Aanhoudend Amerikaans militarisme, of aloude diplomatie?


Denktank New America bepleit een einde aan Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten. Klassieke diplomatie moet ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen. De denktank zwijgt echter over de machtige lobby’s van Israël en het militair-industrieel complex, en komt met voorstellen die indruisen tegen het internationaal recht. New America zal uit een ander vaatje moeten tappen.

In een long read op het alom gerespecteerde Amerikaanse online magazine Foreign Policy bepleit Alexandra Stark een fundamenteel gewijzigd Amerikaans beleid in het Midden-Oosten. De auteur is verbonden aan de denktank New America, die zich beschrijft als niet-partijgebonden, maar door sommigen wordt gezien als liberal (progressief) georiënteerd. In zijn mission statement positioneert New America zich als voorvechter van herstel van de disfunctionerende Amerikaanse democratie en van het vertrouwen in de overheid. Het democratisch proces wordt gefnuikt door een zichzelf versterkend machtsoligopolie dat elke innovatie verhindert, aldus New America.

Lokale actoren moesten het vuile werk opknappen

In haar stuk betoogt Stark dat de VS zijn proxy-oorlogen in het Midden-Oosten maar beter kan opgeven. Tegen beter weten in poogden opeenvolgende Amerikaanse regeringen het risico van een terroristische aanslag op Amerikaanse bodem te verkleinen, Al Qaida en IS uit te roeien, en maximale druk uit te oefenen op Iran, dat zijn invloed in het Midden-Oosten had zien toenemen. Na het Amerikaanse fiasco in Irak was de inzet van grondtroepen immers politiek onhaalbaar geworden. Dus moesten lokale actoren het vuile werk opknappen. Die konden rekenen op steun van ‘onzichtbare’ Amerikaanse speciale troepen, training en wapenleveringen, aldus Stark.

Amerikaanse bondgenoten in de regio zien het falen van hun proxy-oorlogen in, zo leert onderzoek. In de visie van Stark hebben de interventies in Libië en Syrië enkel geleid tot uitzichtloze conflicten, tot instabiliteit in de hele regio, en tot onnoemelijk veel menselijk leed. In plaats van de Amerikaanse doelstellingen te realiseren hebben de proxy-oorlogen ertoe geleid dat de VS betrokken raakte bij tal van nieuwe conflicten zodat het zich niet kon terugtrekken uit de regio. Zo kon de Houthi-beweging in Jemen uitgroeien tot een groepering die de Saoedische hoofdstad Riyad kon raken met raketten, Al-Qaida vaste voet krijgen op het Arabische schiereiland, en Amerikaanse wapens in handen van terroristen konden vallen.

Stark meent dat de VS zal moeten afrekenen met de gevolgen van de instabiliteit, het terrorisme en de de politieke polarisatie in het Midden-Oosten waar het zelf aan heeft bijgedragen. De VS moet leren van het fiasco, en het roer omgooien: klassieke diplomatieke druk kan ‘avontuurlijke’ Arabische staten in het gareel krijgen, maar de VS moet niet blijven aanmodderen in situaties waar het geen druk kan uitoefenen. Zo is er geen enkele rechtvaardiging voor het rest-contingent Amerikaanse troepen in het noordoosten van Syrië. Na vijf jaar steun aan de Koerden om de Russische en Iraanse invloed in Syrië aan banden te leggen liet Trump deze bondgenoot ijskoud vallen en waren de Koerdische troepen aangewezen op het Assad-regime voor steun tegen de Turkse inval.

Israël bepaalt het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid

Stark bedoelt het goed, maar haar betoog gaat voorbij aan de essentie. De afgelopen decennia, en vooral sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967, staat het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid in het teken van de relatie met Israël1. In een democratie bepaalt het parlement het overheidsbeleid. In Amerika wordt het beleid ten aanzien van Israël en het Midden-Oosten echter bepaald door de Israël Lobby. De meeste Congresleden zijn schatplichtig aan de Lobby. En het is bekend dat Israël de afgelopen decennia probeert af te rekenen met elk land dat het maar enigszins als bedreigend ervaart. Zo moesten landen als Irak, Syrië en Libië eraan geloven, en zucht Iran, ‘de grote vijand’, onder ongemeen harde Amerikaanse sancties die neerkomen op economische oorlogsvoering.

Voor de auteur is, net als voor sommige opiniemakers bij ons, dit issue blijkbaar nog altijd een taboe. Al wat zij erover zegt is een verwijzing naar de Amerikaanse bilaterale steun aan het Palestijnse bestuur op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, steun die sinds kort geconditioneerd wordt aan aanvaarding door de Palestijnse overheid van het plan-Kushner dat voorziet in annexatie van grote delen van de Palestijnse gebieden. De auteur gaat volkomen voorbij aan het feit dat de kwestie Palestina een pan-Arabische zaak2 is die de gemoederen bij de bevolking danig bezigheid houdt: voor 90% van de Jordaniërs, 85% van de Egyptenaren en 80% van de Saoedi’s is de Palestijnse zaak een pan-Arabische zaak, terwijl dit issue hun autocratische leiders blijkbaar volkomen koud laat.

