De destructieve cocktail Trump-Netanyahu: blind voor de realiteit

President Donald J. Trump delivers remarks with Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu Tuesday, Jan. 28, 2020, in the East Room of the White House to unveil details of the Trump administration’s Middle East Peace Plan. (Official White House Photo by Shealah Craighead)


Na twee mislukte afzettingspogingen blaakt Trump van zelfvertrouwen. In zijn State of the Union moeten kleurlingen, moslims en vreemdelingen het ontgelden, en associeert hij Palestijnen met terrorisme. Voor buitenlandminister Pompeo is “de Heer aan het werk” als Trump “het Joodse volk redt”. Israël staat op winst, maar niet voor eeuwig.

In een historische zitting op 5 februari sprak de door Republikeinen gedomineerde Senaat de Amerikaanse president Donald Trump vrij van beschuldigingen in verband met zijn bemoeienis met Oekraïne. Eerder, op 18 december 2019, had het Huis van Afgevaardigden, waar Democraten de meerderheid hebben, zijn afzetting wel goedgekeurd. Vorig jaar had de president ook het Mueller-onderzoek overleefd naar Russische bemoeienis met de Amerikaanse verkiezingen, in een één-tweetje tussen Trumps campagneteam en de entourage van de Russische president Poetin. De twee overwinningen hebben Trumps positie enorm versterkt, en daarmee zijn herverkiezingskansen.

Op 4 februari, toen het vaststond dat hij in de Senaat zou worden vrijgesproken, hield Trump zijn State of the Union-toespraak in het Congres. Aan de vooravond van zijn mogelijke herverkiezing kreeg zijn gehoor vooral campagnetaal voorgeschoteld. “Onze vijanden zijn verjaagd, onze welvaart neemt toe, we gaan een veelbelovende toekomst tegemoet”, aldus Trump. Maar gegeven de zichtbare verdeeldheid in het Congres kan men eerder spreken van een State of the Disunion. En qua buitenlandse politiek was het meer van hetzelfde: machtsuitoefening, inzet van het leger, en imperialisme. In de visie van Trump maakt overheersing met de dreiging van geweld Amerika great again.

Trumps kiezerspubliek gaat voor

De president mikte vooral op zijn kiezerspubliek: blanke christelijke republikeinen. Na zichzelf in de bloemetjes te hebben gezet over werkgelegenheid, aandelenmarkt, onderwijs en handelsakkoorden, voerde hij een toneelstukje op om zijn gehoor wijs te maken dat zijn regering niets had tegen mensen van een ander ras. Zo voerde hij een ‘gekleurd’ meisje op die een studiebeurs had gekregen, en een dito veteraan uit het leger die het dankzij zijn Tax Cuts and Jobs Act van drugsverslaafde tot succesvolle zakenman had gebracht. En Raul Ortiz van de grenspolitie werd voor het voetlicht gehaald voor zijn records in het onderscheppen van drugs en mensensmokkelaars.

De boodschap was duidelijk: in een blank land tel je als kleurling mee als je steun geeft aan de criminalisering van je rasgenoten en aan instellingen die geweld op hen loslaten. Trump mag dan aanvoeren dat zijn regering opkomt voor vrijheid van godsdienst, de werkelijkheid is eerder godsdienstvrijheid voor christenen. Het inreisverbod voor mensen uit moslimlanden dat steeds verder wordt uitgebreid, en andere beleidsmaatregelen die moslims viseren, zijn zaken die voor zich spreken. Dit onderdeel in Trumps speech ging dus over christelijke hegemonie, en moslims die voor hem vooral een bedreiging inhouden voor de nationale veiligheid, en niet vallen onder de vrijheid van godsdienst.

Wel heel cynisch waren zijn opmerkingen over de moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani. Die had volgens Trump als ‘topterrorist’ veel doden op zijn geweten, waaronder sergeant Christopher Hake, wiens familie in het publiek zaten. Veel internationale juristen zien in de standrechtelijke moord op een hoge functionaris van een land waar men niet mee in oorlog is als een grove inbreuk op het internationaal recht. En Trumps boodschap aan de Iraanse bevolking was zonder meer tenenkrommend. Mensen die zuchten onder de verlammende Amerikaanse sancties “kunnen rekenen op een goed herstel daarvan als zij niet te trots of te dwaas zijn om onze hulp te vragen”, aldus de Amerikaanse president.

In een verdedigingsoorlog is bezet gebied verworven

Trump legde een verband tussen de strijd tegen ‘radicaal moslimterrorisme’ en zijn Peace to Prosperity plan in de kwestie-Palestina. De associatie van Palestijnen met terrorisme moet dienen om een Palestijnse afwijzing van zijn plan te kunnen toeschrijven aan hun criminele ingesteldheid. Voor Trump staan alle lichten op groen. Trumps vrijgevigheid aan de Israëlische premier Netanyahu is ongehoord: Jeruzalem Israëls hoofdstad, annexatie van de Syrische Golan en de Palestijnse Jordaanvallei. Van het een komt dan het ander. Een Israëlische topfunctionaris vertrouwde een Haaretz-reporter toe dat je normaal geen eigenaar wordt van bezet gebied, maar blijkbaar wel bij een verdedigingsoorlog.

