Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?

Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)


In een recent artikel stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.

Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.

In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.

Verdeeldheid over buitenlands beleid

Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.

Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.

Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.

Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.

Gebrek aan militaire capaciteiten

Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.

Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.

NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.

Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?

De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.

Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.

Intussen staat de wereld niet stil

De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.

Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.

Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.

Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.

Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?

De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.

Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.

Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?

De tendentieuze berichtgeving rond Iran en Syrië

Niet iedereen in blij met de huidige Iraanse regering. Veel Iraniërs willen meer vrijheid en een eind aan de corruptie. Maar zij wijzen het Westerse imperialisme af. De tendentieuze berichtgeving over Iran op het platform van onze publieke omroep is gevaarlijk want bereidt de publieke opinie voor op gewelddadig Westers ingrijpen. Een oorlog met Iran wordt geen lachertje.

‘Met de herverkiezing van president Rouhani in 2017 hoopten de Iraniërs op een betere toekomst. Maar vandaag staat uw land door mismanagement en corruptie voor een economische en politieke crisis. Daar komen de nieuwe Amerikaanse sancties nog eens bij toen president Trump zich terugtrok uit de nucleaire deal. De bevolking moet tegen het regime in opstand komen. Een nieuwe regering moet dringend orde op zaken stellen’. Dat is in de bovenstaande aflevering van HARDtalk van 15 augustus 2018 de boodschap van de Britse journalist Stephen Sackur aan de Iraanse politicoloog Mohammad Marandi.

Professor Marandi geeft toe dat de Iraanse economie door een diep dal gaat, maar binnen enkele maanden zal stabiliseren. “Ons land heeft veel zwaardere crises overwonnen. De Amerikanen willen het Iraanse volk klein krijgen, maar dat zal niet lukken. Ja, er is protest, er zijn demonstraties. De mensen hebben dat recht. Gebeurt zoiets in ons land, dan spreekt de wereld over burgeroorlog. In het Westen heten identieke demonstraties een verworven recht in een democratische rechtsstaat. Ja, de sancties van maffiabaas Trump doen pijn”, aldus Marandi.

Tendentieuze berichtgeving van Jens Franssen over Iran

Aan de beeldvorming over Iran schort in het Westen het één en ander. Zo publiceerde Jens Franssen, journalist bij de Vlaamse publieke oproep VRT, op 11 februari het artikel ‘In beeld: 40 jaar Iraanse revolutie’, dat samenviel met zijn reportage op Terzake TV over de Iraanse Volksmoedjahedien in Albanië. Zowel het artikel als de reportage geven een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Anders dan wat Franssen eufemistisch “oppositie en druk op het regime via sociale media” noemt gaat het om het verspreiden van verachtelijk fake news vanuit een NAVO-lid en kandidaat-EU-lidstaat door een groepering die door de Amerikaanse geheime dienst financieel en logistiek wordt gesteund. Het komt neer op een internetoorlog tegen Iran door leden van de Mujahedin-e Khalq (MEK), een groep Iraanse dissidenten die tot voor kort op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties stond en daarvan werd geschrapt om opportuniteitsredenen. Franssen’s “druk op het regime” is dus in werkelijkheid cyberterreur tegen een soeverein land dat al kreunt onder verlammende eenzijdige Amerikaanse sancties. Het zijn de beproefde imperialistische tactieken die aan een militaire aanval voorafgaan.

Franssen schrijft dat ayatollah Khomeini de macht greep en een “antiwesterse theocratie” installeerde. Dat is tendentieuze berichtgeving. Het terreurbewind van de sjah was dan pro-Westers want geïnstalleerd na de regime change operatie tegen de democratische regering van Mossadegh, het huidige Iran is daarmee niet antiwesters. Het land wil goede betrekkingen met iedereen, maar verzet zich tegen de onrechtmatige druk van de VS, Israel, Saoedi-Arabië en enkele ex-koloniale Europese mogendheden. Wikipedia plaatst de nieuwe Iraanse staatsvorm in de juiste context: in een referendum sprak de bevolking zich uit voor een islamitische republiek, een staatsvorm die men ook in andere VN-lidstaten zoals Pakistan, en Afghanistan aantreft. Met de regeringsvorm is dus niets mis.

Tegelijk bagatelliseert Franssen de “erg bloedige oorlog” tussen Iran en Irak in de tachtiger jaren. “Tijdens de oorlog wordt gifgas ingezet. Zo’n half miljoen Iraakse en Iraanse militairen komen om,” aldus Franssen, die insinueert dat ook Iran chemische wapens gebruikte en daarmee Iraakse slachtoffers maakte. In werkelijkheid viel Saddam Hoessein Iran binnen, met Amerikaanse steun: bewapening, inlichtingen, doelwitcoördinaten en materiaal voor de productie van chemische en biologische wapens. Zo konden Iraakse troepen dagelijks chemische wapens inzetten tegen Iraniërs. “Iraniërs weten hoe chemische wapens ruiken” bloklettert Thomas Erdbrink op 11 november 2002 in NRC. Alle resoluties in de Veiligheidsraad tegen deze manier van oorlog voeren sneuvelden door Amerikaanse en Britse veto’s. En voor alle duidelijkheid: Iran heeft nooit (chemisch) teruggeslagen. Een decreet van Khomeini verbood chemische wapens.

Jens Franssen checkt zijn bronnen over chemische wapens in Syrië niet

Eerder sprak ondergetekende Jens Franssen al eens aan over zijn verwijzing in het radioprogramma ‘De Ochtend’ naar de fact-finding missie van de OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag, rond het incident in Khan Shaykhun (Syrië) op 4 april 2017 waar chemische wapens zouden zijn gebruikt. Het OPCW-rapport spreekt slechts van de site of the incident, maar Franssen maakte daar ongegeneerd “bominslag” van en verwees naar een Nederlandse anonieme bron (waarschijnlijk een lid van de Nederlandse diplomatieke missie bij de OPCW), die “met aan zekerheid grenzende zekerheid” wist dat Assad de schuldige was. Opnieuw tendentieuze informatie want onbevestigde geruchten, die de publieke opinie moet warm maken voor ingrijpen.

