De vastgelopen Europese integratie (2)

Deel 2: de weg uit de impasse.

Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)


Van verticale Europese integratie is maar weinig sprake geweest. Zonder Britse bijdrage krijgen de Europese financiële transfers het moeilijk. De EU kan de voortvarend aangetrokken lidstaten nog moeilijk in het gareel krijgen. Duitsland, Frankrijk en de Benelux zouden de transfers kunnen stopzetten om een betere Unie te ontwikkelen op het gebied van het vroegere Karolingische Rijk. Een nieuwe economische crisis stelt de Unie voor de harde keus: integratie of uiteenvallen.

Het Juridisch Woordenboek zegt over Europese integratie: “eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire integratie”. Precies daar wringt het Europese schoentje. In de praktijk heeft Europese integratie betekend: het uitbreiden van de EU met nieuwe leden, te vergelijken met ondernemingen die geen autonome groei meer kennen en hun slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat we de afgelopen tientallen jaren van het Europese project hebben gezien is hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het laten toenemen van beleidsdomeinen die de lidstaten aan de Unie toevertrouwen, is maar weinig sprake geweest.

Vandaag zijn enkel douane, buitenlandse handel, monetair beleid en mededinging volledig Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën, begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw, visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten nog bij. Sommigen hebben een opt-out, anderen zijn maar deels aan de Europese regelgeving gebonden. Van een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt zoals de Franse president Macron nastreeft lijkt niet veel in huis te komen.

Economisch zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan

De kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke markt door de toegang tot nieuwe opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft de komst van economisch zwakkere lidstaten – die zoals Spanje en Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden – de verdere Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen arme en rijke landen kwam de economische migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.

West-Europese staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet uitblijven.

De aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten

Zo’n ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op herstelbetalingen van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten koste gaat van de banden met de armere EU-landen.

De ontstaansgeschiedenis van de VS kan model staan voor economische en politieke integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.

Verticale integratie gaat voor op horizontale integratie

In het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.

Voortgaande Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten garanderen, maar tegelijk het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen. Zo’n boppeslach lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere mate van verticale integratie hebben bereikt.

Kernlanden als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het idee van een Europa met twee snelheden wint aan populariteit. De kern zou kunnen bestaan uit landen gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het Karolingische Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke instellingen van de kern.

Een nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen

Vandaag ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of niet afgeslankte vorm voor de hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus: integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse staten met het risico van gewapend conflict, onderling of met de grootmachten.

Europese leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude machtshonger de doorslag geven, met alle ellende van dien.

Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?

Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)


In een recent artikel stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.

Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.

In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.

Verdeeldheid over buitenlands beleid

Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.

Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.

Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.

Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.

Gebrek aan militaire capaciteiten

Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.

Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.

NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.

Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?

De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.

Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.

Intussen staat de wereld niet stil

De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.

Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.

Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.

Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.

Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?

De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.

Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.

Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?

Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (4)

Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het vierde deel:

Deel 4: Europa, migratie, en het Verdeelde Koninkrijk

May Has to Go party and demonstration at London’s Parliament Square, 10 June 2017
Photo: Garry Knight from London, England (Wikimedia Commons)

Europese Unie

Sinds de financiële crisis van 2008 kruipt de Europese Unie uit de recessie. De aanpak waarmee elk land probeert de recessie te bestrijden is griezelig uniform: falende banken worden gered met publieke middelen, op openbare diensten bezuinigd, in gezondheidszorg, huisvesting, uitkeringen en pensioenen gesneden, de overheidsschuld mag oplopen door het injecteren van geleend geld in het stervende kapitalistische systeem. Met concepten als ‘de actieve welvaartsstaat’ werden werklozen desnoods met harde hand richting een baan geduwd.

Een analyse van de Duitse samenleving toont wat er mis is met Europa. De flexibilisering van de arbeidsmarkt en aanslag op de sociale verworvenheden hebben een kaalslag teweeggebracht. Nieuwkomers (migranten, vrouwen, jongeren) verdienen veel minder en dat tegen slechtere voorwaarden. De sociale mobiliteit is volledig tot stilstand gekomen. De economische groei komt ten goede van een steeds kleinere groep. De politieke elite heeft de bestrijding van werkloosheid (‘werk, werk, werk’) misbruikt en stuurt aan op een neoliberaal Europa.