Stark wijst erop dat de regering-Trump elke poging tot wederopbouw van Syrië torpedeert omdat steun aan wederopbouw steun is aan de regering-Assad. Haar suggestie om fondsen voor de wederopbouw van het geruïneerde land rechtstreeks aan Syrische lokale raden en niet-gouvernementele organisaties te verstrekken is verwerpelijk. Dat komt neer op bestendiging van het Assad-must-go-credo en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een internationaal erkende soevereine mogendheid, in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Niet de Verenigde Staten, het Westen of de internationale gemeenschap maken uit hoe Syrië wordt bestuurd, maar de Syrische bevolking.

Geen militaire maar economische steun

De Amerikaanse buitenlandse hulp is geconcentreerd op eng gedefinieerde strategische doelen. In de visie van de auteur moet hier het roer om: de hulp aan de regio moet voorzien in onmiddellijke humanitaire behoeften en gericht zijn op welvaart voor de mensen. Zo moet Egypte geen fondsen krijgen om Amerikaanse wapens aan te kopen, maar economische hulp. Ook hier ziet de auteur een essentieel issue over het hoofd: de machtige lobby van het Amerikaans militair-industrieel complex die menig Congreslid in zijn zak heeft. Samen met de legertop en grote contractors profiteren die van zo hoog mogelijke defensiebestedingen. De auteur heeft blijkbaar niet de moed om concreet de militaire en de Israël Lobby op de korrel te nemen.

Het valt op dat de auteur zich in haar pleidooi voor een eind aan het Amerikaanse militarisme en herbronning op diplomatie beperkt tot het Midden-Oosten. Volgens Wikipedia zijn ruim 170.000 Amerikaanse militairen actief in meer dan 150 landen overal ter wereld. Zij die niet bij gevechtshandelingen zijn betrokken worden ingezet voor vredesmissies, of zijn verbonden aan Amerikaanse ambassades en consulaten. Zo’n 40.000 manschappen zouden zijn betrokken bij geheime missies op locaties die de Amerikaanse regering weigert bekend te maken. En daar zijn de manschappen van de contractors die het Pentagon inhuurt nog niet eens bij inbegrepen.

Of Trump nu wordt herverkozen of niet, alleen een revolutie kan een halt toeroepen aan de militaire lobby in Amerika. De Westerse manier van oorlogvoeren is achterhaald. De term ‘overwinning’ is een hersenschim. Hoogtechnologische wapensystemen leveren geen overwinning op. Slechts twee landen hebben dat nog niet begrepen: de VS en Israël. Zo lang Israël het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid bepaalt, zo lang de VS een havik als Brian Hook, speciaal gezant voor Iran, vervangt door de oorlogsmisdadiger Elliott Abrams, zo lang verandert er niets aan het Amerikaanse beleid in de regio.

Hoe goed bedoeld ook, New America zal uit een ander vaatje moeten tappen, en niet enkel in het Midden-Oosten.

1 Lookman, Paul, Het Zionistische project Israël. Etnisch zuiver, of binationaal gidsland, Geopolitiek in context, Koersel, 2020, p. 57 e.v.
2 ibid, p. 20

If Trump needs a war to win in November, which enemy will he choose?

President Donald J. Trump shakes hands with Chairman of the Workers’ Party of Korea Kim Jong Un Sunday, June 30, 2019, as the two leaders meet at the Korean Demilitarized Zone. (Official White House Photo by Shealah Craighead)



by Paul Rogers

He’s failed on COVID-19 and the economy is tanking. Could a military adventure in Afghanistan, Iran or North Korea be coming soon?

With the US presidential election less than four months away, Donald Trump trails Joe Biden in the polls by a substantial margin. His strategy as his ratings decline has been to concentrate on his core vote, which amounts to a little more than 30% of the population together, and another 10% that is less assured. The task now is to harden support from that 10% and also to extend it towards a majority, an expanding economy being essential for that.

Hence much of the motivation around ending lockdown has been to counter the multitude of economic impacts of the COVID-19 pandemic. New cases surging to over 65,000 a day has really knocked back this key aim.

So far, Trump’s response has been increasingly strident speeches and tweets that may well appeal to that core 30% but will be much less effective with the flakier supporters he desperately needs. If anything, opposition to his presidency is hardening.

