De vastgelopen Europese integratie (1)

Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017. Photo: Huawei Gallery


De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

De vastgelopen Europese integratie (2)

Deel 2: de weg uit de impasse.

Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)


Van verticale Europese integratie is maar weinig sprake geweest. Zonder Britse bijdrage krijgen de Europese financiële transfers het moeilijk. De EU kan de voortvarend aangetrokken lidstaten nog moeilijk in het gareel krijgen. Duitsland, Frankrijk en de Benelux zouden de transfers kunnen stopzetten om een betere Unie te ontwikkelen op het gebied van het vroegere Karolingische Rijk. Een nieuwe economische crisis stelt de Unie voor de harde keus: integratie of uiteenvallen.

Het Juridisch Woordenboek zegt over Europese integratie: “eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire integratie”. Precies daar wringt het Europese schoentje. In de praktijk heeft Europese integratie betekend: het uitbreiden van de EU met nieuwe leden, te vergelijken met ondernemingen die geen autonome groei meer kennen en hun slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat we de afgelopen tientallen jaren van het Europese project hebben gezien is hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het laten toenemen van beleidsdomeinen die de lidstaten aan de Unie toevertrouwen, is maar weinig sprake geweest.

Vandaag zijn enkel douane, buitenlandse handel, monetair beleid en mededinging volledig Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën, begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw, visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten nog bij. Sommigen hebben een opt-out, anderen zijn maar deels aan de Europese regelgeving gebonden. Van een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt zoals de Franse president Macron nastreeft lijkt niet veel in huis te komen.

Economisch zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan

De kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke markt door de toegang tot nieuwe opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft de komst van economisch zwakkere lidstaten – die zoals Spanje en Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden – de verdere Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen arme en rijke landen kwam de economische migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.

West-Europese staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet uitblijven.

De aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten

Zo’n ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op herstelbetalingen van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten koste gaat van de banden met de armere EU-landen.

De ontstaansgeschiedenis van de VS kan model staan voor economische en politieke integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.

Verticale integratie gaat voor op horizontale integratie

In het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.

Voortgaande Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten garanderen, maar tegelijk het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen. Zo’n boppeslach lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere mate van verticale integratie hebben bereikt.

Kernlanden als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het idee van een Europa met twee snelheden wint aan populariteit. De kern zou kunnen bestaan uit landen gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het Karolingische Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke instellingen van de kern.

Een nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen

Vandaag ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of niet afgeslankte vorm voor de hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus: integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse staten met het risico van gewapend conflict, onderling of met de grootmachten.

Europese leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude machtshonger de doorslag geven, met alle ellende van dien.

Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen

Velayat 94 Military exercise February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.Photo: Erfan Kouchari, Tasnim News Agency (Wikimedia Commons)


In het artikel ‘Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden we dat de EU haast moet maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap: het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland. Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier en hier.

Aansluitend legden we enkele academici de vraag voor: “Hoe beoordeelt u de draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger dan niet een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO. In een opiniestuk zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de Amerikaanse sancties tegen Iran.”

Heeft de EU zich vastgeklonken aan de VS?

Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.

Tom Sauer (UvA) is niet blij met de verwijzing naar de NAVO in het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte daarvan is echter beperkt: EU-acties moeten enkel sporen met de NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de Amerikaanse en Europese belangen steeds verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op termijn kan de NAVO voor Europa overbodig worden, als de VS er tevoren al niet is uitgestapt. Voor Sauer heeft Laughland wel een punt: het Europese mechanisme om de Amerikaanse sancties tegen Iran te omzeilen zal niet helpen. Dat toont nogmaals de zwakte van Europa op het wereldtoneel, en de noodzaak voor Europa om zich te distantiëren van dit Amerikaanse beleid.

Eerder bespraken we dit issue met David Criekemans (UvA), die meent dat de NAVO-verwijzing in art. 42 niet meer is dan een toegevoegd regeltje. De EU-veiligheidsgarantie is veel sterker dan die van de NAVO. Voor Criekemans, zelfverklaard koele minnaar van de NAVO, is daarmee de alliantie eigenlijk overbodig, maar een uitstap zal niet voor morgen zijn. Het ontbreekt aan een Europese strategische cultuur en aan militair-logistieke zaken. Bovendien wil niet elke lidstaat mee.

Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington

Op grond van deze verklaringen van de academici kunnen we concluderen dat de NAVO-verwijzing in art. 42 misschien niet cruciaal is maar toch zal kunnen worden ingeroepen. Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in het bondgenootschap de zaken initieert en het laatste woord heeft. De verdeeldheid tussen de lidstaten en de vrees om Washington op de tenen te trappen kan hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese legers, maar niet tot een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger.

In een opgemerkt opiniestuk komt Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt is niet optimistisch over de toekomst van de EU. Het VK vertrekt en de VS is openlijk vijandig. Herhaalde pogingen om in internationale vraagstukken een ​​ Europese stem te laten horen, of te komen tot een gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben gefaald. Neem nu “het gebrek aan ruggengraat in de Europese reactie op de Amerikaanse dreiging om secundaire sancties op te leggen op handel met Iran”, aldus Walt, die ook wijst op interne Europese problemen als de anti-EU populisten en de onmacht van Brussel om eigenzinnige nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse regeringspartij ‘Recht en Rechtvaardigheid’ tot de orde te roepen.

Waar Stephen Walt geen blad voor de mond neemt schetst David Criekemans een ingetogener beeld. Dat beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders dan “een grote olieproducent” is de VS vandaag energiezelfvoorzienend en heeft dus eigenlijk niets meer te zoeken in het Midden-Oosten. Iran kon tot regionale grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran wordt omsingeld door Amerikaanse bases en tot de tanden bewapende buurlanden. Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat het land geen enkele (militaire) bedreiging vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.

De Amerikaanse blokkade van Iran is een oorlogsdaad

De Amerikaanse blokkade van Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich daar niet bij neer. Het heeft geen boodschap aan Europees handengewring. Volgens de Britse professor Paul Rogers moet de beschadiging van olietankers druk zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten. Tel daarbij de paramilitaire aanvallen op Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust maar aankondigt hoe een asymmetrische oorlog er kan uitzien, aldus Rogers.

Iran onderhandelt niet over de Amerikaanse belegering, maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het kan een serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan ontkennen maar aanleiding zullen zijn voor internationale verzekeraars elke dekking van olietransport in het gebied op te schorten. Iran kan eenvoudig enkele olietankers tot zinken brengen om de Straat van Hormuz af te sluiten. Volgens Goldman Sachs kan dat de olieprijs opdrijven naar $1000 per vat, desastreus voor de wereldeconomie.

Slaapwandelen we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie?

Criekemans vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie slaapwandelen en dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen. Maar sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Volgens de Amerikaanse professor Juan Cole is het de geopolitieke context die conflicten een sektarisch tintje geeft, niet andersom.

Slaapwandelen naar een oorlog VS-Iran is wél te bestrijden: na China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan en EU-lidstaten Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee mondiale proporties krijgen.

Ruggengraat loont.