Aanhoudend Amerikaans militarisme, of aloude diplomatie?


Denktank New America bepleit een einde aan Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten. Klassieke diplomatie moet ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen. De denktank zwijgt echter over de machtige lobby’s van Israël en het militair-industrieel complex, en komt met voorstellen die indruisen tegen het internationaal recht. New America zal uit een ander vaatje moeten tappen.

In een long read op het alom gerespecteerde Amerikaanse online magazine Foreign Policy bepleit Alexandra Stark een fundamenteel gewijzigd Amerikaans beleid in het Midden-Oosten. De auteur is verbonden aan de denktank New America, die zich beschrijft als niet-partijgebonden, maar door sommigen wordt gezien als liberal (progressief) georiënteerd. In zijn mission statement positioneert New America zich als voorvechter van herstel van de disfunctionerende Amerikaanse democratie en van het vertrouwen in de overheid. Het democratisch proces wordt gefnuikt door een zichzelf versterkend machtsoligopolie dat elke innovatie verhindert, aldus New America.

Lokale actoren moesten het vuile werk opknappen

In haar stuk betoogt Stark dat de VS zijn proxy-oorlogen in het Midden-Oosten maar beter kan opgeven. Tegen beter weten in poogden opeenvolgende Amerikaanse regeringen het risico van een terroristische aanslag op Amerikaanse bodem te verkleinen, Al Qaida en IS uit te roeien, en maximale druk uit te oefenen op Iran, dat zijn invloed in het Midden-Oosten had zien toenemen. Na het Amerikaanse fiasco in Irak was de inzet van grondtroepen immers politiek onhaalbaar geworden. Dus moesten lokale actoren het vuile werk opknappen. Die konden rekenen op steun van ‘onzichtbare’ Amerikaanse speciale troepen, training en wapenleveringen, aldus Stark.

Amerikaanse bondgenoten in de regio zien het falen van hun proxy-oorlogen in, zo leert onderzoek. In de visie van Stark hebben de interventies in Libië en Syrië enkel geleid tot uitzichtloze conflicten, tot instabiliteit in de hele regio, en tot onnoemelijk veel menselijk leed. In plaats van de Amerikaanse doelstellingen te realiseren hebben de proxy-oorlogen ertoe geleid dat de VS betrokken raakte bij tal van nieuwe conflicten zodat het zich niet kon terugtrekken uit de regio. Zo kon de Houthi-beweging in Jemen uitgroeien tot een groepering die de Saoedische hoofdstad Riyad kon raken met raketten, Al-Qaida vaste voet krijgen op het Arabische schiereiland, en Amerikaanse wapens in handen van terroristen konden vallen.

Stark meent dat de VS zal moeten afrekenen met de gevolgen van de instabiliteit, het terrorisme en de de politieke polarisatie in het Midden-Oosten waar het zelf aan heeft bijgedragen. De VS moet leren van het fiasco, en het roer omgooien: klassieke diplomatieke druk kan ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen, maar de VS moet niet blijven aanmodderen in situaties waar het geen druk kan uitoefenen. Zo is er geen enkele rechtvaardiging voor het rest-contingent Amerikaanse troepen in het noordoosten van Syrië. Na vijf jaar steun aan de Koerden om de Russische en Iraanse invloed in Syrië aan banden te leggen liet Trump deze bondgenoot ijskoud vallen en waren de Koerdische troepen aangewezen op het Assad-regime voor steun tegen de Turkse inval.

Israël bepaalt het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid

Stark bedoelt het goed, maar haar betoog gaat voorbij aan de essentie. De afgelopen decennia, en vooral sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967, staat het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid in het teken van de relatie met Israël1. In een democratie bepaalt het parlement het overheidsbeleid. In Amerika wordt het beleid ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten echter bepaald door de Israël Lobby. De meeste Congresleden zijn schatplichtig aan de Lobby. En het is bekend dat Israël de afgelopen decennia probeert af te rekenen met elk land dat het maar enigszins als bedreigend ervaart. Zo moesten landen als Irak, Syrië en Libië eraan geloven, en zucht Iran, ‘de grote vijand’, onder ongemeen harde Amerikaanse sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering.

Voor de auteur is, net als voor sommige opiniemakers bij ons, dit issue blijkbaar nog altijd een taboe. Al wat zij erover zegt is een verwijzing naar de Amerikaanse bilaterale steun aan het Palestijnse bestuur op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, steun die sinds kort geconditioneerd wordt aan aanvaarding door de Palestijnse overheid van het plan-Kushner dat voorziet in annexatie van grote delen van de Palestijnse gebieden. De auteur gaat volkomen voorbij aan het feit dat de kwestie Palestina een pan-Arabische zaak2 is die de gemoederen bij de bevolking danig bezigheid houdt: voor 90% van de Jordaniërs, 85% van de Egyptenaren en 80% van de Saoedi’s is de Palestijnse zaak een pan-Arabische zaak, terwijl dit issue hun autocratische leiders blijkbaar volkomen koud laat.