Franssen verwees naar een OPCW-rapport dat slinks zegt: “mensen zijn blootgesteld aan sarin, een chemisch wapen” zonder opgave van de manier waarop dat wapen werd ingezet. In een later rapport zegt de OPCW: “Er is sarin gebruikt. Dat is een zenuwgassubstantie. Wij veroordelen deze gruwel[ijke daad], die haaks staat op de normen van de Conventie”. Geen van deze rapporten bevestigt dat sarin als wapen is gebruikt, noch door het Syrische regime. Maar Jens Franssen zegt dat zijn bronnen de Syrische president Assad als schuldige aanwijzen. Tot op vandaag is daarvoor geen enkel bewijs. Franssen was niet bereid op Radio1 in prime time zijn berichtgeving recht te zetten, minstens te nuanceren. Al wat hij deed was ondergetekende blokkeren op Twitter.

Jens Franssen slaat zowel met zijn reportage als met zijn artikel de bal goed mis. En dat is verwijtbaar want hij moet beter weten. Het is ook gevaarlijk omdat zijn optreden op het platform van de publieke omroep bijdraagt aan de beeldvorming bij het publiek op grond waarvan de VS “eindelijk” Iran en Syrië militair kan aanvallen. In het geval van Syrië deinsde president Obama daar voor terug toen hij werd geïnformeerd over fake news over chemische aanvallen door het regime van Assad en het Britse parlement groen licht voor een coalition of the willing weigerde en ook het Amerikaanse congres met vragen bleef zitten.

Update

Het incident in Khan Shaykhun op 4 april 2017 was voor Trump aanleiding om vanaf oorlogsschepen in de Middellandse Zee 59 Tomahawk raketten af te vuren op de vliegbasis in Shayrat. Dat gebeurde op een moment waarop niet bekend was wat er precies was gebeurd en wie eventueel schuldig was aan een aanval met chemische wapens. Achteraf bleek dat het incident was gefingeerd. Internationaal onderzoek leerde dat de helft van de vermeende slachtoffers in het ziekenhuis aankwamen vóór het tijdstip van het incident.

Maar Jens Franssen had zijn radiopubliek al laten weten dat “het regime van Assad” een aanval met sarin had uitgevoerd. Fake news dus op de publieke omroep.

En ook de ziekenhuisscène met kokhalsende kindertjes na de “sarin aanval door Assad” in Douma op 7 april 2018 was gefingeerd. Dat zegt Riam Dalati, een gereputeerde BBC-verslaggever die het incident ter plaatse heeft onderzocht. Het incident werd door de VS, het VK en Frankrijk gebruikt als voorwendsel om Syrische overheidsgebouwen en militaire installaties te bombarderen, en dat terwijl er over de toedracht niets vaststond en tenminste één NAVO-land wist dat het om een gefingeerde sarinaanval ging.

Daar waar de ziekenhuisscène wereldwijd tot in het absurde werd vertoond op de grote televisiestations bleef het oorverdovend stil over het relaas van Dalati. En ook onze publieke omroep kwam niet met een rechtzetting.

Directe gewapende confrontatie in de Golf

Iran viert deze week zijn veertigste verjaardag. Het heeft zich tot een belangrijke actor in de regio ontwikkeld. Als rivaal van Saoedi-Arabië geeft het steun aan Jemen, Irak en Syrië en heeft nauwe banden met de Libanese sjiitische beweging Hezbollah die een belangrijke fractie vormt in de Libanese regering. Op de Iraanse regering is veel aan te merken. Veel Iraniërs willen niet alleen bevrijd worden van het huidige regime, maar ook van het Westerse oriëntalisme en imperialisme. Tegen die achtergrond is correcte berichtgeving van essentieel belang.

Iran verdient de Amerikaanse sancties niet. Trump’s bewering dat Iran zijn verplichtingen niet nakomt wordt tegengesproken door de VN-atoomwaakhond. Wat de Amerikaanse president ook beweert, hij voert een hoog risico campagne om het regime in Teheran te provoceren, te intimideren, omver te werpen. Door zijn funeste onwetendheid kon de president, daartoe aangemoedigd door zijn oorlogszuchtige veiligheidsadviseur John Bolton, wel eens belanden in een veel groter conflict dan een eenvoudige crisis met het oog op zijn herverkiezing. Iran kent ook hardliners. President Rouhani kon die tot op heden in bedwang houden, maar deze lieden konden wel eens de macht grijpen. Dan komt het schrikbarende vooruitzicht van een directe gewapende confrontatie in de Golf steeds dichterbij.

Als de vlam in de pan schiet loopt het echt uit de hand. Iran heeft aangekondigd dat het de Straat van Hormuz zal afsluiten als het geen olie meer kan uitvoeren. Er kunnen dan opnieuw raketten vallen op Saoedische olietankers in de Rode Zee. De Amerikaanse marinebasis in Bahrein kan ook een doelwit worden. Hoe reageren de salonkrijgslieden Trump, Bolton en Pompeo dan? Die kunnen dan nog moeilijk terugkomen op hun roekeloze oorlogstaal van de afgelopen maanden. Het antwoord kan enkel nog maar geweld zijn. Deze gestoorde lieden hebben elke weg naar diplomatie afgesneden.

Wordt het conflict met Iran in Syrië uitgevochten?

De balans in het Iran-dossier is treurig. Iran laat zich niet afpersen. Men mag kritiek hebben op de islamitische republiek. Maar de bevolking komt niet in opstand. Er komt geen tweede revolutie op bevel van Washington, om tegemoet te komen aan Trump’s valse, primitieve ideeën over vrijheid en democratie. In dit hele dossier heeft de VS zich van zijn Europese vrienden en Russische en Chinese rivalen vervreemd. Tenzij er snel iets verandert krijgt Trump gewild of ongewild zijn oorlog. Als we president Rouhani mogen geloven wordt dat de “Moeder van alle Oorlogen”.

Teheran is niet van plan te capituleren, en al zeker niet zonder serieuze strijd. Het probeert een oorlog op allerlei manieren te vermijden, maar verwerpt de eisen van Bolton en Pompeo die neerkomen op onvoorwaardelijke overgave. De cultureel rijke en trotse Iraniërs aanvaarden geen van buiten opgelegde regeringswissel, zelfs niet onder druk van pijnlijke sancties. Dan blijft de mogelijkheid open om het conflict – waar vooral Israel op aanstuurt – buiten de landsgrenzen uit te vechten, in Syrië. Maar ook dat wordt geen lachertje.

Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (5)

Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het vijfde en laatste deel:

Deel 5: de ontoelaatbare situatie van de Palestijnen en van Julian Assange, en andere nieuwsfeiten

Pro-Palestine activists at a 69 years Al Nakbah demonstration in Portugal.
Photo: Romerito Pontes (Wikimedia Commons)


Het Israel-Palestina conflict: blinde vlek in de media

De slachting onder de Palestijnse bevolking door Israel wordt systematisch door de Westerse media verzwegen. Voor mensenrechtenorganisaties en media die Israel op de korrel durven nemen is hier weinig politiek kapitaal te verdienen en veel te verliezen. De minste kritiek op Israel stuit op agressie en de versleten beschuldiging van antisemitisme. Zelfs Joodse activisten ondergaan dit lot. Deze reactie is vanzelfsprekend verwerpelijk, maar dient om de betrokkene te demoniseren en een signaal af te geven die anderen moeten weerhouden van kritiek.

Het gevolg van het te pas en onpas schermen met antisemitisme is dat authentieke beschuldigingen niet meer worden geloofd en het kwalijke verschijnsel weer zijn kop opsteekt. Het bij herhaling beschimpen van critici van de Israelische bezetting van Palestina holt de kwaadaardigheid van een onverdedigbare ideologie uit, een ideologie die in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw heeft geleid tot miljoenen doden.

Het laatste nieuws is dat de Palestijnse Autoriteit van Mahmoud Abbas maatregelen plant tegen Hamas. Het gevolg is nog meer ellende voor de 2 miljoen Palestijnen in Gaza die moeten leven in wat men enkel kan aanduiden als de grootste openluchtgevangenis ter wereld. En recent liet Channel 13 weten dat de lang verwachte deal of the century van president Trump na de verkiezingen van 9 april wordt bekendgemaakt. De essentie is: een Palestijnse staat op 85-90% van de Westelijke Jordaanoever, met annexatie van de grote nederzettingen en evacuatie van geïsoleerde illegale nederzettingen. Intussen heeft Abbas dat plan al verworpen.

Intussen worden in België de dossiers van Gazaanse asielzoekers extra grondig behandeld. Voor de autoriteiten rechtvaardigt de evolutie van de situatie in de Gazastrook een herziening van het beleid. Wat die evolutie dan concreet betekent en hoe men de individuele situatie van betrokkene kan beoordelen zegt men er niet bij, wel dat men de perceptie heeft “dat [voor de asielzoekers uit Gaza] ons land “the place to be” is, gevoed door smokkelaars”. De bevoegde minister zou zelfs overwegen de dossiers van reeds erkende vluchtelingen uit Gaza te herbekijken en hen mogelijk terug te sturen. Voor Vrede.be loopt het rechtse opbod rond migratie steeds verder uit de hand.

Saoedi-Arabië

De meeste Westerse mensenrechtenorganisaties en media blijven blind voor de slachting van de bevolking in Jemen door Saoedi-Arabië met steun van het Westen. Op de ranglijst van de mate waarin landen de mensenrechten respecteren komt Saoedi-Arabië absoluut op de laatste plaats. De Amerikanen en Britten verkopen het land voor miljarden wapens in ruil voor aardolie. Het waren Britse bommen die talloze slachtoffers maakten in Jemen. Toch blijft Saoedi-Arabië een bondgenoot die alles wordt vergeven.

De Westerse liefde voor Saoedi-Arabië gaat wel heel ver. Een paar jaar geleden werd een Saoedische diplomaat als expert benoemd in de mensenrechtenraad van de VN. Nadat in 2016 het land werd herkozen in de VN-mensenrechtenraad kreeg het in 2017 een zetel in VN-commissie voor vrouwenrechten.

Wie denkt dat er stemmen opgaan voor sancties tegen Saoedi-Arabië, een regeringswissel of een no-fly zone, komt bedrogen uit. Daarvoor is de macht van Westerse en Saoedische zakenbelangen te groot.

Algerije

De Arabische Lente lijkt aan olierijk Algerije voorbij te zijn gegaan. De Algerijnen hadden juist de bloedige jaren negentig achter zich gelaten en de regering had voldoende middelen om de sociale vrede af te kopen. Maar na de sterke daling van de olieprijs leek het land in 2018 op een keerpunt te staan. De International Crisis Group waarschuwt in een rapport, dat aan de orde kwam in de Financial Times en Le Monde, voor een catastrofale toestand in Algerije in 2019.

Dat deze bronnen een land op de korrel nemen gebeurt niet uit bezorgdheid voor de bevolking. Het is een schot voor de boeg voor wat er staat te gebeuren: buitenlandse inmenging, kleurenrevoluties zoals we elders hebben gezien. Het begint met het financieren van de oppositie, trainen van activisten om protestacties en confrontaties met de ordetroepen te organiseren, het vormen van een vijfde kolonne van door het Westen gesteunde Ngo’s, zelfs het aanzetten tot geweld en burgeroorlog. Moet een overheid afrekenen met dit soort aangestookte onrust en een oppositie die zijn orders krijgt van de VS of één van zijn bondgenoten, dan is het heel moeilijk om de geest weer in de fles te krijgen.

Julian Assange

Via WikiLeaks heeft Julian Assange heel wat duistere geheimen die oorlogsstokers en financiële elites liever bedekt houden aan de kaak gesteld. Denk aan het neermaaien vanuit een Amerikaanse Apache helikopter van tientallen burgers waaronder twee Irakese medewerkers van Reuters, en het plezier dat de bemanning had over de meervoudige moorden die ze juist gepleegd hadden. En aan de ‘Afghan War Logs’, de ‘Iraq War Logs’, de ‘Guantanamo files’, de ‘State Department Cables’ en heel wat andere diplomatieke berichten die de zwarte kant van het land van vrijheid en gelijkheid.

Voor Washington is WikiLeaks een bedreiging van de nationale veiligheid. Assange moet dus worden opgepakt. Die zit nu al meer dan zes jaar vast in de Ecuadoraanse ambassade in Londen, maar zijn dagen daar lijken geteld. De nieuwe Ecuadoraanse president Lenin Moreno dreigt hem de ambassade uit te zetten. Intussen maken Australische actiegroepen zich bij hun regering sterk om hun landgenoot bijstand te verlenen, maar ook Australië staat onder Amerikaanse druk. Datzelfde geldt voor de Britse regering. VN-mensenrechtenexperts hebben opnieuw geëist dat het VK Assange toelaat de Ecuadoraanse ambassade in Londen als vrij man te verlaten.

