear that Macron’s efforts at the G7 summit really were worth making. Whether Trump and the noted hawks around him will get the message is far from certain but it may just be that the White House will come under increasing pressure from the US military to tread with caution. Perhaps the Pentagon will even ‘speak truth to power’, but don’t bank on it.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy’s international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 30 August 2019

De tendentieuze berichtgeving rond Iran en Syrië

Niet iedereen in blij met de huidige Iraanse regering. Veel Iraniërs willen meer vrijheid en een eind aan de corruptie. Maar zij wijzen het Westerse imperialisme af. De tendentieuze berichtgeving over Iran op het platform van onze publieke omroep is gevaarlijk want bereidt de publieke opinie voor op gewelddadig Westers ingrijpen. Een oorlog met Iran wordt geen lachertje.

‘Met de herverkiezing van president Rouhani in 2017 hoopten de Iraniërs op een betere toekomst. Maar vandaag staat uw land door mismanagement en corruptie voor een economische en politieke crisis. Daar komen de nieuwe Amerikaanse sancties nog eens bij toen president Trump zich terugtrok uit de nucleaire deal. De bevolking moet tegen het regime in opstand komen. Een nieuwe regering moet dringend orde op zaken stellen’. Dat is in de bovenstaande aflevering van HARDtalk van 15 augustus 2018 de boodschap van de Britse journalist Stephen Sackur aan de Iraanse politicoloog Mohammad Marandi.

Professor Marandi geeft toe dat de Iraanse economie door een diep dal gaat, maar binnen enkele maanden zal stabiliseren. “Ons land heeft veel zwaardere crises overwonnen. De Amerikanen willen het Iraanse volk klein krijgen, maar dat zal niet lukken. Ja, er is protest, er zijn demonstraties. De mensen hebben dat recht. Gebeurt zoiets in ons land, dan spreekt de wereld over burgeroorlog. In het Westen heten identieke demonstraties een verworven recht in een democratische rechtsstaat. Ja, de sancties van maffiabaas Trump doen pijn”, aldus Marandi.

Tendentieuze berichtgeving van Jens Franssen over Iran

Aan de beeldvorming over Iran schort in het Westen het één en ander. Zo publiceerde Jens Franssen, journalist bij de Vlaamse publieke oproep VRT, op 11 februari het artikel ‘In beeld: 40 jaar Iraanse revolutie’, dat samenviel met zijn reportage op Terzake TV over de Iraanse Volksmoedjahedien in Albanië. Zowel het artikel als de reportage geven een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Anders dan wat Franssen eufemistisch “oppositie en druk op het regime via sociale media” noemt gaat het om het verspreiden van verachtelijk fake news vanuit een NAVO-lid en kandidaat-EU-lidstaat door een groepering die door de Amerikaanse geheime dienst financieel en logistiek wordt gesteund. Het komt neer op een internetoorlog tegen Iran door leden van de Mujahedin-e Khalq (MEK), een groep Iraanse dissidenten die tot voor kort op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties stond en daarvan werd geschrapt om opportuniteitsredenen. Franssen’s “druk op het regime” is dus in werkelijkheid cyberterreur tegen een soeverein land dat al kreunt onder verlammende eenzijdige Amerikaanse sancties. Het zijn de beproefde imperialistische tactieken die aan een militaire aanval voorafgaan.

Franssen schrijft dat ayatollah Khomeini de macht greep en een “antiwesterse theocratie” installeerde. Dat is tendentieuze berichtgeving. Het terreurbewind van de sjah was dan pro-Westers want geïnstalleerd na de regime change operatie tegen de democratische regering van Mossadegh, het huidige Iran is daarmee niet antiwesters. Het land wil goede betrekkingen met iedereen, maar verzet zich tegen de onrechtmatige druk van de VS, Israel, Saoedi-Arabië en enkele ex-koloniale Europese mogendheden. Wikipedia plaatst de nieuwe Iraanse staatsvorm in de juiste context: in een referendum sprak de bevolking zich uit voor een islamitische republiek, een staatsvorm die men ook in andere VN-lidstaten zoals Pakistan, en Afghanistan aantreft. Met de regeringsvorm is dus niets mis.

