Hoe de Israëlische propagandamachine werkt


Israël hanteert een uitgekookte propagandastrategie. Goed opgeleide woordvoerders beheersen het narratief. Westerse journalisten krijgen geen toegang tot Gaza en kunnen in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF. Manipulatie van de publieke opinie blijft een geducht wapen in de strijd.

Wie kijkt naar commentaar op een internationaal conflict is vaak geneigd te denken dat de waarheid in het midden ligt. Men vergeet daarbij soms dat de beeldvorming wordt gevoed door zij die directe belangen te verdedigen hebben in het conflict. De partij die beschikt over de beste PR-machine, het hardst roept, zijn leugens het mooist verpakt, zijn “gelijk” het vaakst herhaalt, en bij dat alles wereldleiders voor zijn karretje weet te spannen, trekt dan aan het langste eind.

Israël beschikt over een propagandamachine van topkwaliteit. Het weet daarmee perfect de mainstream media te bewerken, en die volgen vrijwel steeds dus de Israëlische versie. Zo weet Israël al tientallen jaren de geschiedschrijving naar zijn hand te zetten. Bij gevechtshandelingen kan het land rustig zijn gang gaan, zonder door de publieke opinie te worden teruggefloten. Nu de in het nauw zijnde Israëlische premier Netanyahu om zijn positie te versterken wel eens een nieuwe Gaza-oorlog zou kunnen uitlokken is het zinvol om weer eens stil te staan bij het fenomeen ‘Israëlische propaganda’.

De propagandastrategie is bijzonder uitgekookt:

1. Bepaal de criteria van het debat

Definieer ruimschoots tevoren de context van het debat, waarmee dat moet beginnen en hoe de verhaallijn wordt ingevuld. Gaat het om een oorlog, blijf dan hameren dat die door de tegenpartij is uitgelokt. Zwijg over je eigen schendingen van wapenstilstandsoverenkomsten of andere afspraken. De meeste mensen volgen het conflict niet nauw en zijn geneigd te geloven wat ze keer op keer te horen krijgen. Bereid je standpunten dus zorgvuldig voor en herhaal die consequent.

2. Stereotiepen werken

De Israëlische propaganda stelt Israël consequent voor als een hoogontwikkelde samenleving en Palestina aan de hand van negatieve stereotypen. In het Israël-Palestina conflict is Israël daarmee in het voordeel. Het verhaal is steeds dat de humane Israëlische samenleving geconfronteerd wordt met een Palestijns probleem. De media beginnen hun verslag van schermutselingen dan steevast met de opmerking hoe de Israëlische bevolking moet lijden onder “het probleem”.

Golda Meir zei het ooit zo: “We kunnen de Arabieren vergeven dat zij onze kinderen ombrengen, maar we zullen ze nooit vergeven dat zij ons verplichten hun kinderen te doden”. Bij deze voorstelling van zaken moet het niet verwonderen dat het disproportioneel geweld dat de Palestijnen bij oorlogsgeweld moeten ondergaan nauwelijks aan de orde komt, en beelden van angstige Israëlische burgers die spreken over de impact van de oorlog op hun leven, worden uitvergroot. De slachtoffers aan Palestijnse zijde worden dan enkel in aantallen genoemd of aangeduid als “collaterale schade”.

3. Buit de blunders van je tegenstander maximaal uit

De dwaasheden van Hamas spelen Israël in de kaart. Van bij het begin van de blokkade van Gaza kon Israël er op rekenen dat Hamas raketten zou afvuren. Met de daarmee gepaard gaande bedreigingen kon Israël dan sympathie opwekken bij de Westerse publieke opinie, een plus in de propagandaoorlog.