En zo halen Trump en Netanyahu een kruis over een Palestijnse staat, en elke onderhandeling daarover. Trump heeft elke Amerikaanse financiering stopgezet van de VN-organisatie UNRWA, de belangrijkste werkgever en zorgverlener in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Onderzoek door het Internationaal Strafhof naar Israëlische oorlogsmisdaden wordt maximaal tegengewerkt. Voor Trump staat anti-zionisme gelijk aan antisemitisme en wordt dus vervolgd. Voor de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo, aanhanger van een zeer conservatieve tak van de evangelische kerk, was Trump mischien voorbestemd om het Joodse volk te redden. “Hier is de Heer aan het werk”, aldus Pompeo.

De Palestijnen hebben weinig te verwachten van de Arabische staten en Europa. Trump-Netanyahu is een destructieve cocktail, blind voor de realiteit. De houdbaarheidsdatum van de Palestijnse Abbas-gerontocratie is vele jaren verstreken. Ooit staan nieuwe Palestijnse leiders op die het tij kunnen keren. Trump en Netanyahu zijn niet bezig met de verovering van het Midden-Oosten, maar creëren wel de omstandigheden voor een volgende oorlog. Israël, dat zich door niets of niemand iets laat gezeggen, is wel de laatste mogendheid die het kwaad dat het aanricht inziet, of beseft dat het aan de basis ligt van vele generaties conflict. Vandaag staat het land op winst, maar niet voor eeuwig.

Hoe wetenschappers kunnen bijdragen aan een oplossing van de kwestie-Palestina

Bethlehem Checkpoint. Men and women from all over the Southern West Bank stand in line for hours each morningon their way to work outside of Bethlehem. Photo: ‘delayed gratification’ (flickr)


Terreuraanslagen en de kwestie-Palestina hangen met elkaar samen. Het plan-Kushner is de laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing. De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering. Annexatie van de Westelijke Jordaanoever overschrijdt een Europese rode lijn. Media, politieke wetenschappers en intellectuelen kunnen het verschil maken.

“De afschuwelijke terreuraanslagen in Parijs, Beiroet en de Sinaï bevestigen nog eens dat het Israël-Palestina conflict niet los staat de mondiale terreurdreiging. De stichting van een Palestijnse staat, met respect voor Israëlische veiligheidsbekommernissen, is van groot belang, niet enkel voor Israëliërs en Palestijnen, maar voor de hele regio”. Dat zei Nickolay Mladenov, speciaal coördinator van de secretaris-generaal voor het Midden-Oosten vredesproces, tijdens een briefing van de leden van de VN Veiligheidsraad op 19 november 2015.

Intussen piekt het geweld tegen de Palestijnse bevolking, zorgen nieuwe nederzettingen in Palestijns gebied voor nieuwe feiten op de grond en lijkt het vredesproces dood en begraven. Tegelijk loopt het aantal terreuraanslagen en de dodentol op. Om er maar enkele te noemen: Brussel, Nice en Berlijn in 2016, Londen, Manchester en Barcelona in 2017, Straatsburg in 2018 en Nairobi en Christchurch in 2019. Op een lijst gevaarlijkste brandhaarden in de wereld zette de VRT in samenspraak met de Nederlandse professor Ko Colijn “Israël en Palestina” op een prominente plaats.

De situatie bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ volstaat niet

Tegen die achtergrond valt het op dat UAntwerpen-professor David Criekemans in zijn recente boek wél uitvoerig aandacht besteedt aan het Midden-Oosten en terrorisme, maar de kwestie-Palestina onbesproken laat. Dat kwam ook aan de orde in onze recensie. Bij navraag wijst Criekemans erop dat hij het issue niet mijdt, waarbij hij verwees naar zijn optreden in Terzake rond het Israëlisch scherpschieten op burgers in Gaza. Maar de kwestie-Palestina bestempelen als ‘vrij uitzichtloos’ is nog geen analyse, nog afgezien van de vraag of massale Europese investeringen in Oost-Jeruzalem zinvol zijn. Israël maakt consequent elke Europese investering ten bate van de Palestijnen met de grond gelijk.

Recent publiceerde Bert De Vroey een pakkende historiek van wat we best aanduiden als de kwestie-Palestina (de term ‘Israël-Palestina conflict’ duidt op gelijk­waardige partijen, quod non). Volgens Egbert Talens kent De Vroey de kwestie-Palestina prima, maar haakt hij te weinig in op de politiek-zionistische trucs rond het ontstaan van Israël in 1948. Zo laat hij de listig bekokstoofde twee derde meerderheid voor VN-AV-resolutie 181-II (1947) onvermeld, evenals het feit dat Ben-Gurion al in 1928 een great disaster nodig achtte om in Amerika een beweging op te starten gericht op de verwezenlijking van het politiek-zionistisch project Joodse Staat. En de Oslo-akkoorden leverden geen Palestijnse staat op, maar een Palestijnse ‘entiteit’, en zelfs daarvan mocht Arafat zich geen president noemen.