Stark wijst erop dat de regering-Trump elke poging tot wederopbouw van Syrië torpedeert omdat steun aan wederopbouw steun is aan de regering-Assad. Haar suggestie om fondsen voor de wederopbouw van het geruïneerde land rechtstreeks aan Syrische lokale raden en niet-gouvernementele organisaties te verstrekken is verwerpelijk. Dat komt neer op bestendiging van het Assad-must-go-credo en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een internationaal erkende soevereine mogendheid, in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Niet de Verenigde Staten, het Westen of de internationale gemeenschap maken uit hoe Syrië wordt bestuurd, maar de Syrische bevolking.

Geen militaire maar economische steun

De Amerikaanse buitenlandse hulp is geconcentreerd op eng gedefinieerde strategische doelen. In de visie van de auteur moet hier het roer om: de hulp aan de regio moet voorzien in onmiddellijke humanitaire behoeften en gericht zijn op welvaart voor de mensen. Zo moet Egypte geen fondsen krijgen om Amerikaanse wapens aan te kopen, maar economische hulp. Ook hier ziet de auteur een essentieel issue over het hoofd: de machtige lobby van het Amerikaans militair-industrieel complex die menig Congreslid in zijn zak heeft. Samen met de legertop en grote contractors profiteren die van zo hoog mogelijke defensiebestedingen. De auteur heeft blijkbaar niet de moed om concreet de militaire en de Israël Lobby op de korrel te nemen.

Het valt op dat de auteur zich in haar pleidooi voor een eind aan het Amerikaanse militarisme en herbronning op diplomatie beperkt tot het Midden-Oosten. Volgens Wikipedia zijn ruim 170.000 Amerikaanse militairen actief in meer dan 150 landen overal ter wereld. Zij die niet bij gevechtshandelingen zijn betrokken worden ingezet voor vredesmissies, of zijn verbonden aan Amerikaanse ambassades en consulaten. Zo’n 40.000 manschappen zouden zijn betrokken bij geheime missies op locaties die de Amerikaanse regering weigert bekend te maken. En daar zijn de manschappen van de contractors die het Pentagon inhuurt nog niet eens bij inbegrepen.

Of Trump nu wordt herverkozen of niet, alleen een revolutie kan een halt toeroepen aan de militaire lobby in Amerika. De Westerse manier van oorlogvoeren is achterhaald. De term ‘overwinning’ is een hersenschim. Hoogtechnologische wapensystemen leveren geen overwinning op. Slechts twee landen hebben dat nog niet begrepen: de VS en Israël. Zo lang Israël het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid bepaalt, zo lang de VS een havik als Brian Hook, speciaal gezant voor Iran, vervangt door de oorlogsmisdadiger Elliott Abrams, zo lang verandert er niets aan het Amerikaanse beleid in de regio.

Hoe goed bedoeld ook, New America zal uit een ander vaatje moeten tappen, en niet enkel in het Midden-Oosten.

1 Lookman, Paul, Het Zionistische project Israël. Etnisch zuiver, of binationaal gidsland, Geopolitiek in context, Koersel, 2020, p. 57 e.v.
2 ibid, p. 20

De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012

Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken

U.S. Army Stryker armored vehicles convoy during operations in support of Steadfast Javelin II at Ramstein Air Base, Germany, Sept. 3, 2014. Steadfast Javelin II is a NATO-led exercise designed to prepare U.S., NATO and European partner nations forces for large-scale unified land operations.
Photo: A1C Jordan Castelan (Wikimedia Commons).


Nu Trump de bondgenoten niet enkel 2% bijdrage vraagt maar ook 150% van de kosten voor stationering van Amerikaanse troepen wordt het tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt. Het moet een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland.

Amerika is een oligarchie. Kandidaturen voor presidentschap en Senaat en Congres worden verworven via politieke omkoping. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat een kleine groep elites het overheidsbeleid bepaalt. Zo bepaalt de militair-industriële lobby in belangrijke mate het defensiebudget. Officieel bedraagt dat voor 2019 $617 miljard, maar dat is slechts het Base Budget. Inclusief een serie niet op de defensiebegroting ingeschreven onderdelen, maar exclusief de (para)militaire activiteiten van CIA en FBI, geeft de VS in 2019 aan veiligheid een bedrag uit van $1.135,7 miljard, 5,4% van het BBP en meer dan een kwart van de Amerikaanse federale begroting.