4. Laat overal van je horen, herhaal je verhaal en zorg dat je tegenstanders zoveel mogelijk buiten beeld blijven

Israël begint elke oorlog steevast met de inzet van een heus leger goed getrainde, beschaafde en vloeiend Engels sprekende woordvoerders die 24 op 24 uur bereikbaar zijn voor de media. De propaganda is perfect ingestudeerd en wordt uniform verwoord. Het succes is gegarandeerd. Tegelijk krijgen Westerse journalisten geen toegang tot Gaza en kunnen zij in oorlogsgebied enkel hun werk doen onder supervisie van de IDF, het Israëlische leger. Zo kan Israël de berichtgeving manipuleren en elke onafhankelijke vaststelling van de gruwel in Gaza verhinderen.

5. Blijf bij de les

De helft van het verhaal wordt bepaald door de politieke leiders. Het politieke apparaat wordt dus in stelling gebracht. Dat moet ervoor zorgen dat het Witte Huis en het Congres zich bij de verhaallijn aansluiten. Verklaringen van Congresleden moeten dus de gesprekspunten van de Israëlische woordvoerders uitdragen. Samen met politieke commentatoren en Congresleden moeten zij dus fungeren als elkaars klankbord.

6. Ontken en blijf ontkennen

Komen de werkelijke feiten aan het licht en spreken die de Israëlische voorstelling van zaken tegen, dan ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om en legt de schuld bij de tegenstander. Dat er Palestijnse burgers omkomen is altijd de schuld van iemand of iets anders, of je zegt dat foto’s van rouwende burgers getrukeerd zijn.

7. Je laatste redmiddel

Als al het voorgaande faalt gebruik je het antisemitisme-wapen. Geef daar een paar voorbeelden van, generaliseer ze en wek daarmee de suggestie dat je critici worden gedreven door antisemitisme. Het is een argument dat knaagt aan het geweten. Pas op voor overdadig gebruik. Maar het kan critici tot zwijgen brengen of in het defensief zetten.

*****

De bekendste en veruit welbespraaktste Israëlische woordvoerder is ongetwijfeld de in Australië geboren Mark Regev. Die kon uitgroeien tot woordvoerder voor Israëlische premiers, en schopte het in 2016 zelfs tot Israëlisch ambassadeur in Londen. En misschien kunnen ook journalisten worden toegevoegd in het rijtje Israëlische propagandisten. Zo kan men vraagtekens zetten bij de onpartijdigheid van VRT- en NOS-correspondente Ankie Rechess.

Manipulatie van de publieke opinie is een geducht wapen in de strijd rond internationale conflicten. Gelukkig stellen steeds meer mensen zich vragen bij de berichtgeving van de mainstream media, en krijgt rond het ‘politiek-Zionistische project Joodse staat Israël’ de BDS-beweging steeds meer wind in de zeilen. Het laatste woord rond dit issue is nog niet gesproken.

Het Europese landbouwbeleid: eigen boeren eerst

Milk cans at the Kiambaa Dairy Rural Sacco Society in Kenya
(photo credit: ILRI/Eyeris; Wikimedia Commons)


Zo’n 40% van het EU-budget gaat naar landbouw. Exportsubsidies hebben plaatsgemaakt voor directe steun aan boeren die bijna de helft van hun inkomen dekt. Wat de EU met de ene hand geeft via ontwikkelingshulp neemt het met de andere hand terug via export van gesubsidieerde landbouwoverschotten. Het kan anders: grote opkomende economieën bieden kansen. Het EU-parlement kan het verschil maken.

“Het handelsklimaat voor agribusiness in 2018 was positief, maar aanzienlijke risico’s liggen in het verschiet. De bedreigingen zijn protectionisme, handelsconflicten en verstoring van het handelsverkeer. Maar er zijn ook kansen. Met de bevolkingsgroei neemt de vraag toe, en de groeiende middenklasse is rijp voor producten met een hogere toegevoegde waarde. Onze toonaangevende agrovoedingssector mag de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.” Dat is de strekking van het rapport Agri-food trade in 20181 van de Europese Commissie dat verscheen op een moment waarop het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat in 2021 moet ingaan in de steigers staat.