Kushner slaat de plank mis

De Vroey’s historiek verscheen juist vóór de presentatie van het plan van Trump’s schoonzoon Jared Kushner. Over dat plan kunnen we kort zijn: een economisch plan is het sluitstuk op een politiek plan, niet omgekeerd. Zoals steeds proberen de Amerikanen iets te doen aan de levensomstandigheden van de Palestijnen, maar niet aan de Israëlische bezetting. De Palestijnen stuurden dus hun kat. Die verwachtten niets van een bemiddelaar die 70 jaar Amerikaans beleid overhoop gooit, Jeruzalem als Israëlische hoofdstad erkent, de Palestijnse missie in Washington sluit, zowat elke economische en humanitaire hulp beëindigt en de bezetter aanmoedigt de Westelijke Jordaanoever te annexeren.

Het plan-Kushner gaat niet enkel voorbij aan Palestijnse bekommernissen, maar ook aan wat er leeft onder de Arabische bevolking. De kwestie-Palestina is en blijft een centraal issue voor Arabieren. De Amerikaanse benadering van de regio wordt gezien als onrechtvaardig. Dat fenomeen stuurt mede de ontwikkelingen in het Midden-Oosten: werving door terreurgroepen, regionale instabiliteit, de Arabische publieke opinie over de Verenigde Staten, en zelfs de Amerikaanse nationale veiligheid. Rond het plan-Kushner is intensief gelobbyd richting Arabische leiders. De vraag is of die druk zullen uitoefenen op de Palestijnen.

De alternatieven zijn apartheid of etnische zuivering

Voor Harvard-professor Stephen Walt komt de kwestie-Palestina op de tweede plaats van vijf wereldproblemen, direct na (1) klimaatverandering, en voor (3) “Het einde van de Europese Unie”, (4) “Een nucleaire crisis met Iran, en (5) “Het sluipend verval van Amerika’s Aziatische allianties”. Walt ziet het plan-Kushner als laatste nagel in de doodskist van een tweestatenoplossing, met enkel slechtere alternatieven: (1) apartheid, waarbij Israël de Palestijnen elk politiek recht ontzegt, (2) gedwongen verdrijving, etnische zuivering dus, een misdaad tegen de menselijkheid en (3) “vrijwillig” vertrek van de Palestijnen door hen het leven steeds zuurder te maken, sluipende etnische zuivering dus.

Het optreden van Trump in het Midden-Oosten leidt tot toenemend verlies aan steun voor de VS onder de Arabische bevolking. Europa moet de VS duidelijk maken dat een vredesproces tot doel heeft geschillen te beslechten, niet onder de mat te vegen. De EU moet in de kwestie-Palestina zijn verantwoordelijkheid nemen. Europese landen stonden mee aan de wieg van de staat Israël. De EU moet Israël duidelijk maken dat annexatie van de Westelijke Jordaanoever een Europese rode lijn overschrijdt. Als Israël’s directe buur en belangrijkste handelspartner heeft de EU voldoende machtsmiddelen. Vijf minuten politieke moed volstaat.

Media, politieke wetenschappers en intellectuelen maken het verschil

Een groep Europese toppolitici hebben er bij de EU al op aangedrongen om elk plan dat afbreuk doet aan de rechten van de Palestijnen te verwerpen. De media zouden vaker en indringender aandacht kunnen besteden aan de kwestie-Palestina. Politieke wetenschappers die regelmatig in de media verschijnen moeten net als hun Amerikaanse collega’s John Mearsheimer en Stephen Walt, auteurs van het boek ‘The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy’ (2007), de moed hebben om de Israëllobby te weerstaan. Kritiek op het doen en laten van de staat Israël is geen antisemitisme. En men moet nog geen ‘activist’ zijn om als academicus duidelijke taal te spreken.

In 2015 sloot een aantal Belgische academici zich aan bij de Palestinian Academic and Cultural Boycott of Israel, onderdeel van de Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) campagne tegen de manier waarop Israël met de Palestijnen omgaat. Zo ontstond de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI). De academische boycot richt zich op Israëls universitaire instellingen wegens hun steun aan het apartheidsregime. De doelstellingen van BACBI zijn duidelijk. Internationale druk moet aan Israëls straffeloosheid een einde maken.

Intussen hebben 489 Belgische intellectuelen en academici de Beginselverklaring van de Belgian Academic and Cultural Boycott of Israel (BACBI) onderschreven. Voor zover valt na te gaan heeft slechts één Belgische politieke wetenschapper, de Gentse hoogleraar Hendrik Vos, de verklaring ondertekend. Er zouden er honderden moeten volgen. Alleen de faculteit politieke wetenschappen van de universiteit van Antwerpen kent al 105 docenten, assistenten, onderzoekers en academische medewerkers. En de organisatie zou nóg meer aan de weg moeten timmeren.