Tegelijk bagatelliseert Franssen de “erg bloedige oorlog” tussen Iran en Irak in de tachtiger jaren. “Tijdens de oorlog wordt gifgas ingezet. Zo’n half miljoen Iraakse en Iraanse militairen komen om,” aldus Franssen, die insinueert dat ook Iran chemische wapens gebruikte en daarmee Iraakse slachtoffers maakte. In werkelijkheid viel Saddam Hoessein Iran binnen, met Amerikaanse steun: bewapening, inlichtingen, doelwitcoördinaten en materiaal voor de productie van chemische en biologische wapens. Zo konden Iraakse troepen dagelijks chemische wapens inzetten tegen Iraniërs. “Iraniërs weten hoe chemische wapens ruiken” bloklettert Thomas Erdbrink op 11 november 2002 in NRC. Alle resoluties in de Veiligheidsraad tegen deze manier van oorlog voeren sneuvelden door Amerikaanse en Britse veto’s. En voor alle duidelijkheid: Iran heeft nooit (chemisch) teruggeslagen. Een decreet van Khomeini verbood chemische wapens.

Jens Franssen checkt zijn bronnen over chemische wapens in Syrië niet

Eerder sprak ondergetekende Jens Franssen al eens aan over zijn verwijzing in het radioprogramma ‘De Ochtend’ naar de fact-finding missie van de OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag, rond het incident in Khan Shaykhun (Syrië) op 4 april 2017 waar chemische wapens zouden zijn gebruikt. Het OPCW-rapport spreekt slechts van de site of the incident, maar Franssen maakte daar ongegeneerd “bominslag” van en verwees naar een Nederlandse anonieme bron (waarschijnlijk een lid van de Nederlandse diplomatieke missie bij de OPCW), die “met aan zekerheid grenzende zekerheid” wist dat Assad de schuldige was. Opnieuw tendentieuze informatie want onbevestigde geruchten, die de publieke opinie moet warm maken voor ingrijpen.

Franssen verwees naar een OPCW-rapport dat slinks zegt: “mensen zijn blootgesteld aan sarin, een chemisch wapen” zonder opgave van de manier waarop dat wapen werd ingezet. In een later rapport zegt de OPCW: “Er is sarin gebruikt. Dat is een zenuwgassubstantie. Wij veroordelen deze gruwel[ijke daad], die haaks staat op de normen van de Conventie”. Geen van deze rapporten bevestigt dat sarin als wapen is gebruikt, noch door het Syrische regime. Maar Jens Franssen zegt dat zijn bronnen de Syrische president Assad als schuldige aanwijzen. Tot op vandaag is daarvoor geen enkel bewijs. Franssen was niet bereid op Radio1 in prime time zijn berichtgeving recht te zetten, minstens te nuanceren. Al wat hij deed was ondergetekende blokkeren op Twitter.

Jens Franssen slaat zowel met zijn reportage als met zijn artikel de bal goed mis. En dat is verwijtbaar want hij moet beter weten. Het is ook gevaarlijk omdat zijn optreden op het platform van de publieke omroep bijdraagt aan de beeldvorming bij het publiek op grond waarvan de VS “eindelijk” Iran en Syrië militair kan aanvallen. In het geval van Syrië deinsde president Obama daar voor terug toen hij werd geïnformeerd over fake news over chemische aanvallen door het regime van Assad en het Britse parlement groen licht voor een coalition of the willing weigerde en ook het Amerikaanse congres met vragen bleef zitten.