Dit rooskleurige beeld schreeuwt om nuancering. De échte bedreiging is het groeiend verzet tegen zowat 40% van het EU-budget naar landbouw en de impact van het beleid op de derde wereld. Het Europese landbouwbeleid past eerder in een geleide economie zoals die onder het communisme. De steeds grotere boerenbedrijven vergen blijvende financiële ondersteuning. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan mag dan spreken over een steeds marktgerichter gemeenschappelijk landbouwbeleid, de steun die hij de sector tegelijk belooft om “kansen over de hele wereld te benutten” leidt wel tot het dumpen van gesubsidieerde overschotten in ontwikkelingslanden die lokale landbouw oneerlijk beconcurreren.

Het Europese landbouwbeleid kent een roemrucht verleden. Vanaf het Verdrag van Rome van 1957 zijn de doelstellingen ongewijzigd: productiviteit optimaliseren, boereninkomens ondersteunen, markten stabiliseren, voedselvoorziening veiligstellen en zorgen voor betaalbare consumentenprijzen. Het GLB van vandaag ontstond in 1962. De architect was de sterk ideologisch gedreven Nederlandse landbouwcommissaris Sicco Mansholt, voor wie schaalvergroting, inkomenssteun aan de boeren en subsidiëring van de landbouw essentiële voorwaarden waren.

Perverse neveneffecten

Achteraf kreeg Mansholt spijt van zijn beleid. Dat heeft immers perverse neveneffecten: goedkoop veevoer uit de Derde Wereld levert welvaart op, maar ook een zware belasting van het milieu. Veeteelt produceert 14% van alle CO2-uitstoot, even veel als de complete transportsector. Via de mest komen onnatuurlijk grote hoeveelheden mineralen in de bodem. Intensieve veehouderij is ook potentieel nefast voor dierenwelzijn. Vroeger kregen koeien diermeel bijgevoerd, wat in 1992 leidde tot de bovine spongiforme encefalopathie (BSE) epidemie bij melkvee met vrijwel zeker de overdracht op de mens in de vorm van een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

In 1995 formuleerde2 Mansholt een stuk van zijn wroeging als volgt: “Door de vaste graanprijs blijft er veertig miljoen ton graan per jaar over. Dat dumpen we, met dure exportsubsidies, tegen ramsjprijzen op de wereldmarkt waardoor we de boeren in de derde wereld in wanhoop naar de sloppenwijken drijven. Tegelijk hebben we de vrije invoer van graanvervangend veevoer toegestaan, tapioca en de hele rommel. Ook veertig miljoen ton per jaar. Daardoor zitten wij nu met de intensieve veehouderij en het mestoverschot. Het is een onhoudbare toestand, een stroperige brei van belachelijke maatregelen”.

Intussen zijn de exportsubsidies dan afgeschaft, vandaag steunt Brussel de sector wél in andere vormen, waaronder directe financiële steun aan de boeren die gemiddeld 46% van hun inkomen dekt. Enerzijds zegt de voorzet3 voor het nieuwe GLB dat het de sector blijft steunen, anderzijds dat de Migratietop in Valletta4 opvolging verdient. Die top keek naar de diepere oorzaken van migratie: armoede, gewapend conflict, slecht bestuur, de gebrekkige rechtsstaat en inbreuken op mensenrechten. Maar nog steeds geeft de Commissie een duurzame ontwikkeling in Afrika te weinig kans. Zij zegt dat coördinatie met ontwikkelingssamenwerking nodig is, maar ook dat handelsakkoorden moeten voorzien in uitzonderingen voor bepaalde sectoren.

Minderwaardig melkpoeder naar West-Afrika

In 2018 overspoelde de EU de West-Afrikaanse markten met 340.000 ton melkpoeder. Bijna driekwart daarvan is een minderwaardig product: het melkvet is vervangen door 90% goedkoper plantaardig vet dat maar een fractie bevat van de voedingsstoffen van melkvet. Het afgeroomde melkvet wordt verwerkt tot boter waar op de binnenlandse markt in Europa tegenwoordig opnieuw een grote, groeiende en winstgevende vraag naar bestaat. Intussen worden zo’n 20.000 West-Afrikaanse families die leven van industriële melkproductie en honderdduizenden families die daar indirect van afhankelijk zijn doodgeconcurreerd met inferieur en gesubsidieerd Europees melkpoeder.5