Tenzij een nieuwe Britse regering Assange laat gaan zal hij wel zwichten, zelf de ambassade uitstappen en in Amerika zijn verdediging ter hand nemen. De VS heeft een verzegelde aanklacht tegen hem klaarliggen. Maar tot op heden is Assange nog nergens van beschuldigd. Het staat wel vast dat hij daar geen eerlijk proces krijgt.

Tal van andere nieuwsfeiten, klein en groot

Bij veel incidenten leed de VS gezichtsverlies, denk aan de Khashoggi-crisis, de betrokkenheid bij de oorlog in Jemen, de afgang in Afghanistan en Irak, de mislukking om Maduro in Venezuela ten val te brengen, de handelsoorlog met Europa en het rampzalige economisch conflict met China, het groteske optreden van de Amerikaanse ambassadeur Nikki Haley in de VN-Veiligheidsraad, het intellectuele deficit om een productieve ontmoeting met de Russische president Poetin te hebben, …

Wat al deze pijnlijke zaken gemeen hebben is het feit de VS er maar niet in slaagt zaken gedaan te krijgen.

Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (1)

Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het eerste deel:

Deel 1: De grootste brandhaarden



Koreaans schiereiland

De kwestie Noord-Korea is nog geen stap dichter bij een oplossing. Wie herinnert zich niet het plan van de Amerikaanse president Trump om niet één, maar drie vliegdekschepen naar het Koreaanse schiereiland te sturen en zijn dreigement om het land totaal te vernietigen? Intussen hebben de beide Korea’s intensieve bilaterale contacten ontwikkeld en is er van het Amerikaanse wapengekletter niets overgebleven. De recente nieuwe Amerikaanse sancties tegen drie hoge Noord-Koreaanse functionarissen lijken een volgende stap naar nucleaire ontwapening serieus in de weg te staan.

Het laatste nieuws is dat Trump een tweede top heeft voorgesteld voor half februari in Vietnam. Pyongyang en Washington zitten in een impasse over de denuclearisatie van het Koreaans schiereiland. Noord-Korea wil sanctieverlichting, de VS wil eerst de volledige opdoeking van het kernwapenprogramma. In zijn nieuwjaarstoespraak waarschuwde de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un dat hij zijn eigen weg zou gaan als de VS druk blijft uitoefenen, maar hield wel de deur open voor een nieuw gesprek met Trump.

Tenslotte het bericht dat Zuid-Korea de komende 5 jaar voor $84 miljard aan nieuwe wapens zal kopen. Die moeten inzetbaar zijn tegen kern- en massavernietigingswapen “uit elke richting”. Het lijdt geen twijfel dat de aankopen in Amerika zullen worden gedaan. En dat is goed nieuws. Nu Zuid-Korea zijn defensiecapaciteit opvoert krijgt Kim Jong-un een nieuwe troef in handen in zijn dialoog met Trump: “nu onze zuiderburen hun defensie op peil brengen kunt u de Amerikaanse troepen terugtrekken”.

Syrië

In april voerden de VS, Frankrijk en het VK luchtaanvallen uit als als antwoord op een beweerd maar geenszins bewezen gebruik van chemische wapens. Voor Trump mag het dan “missie volbracht” zijn geweest, het Kremlin liet nuchter weten dat 71 van de 103 kruisraketten werden neergehaald. Een mislukte militaire operatie die op geen enkele manier werd opgevolgd. Een missie ook in strijd met het internationale recht: Syrië vormt geen enkele bedreiging, de aanvallers opereerden zonder mandaat van de VN-veiligheidsraad.

In september verdween een Russische Iljoesjin-20 boven Syrië van de radar op een moment waarop Israëlische F-16’s in de onmiddellijke omgeving bombardementen uitvoerden. De Iljoesjin bleek te zijn neergehaald door Syrisch luchtafweergeschut bedoeld voor de Israelische F-16s, die kennelijk zich bewust had verscholen achter de Iljoeshin. Het incident leidde tot een serieuze crisis. Toen de Israeli’s geen schuld bekenden hakten de Russen de knoop door: Syrië werd in sneltreinvaart uitgerust met geavanceerde luchtverdedigingssystemen. De Israeli’s dreigden elke S-300 batterij te vernietigen, maar konden enkel toezien hoe de Russen de waterdichte Syrische luchtverdediging operationeel maakten.

En in december koos Trump temidden de strijd tussen zijn adviseurs voor de vlucht vooruit en gaf opdracht voor de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië. Wat hiervan uiteindelijk terecht komt valt af te wachten, zeker nadat veiligheidsadviseur John Bolton begin januari 2019 de Turken een diktaat overhandigde voor een “weloverwogen, ordelijke en opportune” terugtrekking. Hoe het ook zij, het is interessant vast te stellen dat wij geen Westerse leiders meer horen die in koor “Assad must go” roepen en zelfs het machtige Amerika blijkbaar de verzwakte Syrische regering niet naar zijn hand kan zetten.

Oekraïne

Een aanval van de Nazi-junta in Kiev op de Donbass bleef uit. Blijkbaar heeft de waarschuwing van de Russische president Poetin dat zo’n aanval “ernstige gevolgen zou hebben op het voortbestaan van Oekraïne als staat” bij de machthebbers in Kiev indruk gemaakt. Maar als we de woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken mogen geloven plant Oekraïne een nieuwe provocatie in Donbass. “Wij houden rekening met een geënsceneerde chemische aanval om de vijandelijkheden aan te wakkeren en hebben internationale waarnemers opgeroepen”, aldus Maria Zakharova.

Intussen konden de rechts-extremistische neo-nazi milities, die ijskoud de symbolen en ideologie voeren uit de dertiger en veertiger jaren uit de vorige eeuw, ongehinderd hun gang gaan. Voor de talloze mensenrechtenschendingen op de bevolking in de Donbass en West-Oekraïne hebben de Westerse media hoegenaamd geen belangstelling. Het Westen noch Israel bekreunden zich over het bericht in de Israelische krant Haaretz dat wapens die Israel had geleverd aan Oekraïne bij ultrarechtse milities zoals het Azov-bataljon terecht waren gekomen.