Wie volgt het goede voorbeeld van Hendrik Vos?

Waarom geweld verweven is met de Amerikaanse cultuur

President Lyndon B. Johnson meets with Martin Luther King, Jr. in the White House Cabinet Room
Source: Lyndon Baines Johnson Library and Museum. Image Serial Number: A2134-2A.


America, he charges, was guilty of waging war on those who really made the American nation: Native Americans, African-Americans, the working-class, the poor, and women. American history, as Zinn saw it, was that of a history of “genocide: brutally and purposefully waged by our rulers in the name of progress. He claimed that these truths were buried “in a mass of other facts, as radioactive wastes are buried in containers in the earth.”
Ron Radosh on Howard Zinn in “America the Awful—Howard Zinn’s History

Een opvallend detail in de geschiedenis van de VS is het taboe gedurende ruim een halve eeuw (1880-1940) op een wet tegen lynchen.[1] Lynchen is niets anders dan moord. In een rechtsstaat zou een verbod op moord overbodig moeten zijn, maar de buitengerechtelijke moord op zwarten werd door de Amerikaanse samenleving destijds gelegitimeerd. In een zich ontwikkelende samenleving is één van de belangrijkste tekenen van beschaving het toekennen van het monopolie op dodelijk geweld aan de overheid. Maar dankzij de wapenlobby gaat dat niet op voor de VS, specifiek voor de stand-your-ground law staten [2] [3] waar men legaal kan doden als men zich bedreigd voelt. Een Amerikaanse burger kan probleemloos een semiautomatisch wapen aanschaffen. Voorzien van een magazijn voor 100 patronen wordt elke schutter daarmee een potentiële massamoordenaar. Hoe kan men het primaat van de overheid verdedigen en tegelijk burgers toegang geven tot dit soort militaire wapens? Wat motiveert de activisten die ijveren voor het recht op wapenbezit?

Slachtingen zoals die in Aurora maken steevast sympathiebetuigingen voor de slachtoffers los, en analyses van de dader. De dader krijgt de schuld, de samenleving gaat vrijuit. Zo blijft een maatschappelijk debat over de Amerikaanse geweldscultuur uit. De vraag of sprake is van rituele sympathiebetuigingen of authentieke compassie blijft onbeantwoord. Dit type blindheid verklaart ook waarom Amerikanen probleemloos de twaalf doden van Aurora betreuren, maar tegelijk weinig compassie tonen voor de slachtoffers van het Amerikaanse antiterrorismebeleid. Het medeleven lijkt te zijn voorbehouden voor landgenoten. Buitenlands geweld, gepaard gaand met patriottische retoriek van de overheid, krijgt de steun van de bevolking. Denk aan de Israëlische aanval op Gaza begin 2009, de Irak-oorlog, de droneaanvallen, de oorlogen in Afghanistan en Libië. Geen woord van medeleven met deze talloze onschuldige slachtoffers van de Amerikaanse geweldscultuur.

Vanaf het prille begin van de VS zo’n 400 jaar geleden is oorlog en binnenlands geweld verweven met het leven van alledag en met de Amerikaanse cultuur. Geweld in allerlei vormen is volgens de gezaghebbende Amerikaanse historicus Richard Maxwell Brown terug te vinden “in vrijwel elk stadium en aspect van de onze nationale geschiedenis” en is “onderdeel van onze onverwerkte waardenstructuur”. Het is zelfs zo dat “het steeds weerkerend geweld dat teruggaat tot ons koloniaal verleden onze burgers een neiging tot geweld heeft bijgebracht”. [4] [5] Hoewel Amerika dus sinds lang voor 9/11 verslingerd is aan oorlog en geweld, cultiveerde het de afgelopen eeuw wel het valse zelfbeeld als vrijheidslievende natie, een beeld dat de Amerikaanse bevolking zich inmiddels integraal heeft toegeëigend.

Het vredelievende zelfbeeld ten spijt wordt Amerikaans patriottisme veeluit geuit in militaire/militaristische termen. Heel wat presidenten dankten hun verkiezing aan hun militaire carrière. Woodrow Wilson (1913-1921) was de eerste president die moralistische retoriek gebruikte om een nieuwe oorlog te rechtvaardigen. En in 1991 kondigde vader Bush de eerste Irak-oorlog aan met de woorden: “Wij, Amerikanen, hebben een unieke verantwoordelijkheid om het harde werk van de vrijheid te doen. En als we dat doen, dan functioneert die vrijheid ook”. Vanzelfsprekend lagen niet aan alle Amerikaanse oorlogen lage motieven ten grondslag. Ook werd de lancering van niet elke oorlog gehuld in egoïstische, moralistische retoriek. Wel staat vast dat Amerikanen weinig inzicht hebben in de omvangrijke rol die oorlogen hebben gespeeld in de Amerikaanse geschiedenis. Volgens historici hebben de oorlogen de Amerikanen wel geleerd te vechten, de verschillende bevolkingsgroepen bijeengebracht en de nationale economie een duw in de rug gegeven.