Aan de vooravond van een nieuw vrijhandelsakkoord met de EU heeft ook Tunesië problemen met het Europese landbouwbeleid. Het verschil in productiviteit, de financiële steun aan EU-boeren, de Europese graan- en vleesoverschotten, de extra irrigatie met water waarvan de limieten zijn bereikt, het zijn allemaal zaken die Tunesië zelfs op middellange termijn niet kan overbruggen. Tunesië met 10 miljoen inwoners is net als andere Maghreblanden helemaal niet gebaat met een handelsakkoord met een economisch machtsblok met 500 miljoen inwoners. Slaat de Maghreb de handen ineen, dan staat de regio als groep sterker in de onderhandeling met de machtige EU.6

Big business en big finance dragen bij tot corruptie

De EU denkt de nood in Afrika te kunnen lenigen door het aanbieden van knowhow, opleiding, uitwisselingsprogramma’s, en jobs voor legale migranten en seizoensarbeiders. Maar dat is in belangrijke mate lippendienst. Mensen verlaten hun geboorteland om redenen die voortvloeien uit het beleid van hun corrupte overheid, corruptie die samenhangt met contacten tussen lokale leiders en big business en big finance in het westen. Het zijn mastodonten die belust zijn op natuurlijke hulpbronnen in de derde wereld, en afzetmarkten zoeken voor landbouwoverschotten.

Voor 2018 stond 38% (€61 miljard) voor landbouw ingeschreven op de EU-begroting. Voor ontwikkelingssamenwerking was dat 0,3% (€3 miljard).7 De Official Development Assistance, het totale budget voor ontwikkelingshulp van de EU plus de 28 lidstaten, bedroeg in 2018 €74 miljard. Wat Europa met de ene hand aan belastinggeld van burgers investeert in ontwikkelingslanden wordt dus in belangrijke mate met de andere hand ongedaan gemaakt via het dumpen van gesubsidieerde landbouwoverschotten.

Hoe moet het dan wel? Overheidsbemoeienis met landbouw is omwille van voedselzekerheid niet weg te denken, maar het kan met heel wat minder. De sector moet meer ondernemerschap tonen. Gesubsidieerde overschotten moeten niet langer in ontwikkelingslanden worden gedumpt. In Europa wordt braaklegging van landbouwgrond gesubsidieerd terwijl China overal landbouwgrond opkoopt. In het handelsoverleg met China zou Europa een tolling voorstel op tafel kunnen leggen waarbij het hoogproductieve landbouwgrond ter beschikking stelt en producten levert in ruil voor Chinese ertsen, mineralen en andere grondstoffen.8 Geopolitieke en geostrategische argumenten moeten in de discussie worden meegenomen. Wat geldt voor China geld ook voor nieuwe grote economieën als Brazilië en India.9

Sinds het Verdrag van Lissabon is landbouw één van de beleidsdomeinen die onderworpen zijn aan de gewone wetgevingsprocedure. Het Europees Parlement is dus ook voor landbouw medewetgever en zal zijn akkoord moeten geven aan het nieuwe GLB. Dat geeft de nationale politiek, het middenveld, actiegroepen en de media de mogelijkheid “hun” Europese parlementsleden te wijzen op de onmogelijke spagaat tussen landbouw en ontwikkelingssamenwerking, en er dus een einde moet komen aan het eigen-boeren-eerst beleid.