Iran

Trump zegde de Iran-deal op en legde nieuwe sancties op. Iran’s auto-industrie moest het ontgelden, net als de handel in goud en andere edele metalen. Iran’s energiesector, scheepvaart, verzekeringssector en centrale bank volgden. Nieuw waren de dreigementen om bondgenoten en niet-bondgenoten sancties op te leggen mochten die zaken met Iran willen doen. De meeste Westerse investeerders trokken zich uit Iran terug. De bedoeling is duidelijk: regime change.

Deze maatregelen hebben ook geleid tot verslechterde relaties met de Amerikaanse bondgenoten in Europa. De grote daarvan waren medeondertekenaars van de Iran-deal, en hadden grote, deels reeds in uitvoering zijnde investeringsplannen voor Iran. Europese multinationals krijgen geen dispensatie. De VS dreigt hen af te snijden van het Amerikaanse financieel systeem als ze toch zaken doen met Iran.

Het is vooral de Israel Lobby die aanstuurt op een Amerikaanse militaire interventie in Iran. Na Irak, Syrië en Libië zou een conflict met Iran het laatste item zijn in de Neocon agenda. De druk op de ketel wordt steeds verder opgevoerd. Australië staat klaar om toe te treden tot een Coalition of the Willing. Veiligheidsadviseur John Bolton heeft allerlei plannen om sociale onrust uit te lokken naar het model van Maidan/Kiev in Oekraïne. En recent werd bekend dat Bolton opties voor een aanval op Iran had laten onderzoeken naar aanleiding van een incident met mortiergranaten in de buurt van de Amerikaanse ambassade in Bagdad.

Een oorlog met Iran wordt een ander conflict dan dat met Irak, Syrië of Libië. Iran zal keihard terugslaan, overal waar het de VS maar kan raken. De Iraanse president Rohani zei daarover: “Vrede met Iran is de moeder van alle vredes. Oorlog met Iran de moeder van alle oorlogen”.

Het verval van het Amerikaanse imperium


Het Arabische televisienetwerk Al Jazeera [1] zendt maandelijks een aflevering uit van het programma “About Empire”, waarin Marwan Bishara [2] de mogendheden die het in de wereld voor het zeggen hebben ter discussie stelt. Daarbij wordt gekeken hoe staten, multinationals, militaire of economische machten optreden om het gebeuren in de wereld te domineren, van internationale veiligheid en financiële aangelegenheden tot de massamedia en het nieuws zelf. Reportages op locatie worden gecombineerd met indringend studiodebat met gerenommeerde analisten en commentatoren over de belangrijkste actuele geopolitieke aangelegenheden. In de bovenstaande videoclip van de aflevering van 29 december 2011 [3] praat Bishara in de studio met Tomdispatch-redacteur Tom Engelhardt, Foreign Policy-hoofdredacteur Susan Glasser, Harvard-professor Stephen M. Walt en feministisch schrijfster en professor Cynthia Enloe over het verval van de Verenigde Staten als wereldmacht. In de videoclip zijn ook korte vraaggesprekken met andere deskundigen opgenomen.

Wat bij het bekijken van het programma zal opvallen is onder andere het gemak waarmee deze deskundigen de politieke spin voor zoete koek aannemen. Zo bagatelliseren Andrew Bacevich en Susan Glasser op ergerlijke wijze de Amerikaanse defensiebegroting. Wie zich in de materie verdiept weet dat de middelen voor “nationale veiligheid” in Amerika voor een groot deel “veilig” weggestopt zijn in andere begrotingsposten, en in werkelijkheid zo’n twee maal zo groot zijn als Glasser de kijker wil doen geloven. Voorts is het pessimisme over de nabije toekomst opvallend, net als het feit dat niemand het failliet van de Amerikaanse democratie [4] aan de orde stelt. Amerika is een land geworden waar ondernemers en mediabonzen de uitslag van de verkiezingen bepalen. Alles is gepolitiseerd, tot het Hooggerechtshof toe.

En het is al even teleurstellend dat het principe van de internationale rechtsstaat niet aan de orde komt: Guantánamo Bay, de Amerikaanse black holes in tal van landen, het folteren van gevangenen in strijd met het internationaal recht, de toenemende inzet van drones waarmee zonder enige vorm van proces tegenstanders (en onschuldige omstanders) uit de weg worden geruimd, het Internationaal Strafhof dat voor iedereen geldt behalve voor Amerikanen. Geen woord over de Verenigde Naties, het forum waar internationaal overleg moet plaatsvinden, of over de Veiligheidsraad, waar de macht nog altijd in handen is van de post-koloniale mogendheden. Waar Amerika na de Tweede Wereldoorlog duidelijk leiding gaf aan het wereldgebeuren (denk aan de Marshallhulp) lijken de gesprekspartners zich neer te leggen bij een wereld zonder duidelijk leiderschap, een onzekere wereld in volle transitie.

Gegeven het belang van dit onderwerp [5] volgt hieronder een samenvatting.

De Amerikaanse militaire macht

In het begin van de uitzending wordt de gigantische macht van de Amerikaanse marine getoond: een dozijn vlootcombinaties, elk bestaande uit een vliegdekschip, kruisers, torpedojagers, honderden gevechtsvliegtuigen en een groot aantal lange- en korte- afstandsraketten en andere geleide wapens. Elk van de vlootcombinaties is zo omvangrijk dat daar ongeveer 10.000 man militair personeel mee gemoeid is. Geen enkel ander land ter wereld beschikt over een dergelijke gigantische marine. Op de vraag waar dat allemaal voor nodig is antwoordt de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Nicholas Burns nogal schaapachtig: “We leven in een complexe wereld met vele bedreigingen van onze nationale veiligheid. Die kan je niet beantwoorden door thuis te blijven, je moet ze opzoeken om het land te verdedigen.”