De Amerikaanse historicus Howard Zinn geeft een goed overzicht van de Amerikaanse oorlogen en de rol welke die speelden in de ontwikkeling van het land. [6] Na de Indiaanse aanval van 1622 in Jamestown zouden tot 1890 nog een groot aantal oorlogen met Indianen volgen die veel grondgebied opleverden. Van belang waren voorts de onafhankelijkheidsoorlogen met Engeland. De oorlog met Mexico leverde in 1848 het gehele zuidwesten op, waaronder Californië, Arizona, New Mexico, en delen van Utah en Wyoming. De uitbouw overzee begon met de Spaans-Amerikaanse oorlog en de Filippijnse Opstand (1898-1902), wat de controle over de Filippijnen, Cuba en Puerto Rico opleverde. Dan komen de Wereldoorlogen, de Koreaanse oorlog en de langste en kostbaarste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis: Vietnam. Tussendoor waren er honderden “militaire acties”, zoals Indochina, het Caraïbisch gebied, Centraal-Amerika en de Varkensbaai-invasie van Cuba. Tijdens de Koude Oorlog voerde de VS tal van acties uit vanuit zijn overzeese bases. Tenslotte de eerste Golfoorlog, voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en vandaag het beleg van Iran en de indirecte militaire tussenkomst in Syrië.

Amerikaanse historici buigen zich wel over de militaire aspecten van de oorlogen, maar gaan voorbij aan de effecten op de samenleving. Een mogelijk verband tussen oorlog en geweld in de samenleving blijft onontgonnen gebied, een lacune die vooral opvalt in de geschiedenisboeken. De meeste Amerikaanse historici zijn niet bereid de realiteit onder ogen te zien: geweld en de Amerikaanse cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Prominente historici hebben dat jaren geleden al ingezien. [7] Zo schreef tweevoudig Pulitzer Prize laureaat, historicus Richard Hofstadter: “Geweld in Amerika komt buitengewoon veel voor. Het is in onze geschiedenis een alledaags en bestendig fenomeen dat haaks staat op de manier waarop wij onze nationale waarden afschilderen.” Voor Stanford University professor Lawrence Friedman “komt het Amerikaans geweld diep vanuit de Amerikaanse persoonlijkheid … [het] kan geen toeval zijn, en al evenmin genetisch. De specifieke feiten van de Amerikaanse samenleving zitten er voor iets tussen … misdaad is misschien de prijs … van de vrijheid … [maar] Amerikaans geweld blijft een historische puzzel”.

Volgens één van de historici vielen in de periode 1622-1900 tenminste 753.000 autochtone Amerikaanse Indianen slachtoffer aan oorlogsvoering en genocide in wat vandaag de Verenigde Staten van Amerika is. In dezelfde periode zou dat aantal voor Afrikaanse Amerikanen op tenminste 750.000 liggen. Andere vormen van binnenlands collectief geweld zouden minder dan 20.000 slachtoffers hebben gekost. Hoe afschuwelijk deze cijfers ook zijn, zij verbleken in vergelijking met de belangrijkste vorm van Amerikaans geweld die historici tot voor kort routinematig hebben genegeerd: intermenselijk geweld. In 1997 vergeleken de hoogleraren Franklin Zimring en Gordon Hawkins criminaliteitscijfers in de G-7 landen (Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en de VS) tussen de zestiger en negentiger jaren van de vorige eeuw. De conclusie was: “De omvang van het dodelijk geweld in de VS duidt op een derde-wereld fenomeen in een eerste-wereld land”. In de 20e eeuw werden meer Amerikanen gedood door andere Amerikanen dan omkwamen in de Amerikaans-Spaanse oorlog, de beide Wereldoorlogen, de Korea oorlog en de Vietnam oorlog bij elkaar.

Richard Hofstadter stelt dat Amerikanen zich niet verdiepen in geweld omdat hun wordt voorgehouden dat zij een “uitverkoren volk” zijn waaraan alle ellende die andere samenlevingen ondergaan voorbijgaat. Hen wordt een veel te positief beeld van Amerika voorgespiegeld. De “mythe van de onschuld” of “van het nieuwe Eden”, aldus Hofstadter. Dat overheden zich geen zorgen maakten over geweld komt ook omdat dat niet tegen hen was gericht. Het geweld vond plaats tussen burgers: zwart-blank, blank-Indiaan, Protestant-Katholiek of Aziaat-Latino. Het ontbreken van een gewelddadige revolutionaire traditie in Amerika is de belangrijkste reden waarom Amerikanen nooit zijn ontwapend, terwijl in Europa het omgekeerde geldt. Zo ontstond het selectief geheugen – of het historische geheugenverlies – over geweld. Maar Amerikaanse historici hebben wel degelijk een verband aangetoond tussen cultuur en geweld. Mogelijk worden we nu geconfronteerd met een ander bijproduct van de Amerikaanse neiging tot geweld: een zoveelste oorlog (Iran, Syrië, …) zonder dat men zich daar vooraf ernstige vragen bij stelt. Dat is nu eenmaal de American Way.