1 European Commission DG Agriculture & Rural Development: ‘Agri-food trade in 2018
2 VPRO Tegenlicht: Gesubsidieerde aarde, deel 2, 25 mei 2003
3 Mededeling Europese Commissie COM(2017) 713 d.d. 29 november 2017: ‘De toekomst van voeding en landbouw
4 European Council Council of the European Union: ‘Valletta Summit on migration, 11-12/11/2015
5 Arne Gillis: ‘Met palmolie aangelengde Europese melk overspoelt Afrika’, MO, 12 april 2019
6 Samira Bendadi: ‘Europa preekt democratie, maar offert die in Tunesië op aan handelsbelangen’, MO, 24 januari 2019
7 Europa Nu: ‘Europa in de wereld. §2: Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp
8 Foodlog: ‘Rob de Wijk: food for fuel en andere grondstoffen’, 4 maart 2012
9 Ingrid Jansen: ‘Gebruik landbouw in geopolitiek’, NRC, 5 augustus 2019

De sterke comeback van Rusland onder Poetin

The Supreme Commander-in-Chief with Acting Governor of St Petersburg Alexander Beglov, left, and Defence Minister Sergei Shoigu after the Main Naval Parade. Photo: Press Office, President of Russia.


Het sterke presidentiële systeem stelde Poetin in staat orde op zaken te stellen. Rusland weigert zich te onderwerpen aan de VS. De anti-Rusland lobby, de sancties en de demonisering van Poetin hebben daar niets aan kunnen veranderen. Poetin zet in op een multipolaire wereld en roept de westerse expansie een halt toe. Poetin kan bogen op een zelfvoorzienend, gediversifieerd Rusland dat zich kan meten met elke industriële grootmacht.

“Amerika heeft maar weinig kijk op Poetin, een fenomeen dat misschien voortvloeit uit verminderde betrokkenheid van de Amerikaanse elite met Rusland, verzwakte taalvaardigheden, en een versleten kijk op de wereld. Men mag kritiek hebben op Poetin, maar zijn presidentschap is wel een succes. Poetin begreep waar het op aankomt: realistische doelstellingen die je ook haalt.” Dat schreef Scott Horton, die voor een beschrijving van de wanorde waarin Boris Jeltsin zijn land had achtergelaten verwees naar Sergei Kovalev: geplunderde industrie, lege schatkist, laag nationaal zelfvertrouwen, radeloze politieke klasse en een cynische bevolking.

Rusland mag dan na de val van de Sovjet-Unie hebben afgerekend met het monopolie van de Communistische Partij, het ontwikkelde vervolgens wel een sterk presidentieel systeem met maar weinig checks and balances. Dit systeem verschilt van het westerse democratische model, maar wordt wel gedragen door de Russische bevolking en kan principieel dus niet als ondemocratisch worden aangemerkt. Het is een opkomend democratisch model dat nog moet rijpen.1 Het systeem stelde Poetin in staat zijn greep te versterken op de wetgevende macht, de partijopbouw, de regio’s en de media. De oligarchen werden getemd, er kwamen weer belastingen binnen en het Kremlin won aan gezag.

De anti-Rusland lobby zette een serieus tandje bij

Het weggeeftoneel in de Jeltsin-periode dat met wederzijds goedvinden langs beide zijden van de oceaan werd opgevoerd moet in het westen de illusie hebben gewekt dat Rusland in het vervolg de rol zou spelen van dienaar van westerse belangen. Toen dat een valse illusie bleek zette de anti-Rusland lobby een serieus tandje bij. De lobby zag in Rusland met zijn formidabele kernmacht, energiereserves en bijzondere geostrategische ligging een struikelblok in zijn opdracht om post-Koude-oorlog de macht van Amerika maximaal uit te bouwen. Zelfs in de jaren 1990, toen Rusland niet meer in staat was om macht uit te oefenen bekreunden sommige leden van de Amerikaanse politieke klasse zich over de toekomstige herleving van de Euraziatische reus als revisionistische mogendheid.