De toename van onzeker, tijdelijk en slechtbetaald flexwerk zorgde er ook in andere Europese landen voor dat steeds meer werkende mensen geen bestaanszekerheid meer hebben. Zelfs mensen die goed hun brood verdienen zijn bang. De gele hesjes zijn veelal mensen uit de middenklasse die bang zijn voor de toekomst. Dat is kenmerkend voor een samenleving waarin de levenskansen van mensen afhankelijk zijn van de volatiliteit van financiële markten en regeringen niet langer functioneren als instellingen die mensen daadwerkelijk tegen die volatiliteit beschermen.

Landen als Italië, Hongarije en Polen kennen sterke anti-EU gevoelens. De instabiliteit in Frankrijk neemt toe. Of aan de onderliggende bekommernissen van de gele hesjes zal worden tegemoetgekomen is de vraag. De onrust kan leiden tot de val van de regering-Macron. Tezamen met het nakende aftreden van Merkel in Duitsland dreigt de motor van de EU serieus te gaan sputteren en de EU te verbrokkelen op het moment dat ze het meest nodig is.

In Griekenland is een op de vijf mensen werkloos. De Griekse economie staat in essentie onder Duitse controle. Het land is totaal afhankelijk geworden van grievende noodleningen van de rest van de wereld. Spanje worstelt met de ergste crisis sinds het in 1978 een ‘democratie’ is geworden. De Catalaanse bourgeoisie, die aanvankelijk de door de regering in Madrid opgelegde bezuinigingen afwentelde op de “gewone” Catalanen, verschuilt zich nu achter Catalaans nationalisme en speelt slachtoffer na de weigering van de Spaanse machthebbers om de uitkomst van het onafhankelijkheidsreferendum te aanvaarden.

Besluit de Nazi-junta in Kiev dit jaar tot een aanval op de Donbass of Rusland, dan leidt de daarmee gepaard gaande chaos tot een omvangrijke nieuwe vluchtelingenstroom richting Europa. Onder de vluchtelingen treft men dan zonder twijfel ook heel wat ongure en gevaarlijke types aan, lieden waarvan we er in de Tweede Wereldoorlog teveel gezien hebben.

Een Europees leger?

In een dubbelinterview tussen Europees parlementslid Guy Verhofstadt en journalist Joris Luyendijk stond ook het idee van een Europees leger op de agenda. Verhofstadt bagatelliseerde het vraagstuk op ergerlijke wijze. Aan een Europees leger kleven grote dilemma’s, dat vergt een breed maatschappelijk debat, aldus Luyendijk. 70-80% van de Europeanen mag dan voorstander zijn, maar vraag eens door bij “de Europeanen”. Moeten de Franse kernwapens in Europees beheer komen met Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker aan de knoppen? Moeten we onze zonen en dochters opofferen om Estland te bevrijden als Rusland daar binnenvalt?

Professor internationale politiek David Criekemans ziet in de verwatering van de alliantie met de VS een keerpunt. Als men Criekemans goed leest vindt hij het NAVO-lidmaatschap van de EU-lidstaten eigenlijk overbodig. De veiligheidsgarantie van art. 42 in de “Europese grondwet” is veel sterker dan die van de NAVO, want voorziet in automatische bijstand, aldus Criekemans. Tegelijk wijst hij op de noodzaak van een ééngemaakt buitenlands beleid. Dat dit in essentie de overdracht van de nationale soevereiniteit aan de EU met zich meebrengt zegt de professor niet expliciet, wel dat de uitbouw van een Europese “strategische cultuur” wellicht een generatie in beslag zal nemen.

Navraag bij professor Criekemans over zijn visie op een Europees leger levert op dat hij een uitstap niet voor morgen ziet. De EU-veiligheidsgarantie is daar niet klaar voor, kan b.v. niet zonder logistieke zaken als air-to-air refueling, aldus Criekemans. En het is de vraag of landen als Nederland of Denemarken meewillen, nog afgezien van het manco aan een Europese strategische cultuur.

Migratie

Volgens een brochure van 11.11.11 zijn wereldwijd 65 miljoen mensen op de vlucht. In het debat komt de vraag waarom die mensen vluchten nauwelijks aan bod. De politiek heeft niet de moed om de vinger op de wonde te leggen. Vrijwel alle volksvertegenwoordigers waren akkoord met militair ingrijpen zoals dat in Afghanistan, Irak, Syrië en Libië. Het mede in onze naam gepleegde oorlogsgeweld, dát is de reden waarom mensen huis en haard verlaten. En dus moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen, vluchtelingen opvangen en voortaan drie maal nadenken voor we steun verlenen aan miltair ingrijpen.

In Europa was er veel te doen over het VN global compact on migration. In België viel zelfs de regering over dit issue. De N-VA kwam met valse of weinig ter zake doende argumenten. Zo zou het VN-pact meer migranten richting Europa lokken. Landen zouden arbeidsmigratie moeten faciliteren en migranten begeleiden. Er zou onvoldoende onderscheid zijn tussen legale en illegale migranten.