Professor Andrew Bacevich stelt zich vragen bij het enorme en aanhoudende Amerikaanse militaire optreden van de afgelopen 20 jaar overal ter wereld. Bacevich is voorstander van een adequaat defensieapparaat, maar vindt een budget van $553 [6] miljard sterk overdreven. Congresleden, de legertop en grote contractors profiteren in teamverband van zo hoog mogelijke defensiebestedingen, aldus Bacevich. De oneindige cyclus voedt zichzelf: geld voor oorlogvoeren, dat geld schept werk en werk versterkt de economie. Is geopolitieke instabiliteit het excuus of de rechtvaardiging, zo luidt de vraag. Volgens Bacevich verlangt de VS eerbied van andere landen. Die moeten aansluiten bij de Amerikaanse politiek. Amerika zal wel bepalen wat er in de wereld gebeurt. Een imperialistische houding, zo meent Bacevich.

Steven Walt wijst op het valse argument dat het defensiebudget onaangetast moet blijven om de Amerikaanse economie op gang te houden. De meeste economen zeggen dat Pentagon-bestedingen niet de beste manier zijn om de Amerikaanse economie te stimuleren. Investeringen elders in de economie leveren heel wat meer op. Infrastructuurwerken, wegen, bruggen of zelfs digitale netwerken, dat zijn zaken die de productiviteit van de Amerikaanse economie versterken. De overdadige defensie-uitgaven zijn juist een blok aan het Amerikaanse been. Om het federale budget op orde te krijgen moeten we belastingen verhogen, snijden in subsidies en uitkeringen, en in defensie-uitgaven, dat weet iedereen. Dat kwam er maar niet van, om politieke redenen, niet omdat snijden in defensie de Amerikaanse economie echt zou schaden.

Susan Glasser vindt de Amerikaanse defensie-uitgaven, amper 4% van het BNP, [6] niet echt excessief. Haar redenering is dat Amerika zich dat best kan veroorloven en dat verklaart voor een stuk waarom het defensiebudget maar blijft stijgen. De VS is buitengewoon rijk en succesvol en kan de verbazingwekkende groei van het militair apparaat en militair-industrieel complex gemakkelijk financieren. De meeste mensen zijn niet op de hoogte van de militarisering van de Amerikaanse bemoeienis met de wereld, van het feit dat de VS zowat 50% van alle militaire uitgaven ter wereld voor zijn rekening neemt. Maar wij zijn niet het Romeinse Rijk dat gebieden verovert, aldus Glasser, die geen repliek heeft op de opmerking van Marwan Bishara dat de VS met zijn 1000 militaire bases overal ter wereld de macht van het Romeinse Rijk ver achter zich laat.

Stephen Walt ziet het toch wat anders. Landen als Zuid-Korea en Japan zijn blij met de Amerikaanse bescherming. De keuze is niet volledig Amerikaans isolationisme of Amerikaanse wereldhegemonie. De VS trekt zich niet uit heel de wereld terug en verschanst zich evenmin in “vestiging Amerika.” De vraag voor Walt is in welke landen de VS zijn macht moet inzetten, en hoe het dat op constructieve wijze doet. “De afgelopen periode hebben we onze macht op allerlei dwaze manieren gebruikt. Dat was slecht voor de VS en bepaald ook niet goed voor de gebieden waar we zijn opgetreden. Maar ik ben wel akkoord om onze macht te gebruiken uit mercantiele overwegingen,” aldus Walt. Engelhardt concretiseert: “het optreden van de regering Bush in de internationale arena was toch duidelijk gericht op aanvoer van energie, doorbreking van de macht van OPEC. Een soort Zuid-Koreaans model moet volstaan: pakwek 30.000 troepen in het hart van de rijkste olievelden ter wereld. Maar soms verwerf je geen oliecontracten onder druk van de wapens.”

Cynthia Enloe stelt de houding van de bevolking rond Amerikaanse bases aan de orde. Een basis ontwricht het maatschappelijk weefsel in de regio in hoge mate. In de Filippijnen heeft dat er bijvoorbeeld toe geleid dat de overeenkomst met de VS werd beëindigd. Volgens Bishara was dat precies de reden voor de sluiting van de Amerikaanse bases in Saudi Arabië na de eerste Golfoorlog. Dat ongelovigen zich op heilig Islamitisch terrein bevonden was volgens Walt duidelijk een van de redenen waarom Al Qaida de VS op de korrel nam. Dat betekent niet dat de VS zich dan ook maar moet terugtrekken, maar de aanwezigheid van grote aantallen grondtroepen in verschillende delen van de wereld kan repercussies op de VS hebben. We moeten dus oppassen waar we troepen stationeren en de Amerikaanse militaire aanwezigheid zoveel mogelijk beperken. Ik ben absoluut voorstander van de stationering van Amerikaanse troepen overal ter wereld, maar dat moet wel op intelligente wijze gebeuren, aldus Walt, die impliceert dat hij voor een Amerikaanse imperium is, zij het minder omvangrijk.

Cynthia Enloe wijst erop dat de Amerikaanse bases door onderhandeling tot stand kwamen, zij het niet tussen gelijken. De Zuid-Koreanen mogen dan bang zijn voor Noord-Korea, ze zijn ook ontzet over de onrechtvaardige bases-overeenkomsten, die eufemistisch SOFAs worden genoemd, Status Of Forces Agreements. Die overeenkomsten zijn meestal ook nog eens geheim, de mensen kennen de kleine lettertjes niet. De boodschap van elke basis-overeenkomst is: uw burgers doen niet ter zake, hun burgerrechten tellen niet mee. Deze SOFAs breken elk gevoel van burgercultuur af. Soms worden die SOFAs met harde hand afgedwongen. En in Irak liep dat faliekant af: de VS kreeg zijn zin niet. Sommige van de sterk eenzijdige overeenkomsten werden afgesloten met militaire dictaturen. Nu landen schoorvoetend het democratisch model omarmen en dus rekenschap moeten geven aan de bevolking begint het machtsevenwicht in de onderhandelingen te verschuiven. Dat zien we vandaag in Irak, aldus Walt: de VS mocht blijven, maar dan op Iraakse voorwaarden.