One obvious way forward is to look for international threats that require a strong presidential response, preferably a small war in a far-off place, and this may well be a choice in the run-up to the election. There are three main candidates for the theatre of action: Afghanistan, North Korea and Iran. All, though, are problematic in different ways.

In Afghanistan, the clear plan until a few months ago was to conclude a peace deal with the Taliban and ‘bring our boys back’, or at least most of them, before the election. It would fulfil a 2016 promise and would be popular with his supporters, but there are two difficulties.

One is that the Taliban are already stepping up their attacks on government forces and, even by November, they will have chalked up plenty of wins. Biden will therefore be able to present the removal of troops not as a success but as an ignominious retreat.

The other problem for Trump is the current furore over claims that Russian agents have offered bounties to Afghan paramilitaries to kill US troops. Whatever the truth of the accusations, they are difficult for Trump because of his many links with Russia.

So, as things stand, he is unlikely to focus electioneering on Afghanistan, leaving him with Iran and North Korea.

Just over a week ago, a large new structure at Iran’s nuclear plant at Natanz was somehow badly damaged. Israeli and US sources hinted that this was a new facility for producing advanced gas centrifuges for Iran’s nuclear programme. Iranian sources claimed it was a fire, but satellite data points to an explosion.

Furthermore, it followed a large explosion that lit up the night sky a few days earlier at a missile production plant at Parchin near Tehran.

These may have been unhappy coincidences, although Iranian government sources have now admitted that the Natanz incident will affect its nuclear programme. There is considerable speculation that, if these were not accidents, foreign elements are at work, possibly through cyberattacks, sabotage or even stealthy cruise missiles. The finger points at Israel, with or without US involvement.

Benjamin Netanyahu certainly has an interest in engineering a US-Iran confrontation. There are several reasons for that, but helping Trump’s popularity in the US is certainly one of them. If Trump, his key ally, loses in November, Biden might come in aiming to revitalise the international nuclear deal that Trump ditched two years ago. Iran is therefore certainly a candidate for an engineered pre-election crisis.

As to North Korea, the Kim Jong-un regime appears to be already in considerable difficulties thanks to the COVID-19 pandemic. The regime had no option but to close the border with China in January, being woefully unprepared to handle a pandemic, but the economic impact has been dire. International sanctions had already made the regime highly dependent on China for trade, tourism and income from North Koreans working there, so it was a desperate measure.

In these circumstance, Kim has few cards to play other than his nuclear missiles. Back in 2016 Trump pledged that he would never let North Korea develop the ability to launch intercontinental ballistic missiles powerful enough to threaten the continental US with a nuclear strike. Yet in the past three years the Pyongyang regime has quietly continued its nuclear and missile programmes to the point that a single ICBM test would be enough to threaten just that.

To do that in an attempt to reopen negotiations with Washington would be hugely risky, but Kim might just take that risk. It could backfire, though, and turn out to be a gift for Trump, giving him a huge if deeply unstable diversion right in the middle of an election. US-Iranian relations may be a source of diplomatic concern in western Europe, but North Korea is the one issue that, we can be sure, is already worrying officials in many capital cities.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy’s international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 10 July 2020

Anti-Russia war fever spreads on Capitol Hill

WASHINGTON, May 15, 2019 — The 38th Annual National Peace Officers’ Memorial Service was held today on the West Front of the U.S. Capitol to honor 158 law enforcement officers killed in the line of duty in 2018. The families of two deputy U.S. marshals — Chase White, killed Nov. 29 in Arizona, and Chris Hill, killed Jan. 18 in Pennsylvania — were in attendance to place red carnations in the memorial wreath and receive medals in honor of their lost family members. President Donald Trump gave the keynote address. In attendance were House Speaker Nancy Pelosi, House Majority Leader Steny Hoyer, U.S. Attorney General William Barr and heads of federal law enforcement agencies, including U.S. Marshals Director Donald Washington. Photo by: Shane T. McCoy/U.S. Marshals (Wikimedia Commons)


By Patrick Martin

Groups of congressional Republicans and Democrats have visited the White House over the past two days for briefings on allegations that the Russian military intelligence agency GRU offered bounties to Taliban fighters who killed American soldiers in Afghanistan.

They have emerged bristling with demands for retaliation, with one Republican senator declaring, “I want to hear their plan for Taliban and GRU agents in body bags”—in other words, for military action by the United States against Russia, possessor of the world’s second largest stockpile of nuclear weapons.

The “Russian bounties” campaign is a fabrication by the US military-intelligence apparatus and its preferred mouthpiece, the New York Times, which signaled the kickoff of the current campaign with a front-page article Saturday that provided no evidence either of bounties paid or American soldiers killed, only reiterating endlessly that “intelligence officials” believed that Russia had carried out such an operation.