Update

Het incident in Khan Shaykhun op 4 april 2017 was voor Trump aanleiding om vanaf oorlogsschepen in de Middellandse Zee 59 Tomahawk raketten af te vuren op de vliegbasis in Shayrat. Dat gebeurde op een moment waarop niet bekend was wat er precies was gebeurd en wie eventueel schuldig was aan een aanval met chemische wapens. Achteraf bleek dat het incident was gefingeerd. Internationaal onderzoek leerde dat de helft van de vermeende slachtoffers in het ziekenhuis aankwamen vóór het tijdstip van het incident.

Maar Jens Franssen had zijn radiopubliek al laten weten dat “het regime van Assad” een aanval met sarin had uitgevoerd. Fake news dus op de publieke omroep.

En ook de ziekenhuisscène met kokhalsende kindertjes na de “sarin aanval door Assad” in Douma op 7 april 2018 was gefingeerd. Dat zegt Riam Dalati, een gereputeerde BBC-verslaggever die het incident ter plaatse heeft onderzocht. Het incident werd door de VS, het VK en Frankrijk gebruikt als voorwendsel om Syrische overheidsgebouwen en militaire installaties te bombarderen, en dat terwijl er over de toedracht niets vaststond en tenminste één NAVO-land wist dat het om een gefingeerde sarinaanval ging.

Daar waar de ziekenhuisscène wereldwijd tot in het absurde werd vertoond op de grote televisiestations bleef het oorverdovend stil over het relaas van Dalati. En ook onze publieke omroep kwam niet met een rechtzetting.

Directe gewapende confrontatie in de Golf

Iran viert deze week zijn veertigste verjaardag. Het heeft zich tot een belangrijke actor in de regio ontwikkeld. Als rivaal van Saoedi-Arabië geeft het steun aan Jemen, Irak en Syrië en heeft nauwe banden met de Libanese sjiitische beweging Hezbollah die een belangrijke fractie vormt in de Libanese regering. Op de Iraanse regering is veel aan te merken. Veel Iraniërs willen niet alleen bevrijd worden van het huidige regime, maar ook van het Westerse oriëntalisme en imperialisme. Tegen die achtergrond is correcte berichtgeving van essentieel belang.

Iran verdient de Amerikaanse sancties niet. Trump’s bewering dat Iran zijn verplichtingen niet nakomt wordt tegengesproken door de VN-atoomwaakhond. Wat de Amerikaanse president ook beweert, hij voert een hoog risico campagne om het regime in Teheran te provoceren, te intimideren, omver te werpen. Door zijn funeste onwetendheid kon de president, daartoe aangemoedigd door zijn oorlogszuchtige veiligheidsadviseur John Bolton, wel eens belanden in een veel groter conflict dan een eenvoudige crisis met het oog op zijn herverkiezing. Iran kent ook hardliners. President Rouhani kon die tot op heden in bedwang houden, maar deze lieden konden wel eens de macht grijpen. Dan komt het schrikbarende vooruitzicht van een directe gewapende confrontatie in de Golf steeds dichterbij.

Als de vlam in de pan schiet loopt het echt uit de hand. Iran heeft aangekondigd dat het de Straat van Hormuz zal afsluiten als het geen olie meer kan uitvoeren. Er kunnen dan opnieuw raketten vallen op Saoedische olietankers in de Rode Zee. De Amerikaanse marinebasis in Bahrein kan ook een doelwit worden. Hoe reageren de salonkrijgslieden Trump, Bolton en Pompeo dan? Die kunnen dan nog moeilijk terugkomen op hun roekeloze oorlogstaal van de afgelopen maanden. Het antwoord kan enkel nog maar geweld zijn. Deze gestoorde lieden hebben elke weg naar diplomatie afgesneden.

Wordt het conflict met Iran in Syrië uitgevochten?