[1] Robert Pierce Forbes (alias: cwhig): “The violence lobby
[2] Cora Currier: “23 Other States Have ‘Stand Your Ground’ Laws, Too
[3] Cheng Cheng † en Mark Hoekstra † : “Does Strengthening Self-Defense Law Deter Crime or Escalate Violence? Evidence from Castle Doctrine
[4] Richard Maxwell Brown: “Western Violence: Structure, Values, Myth
[5] Stan van Houcke: “Arie Elshout van de Volkskrant 20
[6] Geopolitiek in perspectief: “Must read: “A People’s History of the United States”
[7] Ira Leonard: “Violence is the American Way

De Israëlische aanval op de USS Liberty: moord met voorbedachten rade

photo: Dennis Eickleberry, who served aboard the LIBERTY (source: USS Liberty Cover Up)


Op donderdag, 8 juni 1967, de vierde dag van de Zesdaagse Oorlog, voerden Israëlische lucht- en zeestrijdkrachten aanvallen uit op de USS Liberty, het meest geavanceerde Amerikaanse spionnageschip. Het schip bevond zich op dat moment in internationale wateren ten zuidwesten van de Gazastrook, ter hoogte van de Egyptische kustplaats El Arish in de Sinaï. De aanvallen kostten 34 bemanningsleden het leven en 174 werden gewond.

De les van deze meedogenloze moordaanslag was dat er niets is waarvoor de Zionistische staat in zijn relatie met vriend of vijand terugschrikt. Alles moet wijken voor het grote doel: Greater Israel.

Vandaag, vijfenveertig jaar later, is de doofpotoperatie in opdracht van president Johnson nog onverkort van kracht, dankzij de medeplichtigheid van de klassieke media. De Engelstalige versie van Wikipedia noemt een beperkt aantal bronnen, waarvan de op-ed van de voormalige Amerikaanse Joint Chiefs of Staff admiraal Thomas Moorer aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Samengevat zijn de conclusies van de admiraal: 

  • er is overtuigend bewijs dat de Israëlische aanval een doelbewuste poging was om een Amerikaans schip te vernietigen en de voltallige bemanning om te brengen
  • met de aanval op de USS Liberty heeft Israel zich schuldig gemaakt aan moord op Amerikaanse militairen en een oorlogsdaad tegen de Verenigde Staten
  • het Witte Huis heeft de feiten over de aanval doelbewust in de doofpot gestopt en achtergehouden voor de Amerikaanse bevolking
  • de waarheid blijft tot de dag van vandaag verhuld, wat enkel als nationale schande kan worden aangemerkt

In 2002 maakte de BBC een interessante documentaire over het bloedige incident. Wat in de video vooral opvalt is de theorie dat de aanval op de USS Liberty past in een groter plan, Operation Cyanide, uitgedacht door de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten en gericht op een invasie van Egypte en de omverwerping van Nasser. De aanval op de Liberty, uitgevoerd met voorkennis van mensen in Washington, zou aan Egypte en de Sovjet-Unie worden toegeschreven, zodat de VS in de oorlog kon worden betrokken. Maar wat uit de documentaire in ieder geval als aannemelijk naar voren komt is het feit dat de VS in het geheim deelnam aan de Zesdaagse Oorlog.

Tijdens zijn tafelrede twee jaar geleden op het jaardiner van de Liberty Survivors Association in Long Island, New York, zei de Britse veteraan ITN en BBC Panorama correspondent en auteur Alan Hart dat niemand het incident zou hebben overleefd indien de door de Israëlische minister van defensie Moshe Dayan bevolen aanval volledig volgens plan was uitgevoerd. Hart zei dat hij, net als de aanwezigen, geen woorden kon vinden voor het gevoel van diepe verontwaardiging voor het blijvend verzwijgen van de waarheid over de aanval op de Liberty.

Op de 45e verjaardag van die aanval plaatste Hart de volledige tekst van Hoofdstuk 2 van zijn driedelige boek “Zionism: The Real Enemy of the Jews” op zijn website. Dat hoofdstuk draagt als titel: The Liberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day”. Volgens de uitgever is dit het onthullendste, beklemmendste en belangrijkste hoofdstuk van het hele boek. Zelf zegt Hart dat het hoofdstuk een belangrijke bijdrage is om een zuiver beeld te krijgen van wat de Zionistische staat Israel vertegenwoordigt: een onbeheersbaar monstrum.