Four days into the affair, there has still been no evidence produced. Not a single witness to the offering, payment or receipt of a “bounty” has been cited. Not a single one of the 31 US military deaths in Afghanistan in 2019 and 2020 has been credibly linked to alleged Russian payments.

The Associated Press carried a report Monday that “Officials are focused in particular” on the death of three Marines, killed when a car bomb exploded outside of Bagram Air Base in April 2019, but did not explain what reason there was for investigating that particular incident.

The same article asserted that captured Taliban fighters had told interrogators about the alleged bounties, claiming, “Officials with knowledge of the matter told the AP that Taliban operatives from opposite ends of the country and from separate tribes offered similar accounts.” But the article continued: “The officials would not name the specific groups or give specific locations in Afghanistan or time frames for when they were detained.”

Aside from the absence of proof, there is a complete absence of motive. Why would the Russian government want to kill a handful of American soldiers in Afghanistan? What purpose would that serve, in terms of Russian foreign policy? Why would they pay fighters of the Taliban, long branded as terrorists by Moscow? Why would fighters in the Taliban, a group whose origins lie in the Islamic fundamentalist guerrilla groups that fought Soviet troops in the 1980s, serve as Moscow’s mercenaries? And why, given that they have fought American imperialism to a stalemate in nearly 20 years of war, suffering massive casualties in the process, would Taliban fighters need a monetary incentive to kill American soldiers?

None of these questions is even raised in the American corporate media, which reproduces the allegations of the US intelligence agencies as though they were unchallengeable truths, no matter how stupid, uncorroborated and self-contradictory.

For official Washington, the “Russian bounties” campaign is merely the latest chapter in the political warfare that has raged for the past four years, since the FBI and CIA began investigating alleged ties between the presidential campaign of Donald Trump and the Russian government.

The Democratic Party has consistently lined up with the sections of the military-intelligence apparatus that have viewed Trump as too soft on Russia and too inclined to abandon longstanding US interventions in the Middle East and Central Asia, from Afghanistan to Syria.

Frightened by the vast popular hostility directed against Trump’s attacks on democratic rights, his racist diatribes against immigrants and minorities, and his subordination of all government policy to the needs of Wall Street and big business, the Democrats have sought to divert all opposition to Trump behind a right-wing campaign to brand him as a stooge of Russian President Vladimir Putin, and create a political constituency for US military confrontation with Russia that could lead to nuclear war.

This was the content of the Mueller investigation into alleged Russian intervention in the 2016 elections, conducted for some two and a half years. This was followed by the campaign over Trump’s withholding of military aid to Ukraine while demanding an investigation into the business activities of Hunter Biden, the son of the presumptive Democratic presidential nominee, which led to Trump’s impeachment and Senate trial.

The congressional Democrats and the Biden campaign have seized on the supposed expose by the New York Times as another opportunity to revive the anti-Russia hysteria and wage an election campaign centered on portraying Trump as an agent of Putin—a virtual rerun of the 2016 campaign by Hillary Clinton that ended with Trump winning a surprise victory in the Electoral College.

This would have two major purposes: enabling Biden to avoid addressing the massive social crisis demonstrated in the mounting COVID-19 death toll and the accompanying economic slump; and conditioning the American people to regard Russia with suspicion and hostility, in order to prepare the political climate for war.

The Democrats and their media allies have sought to focus attention, not on any evidence of Russian payment of bounties—the less said about that “big lie” the better, as far as the CIA is concerned—but on claims that Trump failed to respond aggressively enough, or was too indolent even to notice when the intelligence agencies first raised the issue (in February 2020 by one account, a year earlier in other reports).

House Speaker Nancy Pelosi, the top Democrat in Washington, reiterated her “all roads lead to Russia” critique of Trump in an interview with CNN on Monday morning. “It seems clear that the intelligence is real,” she said. “The question is whether the President was briefed. If he was not briefed, why would he not be briefed? Were they afraid to approach him on the subject of Russia?” She speculated that the CIA did not tell Trump about the bounties for fear he would tell Putin.

Among the group of ten Democrats who visited the White House Tuesday morning were two freshmen representatives, newly elected in 2018, who would normally not have been considered for such a high-level mission. But these two, Elissa Slotkin of Michigan and Abigail Spanberger of Virginia, are both former CIA officers, and thus personify the ever-closer alignment between the Democratic Party and the intelligence agencies.

Another member of the “CIA Democrats,” the group of nearly a dozen who entered Congress in 2018 from military-intelligence backgrounds, Representative Max Rose of New York, a former combat commander in Afghanistan, said, “It’s sickening that American soldiers have been killed as a result of Russian bounties on their heads, and the Commander in Chief didn’t do a thing to stop it.”