Het Pentagon is wereldwijd voortrekker in militaire uitgaven en trekt NAVO-leden Europa ($290 miljard) en Canada ($24 miljard) mee in zijn kielzog. Zo ontstaat een totaal NAVO-budget 2018 van $1.449 miljard, ruim 80% van het wereldwijd totaal aan defensie-inspanningen ($1.774 miljard). Aan de basis van de groeiende defensie-inspanningen liggen Amerikaanse en Europese percepties van dreigingen vanuit China en Rusland. De uitgaven van deze landen zijn echter slechts een fractie van het NAVO-totaal. China zou in 2018 $168 miljard hebben uitgegeven en Rusland $63 miljard, 12% resp. 4% van NAVO-totaal.

De NAVO is goed voor 80% van de mondiale militaire uitgaven. De uitgaven van Rusland en China vallen daarbij in het niet.

De Amerikaanse National Defense Strategy Commission wijst erop dat China en Rusland regionale hegemonie nastreven en zelfs mondiaal macht kunnen uitoefenen, maar een nuchtere Amerikaanse politicoloog als John Mearsheimer relativeert die stelling. Poetin heeft enkel gereageerd op Westerse provocaties. Het feit dat de NAVO tot de Russische grens is opgeschoven ligt aan de basis van de oorlogen in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). De confrontatie met Rusland en China duwt deze grootmachten enkel in elkaars armen wat het einde inluidt van de unipolaire wereld sinds de val van de Sovjet-Unie.

Sinds de uitbreiding van de NAVO maakt Rusland duidelijk dat het niet lijdzaam zal toezien hoe zijn strategisch belangrijke buurlanden Westerse vestingen worden. Voor Poetin overschreed de coup tegen de democratisch verkozen regering in Oekraïne een rode lijn. Beducht voor zijn marinebasis in Sebastopol annexeerde hij de Krim en destabiliseerde hij Oekraïne tot het land zijn pogingen om zich bij het Westen aan te sluiten zou opgeven. In 2008 zei hij Bush ijskoud dat toetreding van Oekraïne tot de NAVO het einde van het land zou betekenen. Maar ook de EU trok oostwaarts, tegen de zin van Rusland.

Oekraïne is als bufferstaat van groot strategisch belang voor Rusland. Geen enkele Russische leider tolereert dat een militaire alliantie die zich duidelijk vijandig opstelt zich in Oekraïne vestigt en een regering installeert die het land wil integreren in het Westen. In koor gaf het Westen Poetin de schuld. Voor Merkel leefde Poetin in een andere wereld. Maar Poetin is absoluut niet onevenwichtig. Hij is een topstrateeg die op buitenlands beleid elke uitdager in de schaduw stelt. Hij streeft niet naar een “groot-Rusland”, is niet geïnteresseerd in de annexatie van buurlanden. Dat zou het militair, economisch en organisatorisch vermogen van Rusland overstijgen.

De EU drong Oekraïne een handelsakkoord op zonder oog voor de historische context. Het land moet een neutrale bufferstaat worden.

Was Oekraïne voor de EU en de NAVO van strategisch belang, dan had het Westen al lang militair geweld gebruikt om de crisis te beslechten. Men maakt een land toch geen NAVO-lid om het vervolgens niet te verdedigen. In een interview legt ook voormalig Amerikaans minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger de oorzaak van de Oekraïne-crisis bij het Westen. De EU duwde een handelsakkoord door, is ondoordacht achter Oekraïne gaan staan en heeft geen oog gehad voor de historische context. Voor Kissinger moet Oekraïne een bufferstaat worden.

Amerika is vrijwel onophoudelijk in oorlog: sinds zijn stichting in 1776 maar liefst 226 van zijn 243 kalenderjaren. De overgrote meerderheid van de militaire conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog ontstond op initiatief van de VS. Vergeleken met andere grootmachten heeft de VS relatief weinig soldaten op het slagveld verloren en nauwelijks burgerslachtoffers. Afgezien van de aanslagen van 9/11 werd oorlog met het buitenland nooit in eigen land uitgevochten. Anders dan Europa ziet de bevolking op eigen bodem dus niets van de rauwe realiteit van oorlog. En sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1973 is de sociale controle op de Amerikaanse oorlogszucht tot vrijwel nul herleid.

Het is ‘gewone’ mensen in de rest van de wereld blijkbaar niet ontgaan dat de VS sinds 2001 Irak, Afghanistan, Libië en Syrië heeft vernietigd en Iran, Venezuela, en misschien zelfs Rusland op de korrel neemt. Onderzoek in 65 landen leert dat de VS (24%) als eerste wordt genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede, voor Pakistan (8%), China (6%), Noord-Korea, Israel en Iran (elk 5%). Respondenten in Rusland (54%), China (49%) en Bosnië (49%) waren het meest bevreesd voor de VS als bedreiging.