In het Amerikaanse Project for the New American Century was geen plaats voor rivalen. Amerika moest de controle krijgen over het potentieel bedreigende militaire apparaat en de energiereserves van anderen. Rusland moest de VS steunen als wereldmacht, vrijwillig of onvrijwillig. Het moest in de pas van het Amerikaanse buitenlands beleid lopen en een politiek en economisch systeem ontwikkelen waar de VS invloed op kon uitoefenen. Het alternatief was door het leven gaan als paria, geïsoleerd, voortdurend beschuldigd van kwalijk gedrag, onderworpen aan sancties en in onzekerheid om als regime te overleven in een door de VS gedomineerde wereld.2

Fast forward naar vandaag, en we kunnen vaststellen dat de hoop op harmonie bij het einde van de Koude Oorlog heeft plaatsgemaakt voor een conflict van waarden tussen de VS en Rusland. Amerikaanse en Russische media beschuldigen elkaars overheden ervan het internationale recht te schenden, cynisch en onrechtvaardig bezig te zijn en elke menselijke waardigheid aan hun laars te lappen. Bij herhaling wordt Poetin vergeleken met Hitler en het Kremlin uitgemaakt als een corrupt regime dat de oppositie onderdrukt en militaire agressie pleegt. Het Russische antwoord is dat het land zijn systeem en legitieme belangen verdedigt tegen economische, politieke en militaire agressie van het westen.

De gekte rond Rusland gaat eerder over Trump dan over Rusland

De VS en Rusland waren niet gedoemd tot een confrontatie. Er bestond wederzijds volop steun voor samenwerking rond gedeelde belangen als terrorisme, regionale stabiliteit en ontwapening. Amerikaans wantrouwen en gebrek aan zelfvertrouwen haalden het echter op gezond verstand. De VS zag in Rusland een rivaal en begon het land in een negatief daglicht te stellen. Maar alles wijst erop dat de gekte rond Rusland eerder gaat over Trump dan over Rusland. Het Amerikaans vertrouwen in eigen waarden neemt af. De VS beseft dat het steeds meer als bedreiging van de wereldvrede wordt gezien. Het wint dus geen harten en geesten meer, maar ronselt buitenlandse activisten en bespioneert regeringen. Het goede voorbeeld van weleer maakt plaats voor pressie, afluisteren en omkoping.

Washington’s grootste misvatting was om post-Sovjet Rusland te behandelen als een verslagen vijand die net als Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog kon worden gedwongen in het Amerikaanse gareel te lopen. De denkfout was dat Rusland niet was bezet of door kernwapens verwoest. Rusland had een transformatie ondergaan, maar was niet overwonnen. Het was Gorbachev, niet het Witte Huis, die een einde had gemaakt aan de Sovjet-Unie. Een even grote fout was dat de VS in 1992 verzuimde de prille Russische democratie economisch te steunen. Daarmee had de economische ramp kunnen worden voorkomen en het land voor het westerse kamp gewonnen.

Poetin trok zijn rode lijn, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen

Intussen heeft Rusland moeten toezien hoe de NAVO alle voormalige Warschaupactleden behalve natuurlijk Rusland zelf wist in te lijven. De Amerikaanse diplomaat George Kennan, de geestelijke vader van de indammingspolitiek tegen de Sovjet-Unie, had daar tegen gewaarschuwd. Voor Kennan was Rusland geen militaire bedreiging voor het westen en zou het oprukken van de NAVO tot een nieuwe Koude Oorlog leiden. Toen sprake was van toetreding van Georgië en Oekraïne tot de NAVO en de EU trok Poetin zijn rode lijn: het veiligheidsrisico was te groot geworden, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen.3

Na de annexatie van de Krim sloot Poetin een defensieverdrag met Zuid-Ossetië (onderdeel van Georgië). Eerder was dat al gebeurd met Abchazië (idem). Nu de onafhankelijkheid van deze gebieden geen internationale erkenning kreeg behoren zij tot de categorie ‘bevroren conflicten’ die Europese plannen met Moldavië, Georgië en Oekraïne kunnen dwarsbomen. De uitbreiding van de Russische invloedssfeer was ongetwijfeld een reactie op de expansiezucht van de NAVO en de EU. En Rusland ging er geostrategisch op vooruit toen Europa moest afrekenen met zaken als de vluchtelingencrisis en Brexit, en Trump de NAVO in vraag stelde.4

Vandaag staan opnieuw twee nucleaire grootmachten tegenover elkaar. Rusland heeft vooralsnog de overhand in het spel: het Syrië-dossier, de diplomatie in het Midden-Oosten, de proxy war in Oekraïne, de relatie met Turkije, het Korea-dossier, het zijn allemaal dossiers die Rusland doen uitgroeien van regionale speler tot wereldspeler.5