Former Vice President Joe Biden, the presumptive Democratic presidential nominee, used similar language at a press conference that followed his speech on coronavirus in Wilmington, Delaware. In response to media questions, he described Trump’s response to the alleged Russian bounties as “dereliction of duty,” using the same phrase three separate times, in an effort to play up Trump’s deficiencies as “commander-in-chief.”

Some Republicans joined in the anti-Russia chorus, albeit without criticizing Trump’s response. This included Senator Ben Sasse of Nebraska, who made the comment about “Taliban and GRU body bags,” calling that a necessary “proportional response” to the alleged Russian action.

Senator Todd Young of Indiana, a former Marine intelligence officer, said the alleged Russian operation “deserves a strong and immediate response from our government.” He called for Senate hearings and for Trump to rescind any invitation for Russia to rejoin the Group of Seven, the grouping of the major industrialized nations, and for personal financial sanctions on Putin.

The only reluctance to enlist in the anti-Russia campaign came from the Pentagon, whose spokesman said late Monday there was “no corroborating evidence to validate the recent allegations found in open-source reports.” The National Security Agency, which monitors all telecommunications in the Afghanistan region, reportedly told CBS News that the claim of Russian bounty-hunting “does not match well-established and verifiable Taliban and Haqqani practices” and lacks “sufficient reporting to corroborate any links.”

But for the bulk of the intelligence establishment, the conventional wisdom was expressed in a commentary in the Washington Post by David Ignatius, a columnist who is a frequent conduit for the national-security establishment. While admitting “there’s a lot we still don’t know about the Russian bounties in Afghanistan”—the understatement of the week—he concluded: “Trump is an obstacle to good policy. Either people don’t tell him the truth, or he doesn’t want to hear it. Whichever way, he’s defaulting on his most basic responsibility as commander in chief.”

In other words, Trump should be removed, as the Democrats have been arguing for years, not because of his right-wing policies and aspirations to establish an authoritarian regime, but because he is too unreliable in his role as the principal defender of the interests of American imperialism all over the world.

This article appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 1 July 2020, and was republished with permission.

NAVO, geostrategisch wapen tegen China

An F/A-18F Super Hornet assigned to the Black Knights of Strike Fighter Squadron (VFA) 154 flies over the aircraft carrier USS Theodore Roosevelt (CVN 71), June 17, 2020. The Theodore Roosevelt Carrier Strike Group is on a scheduled deployment to the Indo-Pacific. (U.S. Navy photo by Mass Communication Specialist 3rd Class Zachary Wheeler/Released)


De NAVO verdedigt zijn bestaansrecht krampachtig. De nieuwe vijand is China. De opkomende wereldmacht is echter al compleet militair omsingeld. Het voortbestaan van de alliantie is na de val van de muur niet enkel een aberratie, maar ook een potentiële bron van groot onheil. De stekker moet uit de NAVO.

Een van de kerntaken van het Egmontinstituut is “voorlichting van de publieke opinie”. Als Stichting in de schoot van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken is de informatie die het instituut verspreidt niet onafhankelijk. Men moet die dus met een flinke korrel zout nemen. Dat geldt specifiek voor het regelmatig herhaalde pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger. PESCO moet voor het instituut een instrument worden om Europese militaire macht te projecteren. Daarmee gaat Egmont verder dan de NAVO. De website van Buitenlandse Zaken zegt daarover: “België hecht veel belang aan het defensieve [cursivering door de redactie] karakter van het bondgenootschap.” Dat is een statement waar men kanttekeningen bij mag maken.

Europese macht projecteren, in PESCO- of NAVO-verband, is heel wat anders dan defensief optreden. Sinds de val van de muur, voor UAntwerpen professor Tom Sauer de belangrijkste gebeurtenis in de internationale politiek sinds 1945, is de NAVO als alliantie blijven voortbestaan, en dat is volgens Sauer een aberratie in de internationale politiek. “Allianties horen ophouden te bestaan in tijden van vrede”, aldus Sauer. Sindsdien heeft de NAVO naarstig gezocht naar argumenten om haar voortbestaan te verdedigen. Op 8 juni maakte NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg in een toespraak nog eens duidelijk hoezeer de alliantie op zoek is naar vijanden om haar wankele bestaansrecht te rechtvaardigen.

Confrontatie van China is moeilijk te rijmen met de core business van collectieve defensie

Voor het eerst nam Stoltenberg China op de korrel. “De opkomst van China betekent een verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld, brengt de race naar economische en technologische suprematie in een stroomversnelling, bedreigt open samenlevingen, individuele vrijheden en onze manier van leven,” aldus de secretaris-generaal. Een confrontatie van China is toch moeilijk te rijmen met de core business van collectieve defensie. “China heeft het tweede grootste defensiebudget, ontwikkelt raketten die ons kunnen treffen, speelt mee in cyberspace, is actief in het noordpoolgebied en in Afrika. Het land investeert in onze kritieke infrastructuur en werkt steeds nauwer samen met Rusland. Dat alles heeft veiligheidsgevolgen voor de bondgenoten, en dus moeten we reageren,” aldus nog Stoltenberg.