De VS wordt als eerste genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede.

Trump heeft twijfel gezaaid over de bescherming van Europa. Hij dringt aan op verhoging van de bijdrage naar 2% en op termijn 4% van het BBP. Intussen gaan de defensiebegrotingen mondjesmaat omhoog. Europese leiders zien Rusland niet als een ernstige militaire bedreiging. Voor hen past de annexatie van de Krim niet in Russische expansiezucht. Maar intussen vraagt Trump de “partners” ongegeneerd om ook 100% van de kosten van de Amerikaanse militaire aanwezigheid te betalen, met een opslag van 50%. Vandaag betaalt Duitsland 28% voor de Amerikaanse stationering, zo’n €1 miljard per jaar. In een cost-plus-50 regeling zou de factuur voor Duitsland door het dak gaan.

De harde Amerikaanse houding stelt Europa voor een dilemma. Moet het zichzelf kunnen verdedigen? Moeten de Franse atoomwapens het Europese continent afdekken? Wie zit er dan aan de knoppen? Opgeteld kan een EU-leger beschikken over 1,5 miljoen militairen, na China (2,2 miljoen) de grootste legermacht ter wereld. Paradoxaal genoeg is het juist de NAVO die zich tegen zo’n ontwikkeling verzet. Dit is gevoelige materie. Dat de Franse president Macron spreekt over een Europees leger en strategische autonomie irriteert de Amerikanen. De VS laat de NAVO waarin het de lakens uitdeelt en eigen belangen voorrang kan geven niet gemakkelijk los. Maar verzet komt ook uit eigen kring en vanuit de bureaucratie.

Wie pleit voor een Europese defensie moet ook het gebrek aan een ééngemaakt buitenlands beleid aan de orde stellen.

Ook de Belgische politicoloog Sven Biscop is voor een Europese defensie. Hij pleit niet voor interventionisme, wél voor optreden “als onze vitale belangen in het geding zijn”. Als voorbeeld noemt hij Libië. Zijn uitleg over het oprekken van het VN-mandaat roept vragen op over de doctrine van “minimale interventie en maximale diplomatie” waarbinnen EU-optreden moet gebeuren. Biscop spreekt niet over het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid en hoe binnen de EU wordt beslist over militair optreden. Per saldo sluit hij zich aan bij de European Union Global Strategy (EUGS) die zegt dat de NAVO voor de meeste lidstaten het belangrijkste kader zal blijven.

Een opiniestuk van de Nederlandse politicoloog Rob de Wijk is gewaagder: “Wie roept de Verenigde Staten tot de orde?” Intussen staat wel vast dat Europa zich wil losmaken uit het steeds knellender Amerikaanse juk. Een militair volledig op eigen benen staand Europa is echter niet voor morgen. De geopolitieke transformatie in de wereld staat niet stil. De Westerse vijandige houding tegen Rusland drijft dat land steeds meer in de armen van China, dat via zijn Belt & Road strategie al belangrijke contacten heeft gelegd in Europa. Wil Europa niet tussen hamer en aambeeld raken dan zal het een fundamentele keuze moeten maken: wil het aan de hand blijven lopen van de VS die zich steeds meer op zichzelf terugtrekt, of zich openstellen voor een Euraziatisch Wirtschaftswunder.

Europa moet kiezen voor een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie waarin plaats is voor Rusland.

Zo’n fundamentele beleidsombuiging vergt de vorming van een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie en de opzegging van het NAVO-lidmaatschap. Frankrijk en Duitsland kunnen het voortouw nemen en worden waarschijnlijk snel vergezeld van andere Europese kernlanden. Hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie vergt een grondige wijziging van het Verdrag van Lissabon, een kolossale, uitdagende maar doenbare operatie. De meeste analisten menen dat Rusland na de Koude Oorlog volwaardig NAVO-lid had moeten worden. De nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie moet dan ook de opzegperiode met de NAVO benutten om een verdrag te onderhandelen met Rusland.

In dat kader kan ook een oplossing worden uitgewerkt voor de Oekraïne-crisis. Het land moet een neutrale buffer worden tussen Rusland en het Westen, naar het voorbeeld van Finland tijdens de Koude Oorlog. Georgië moet in het voetspoor van Oekraïne treden. Oekraïne moet economische steun krijgen van zowel het Westen als Rusland, en worden aangemoedigd om de rechten van de Russisch sprekende bevolking te respecteren. Op langere termijn kunnen Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland tot de EU en de veiligheidsorganisatie toetreden. Daarmee ontstaat een blok dat zich zowel economisch als militair kan meten met China.