De balans in het Iran-dossier is treurig. Iran laat zich niet afpersen. Men mag kritiek hebben op de islamitische republiek. Maar de bevolking komt niet in opstand. Er komt geen tweede revolutie op bevel van Washington, om tegemoet te komen aan Trump’s valse, primitieve ideeën over vrijheid en democratie. In dit hele dossier heeft de VS zich van zijn Europese vrienden en Russische en Chinese rivalen vervreemd. Tenzij er snel iets verandert krijgt Trump gewild of ongewild zijn oorlog. Als we president Rouhani mogen geloven wordt dat de “Moeder van alle Oorlogen”.

Teheran is niet van plan te capituleren, en al zeker niet zonder serieuze strijd. Het probeert een oorlog op allerlei manieren te vermijden, maar verwerpt de eisen van Bolton en Pompeo die neerkomen op onvoorwaardelijke overgave. De cultureel rijke en trotse Iraniërs aanvaarden geen van buiten opgelegde regeringswissel, zelfs niet onder druk van pijnlijke sancties. Dan blijft de mogelijkheid open om het conflict – waar vooral Israel op aanstuurt – buiten de landsgrenzen uit te vechten, in Syrië. Maar ook dat wordt geen lachertje.

CIA, MI6 en Mossad operatie “regimewissel Syrië”: om Iran te bedwingen

photo courtesy Stratfor Free Intelligence (from Report “Syria, Iran and the Balance of Power in the Middle East”)


De terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak, die eind dit jaar voltooid zou moeten zijn, dreigt een belangrijke verschuiving van het machtsevenwicht in het Midden-Oosten teweeg te brengen. Iran lijkt zich tot een dominante regionale mogendheid te ontwikkelen. Tot afgrijzen van de VS heeft Iran veel invloed in Irak verworven. Voor de Iraakse politici ligt het machtige Iran om de hoek en de Amerikaanse sterke arm steeds verder weg. Men laat het beter uit zijn hoofd om zich tegen Iran te verzetten, zo is de redenering. Na de arrestatie van Iraakse Soennitische leiders beseffen de Sjiietische politici – die lang niet allemaal pro-Iran zijn – dat zij zich maar beter plooien naar premier Nouri al-Maliki. De Koerden in Irak blijven rekenen op de VS vanwege de Amerikaanse investeringen in Koerdische olie. Maar zoals de bovenstaande kaart laat zien is dat voor de VS niet zo evident. De Koerdische oliebronnen liggen in de streek van Kirkuk, in het noordoosten van Irak, op een boogscheut van Iran. [1]

Turkije vreest voor aantasting van zijn regionale machtsbasis. Het land steunde het cynische ultimatum aan Syrië van de Arabische Liga, dat geen enkel democratisch land onder zijn leden telt. Maar Syrië legde dat ultimatum naast zich neer. Intussen duurt de door het buitenland aangewakkerde onrust in Syrië voort. De gewapende oppositiegroepen krijgen steun van het Syrische Bevrijdingsleger, een groep overlopers die vanuit Turkije en Libanon opereren. Met vereende krachten tracht men een burgeroorlog [2] te ontketenen. Een term echter die de realiteit geweld aandoet. De Syrische samenleving is een toonbeeld van tolerantie, waar Moslims en Christenen in harmonie samenleven. [3] De Syrische Lente lijkt een kopie van de “protestbeweging” in Libië die leidde tot een NAVO invasie en regimewissel. De media luisteren enkel naar de Syrische oppositiegroepen en laten het optreden van 17.000 gewapende strijders onder de demonstranten onvermeld. Burgers vallen ten prooi aan doodseskaders en sluipschutters. Blind terrorisme met de handtekening van de CIA, MI6 en Mossad en gefinancierd door Saudi Arabië en de Golfemiraten. [4] [5] [6] Dankzij de steun van Iran en de Iraakse premier Al-Maliki blijft Assad overeind.