Het gekke van de situatie die wij hier zo rationeel bespreken, zo stelt Engelhardt, is het feit dat er sinds het einde van de Koude Oorlog, toen wij tegenover de Sovjet-Unie stonden, een echte, grote vijand, met een gigantisch kernwapenarsenaal, een wereldmacht, er aan onze bewapening niets is veranderd. De Sovjet-Unie bestaat niet meer, en wij zijn verworden tot “nationaal veiligheidsland,” met een Pentagon-budget, een militaire inlichtingenbureaucratie, een beveiligingsapparaat dat ongelooflijk veel groter is geworden in een wereld met hooguit enkele duizenden verspreide terroristen die ons wat willen aandoen. We zijn niet in staat om een paar weinig beduidende oproeren in het Midden-Oosten de kop in te drukken. Is het niet onvoorstelbaar hoe we zijn uitgegroeid tot deze imperialistische kolossus? Geen enkel ander land dan de VS heeft mondiale ambities, zo voegt Marwan Bishara daar aan toe. En dat wordt niet afgedwongen door vrijhandel, kapitalisme, neoliberalisme, om er maar een etiket op te plakken, maar door militaire middelen van de VS en de NAVO.

De Amerikaanse boodschap aan China is duidelijk: wij geven de wereldmacht niet zonder slag of stoot uit handen. Stephen Walt meent dat die opstelling weinig te maken heeft met Amerikaanse economische belangen op de korte of middenlange termijn. Amerika maakt zich zorgen over de toenemende Chinese macht en dat China zal proberen de VS uit zijn invloedssfeer te verdrijven. Het optreden van de Amerikaanse marine is niet gericht op het veroveren van markten in het Verre Oosten. Susan Glasser stelt dat de VS ook opportunistisch bezig is en tracht in het machtsspel tussen China, India en Japan nauwere banden te smeden met landen die zich zorgen maken over de toenemende Chinese macht in de regio.

De Amerikaanse economische macht

President Obama is zich ervan bewust dat landen die vandaag op onderwijs beter presteren dan de VS morgen de concurrentiestrijd met Amerika zullen winnen. Kinderen maken de toekomst van een land. Maar Amerika gaat daar wel erg slordig mee om. Het kent een van de meest inefficiënte onderwijssystemen van de ontwikkelde wereld. Toch kan de VS nog altijd bogen op 17 van de 20 topuniversiteiten ter wereld en 7 van de 10 meest invloedrijke denktanks. 70% van alle Nobelprijswinnaars werken voor Amerikaanse universiteiten. En dat zijn geen ivoren torens. Dankzij de nauwe banden met de industrie vormen Amerikaanse topuniversiteiten een essentieel onderdeel van de economische machine. Facebook komt uit Harvard. Cisco, Hewlett Packard en Google werden geboren in Stanford. Aan de top lijkt het wel goed te zitten, maar de rest van het onderwijssysteem moet het met te geringe financiële middelen doen en levert onvoldoende gekwalificeerde afgestudeerden af.

Amerika is vastbesloten om op het gebied van soft power de bovenhand te houden. Het besteedt twee maal zoveel als Europa aan onderzoek en ontwikkeling, en vier maal zoveel als China. Zoals de val van de Sovjet-Unie heeft geleerd: een wereldmacht wordt eerder bedreigd op economisch dan op militair vlak. De afgelopen 50 jaar heeft de VS zijn aandeel in de wereldeconomie zien krimpen van de helft naar een kwart. De uit de pan vliegende Amerikaanse schuld, afnemende productiviteit, moegestreden middenklasse en vervallen infrastructuur voorspellen dan ook weinig goeds voor een wereldmacht in de 21e eeuw. Maar een BBP van $15 biljoen en de reservemunt van de wereld in huis is de VS nog altijd de motor van de wereldeconomie. Volgens Oxford-economieprofessor Linda Yueh moet de VS eraan wennen dat veel landen niet alleen een relatie met de VS willen, maar ook met China, hoewel de VS tien maal zo rijk is als China en op veel gebieden de nummer één.

De binnenlandse politieke agenda van de VS ziet er niet positief uit. De grote vraag is of de VS zijn huis in orde krijgt. De afgelopen vier jaar is het huishoudelijk inkomen met bijna 10% afgenomen. Eén op de tien volwassenen is werkloos en één op de zes leeft van voedselbonnen. Met de protestbeweging van de afgelopen maanden komt de Amerikaanse droom op losse schroeven te staan. De mensen zien de hypocrisie van de Amerikaanse politiek die zegt democratie in het Midden-Oosten te willen brengen, maar in eigen land de democratie om zeep helpt. Internationaal staat de VS op tal van gebieden nog altijd sterk. Het land mag dan zijn AAA-rating kwijt zijn, Amerikaanse merken domineren nog altijd de wereld. Coca Cola rijft in de wereld jaarlijks $35 miljard binnen, Microsoft $69 miljard en Apple zelfs $100 miljard. De technologiesector zorgt nog altijd voor heel wat innovatieve producten. Maar op wereldschaal verliest de VS terrein. In 2007 waren de top vijf ondernemingen nog in Amerikaanse handen, vandaag zijn dat er nog maar twee, en de wereld zit niet stil.

Het feit dat de dollar nog altijd wordt gezien als veilige haven geeft reden tot optimisme. Martin Wolf, hoofdeconoom bij de Financial Times, meent dat de Amerikaanse dollar vandaag de minst slechte keuze is. Als de Amerikanen hun binnenlandse situatie niet helemaal in het honderd laten lopen denkt Wolf dat de dollar als reservemunt wel zal overleven omdat er gewoon geen alternatief is. Het beeld is tegenstrijdig: sinds de jaren 1950 heeft geen enkel land economisch in de schaduw van Amerika kunnen staan, en toch lijkt het verval van de VS onvermijdelijk, hoeveel tijd daar ook mee gemoeid is. Voor Susan Glasser is eerder sprake van een geleidelijke ontwikkeling waarin in de wereldorde plaats wordt ingeruimd voor democratische landen als Brazilië en Turkije die toch belangrijke Amerikaanse bondgenoten blijven, dan van een implosie zoals die van de Sovjet-Unie. Tom Engelhard voorziet wel een harde landing voor de VS. Hij wijst op de scherpe polarisatie in de binnenlandse politiek, ziet de presidentsverkiezingen daar niets aan veranderen, en vreest dat de impasse tot 2016 blijft duren.