Een scenario met IS in Damascus is een existentiële bedreiging

De nieuwe Koude Oorlog is gevaarlijker dan de eerste. Het epicentrum lag toen in het verre Berlijn, nu in buurlanden Oekraïne en de Baltische staten. De afspraken van na de Cubaanse rakettencrisis van 1962 bestaan niet meer. De demonisering van Poetin neemt ongekende proporties aan. De VS beschuldigt hem er bij herhaling van Assad te steunen in plaats van de terreur te bestrijden. Zijn reactie kan enkel een kleur op Amerikaanse wangen opwekken: “Zonder Assad implodeert Syrië net als Irak en Libië en verdwijnt het Syrische leger. Wie levert dan boots on the ground tegen IS?” Een scenario met IS in Damascus is niet enkel een existentiële bedreiging voor Rusland, maar voor de wijde regio.6

Als we de sinds de jaren 1990 in Moskou woonachtige Finse jurist Jon Hellevig mogen geloven worden de mainstream media centraal aangestuurd met berichten over Rusland die niet kloppen. Hellevig begon de propaganda dus door te prikken met analyses over de Russische economie in de nasleep van de sancties die de westerse mogendheden aan Rusland hadden opgelegd na de Oekraïne-crisis van 2014. Het klopt volgens Hellevig niet dat de Russische economie de omvang heeft van die van Nederland, Rusland niets produceert en niet meer is dan een benzinestation met kernbommen. De werkelijkheid is dat Poetin zijn land tegen 2013 had getransformeerd tot een zelfvoorzienende, gediversifieerde grote mogendheid die zich kon meten met elke industriële grootmacht.

De conclusie van Hellevig’s onderzoek naar de economische ontwikkeling van Rusland in de periode 2000-2014 kan als volgt worden samengevat: “De door jaren van roofkapitalisme geruïneerde economie van de jaren 1990 die Poetin in 2000 erfde heeft nu een omvang bereikt die het geloof rechtvaardigt dat Rusland de industriële doorbraak kan realiseren die de president heeft aangekondigd. Daarmee heeft Rusland de sanctieoorlog gewonnen.” Het rapport deed een oproep aan westerse leiders hun pogingen om de Russische economie door sancties schade te berokkenen en een kernoorlog te riskeren op te geven.

Een vervolgrapport over 2014-2016 laat zien hoe Rusland ondanks de sancties enkel sterker werd. Het logenstraft ook westerse analisten die volhouden dat olie en aardgas 60% van het Russische BBP uitmaken: energie maakt 60% uit van de Russische export, en slechts 10% van het BBP. En in zijn rapport van november 2018 verklaart Hellevig dat Rusland moeiteloos de sanctieoorlog heeft gewonnen en is uitgegroeid tot een industriële, agrarische, militaire en geopolitieke supermogendheid.

De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht

Blijkbaar dringen de feiten door in westelijke kringen. Kennelijk moet de Franse president Macron namens het westen de betrekkingen met Rusland verbeteren. Schoorvoetend luidt het dat Rusland maar weer moet worden toegelaten tot de G7. Macron was daarbij heel expliciet: “Het westen takelt af. De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld”. De Franse president legde de schuld niet exclusief bij de huidige Amerikaanse regering, maar hij moet hebben gedoeld op de vervreemding van Rusland die het land in de armen van China heeft geduwd, en dat de Russische beer zo snel mogelijk los moet van de Chinese draak.7

Mogen we de cijfers van Hellevig serieus nemen? Het Duitse internetmagazine Telepolis wijst op de Russische doelstelling om de op vier na grootste economie ter wereld te worden, vóór Duitsland. Het Russische BBP in koopkrachtpariteit is sinds 2000 meer dan verdrievoudigd en ook andere economische indicatoren zijn aanzienlijk verbeterd. PricewaterhouseCoopers denkt dat Rusland Duitsland in 2030 economisch inhaalt en zijn leiderschap niet meer zal opgeven. Daartoe zal Rusland betere groeicijfers moeten halen. Het land moet zijn potentieel activeren. Per saldo zijn de tekenen goed, aldus Telepolis.8

Samenvattend kunnen we vaststellen dat Rusland onder Poetin een sterke comeback heeft gemaakt, op het wereldtoneel serieus wordt genomen en heeft bijgedragen aan de neergang van de suprematie van het westen.