Zo ontstaat een multipolaire wereld bestaande uit Noord- en Zuid-Amerika, Eurazië en China, aangevuld met overig Azië en Afrika. Een wereld waarin de VS niet langer de lakens uitdeelt en waarschijnlijk minder gewapende conflicten kent.

Waarom geweld verweven is met de Amerikaanse cultuur

President Lyndon B. Johnson meets with Martin Luther King, Jr. in the White House Cabinet Room
Source: Lyndon Baines Johnson Library and Museum. Image Serial Number: A2134-2A.


America, he charges, was guilty of waging war on those who really made the American nation: Native Americans, African-Americans, the working-class, the poor, and women. American history, as Zinn saw it, was that of a history of “genocide: brutally and purposefully waged by our rulers in the name of progress. He claimed that these truths were buried “in a mass of other facts, as radioactive wastes are buried in containers in the earth.”
Ron Radosh on Howard Zinn in “America the Awful—Howard Zinn’s History

Een opvallend detail in de geschiedenis van de VS is het taboe gedurende ruim een halve eeuw (1880-1940) op een wet tegen lynchen.[1] Lynchen is niets anders dan moord. In een rechtsstaat zou een verbod op moord overbodig moeten zijn, maar de buitengerechtelijke moord op zwarten werd door de Amerikaanse samenleving destijds gelegitimeerd. In een zich ontwikkelende samenleving is één van de belangrijkste tekenen van beschaving het toekennen van het monopolie op dodelijk geweld aan de overheid. Maar dankzij de wapenlobby gaat dat niet op voor de VS, specifiek voor de stand-your-ground law staten [2] [3] waar men legaal kan doden als men zich bedreigd voelt. Een Amerikaanse burger kan probleemloos een semiautomatisch wapen aanschaffen. Voorzien van een magazijn voor 100 patronen wordt elke schutter daarmee een potentiële massamoordenaar. Hoe kan men het primaat van de overheid verdedigen en tegelijk burgers toegang geven tot dit soort militaire wapens? Wat motiveert de activisten die ijveren voor het recht op wapenbezit?

Slachtingen zoals die in Aurora maken steevast sympathiebetuigingen voor de slachtoffers los, en analyses van de dader. De dader krijgt de schuld, de samenleving gaat vrijuit. Zo blijft een maatschappelijk debat over de Amerikaanse geweldscultuur uit. De vraag of sprake is van rituele sympathiebetuigingen of authentieke compassie blijft onbeantwoord. Dit type blindheid verklaart ook waarom Amerikanen probleemloos de twaalf doden van Aurora betreuren, maar tegelijk weinig compassie tonen voor de slachtoffers van het Amerikaanse antiterrorismebeleid. Het medeleven lijkt te zijn voorbehouden voor landgenoten. Buitenlands geweld, gepaard gaand met patriottische retoriek van de overheid, krijgt de steun van de bevolking. Denk aan de Israëlische aanval op Gaza begin 2009, de Irak-oorlog, de droneaanvallen, de oorlogen in Afghanistan en Libië. Geen woord van medeleven met deze talloze onschuldige slachtoffers van de Amerikaanse geweldscultuur.

Vanaf het prille begin van de VS zo’n 400 jaar geleden is oorlog en binnenlands geweld verweven met het leven van alledag en met de Amerikaanse cultuur. Geweld in allerlei vormen is volgens de gezaghebbende Amerikaanse historicus Richard Maxwell Brown terug te vinden “in vrijwel elk stadium en aspect van de onze nationale geschiedenis” en is “onderdeel van onze onverwerkte waardenstructuur”. Het is zelfs zo dat “het steeds weerkerend geweld dat teruggaat tot ons koloniaal verleden onze burgers een neiging tot geweld heeft bijgebracht”. [4] [5] Hoewel Amerika dus sinds lang voor 9/11 verslingerd is aan oorlog en geweld, cultiveerde het de afgelopen eeuw wel het valse zelfbeeld als vrijheidslievende natie, een beeld dat de Amerikaanse bevolking zich inmiddels integraal heeft toegeëigend.

Het vredelievende zelfbeeld ten spijt wordt Amerikaans patriottisme veeluit geuit in militaire/militaristische termen. Heel wat presidenten dankten hun verkiezing aan hun militaire carrière. Woodrow Wilson (1913-1921) was de eerste president die moralistische retoriek gebruikte om een nieuwe oorlog te rechtvaardigen. En in 1991 kondigde vader Bush de eerste Irak-oorlog aan met de woorden: “Wij, Amerikanen, hebben een unieke verantwoordelijkheid om het harde werk van de vrijheid te doen. En als we dat doen, dan functioneert die vrijheid ook”. Vanzelfsprekend lagen niet aan alle Amerikaanse oorlogen lage motieven ten grondslag. Ook werd de lancering van niet elke oorlog gehuld in egoïstische, moralistische retoriek. Wel staat vast dat Amerikanen weinig inzicht hebben in de omvangrijke rol die oorlogen hebben gespeeld in de Amerikaanse geschiedenis. Volgens historici hebben de oorlogen de Amerikanen wel geleerd te vechten, de verschillende bevolkingsgroepen bijeengebracht en de nationale economie een duw in de rug gegeven.