Volgens Stephen Walt is de zorg over het Amerikaanse verval sinds de jaren 1950 en vooral na de opkomst van Japan als economische macht een weerkerend verschijnsel. Maar Japan heeft de VS niet ingehaald. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de VS er weliswaar relatief op achteruit gegaan, maar was de afgelopen 30 jaar toch nog altijd goed voor een kwart van de wereldeconomie. China lijkt dan van een ander kaliber, maar ook dat land krijgt te maken met problemen als een verouderende bevolking, een mondiger bevolking, ecologische en infrastructuurproblemen. De problematiek is niet zozeer het verval van de VS, maar het feit dat zowat de hele wereld tegen zware problemen aankijkt. Europa heeft op korte termijn geen enkel vooruitzicht op economische groei en zit met zijn Euro in een diepe crisis. Het Midden-Oosten is in beroering sinds de Arabische Lente en de onrust zal daar nog heel wat jaren aanslepen. China krijgt af te rekenen met zijn eigen problemen en Japan zit al 20 jaar in een economische crisis. Iedereen en alles is in crisis, en het een verlamt het ander. Het feit dat het politieke debat dan ook nog eens verloedert blijft zorgbarend.

Cynthia Anloe hekelt de Amerikaanse mentaliteit om altijd en overal de nummer één te willen zijn en blijven. Nederland was in de 17e eeuw ook de nummer één in de wereld en dat land is door het verlies van die status ook niet gefrustreerd geraakt. In de VS leidt de problematiek tot een bedorven cultuur waarin elk maatschappelijk debat bij voorbaat onmogelijk wordt. Investeringen voor infrastructuur krijg je gewoon niet meer op de politieke agenda. Terwijl die toch essentieel zijn. Maar er moet ook een maatschappelijk debat komen dat tot een heel wat realistischer beeld leidt van de plaats van de VS in de wereld.

Volgens Susan Glasser zijn de gemoederen in de VS zo verhit dat de Republikeinen zich hardop afvragen of Obama en de Democratische partij wel voldoende geloven in de Amerikaanse grootsheid. In 2009 zei Obama nog te geloven in de Amerikaanse uitzonderlijkheid. De Britten geloofden destijds ook in Britse uitzonderlijkheid en de Grieken in Griekse uitzonderlijkheid. Maar dat is voor die landen niet goed afgelopen. Amerikanen geloven dat hun land uitzonderlijk is voorbestemd, dat er iets is dat die onze unieke geschiedenis drijft. Onze geschiedenis is inderdaad ongekend. We zijn heel snel opgeklommen naar de nummer één positie. We zijn een continent dat langs twee zijden door oceanen wordt afgeschermd. Dankzij onze economische locomotieffunctie konden wij de wereldorde na de Tweede Wereldoorlog vormgeven rondom onze economische instellingen. Daarmee hebben wij ons heel wat middelen verschaft in een snel veranderende wereld.

Voor Stephen Walt moet de vraag hoe je die Amerikaanse grootsheid het beste meet onderdeel zijn van dat noodzakelijke maatschappelijk debat. De gemiddelde Amerikaanse burger zal misschien de grootsheid van Amerika afmeten aan de omvang van het militair apparaat. Welnu, men kan ook op een heel andere manier aankijken tegen de rol van Amerika in de wereld en tegen de invloed van Amerika die voortvloeit uit de manier waarop we onze samenleving inrichten, een samenleving waar anderen in veel opzichten mee zouden willen wedijveren. In vergelijking met andere geïndustrialiseerde landen zijn Amerikanen harde werkers. Ze werken meer uren, meer weekends, nemen minder vakantie. Dat Amerikanen bevoorrecht zijn geldt maar voor een kleine meerderheid. Maar er moet wel een debat komen over de vraag of we die minderheid niet te rijk hebben laten worden en teveel zeggenschap hebben gegeven. Susan Glasser meent dat er sprake is van een wereldwijde crisis van het kapitalisme. Zij vraagt zich af of de VS zijn attractie als magneet voor het type immigranten dat Amerika heeft grootgemaakt, kwijtraakt aan een land als China, dat honderden miljoenen mensen uit de armoede heeft gehaald.

Tom Engelhardt stelt de problematiek van de opwarming van de aarde aan de orde. Zonder ingrepen zou de temperatuur op aarde tegen het eind van deze eeuw wel eens 11° hoger kunnen zijn. Tegen die achtergrond wordt voor Engelhardt de discussie over wie het voor het zeggen heeft in de wereld nogal academisch. Voor Cynthia Enloe moet het maatschappelijk debat in Amerika zich toespitsen op het zoeken naar een eerlijker model waarin Amerika niet altijd haantje de voorste speelt. Maar Stephen Walt ziet dat niet gebeuren. Amerika zal een antwoord moeten geven op de opkomst van andere machten in de wereld. Dat leidt tot een minder omvangrijke rol van de VS op het wereldtoneel. We zijn al uit Irak vertrokken en straks ook uit Afghanistan en we zullen dit soort projecten niet snel meer ondernemen. Onze aanwezigheid in Europa is al verkleind. We verleggen de aandacht naar Azië waar we voorlopig wel zullen blijven, maar binnen 20 jaar zullen we ook daar een veel bescheidener aanwezigheid van de VS zien. Als dat betekent dat we intussen aandacht besteden aan de opbouw van ons eigen land is er al veel gewonnen.

Tom Engelhardt, die het laatste woord krijgt, meent dat de neiging van Amerika om altijd en overal te willen ingrijpen, zo langzamerhand wel onder controle is. Dat vloeit voort uit het wereldbeeld van vandaag. Amerika mag dan wel praten over bases in Afghanistan na 2014 en 25.000 troepen tot 2020, maar het zal snel blijken dat die ideeën op pure fantasie berusten. Dat is voor Amerika gewoon niet meer op te brengen. De realiteit is dat Amerika aanbotst tegen zijn economische grenzen. Voor Cynthia Enloe is dat een heel wat gezondere situatie. Wat drie hoeraatjes bij Tom Engelhardt uitlokt.

[1] Wikipedia: “Al Jazeera
[2] Wikipedia: “Marwan Bishara
[3] Al Jazeera: “The decline of the American empire
[4] Zie “Het verrottingsproces van de Amerikaanse democratie, naar Mike Lofgren
[5] Zie ook “Hoe grootmacht Amerika zijn dominante positie probeert te vrijwaren
[6] “De defensie-uitgaven van de VS bedragen $1,2 biljoen, 8% van het BNP. Daarvan is 60% ingeschreven op de defensiebegroting. Naar buiten toe spreekt men over “slechts” $685 miljard (4,6% van het BNP),” zie Geopolitiek in perspectief: “God bless America