Met ruim 22.000 km heeft China de langste landgrens ter wereld, en een kustlijn van 14.500 km (de Amerikaanse kustlijn is 19.900 km). Het hoeft geen betoog dat dergelijke omvangrijke grenzen een grote verdedigingsmacht vergen, temeer daar de VS met een keten luchtmachtbases en marinehavens de perfecte strop legt rond de nek van zijn rivaal. Een Australische denktank meent dat de Chinese precisieraketten in de eerste uren van een conflict de Amerikaanse militaire bases in de regio gemakkelijk een kopje kleiner kunnen maken. Het Chinese arsenaal langeafstandsraketten ondermijnt het Amerikaanse primaat in de regio, aldus de denktank, die meer investeringen in militaire middelen ziet als remedie.

Stoltenberg laat zich voor het karretje van Washington spannen

Het is duidelijk dat hier geen rol is weggelegd voor de NAVO. De leden van het bondgenootschap hebben zich immers, met een verwijzing naar het Handvest van de Verenigde Naties, ertoe verbonden elk internationaal geschil vreedzaam te beslechten, en af te zien van elke dreiging met, of gebruik van, geweld. Met zijn dreigementen richting China laat Stoltenberg zich voor het karretje van Washington spannen. Wat is er mis met het feit dat Rusland en China “steeds meer samenwerken?” Heeft het Westen de afgelopen tientallen jaren Rusland niet zelf in de armen van China gedreven? Waarom mogen 30 landen in het Westen wel een militaire alliantie vormen, en het duo China en Rusland niet?

De gekte was compleet toen twee Amerikaanse senatoren vorige maand een Pacific Deterrence Initiative voorstelden om de Amerikaanse militaire inzet in Azië uit te breiden en “een sterk signaal af te geven aan de Chinese Communistische Partij dat het Amerikaanse volk zich inzet voor het verdedigen van Amerikaanse belangen in de Indo-Pacific.’ De wereld zou te klein zijn als de Chinese regering zou verklaren dat China zijn belangen in het Amerikaanse continent (militair) zal verdedigen. Als klap op de vuurpijl introduceerde senator Tom Cotton wetgeving getiteld ‘Forging Operational Resistance to Chinese Expansion (FORCE)’, dat Chinese plannen moet dwarsbomen om de VS uit de westelijke Stille Oceaan te verdrijven en de eenwording met Taiwan te realiseren.

Over het Chinese defensiebudget slaat Stoltenberg de plank mis. De NAVO als geheel besteedt vijf maal meer dan China. De bondgenoten geven miljarden uit aan “nieuwe capaciteiten” en NAVO-missies over de hele wereld. In massavernietigingswapens is de alliantie veruit superieur. Vijf Europese landen, waaronder Nederland en België, stationeren 150 Amerikaanse tactische kernwapens die tien tot twintig keer krachtiger zijn dan de bommen op Japan. Deze wapens moeten kunnen worden afgegooid door Europese gevechtsvliegtuigen. De Europese “partners” hebben niets te zeggen over deze wapens, Amerika houdt alle touwtjes in handen. En er wordt mee getraind: niet lang geleden nog in Kleine Brogel en in Duitsland, waarbij Nederlandse en Belgische gevechtspiloten betrokken waren.

Kwetsbaar voor een preëmptieve aanval

De stationering van tactische kernwapens in Europa past in de Amerikaanse strategie om de opkomst van China als wereldmacht te fnuiken. Europa voelt zich daar ongemakkelijk bij. In een tijd waarin demonisering van Rusland en China schering en inslag is, maken Europese landen die Amerikaanse kernwapens stationeren zich kwetsbaar voor een preëmptieve aanval mocht de Amerikaanse president alleen al (eenzijdig) beslissen die wapens in staat van paraatheid te brengen. In de diplomatieke wandelgangen luidt het dat Europa zich moet losmaken uit het Amerikaanse juk. Maar geopolitiek en geostrategisch kan de hopeloos verdeelde Europese Unie geen vuist maken. Het lijkt gedoemd om aan de hand te blijven lopen van America first.

Het Chinese nucleaire arsenaal wordt geschat op 290 kernwapens, nog geen 20% van de NAVO-kernwapens die op China staan gericht. Dan is het absurd om te spreken over een bedreiging van de wereldvrede. China’s arsenaal is er gekomen als antwoord op de Amerikaanse nucleaire dreiging. Amerikaanse atoombommenwerpers die de Zuid-Chinese Zee overvliegen en aanvalsoefeningen door tot de tanden gewapende torpedobootjagers en vliegdekschepen moeten China intimideren en een tegenactie uitlokken. De militaire omsingeling van China neemt steeds verder toe, en wordt gecombineerd met economische druk om de regering te verzwakken.