De Amerikaanse historicus Howard Zinn geeft een goed overzicht van de Amerikaanse oorlogen en de rol welke die speelden in de ontwikkeling van het land. [6] Na de Indiaanse aanval van 1622 in Jamestown zouden tot 1890 nog een groot aantal oorlogen met Indianen volgen die veel grondgebied opleverden. Van belang waren voorts de onafhankelijkheidsoorlogen met Engeland. De oorlog met Mexico leverde in 1848 het gehele zuidwesten op, waaronder Californië, Arizona, New Mexico, en delen van Utah en Wyoming. De uitbouw overzee begon met de Spaans-Amerikaanse oorlog en de Filippijnse Opstand (1898-1902), wat de controle over de Filippijnen, Cuba en Puerto Rico opleverde. Dan komen de Wereldoorlogen, de Koreaanse oorlog en de langste en kostbaarste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis: Vietnam. Tussendoor waren er honderden “militaire acties”, zoals Indochina, het Caraïbisch gebied, Centraal-Amerika en de Varkensbaai-invasie van Cuba. Tijdens de Koude Oorlog voerde de VS tal van acties uit vanuit zijn overzeese bases. Tenslotte de eerste Golfoorlog, voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en vandaag het beleg van Iran en de indirecte militaire tussenkomst in Syrië.

Amerikaanse historici buigen zich wel over de militaire aspecten van de oorlogen, maar gaan voorbij aan de effecten op de samenleving. Een mogelijk verband tussen oorlog en geweld in de samenleving blijft onontgonnen gebied, een lacune die vooral opvalt in de geschiedenisboeken. De meeste Amerikaanse historici zijn niet bereid de realiteit onder ogen te zien: geweld en de Amerikaanse cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Prominente historici hebben dat jaren geleden al ingezien. [7] Zo schreef tweevoudig Pulitzer Prize laureaat, historicus Richard Hofstadter: “Geweld in Amerika komt buitengewoon veel voor. Het is in onze geschiedenis een alledaags en bestendig fenomeen dat haaks staat op de manier waarop wij onze nationale waarden afschilderen.” Voor Stanford University professor Lawrence Friedman “komt het Amerikaans geweld diep vanuit de Amerikaanse persoonlijkheid … [het] kan geen toeval zijn, en al evenmin genetisch. De specifieke feiten van de Amerikaanse samenleving zitten er voor iets tussen … misdaad is misschien de prijs … van de vrijheid … [maar] Amerikaans geweld blijft een historische puzzel”.

Volgens één van de historici vielen in de periode 1622-1900 tenminste 753.000 autochtone Amerikaanse Indianen slachtoffer aan oorlogsvoering en genocide in wat vandaag de Verenigde Staten van Amerika is. In dezelfde periode zou dat aantal voor Afrikaanse Amerikanen op tenminste 750.000 liggen. Andere vormen van binnenlands collectief geweld zouden minder dan 20.000 slachtoffers hebben gekost. Hoe afschuwelijk deze cijfers ook zijn, zij verbleken in vergelijking met de belangrijkste vorm van Amerikaans geweld die historici tot voor kort routinematig hebben genegeerd: intermenselijk geweld. In 1997 vergeleken de hoogleraren Franklin Zimring en Gordon Hawkins criminaliteitscijfers in de G-7 landen (Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en de VS) tussen de zestiger en negentiger jaren van de vorige eeuw. De conclusie was: “De omvang van het dodelijk geweld in de VS duidt op een derde-wereld fenomeen in een eerste-wereld land”. In de 20e eeuw werden meer Amerikanen gedood door andere Amerikanen dan omkwamen in de Amerikaans-Spaanse oorlog, de beide Wereldoorlogen, de Korea oorlog en de Vietnam oorlog bij elkaar.