1Andrei P. Tsygankov: ‘Russiaphobia. Anti-Russian Lobby and American Foreign Policy’, 2009, p. 94
2Ibid., p. 22
3Laurien Crump: ‘Rusland maakt zich al eeuwen terecht zorgen om westerse uitbreiding’, Geschiedenis Magazine nr. 5, juli/aug. 2017
4Katlijn Malfliet: ‘Poetinisme. Een Russisch fenomeen’, p. 123
5Ibid., p. 160
6Stephen F. Cohen: ‘Why the New Cold War Is More Dangerous Than the Preceding One’, The Nation, 19 april 2017
7Jon Hellevig: “New World Order in Meltdown, But Russia Stronger Than Ever”, The Saker Blog, 30 augustus 2019
8Viktor Heese: ‘Russland bald stärkste Volkswirtschaft Europas und fünftgrößte der Welt?’, Telepolis, 22 december 2018

De vastgelopen Europese integratie (1)

Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017. Photo: Huawei Gallery


De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

De vastgelopen Europese integratie (2)

Deel 2: de weg uit de impasse.

Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)


Van verticale Europese integratie is maar weinig sprake geweest. Zonder Britse bijdrage krijgen de Europese financiële transfers het moeilijk. De EU kan de voortvarend aangetrokken lidstaten nog moeilijk in het gareel krijgen. Duitsland, Frankrijk en de Benelux zouden de transfers kunnen stopzetten om een betere Unie te ontwikkelen op het gebied van het vroegere Karolingische Rijk. Een nieuwe economische crisis stelt de Unie voor de harde keus: integratie of uiteenvallen.

Het Juridisch Woordenboek zegt over Europese integratie: “eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire integratie”. Precies daar wringt het Europese schoentje. In de praktijk heeft Europese integratie betekend: het uitbreiden van de EU met nieuwe leden, te vergelijken met ondernemingen die geen autonome groei meer kennen en hun slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat we de afgelopen tientallen jaren van het Europese project hebben gezien is hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het laten toenemen van beleidsdomeinen die de lidstaten aan de Unie toevertrouwen, is maar weinig sprake geweest.

Vandaag zijn enkel douane, buitenlandse handel, monetair beleid en mededinging volledig Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën, begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw, visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten nog bij. Sommigen hebben een opt-out, anderen zijn maar deels aan de Europese regelgeving gebonden. Van een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt zoals de Franse president Macron nastreeft lijkt niet veel in huis te komen.

Economisch zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan

De kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke markt door de toegang tot nieuwe opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft de komst van economisch zwakkere lidstaten – die zoals Spanje en Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden – de verdere Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen arme en rijke landen kwam de economische migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.

West-Europese staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet uitblijven.

De aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten

Zo’n ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op herstelbetalingen van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten koste gaat van de banden met de armere EU-landen.

De ontstaansgeschiedenis van de VS kan model staan voor economische en politieke integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.

Verticale integratie gaat voor op horizontale integratie

In het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.

Voortgaande Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten garanderen, maar tegelijk het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen. Zo’n boppeslach lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere mate van verticale integratie hebben bereikt.

Kernlanden als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het idee van een Europa met twee snelheden wint aan populariteit. De kern zou kunnen bestaan uit landen gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het Karolingische Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke instellingen van de kern.

Een nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen

Vandaag ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of niet afgeslankte vorm voor de hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus: integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse staten met het risico van gewapend conflict, onderling of met de grootmachten.

Europese leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude machtshonger de doorslag geven, met alle ellende van dien.