Met toestemming van de auteur publiceren wij de volledige tekst van hoofdstuk 2 The Liberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day” als pagina ‘The Loberty Affair – “Pure Murder” on a “Great Day”‘. Wie geïnteresseerd is in Hart’s driedelige boek “Zionism: The Real Enemy of the Jews” vindt nadere gegevens en bestelinformatie op docstoc.com.

Het Iraanse “complot”, het zoveelste Amerikaanse dubbel spel

Mansoor Arbabsiar, een gefailleerde Iraans-Amerikaanse autoverkoper, die in opdracht van de Iraanse geheime dienst een moordaanslag op de Saudische ambassadeur in de VS beraamt. Opiumsmokkel naar Mexico, in ruil voor bomaanslagen op Saudische en Israëlische ambassades in Argentinië. Uitbesteed aan een Mexicaans drugskartel die bekend staan te worden geïnfiltreerd door Amerikaanse agenten. Wie bedenkt zoiets? Zelfs voor de lichtgelovige Amerikanen is zo’n verhaal bespottelijk. Wat kan Iran winnen met zo’n actie? Die kan alleen maar een dood en verderf zaaiende vergeldingsactie uitlokken, zelfs oorlog. Een oorlog die Iran niet wil. In de regio zijn er maar twee landen die aansturen op oorlog, of tenminste een verdere verslechtering van de betrekkingen tussen de VS en Iran: Saudi Arabië en Israël.

Iran wil de betrekkingen met Washington juist verbeteren. Zo probeerde president Ahmadinejad recent een eerdere poging [1] om kernbrandstof voor een experimentele kernreactor uit te ruilen, nieuw leven in te blazen. Het voorstel hield in dat Iran de productie van delen van het uraniumverrijkingsprogramma zou stopzetten in ruil voor brandstof uit de VS. Dit voorstel kon op heel wat bijval rekenen, getuige een artikel in de International Herald Tribune. [2] Maar elke hoop op betere betrekkingen is nu wel verkeken. Zoals de bovenstaande videoclip laat zien beweerde President Obama tijdens een op Fox News uitgezonden persconferentie [3] glashard dat de verdachte in direct contact stond met mensen binnen de Iraanse regering en door die mensen werd betaald en aangestuurd. ”Wij beschikken over specifieke gegevens, en die staan open voor een ieder,” aldus de president.

Maar navraag over deze gegevens op de website van de president die “is committed to creating the most open and accessible administration in American history” [4] leverde geen enkele reactie op. Washington heeft tot op heden geen enkele onderbouwing gegeven van de beschuldigingen. Naar verluidt [5] waren de feiten al maanden bekend. President Obama werd al in juni ingelicht, de Saudische koning Abdullah medio september. Waarom komt men er dan pas nu mee naar buiten? De gebruikelijke verdachten komen in aanmerking. Neoconservatieven. De wapenlobby. Rechts-radicalen, extremistische Republikeinen en hun geestverwanten bij de media. De Israël Lobby. Het Saudische koningshuis, dat nu staat geboekstaafd als “slachtoffer” van de “slechte” Iraniërs, terwijl het in werkelijkheid er alles aan doet om een Arabische Lente in de Perzische Golf te verhinderen, en zelfs Bahrein is binnengevallen om het verzet daar meedogenloos de kop in te drukken.

Hoe moeten we het verhaal over het plan om de Saudische ambassadeur in de VS te vermoorden duiden? De internationale analisten verschillen van mening. Er zijn meer non-believers dan believers. Paul Rogers [6] behoort tot de laatste categorie en meent dat de beschuldiging kan leiden tot een gevaarlijke confrontatie tussen oude tegenstanders. Mohsen M. Milani [7] ziet het verhaal als een nieuwe episode in de complexe koude oorlog tussen Iran en Saudi Arabië. Martin Indyk [8] ziet een verband met de deal rond de vrijlating van de Israëlische soldaat Gilad Shalit door Hamas, de Palestijnse politieke groepering die Gaza bestuurt, en meent dat de invloed van Iran in de regio afneemt. Stephen Walt, [9] die een tussenpositie inneemt, spreekt over een afleidingsmanoeuvre en een opstapje naar de verkiezingscampagne van 2012.

Andrew Sullivan [10] wijst op sceptische reacties in Europese kwaliteitskranten. De Frankfurter Allgemeine [11] echter steunt Obama en wijst erop dat die elke twijfel aan de geloofwaardigheid van de hand wees. Alexander Cockburn [12] vindt het maar een absurd verhaal en stelt zich vragen over de gevolgen die een zwakke Amerikaanse president aan het complot verbindt. Stephen Lendman [13] spreekt ronduit over een valse aanklacht en wijst erop dat Washington sinds de Iraanse revolutie van 1979 voortdurend het conflict zoekt. Patrick Cockburn [14] ziet overeenkomsten met het optreden van de Amerikaanse buitenlandminister Colin Powell in de VN in 2003, die over “onweerlegbaar bewijs” beschikte dat Saddam Hussein massavernietigingswapens ontwikkelde. Paul Woodward [15] komt met een originele stelling: het verhaal moet de Saudi’s ertoe aanzetten de olieproductie te verhogen, waardoor de olieprijzen dalen, Iran daar meer onder lijdt dan Saudi Arabië, de Amerikaanse economie kan aantrekken en de herverkiezingskansen van Obama stijgen.