Richard Hofstadter stelt dat Amerikanen zich niet verdiepen in geweld omdat hun wordt voorgehouden dat zij een “uitverkoren volk” zijn waaraan alle ellende die andere samenlevingen ondergaan voorbijgaat. Hen wordt een veel te positief beeld van Amerika voorgespiegeld. De “mythe van de onschuld” of “van het nieuwe Eden”, aldus Hofstadter. Dat overheden zich geen zorgen maakten over geweld komt ook omdat dat niet tegen hen was gericht. Het geweld vond plaats tussen burgers: zwart-blank, blank-Indiaan, Protestant-Katholiek of Aziaat-Latino. Het ontbreken van een gewelddadige revolutionaire traditie in Amerika is de belangrijkste reden waarom Amerikanen nooit zijn ontwapend, terwijl in Europa het omgekeerde geldt. Zo ontstond het selectief geheugen – of het historische geheugenverlies – over geweld. Maar Amerikaanse historici hebben wel degelijk een verband aangetoond tussen cultuur en geweld. Mogelijk worden we nu geconfronteerd met een ander bijproduct van de Amerikaanse neiging tot geweld: een zoveelste oorlog (Iran, Syrië, …) zonder dat men zich daar vooraf ernstige vragen bij stelt. Dat is nu eenmaal de American Way.

[1] Robert Pierce Forbes (alias: cwhig): “The violence lobby
[2] Cora Currier: “23 Other States Have ‘Stand Your Ground’ Laws, Too
[3] Cheng Cheng † en Mark Hoekstra † : “Does Strengthening Self-Defense Law Deter Crime or Escalate Violence? Evidence from Castle Doctrine
[4] Richard Maxwell Brown: “Western Violence: Structure, Values, Myth
[5] Stan van Houcke: “Arie Elshout van de Volkskrant 20
[6] Geopolitiek in perspectief: “Must read: “A People’s History of the United States”
[7] Ira Leonard: “Violence is the American Way

De oorlog in Libië: toneel van botsende geopolitieke belangen

Sinds de jaren dertig, voorbode van de Tweede Wereldoorlog, zijn botsende economische en strategische belangen niet meer zo openlijk uitgevochten als vandaag in Libië. En dat onder het mom van “humanitaire interventie”. [1] Ruimschoots voor de totstandkoming van Veligheidsraadsresolutie 1973 had de VS al CIA-agenten naar Libië gestuurd. En het was de VS die het startschot gaf. Men moet niet naïef zijn: de strijd is het antwoord van het Westen op volksopstanden in grondstoffenrijke regio’s in de wereld en het begin van een uitputtingsslag tegen China, de nieuwe wereldrivaal. [2] De aanval wordt geleid door het Amerikaanse Africa Command, in 2007 opgericht om de lucratieve rijkdommen van de verarmde Afrikaanse bevolking veilig te stellen en de snel uitdeinende handelsbelangen van China in te dijken. [3]

De nieuwe rivaliteit tussen de grote mogendheden hangt samen met belangrijke verschuivingen in het economische machtsevenwicht in de wereld. Sinds 1895, na drie decennia ongekende economische groei na de Amerikaanse burgeroorlog, kent de VS het hoogste BBP in de wereld. Alle economische crises in de volgende honderd jaar ten spijt heeft het die positie weten te handhaven. Maar in 2010 is het door China ingehaald. De snelle opkomst van China gaat gepaard met toenemende Amerikaanse vijandigheid. In 2000 stonden West Europa, de VS en Japan nog in voor 72% van de wereldeconomie. Hoewel dit cijfer tien jaar eerder nog 80% bedroeg kwam de echte verschuiving in de tien volgende jaren met de opkomst van de BRIC-landen Brazilië, Rusland, India en China. In 2000 stonden die in voor 11% van de wereldproductie, in 2010 was dat al 27%. Deze ontwikkeling verklaart ook de verdeeldheid in de Veiligheidsraad over Resolutie 1973: de BRIC-landen en Duitsland onthielden zich van stemming.

Ook in Europa heerst verdeeldheid. Italië vreest door Groot-Brittannië en Frankrijk te worden geweerd van de “nieuwe” Libische olierijkdom en eiste dus dat de NAVO het commando overnam. De Britse regering  komt openlijk uit voor zijn ambities: nationale belangen vergen een grotere invloed op het wereldtoneel, Afrika is van strategisch belang. Voor William Hague, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, overstijgt het belang van de recente gebeurtenissen in Noord Afrika en het Midden Oosten zelfs die van de financiële crisis van 2008 en van 9/11. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Europa zich kunnen ontwikkelen dankzij de nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. Maar vandaag staan de tegenstanders in twee wereldoorlogen niet meer schouder aan schouder, terwijl de opkomende BRIC-landen een andere koers varen dan de oude koloniale mogendheden. Deze tegenstellingen sluiten akkoorden in de toekomst niet uit, maar wijzen wel op toenemende geopolitieke spanningen, die, zoals de geschiedenis van de 20e eeuw leert, onvermijdelijk leiden tot oorlog tussen de grote mogendheden.