Stoltenberg mag dan beweren dat “de NAVO China niet ziet als de nieuwe vijand of een tegenstander,” maar de secretaris-generaal verliest elke geloofwaardigheid als hij tegelijk de alliantie oproept om op te treden tegen de “de veiligheidsgevolgen van de opkomst van China.” Het voortbestaan van de NAVO na het einde van de Koude Oorlog is niet enkel een aberratie, maar ook een potentiële bron van groot onheil. De peperdure alliantie kan op geen enkel wapenfeit bogen. De inzet in Afghanistan en Irak was een compleet fiasco. Stoltenberg moest zich doodschamen over zijn opmerking dat de NAVO er toch maar voor gezorgd heeft dat de Afghanen zelf het terrorisme kunnen bestrijden en hun land stabiliseren.

De stekker moet uit de NAVO. In het belang van de wereldvrede.

Covid-19: oorsprong, context en gevolgen

President Donald J. Trump listens as Dr. Anthony S. Fauci, Director of the National Institute of Allergy and Infectious Diseases, and a member of the White House Coronavirus Task Force, delivers remarks at a coronavirus (COVID-19) update briefing Saturday, April 4, 2020, in the James S. Brady Press Briefing Room of the White House. (Official White House Photo by Andrea Hanks)


Betrouwbare bronnen melden dat Covid-19 afkomstig is uit een laboratorium. Amerikaanse en Chinese instituten ontwikkelden samen ziekteverwekkers voor militair gebruik. De Amerikaanse demonisering van China lijkt een afleidingsmanoeuvre. De vraag of het virus ontsnapt is in China of de VS is secundair. Het echte issue is de onhoudbaarheid van het politieke en sociaaleconomische systeem van het liberale Westen.

Op het hoogtepunt van de coronacrisis publiceerden we een eerste beschouwing over de gezondheids-, economische en geopolitieke gevolgen. We stelden vast dat de EU in gebreke bleef en het Amerikaanse leiderschap het liet afweten. We citeerden de Leidse hoogleraar Rob de Wijk, voor wie de Amerikaanse financiële hulppakketten “economisch orde op zaken hebben gesteld”, waar auteur Marc Vandepitte die ziet als doping die de economie op termijn alleen maar zieker maakt. VUB-hoogleraar Jonathan Holslag had kritiek op de rol van de Chinezen en Russen, en UAntwerpen hoogleraar David Criekemans legde de schuld bij de Chinezen, terwijl de oorsprong van het virus geenszins vaststond.

Intussen weten we meer over de bron van het virus. Covid-19 komt uit een laboratorium. Dat zegt de vooraanstaande Franse professor Luc Montagnier, die in het genoom ingesloten HIV-sequenties ontdekte. Het gaat dus niet om een natuurlijk virus. “Een deel is gemanipuleerd”, aldus Montaignier, die in 2008 de Nobelprijs voor geneeskunde ontving voor het identificeren van het HIV-virus. Eerder kwam een groep Indiase wetenschappers tot identieke resultaten, die hun publicatie onder zware druk en belachelijk gemaakt door fake news moesten intrekken. Dat ook Montaignier onmiddellijk werd aangevallen kan enkel de geloofwaardigheid van zijn bevindingen ondersteunen.

Militair gebruik

Hoe het virus patient-nul kon besmetten is onduidelijk. Wat we wel weten is dat onderzoekers van het Wuhan Institute of Virology een opleiding genoten bij het Amerikaanse Galveston National Laboratory dat gespecialiseerd is in het coronavirus. Het Wuhan Institute werkte nauw samen met Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) waar Gain of function (GOF) onderzoek werd verricht om ziekteverwekkers dodelijker en besmettelijker te maken voor militair gebruik. Toen na incidenten de regering-Obama de financiering stopzette, besteedde Witte Huis viroloog Anthony Fauci het project uit aan het Wuhan Institute, à raison van een subsidie van $3,7 miljoen.

Het lijdt geen twijfel dat ook het Wuhan Institute worstelde met de veiligheidsvoorschriften. Toen onder Trump de betrekkingen tussen de VS en China sterk waren bekoeld hief de VS december 2017 het GOF-verbod op. Zo konden Amerikaanse laboratoria de ontwikkeling van pathogenen met een pandemisch potentieel voortzetten, blijkbaar zonder dat de veiligheidsproblemen van weleer werden opgelost. Op de valreep waarschuwde de Amerikaanse ambassade januari 2018 dat het Wuhan Institute worstelde met de veiligheidsvoorschriften en hulp vroeg.