In de communicatie is het vaak om “eigen volk” te doen. Diezelfde N-VA heeft wel gestemd voor het pensioen op 67 jaar, de indexsprong en de verhoging van btw en accijnzen. Het echte motief om de regering te laten vallen lijkt dus om de afbouw van de sociale zekerheid te verdoezelen en de gele-vestjes-woede af te wentelen op de migranten.

Maar verzet tegen migratie is contraproductief. Europa heeft migranten hard nodig. De vergrijzing bedreigt onze welvaartsstaat. Hongarije voert ijskoud de “slavenwet” in, Oostenrijk doet iets dergelijks (12 uur/dag of 6 uur/week zonder loontoeslag), en Italië schuift een pakket sociale maatregelen op de lange baan.

Uit onderzoek blijkt dat migratie niet de oorzaak, maar wel katalysator is van het populisme in Europa. Migratie heeft wel sluimerende conflicten in Europa naar boven laten komen. Zie het hoofdstuk Europese Unie.

Brexit

Dinsdag leed de Britse premier Theresa May in het Brexit-debat een verpletterende nederlaag. De grote boosdoener was de backstop die moet garanderen dat de Noord-Ierse grens met Ierland open blijft. De Brexitdeal voorziet in een overgangsperiode tot 31 december 2020. Tot dan blijft er vrij verkeer van personen en goederen, en kunnen de EU en Londen een handelsakkoord uitwerken. Lukt dat in die periode niet, dan treedt de backstop in werking en blijft het VK in een douane-unie met de EU zodat de grens Noord-Ierland/Ierland open kan blijven. Noord-Ierland zou dan de EU-regels blijven volgen, de rest van het VK niet.

Normaal betekent zo’n nederlaag het aftreden van de regeringsleider. Maar gisteren overleefde May de vertrouwensstemming die Labourleider Jeremy Corbin had ingediend met 325 tegen 306 stemmen. Een meerderheid had dan wel genoeg van May, maar vond het scenario van een Labour-regering onder Jeremy Corbin blijkbaar een nog grotere ramp. In alle nuchterheid, een Labour-regering was geen avance. Labour weet immers ook niet hoe het moet. Bij het referendum in 2016 kreeg de bevolking een eenvoudige vraag voorgelegd: blijven of vertrekken. Blijkbaar is het niet zo simpel.

De grote vraag is natuurlijk: wat nu? May blijft stug doorgaan. Het voor maandag aangekondigde nieuwe voorstel lijkt een mission impossible. Een nieuwe Conservatieve premier is al evenmin het antwoord. Niemand weet hoe het dan wél moet. Intussen zou een Conservatief parlementslid een voorstel voor een tweede referendum hebben ingediend. Zo’n initiatief lijkt gerechtvaardigd. De kiezer is in de aanloop naar het referendum in 2016 een pak leugens verkocht. En als de politiek er zelf niet uitkomt moet de kiezer de knoop maar doorhakken. Nu de nadelen en risico’s bekend zijn lijkt de stemming richting Remain te gaan.

De oplossing die May voor ogen staat zal wel een verlenging van de overgangsperiode met één jaar zijn. Het VK blijft dan tot eind 2021 in de interne markt, blijft de EU-regels volgen, en blijft betalen voor zijn toegang tot de Europese markt. Raakt de in die zin aangepaste deal niet door het parlement, dan blijft de optie no-Brexit over, al of niet op grond van een tweede referendum. Een no-deal, een harde Brexit op 29 maart zonder akkoord, is geen optie: slecht voor de EU, maar rampzalig voor het VK. Ian Blackford, de leider van de Scottish National Party, zei daarvan: “Het VK is op weg naar zelfvernietiging”. En in een no-deal scenario zou de grens met Ierland dicht moeten, met alle risico’s van een hervatting van The Troubles van dien.

Theoretisch is er een eenvoudige oplossing: Ierse hereniging. De grens met de EU ligt dan in de Ierse Zee en Noordzee. Maar het “verlies” van Noord-Ierland betekent niet enkel het einde van het Verenigd Koninkrijk. De Schotten, die zich van meet af aan tegen Brexit hebben verzet, zullen zich dan eveneens willen afscheiden, en ook een meerderheid in Wales ziet niets in Brexit. In zo’n scenario ligt het einde van Great Britain in het verschiet, het land dat maar niet over zijn glorieus verleden als Empire heenkomt. Gepost door Paul Lookman op 06:50