De ontwikkelingen gaan ook gepaard met toenemende druk op de internationale instellingen. Het “Programma voor Hervorming” dat Kofi Annan in 1997, direct na zijn aantreden als secretaris-generaal van de VN, presenteerde [4] bepleit naast het aanpakken van de bureaucratie een hervorming van de Veiligheidsraad, waar nog steeds enkel de wereldmachten van 1945 een permanente zetel hebben. Gegeven de veranderde geopolitieke machtsveranderingen bepleitte Annan de toekenning van permanente zetels aan nieuwe wereldmachten. Een belangrijke kwestie. Resoluties in de Algemene Vergadering van de VN hebben slechts een adviserend karakter, maar besluiten van de Veiligheidsraad zijn afdwingbaar. Met nieuwe permanente leden in de Veiligheidsraad moeten de grote mogendheden van 1945 hun macht in dit forum dus delen met nieuwkomers. Een natuurlijke gang van zaken in het wereldbeeld van vandaag, maar een ontwikkeling waar de VS zich moeilijk bij kan neerleggen.

Neoconservatieve critici in de VS beklagen zich over de “handboeien” van Resolutie 1973. [5] Khadaffi’s olievelden mogen niet worden aangevallen, zijn chemische wapens niet uit de weg geruimd. De Resolutie zou slechts een dun laagje internationale legitimatie voor een no-fly zone, een embargo en beperkte interventie voor het beschermen van Libische burgers betekenen, en landen als Rusland en China de mogelijkheid geven om de VS te betichten van overschrijding van het mandaat van “een vormeloze internationale gemeenschap” dat een duidelijk juridisch document moet voorstellen. De Amerikaanse critici pleiten er dus ongegeneerd voor de grenzen van de resolutie te negeren, of ze dubbelhartig verkeerd uit te leggen.

Maar de critici gaan zelfs verder. “De VN is even formeel als machteloos, overeind gehouden door een gigantische, verkwistende bureaucratie en verouderde rechtsregels, die enkel de grote mogendheden van vandaag verhinderen geweld te gebruiken om een echt einde te maken aan humanitaire crises zoals in de burgeroorlog in Ivoorkust. Het fundamentele principe van de VN is om de politieke integriteit en onafhankelijkheid van elk land uit te roepen, en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van leden te verbieden. Voor de VN is Noord-Korea, het wreedste totalitaire regime ter wereld, de gelijke van de VS, dat meer dan welk land in de naoorlogse periode ook zich heeft ingespannen om vrijheid en democratie te beschermen.”

Deze verdwaasde Amerikaanse critici zien fundamentele gebreken in het VN Handvest: geweld kan alleen tegen een aanvaller, in het binnenland hebben staten het monopolie op geweld. Zij wijzen erop dat er geen wereldregering is die tussenbeide kan komen, en pleiten voor het legitimeren van geweld daar waar [dat] het welzijn van de wereld zou vergroten. Het is de hoogste tijd om het VN Handvest te vervangen door internationale rechtsregels die landen aanmoedigen om een einde te maken aan mensenrechtenschendingen, om falende staten te herstellen en schurkenstaten en terreurgroepen het hoofd te bieden. De VS en zijn bondgenoten moeten een Verbond van Democratieën stichten. Zo’n Verbond zou het zonder internationale bureaucratie of moeilijke regels over de inzet van geweld moeten doen. Het zou van geval tot geval collectief beslissen over [militaire] interventies, met gedeelde kosten. Landen als Rusland en China moeten worden geweerd tot zij een overeenkomstige wens uitspreken om globale verantwoordelijkheden te delen.

Moeten wij dan besluiten dat de VN “irrelevant” is geworden, zoals voormalig VS president George W. Bush het placht te zeggen? Leggen de BRIC-landen zich tandenknarsend neer bij de dominantie van de VS en zullen ze voldoende meewerken om te voorkomen dat de VS de Veiligheidsraad passeert? Het antwoord van de toch niet kinderachtige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken onder president Bill Clinton, Madeleine Albright, is ronduit: nee! [6] Alle betrokkenen hebben belang bij de samenwerking. Rusland en China ontlenen heel wat invloed aan hun permanent lidmaatschap en kunnen de hegemonie van de VS in die positie goed onder controle houden. De Verenigde Naties is nog altijd de beste investering die de wereld kan maken om AIDS en SARS aan te pakken, om de armen te voeden, vluchtelingen te helpen, criminaliteit op wereldniveau aan te pakken, en de verspreiding van kernwapens te bestrijden, aldus Albright.

[1] Nick Beams: “The war on Libya: a new eruption of imperialist rivalry
[2] Geopolitiek in perspectief: “Hoe grootmacht Amerika zijn dominante positie probeert te vrijwaren
[3] John Pilger: “David Cameron’s Gift of War and Racism, to Them and Us
[4] Wikipedia: “Verenigde Naties
[5] John Yoo, Robert Delahunty: “Mission Not Accomplished
[6] Madeleine K. Albright: “Think Again: The United Nations