Als Assad overleeft kan Iran in een strategisch belangrijk gebied bogen op een invloedssfeer die zich uitstrekt van West-Afghanistan tot de Middellandse Zee. Iran beschikt over een omvangrijk leger en kan rekenen op steun van militante bondgenoten. Zo’n Iraans machtsblok is vooral bedreigend voor Saudi Arabië. Iran wil die dreiging nog opvoeren, zodat het tot de tanden bewapende Saudi Arabië tot de conclusie komt dat een verzoenende houding meer oplevert dan verzet. De VS, Israel, Saudi Arabië en Turkije gaan tot het uiterste om de ontwikkelingen te dwarsbomen. Dat is wat wij vandaag in Syrië zien gebeuren. De toegenomen strijd valt niet toevallig samen met de beschuldiging dat Iran de Saudische ambassadeur in de VS wilde vermoorden, verhalen over subversieve acties van de Iraanse geheime dienst in Bahrein, het gepolitiseerde IAEA-rapport [7] met de absurde bewering dat Iran een nucleair ontstekingsmechanisme zou willen testen in een grote tank, [8] [9] en de explosie op een Iraanse raketbasis. De voortdurend herhaalde oorlogsretoriek moet de druk op Iran maximaal opvoeren, maar is niets meer dan een rookgordijn.

Intussen bieden de Republikeinse presidentskandidaten tegen elkaar op om het Iraanse “probleem” op te lossen. Het TV-debat van 12 november [10] werd door de moderator geopend met de tendentieuze opmerking dat het IAEA-rapport spreekt over “nieuwe, geloofwaardige bewijzen dat Iran kernwapens ontwikkelt”. Op de vraag hoe de kandidaten Iran een halt zouden toeroepen antwoordde Herman Cain dat hij steun zou verlenen aan groeperingen die proberen de regering omver te werpen. Newt Gingrich zei dat hij in samenwerking met de Israëlische regering de geheime operaties in Iran om het Iraanse kernwapenprogramma te blokkeren maximaal zou opvoeren. En Mitt Romney noemde de huidige toestand rond het Iraanse nucleaire programma Obama’s “grootste tekortkoming op het gebied van buitenlands beleid” en voegde daar nog aan toe dat “als we Barack Obama herverkiezen, Iran in de kortste tijd een kernwapen heeft.” Allemaal uitspraken die bijdragen aan het valse beeld dat Iran een bedreiging vormt voor de VS.

Iran is vanzelfsprekend opgewassen tegen de psychologische druk. Zo pakte het recent rücksichtslos 12 CIA-agenten op die in samenwerking met de Israëlische geheime dienst Mossad aanslagen zouden beramen op Iran’s militair apparaat en nucleaire programma. [11] [12] Dat gebeurde nadat de door Iran gesteunde Libanese politieke beweging Hezbollah in juni een aantal CIA-infiltranten had ontmaskerd. Of Iran nu wel of niet met kernwapens bezig is, het moet nog een lange weg afleggen voor het beschikt over operationele bommen. De Iraanse dreiging is niet nucleair, maar geopolitiek. Als Iran vandaag zijn volledige nucleaire programma opgeeft verandert er niets. Iran krijgt het in de regio voor het zeggen, terwijl de VS, Israel, Turkije en Saudi Arabië het tij proberen te keren. Nog meer druk op Iran, en een nieuw regime in Syrië op Westerse leest, dat zijn de maatregelen die een dam moeten opwerpen tegen de Iraanse invloed in Irak. Maar Assad’s positie lijkt onaantastbaar. Daar waar gewapend optreden niet voor de hand ligt, lijkt steun aan de Soennitische oppositie de aangewezen weg. De uitkomst blijft twijfelachtig: de Syrische geheime dienst heeft volop greep op de oppositie.