Andrew Scott Cooper [16] ziet het complot als onderdeel van een langdurige economische oorlog tussen de beide landen, met olie als inzet. Karen Greenberg [17] ziet er dan weer een FBI valstrikoperatie in en meent dat Justitie “is wagging the dog of US foreign policy on Iran.” Bill Van Auken [18] tenslotte meent dat Arbabsiar in Mexico was om drugs te smokkelen, werd opgepakt door de Drug Enforcement Administration (DEA) [19] en tot instrument gemaakt voor Washington om een valse terreurcase te bekokstoven tegen Iran. Van Auken herkent hierin de extreme roekeloosheid van het Amerikaanse buitenlands beleid en de meedogenloze hang naar provocatie als middel om zijn geopolitieke belangen te dienen. De verergerende economische crisis maakt dat het Amerikaanse imperialisme steeds wanhopiger zijn dominantie uitoefent over de olieproducerende regio’s in de Perzische Golf en Centraal Azië. Het heeft het afgelopen decennium daarvoor gevochten in Afghanistan en Irak en ziet Iran steeds meer als de regionale grootmacht die zijn roofzuchtige ambities in de weg staat.

Wie heeft dit verhaal op touw gezet? Nu vaststaat dat de DEA de spil is geweest moet de verdenking op Washington vallen. Wat wil men bereiken? Een uiterst openhartige Obama wijst op het feit dat de Iraanse bevolking het slachtoffer wordt van verder aangescherpte sancties. De president roept dus op tot regime change. Is er sprake van dubbel spel en een voorwendsel voor oorlog? Washington heeft zich over de gebeurtenissen ongemeen hard uitgelaten, wat erop zou kunnen wijzen dat de groeiende spanning met Iran een kritisch punt heeft overschreden en dat het Amerikaanse publiek en de wereld worden gewaarschuwd dat een oorlog in het verschiet ligt. De roep om oorlog klinkt al zo lang, vooral uit Israëlische hoek, dat in sommige kringen de vraag niet luidt of het tot oorlog met Iran komt, maar wanneer. Stapt Obama mee in dit scenario? Men mag dat betwijfelen. Obama is er de man niet naar om zijn “eigen” grootschalige oorlog te beginnen, al was het alleen maar omdat die verwoestender zal zijn dan alle oorlogen uit het laatste decennium. Bovendien zitten de Amerikanen bepaald niet te wachten op een nieuwe oorlog. Het heeft er dus alle schijn van dat dit verhaal, net als de beschuldigingen aan het adres van Noord-Korea rond het Cheonan incident, [20] een stille dood sterft.

[1] het oorspronkelijke voorstel werd beschouwd als “bedreiging” omdat een deal de optie van een militaire “oplossing” en “regimewisseling” zou doorkruisen, zie Geopolitiek in perspectief: “How an Iranian analyst stands up to his Western prospective peers
[2] Ali Vaez en Charles D. Ferguson: “An Iranian Offer Worth Considering
[3] YouTube: “Obama: U.S. Will Make Sure Iran “Pays the Price” 2011
[4] zie de “Contact Us” pagina op de website van het Witte Huis
[5] Pepe Escobar: “The occupy Iran Fast and Furious plot (extended)
[6] Paul Rogers: “Iran and America: components of crisis
[7] Mohsen M. Milani: “Iran and Saudi Arabia Square Off
[8] Martin Indyk: “The Iranian Connection
[9] Stephen Walt: “Obama doubles down
[10] Andrew Sullivan: ”Europe And The Saudi Terror Plot
[11] Frankfurter Allgemeine: “Obama weist Zweifel an Verwicklung Teherans zurück
[12] Alexander Cockburn: “War with The U.S. Is of No Interest to Iran; Who Invented This Absurd Plot?
[13] Stephen Lendman: “Iran Falsely Charged with Fake Terror Plot
[14] Patrick Cockburn: “This bizarre plot goes against all that is known of Iran’s intelligence service
[15] Paul Woodward: “How Obama could benefit from the alleged Iranian bombing plot
[16] Andrew Scott Cooper: “The Oil Wars
[17] Karen Greenberg: ”The FBI sting in the tail of the Saudi ambassador ‘assassination plot’
[18] Bill Van Auken: “US steps up sanctions and threats against Iran over alleged terror plot
[19] Zie DEA’s triomfantelijke persbericht: “DEA Helps Foil Iranian Terror Plot
[20] Geopolitiek in perspectief: “Hoe grootmacht Amerika zijn dominante positie probeert te vrijwaren