Vorig jaar namen Amerikaanse militaire atleten deel aan de Militaire Spelen in Wuhan. Blijkbaar kwamen de Amerikanen vaak niet opdagen en hielden ze zich liever op bij de Huanan Seafood Wholesale Market, het epicentrum van Covid-19. Het Amerikaanse team ging 28 oktober 2019 naar huis, en twee weken later vielen de eerste gevallen van Covid-19 in Wuhan. Dat leidde tot speculaties dat één van de Amerikaanse militaire atleten patiënt-nul zou zijn. De Chinese medische adviseur, Zhong Nanshan, verwierp de Amerikaanse aanduiding van het coronavirus als Chinees. “De eerste coronaviruspneumonie deed zich voor in Wuhan, maar dat betekent niet dat deze daar is ontstaan”, aldus Zhong, een standpunt dat ook werd uitgedragen door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Verzet tegen het neoliberale kapitalisme

Dat het virus opzettelijk in China is losgelaten is niet aannemelijk. Beijing heeft de VS daar ook niet van beschuldigd. Hoewel in de VS en bij de bondgenoten stemmen opgaan om China aansprakelijk te stellen voor de schade die het virus aanricht, is de vraag of het virus ontsnapt is uit een laboratorium in China of de VS eigenlijk secundair. Het echte issue is de massale sociale onvrede in de wereld die steeds moeilijker onder controle te krijgen is. Dat gaat van verzet tegen het neoliberale kapitalisme zoals in Frankrijk en Chili, tot ongebreideld populisme belichaamd door lieden als Trump, Bolsonaro en Salvini. Het vooruitzicht van een crisis erger dan die van 2008 maakte het verzet nog bedreigender.

Men kan Covid-19 zien als een boemerang van het Amerikaanse imperialisme dat overal ter wereld dood en verderf heeft gezaaid. Hoe lang werd China niet gedemoniseerd en veroordeeld door Amerikaanse mainstream media en politici voor zijn ‘autoritaire’ en ‘draconische’ reactie op Covid-19. Amerikaanse sancties maakten de coronacrisis in Iran nog eens extra erg. Door de Amerikaanse blokkade blijven Amerikaanse burgers verstoken van Cubaanse antivirale medicatie die effectief is gebleken. De na de Amerikaanse financiële crisis van 2008/2009 de wereld opgelegde austeriteit heeft Europese landen zoals Italië nog kwetsbaarder gemaakt voor de verspreiding van het virus.

Winstmaximilisatie

Voor de VS is biologische oorlogsvoering één van de vele manieren waarop corporate America in het kader van winstmaximalisatie moeder Aarde vernietigt. Wall Street ziet in een ‘natuur’ramp een kans om de winst te maximaliseren. Het Amerikaanse leger bepaalde de formule van het toxische Agent Orange waarmee landbouwgronden in Vietnam werden bespoten, in de volle wetenschap dat deze herbiciden schadelijk waren voor de gezondheid. En in Irak werden witte fosfor en verarmd uranium ingezet. In 1945 liet de VS volstrekt onnodig twee atoombommen vallen op Japan.[1] Het zijn daden van biologische oorlogvoering en terreur die blijvende gevolgen hebben voor de gezondheid van miljoenen mensen over de hele wereld.

Hoewel de maatregelen de corona-uitbraak onder controle lijken te krijgen wordt de samenleving wel overhoop gegooid en is de uitoefening van basisrechten als demonstraties, stakingen of politieke bijeenkomsten verboden. De economische gevolgen van de crisis zijn niet te overzien, en zouden zich wel eens kunnen keren tegen degenen die proberen de epidemie te gebruiken om hun eigen agenda door te drukken.

Het politieke en sociaaleconomische systeem van het liberale Westen loopt op zijn laatste benen.

[1] Vanden Berghe, Yvan, De Koude Oorlog 1917-1991, Uitgeverij Acco, Leuven, 2002, p. 360, stelling 9

Update 1 mei 2020, 07:41 uur

VRT radio1 komt juist met het nieuws dat de Amerikaanse president Donald Trump beweert dat het coronavirus afkomstig is uit een laboratorium in Wuhan. Zijn eigen inlichtingendiensten zeggen echter daar geen bewijs voor te hebben, en dat het virus niet genetisch gemodificeerd is. Ook zette Trump de handelsakkoorden met China op de helling en dreigde hij met nieuwe heffingen op Chinese goederen. Het nieuws duidt erop dat de Franse professor Montagnier gelijk heeft: “Een deel is gemanipuleerd”. De uitlatingen van Trump duiden op een vlucht vooruit. Heeft de Amerikaanse delegatie bij de militaire spelen oktober 2019 het virus dan toch verspreid?