Recent werden in een hoorzitting voor een Senate Subcommittee enkele interessante Future Policy Options voor het Iran-beleid voorgesteld. [13] Sancties helpen niet en zijn ook negatief voor de VS, bondgenoten en de wereldeconomie. China, dat intensieve economische banden met Iran heeft, kan onder druk worden gezet. Maar de diplomatie mag nooit van tafel. Dertig jaar overleg heeft tastbare resultaten opgeleverd. Maatregelen die Washington verbieden om met Iran te onderhandelen zijn onbezonnen en contraproductief. De voortdurende oproepen tot geweld verzwakken de oppositie en versterken het regime. De terughoudendheid van de regering-Obama bij het aantreden van de oppositiebeweging in juni 2009 was de juiste aanpak. En het is ronduit bespottelijk dat men de laatste tijd enkel praat met de in diskrediet geraakte terroristische organisatie Mujahideen-e Khalq en haar pleitbezorgers. Een serieuze regering laat zich voorlichten door instanties die het reilen en zeilen in Iran kennen, aldus Iran-expert Suzanne Maloney.

Ook macro-economische gegevens tonen aan dat de sancties Iran niet deren. Nazicht van de Iraanse groeicijfers sinds 2005 [14] leert dat die beduidend beter zijn dan die van de VS. In deze periode kende Iran een jaarlijkse economische groei van tussen de 5% en 2,5%, met een positieve uitschieter van 10,8% in 2007 en negatieve van 0,6% in 2008. In dezelfde periode groeide de Amerikaanse economie slechts met 1,5% tot 3%, met een positieve uitschieter van 3,1% in 2005 en negatieve van -3,5% in 2009. De verschillen in groei van het BBP per hoofd van de bevolking zijn nog spectaculairder: die van Iran bewegen zich in de periode 2006-2010 tussen de 16,3% en 10,7%, met een positieve uitschieter van 37,1% in 2007 en negatieve van 1,0% in 2009. In de VS groeide het BBP per capita jaarlijks tussen de 0,9 en 5,0%, met een negatieve uitschieter van -3,3% in 2009.

De VS heeft recent de sancties tegen Iran nog verder aangescherpt, een wapen dat niet alleen niet blijkt te werken, maar ook contraproductief is. Het is de kwadratuur van de cirkel. Als Washington Iran een halt wil toeroepen moet het kiezen. Het kan leren leven met de ontwikkelingen. Het kan proberen een akkoord te sluiten met Iran, al is dat misschien geen sinecure. Of het kan kiezen voor de gewapende strijd. De laatste optie veronderstelt dat de VS klaar is voor Iraanse tegenaanvallen, vooral in de Straat van Hormuz. Voor Washington zijn dit allemaal omstreden keuzes. De val van Assad heeft bij de Amerikaanse beleidsmakers dus de hoogste prioriteit. Een hachelijke onderneming. De slotakte van het Irak-drama is nog gecompliceerder dan verwacht.

[1] George Friedman: “Syria, Iran and the Balance of Power in the Middle East
[2] Martin Janssen: “Het Westen probeert een burgeroorlog te ontketenen in Syrië
[3] Webster Tarpley op RT: “CIA, MI6 and Mossad: Together against Syria
[4] Rick Rozoff: “U.S. Arms Persian Gulf Allies For Conflict With Iran
[5] Julie Lévesque: “Media Lies Used to Provide a Pretext for Another “Humanitarian War”: Protest in Syria: Who Counts the Dead?
[6] Emile Hokayem: “Revolutionary road: Among the Syrian opposition
[7] Seymour Hersh: “Iran and the IAEA
[8] Gareth Porter: “Ex-Inspector Rejects IAEA Iran Bomb Test Chamber Claim
[9] Seymour Hersh: “Propaganda Used Ahead of Iraq War Is Now Being Reused Over Iran’s Nuke Program
[10] YouTube: “Republican rivals talk tough on foreign policy
[11] Associated Press: “Report: Iran parliamentarian says 12 CIA agents arrested
[12] Howard LaFranchi: “CIA arrests in Iran? Allegations point to smoldering covert war with US
[13] Suzanne Maloney: “Progress of the Obama Administration’s Policy Toward Iran
[14] International Monetary Fund: “World Economic Outlook Database