De destructieve cocktail Trump-Netanyahu: blind voor de realiteit

President Donald J. Trump delivers remarks with Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu Tuesday, Jan. 28, 2020, in the East Room of the White House to unveil details of the Trump administration’s Middle East Peace Plan. (Official White House Photo by Shealah Craighead)


Na twee mislukte afzettingspogingen blaakt Trump van zelfvertrouwen. In zijn State of the Union moeten kleurlingen, moslims en vreemdelingen het ontgelden, en associeert hij Palestijnen met terrorisme. Voor buitenlandminister Pompeo is “de Heer aan het werk” als Trump “het Joodse volk redt”. Israël staat op winst, maar niet voor eeuwig.

In een historische zitting op 5 februari sprak de door Republikeinen gedomineerde Senaat de Amerikaanse president Donald Trump vrij van beschuldigingen in verband met zijn bemoeienis met Oekraïne. Eerder, op 18 december 2019, had het Huis van Afgevaardigden, waar Democraten de meerderheid hebben, zijn afzetting wel goedgekeurd. Vorig jaar had de president ook het Mueller-onderzoek overleefd naar Russische bemoeienis met de Amerikaanse verkiezingen, in een één-tweetje tussen Trumps campagneteam en de entourage van de Russische president Poetin. De twee overwinningen hebben Trumps positie enorm versterkt, en daarmee zijn herverkiezingskansen.

Op 4 februari, toen het vaststond dat hij in de Senaat zou worden vrijgesproken, hield Trump zijn State of the Union-toespraak in het Congres. Aan de vooravond van zijn mogelijke herverkiezing kreeg zijn gehoor vooral campagnetaal voorgeschoteld. “Onze vijanden zijn verjaagd, onze welvaart neemt toe, we gaan een veelbelovende toekomst tegemoet”, aldus Trump. Maar gegeven de zichtbare verdeeldheid in het Congres kan men eerder spreken van een State of the Disunion. En qua buitenlandse politiek was het meer van hetzelfde: machtsuitoefening, inzet van het leger, en imperialisme. In de visie van Trump maakt overheersing met de dreiging van geweld Amerika great again.

Trumps kiezerspubliek gaat voor

De president mikte vooral op zijn kiezerspubliek: blanke christelijke republikeinen. Na zichzelf in de bloemetjes te hebben gezet over werkgelegenheid, aandelenmarkt, onderwijs en handelsakkoorden, voerde hij een toneelstukje op om zijn gehoor wijs te maken dat zijn regering niets had tegen mensen van een ander ras. Zo voerde hij een ‘gekleurd’ meisje op die een studiebeurs had gekregen, en een dito veteraan uit het leger die het dankzij zijn Tax Cuts and Jobs Act van drugsverslaafde tot succesvolle zakenman had gebracht. En Raul Ortiz van de grenspolitie werd voor het voetlicht gehaald voor zijn records in het onderscheppen van drugs en mensensmokkelaars.

De boodschap was duidelijk: in een blank land tel je als kleurling mee als je steun geeft aan de criminalisering van je rasgenoten en aan instellingen die geweld op hen loslaten. Trump mag dan aanvoeren dat zijn regering opkomt voor vrijheid van godsdienst, de werkelijkheid is eerder godsdienstvrijheid voor christenen. Het inreisverbod voor mensen uit moslimlanden dat steeds verder wordt uitgebreid, en andere beleidsmaatregelen die moslims viseren, zijn zaken die voor zich spreken. Dit onderdeel in Trumps speech ging dus over christelijke hegemonie, en moslims die voor hem vooral een bedreiging inhouden voor de nationale veiligheid, en niet vallen onder de vrijheid van godsdienst.

Wel heel cynisch waren zijn opmerkingen over de moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani. Die had volgens Trump als ‘topterrorist’ veel doden op zijn geweten, waaronder sergeant Christopher Hake, wiens familie in het publiek zaten. Veel internationale juristen zien in de standrechtelijke moord op een hoge functionaris van een land waar men niet mee in oorlog is als een grove inbreuk op het internationaal recht. En Trumps boodschap aan de Iraanse bevolking was zonder meer tenenkrommend. Mensen die zuchten onder de verlammende Amerikaanse sancties “kunnen rekenen op een goed herstel daarvan als zij niet te trots of te dwaas zijn om onze hulp te vragen”, aldus de Amerikaanse president.

In een verdedigingsoorlog is bezet gebied verworven

Trump legde een verband tussen de strijd tegen ‘radicaal moslimterrorisme’ en zijn Peace to Prosperity plan in de kwestie-Palestina. De associatie van Palestijnen met terrorisme moet dienen om een Palestijnse afwijzing van zijn plan te kunnen toeschrijven aan hun criminele ingesteldheid. Voor Trump staan alle lichten op groen. Trumps vrijgevigheid aan de Israëlische premier Netanyahu is ongehoord: Jeruzalem Israëls hoofdstad, annexatie van de Syrische Golan en de Palestijnse Jordaanvallei. Van het een komt dan het ander. Een Israëlische topfunctionaris vertrouwde een Haaretz-reporter toe dat je normaal geen eigenaar wordt van bezet gebied, maar blijkbaar wel bij een verdedigingsoorlog.

En zo halen Trump en Netanyahu een kruis over een Palestijnse staat, en elke onderhandeling daarover. Trump heeft elke Amerikaanse financiering stopgezet van de VN-organisatie UNRWA, de belangrijkste werkgever en zorgverlener in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Onderzoek door het Internationaal Strafhof naar Israëlische oorlogsmisdaden wordt maximaal tegengewerkt. Voor Trump staat anti-zionisme gelijk aan antisemitisme en wordt dus vervolgd. Voor de Amerikaanse buitenlandminister Pompeo, aanhanger van een zeer conservatieve tak van de evangelische kerk, was Trump mischien voorbestemd om het Joodse volk te redden. “Hier is de Heer aan het werk”, aldus Pompeo.

De Palestijnen hebben weinig te verwachten van de Arabische staten en Europa. Trump-Netanyahu is een destructieve cocktail, blind voor de realiteit. De houdbaarheidsdatum van de Palestijnse Abbas-gerontocratie is vele jaren verstreken. Ooit staan nieuwe Palestijnse leiders op die het tij kunnen keren. Trump en Netanyahu zijn niet bezig met de verovering van het Midden-Oosten, maar creëren wel de omstandigheden voor een volgende oorlog. Israël, dat zich door niets of niemand iets laat gezeggen, is wel de laatste mogendheid die het kwaad dat het aanricht inziet, of beseft dat het aan de basis ligt van vele generaties conflict. Vandaag staat het land op winst, maar niet voor eeuwig.

Hoe Rusland de lat voor een aanval op Iran hoog legt

President Putin, aboard the guided missile cruiser Marshal Ustinov during the joint exercises of the Northern and Black Sea fleets, January 9-10, 2020. Photo Credit: kremlin.ru


De Iraanse tegenaanval toont de kwetsbaarheid van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, en kan enkel leiden tot hun vertrek. Terwijl Rusland Iran voorziet van middelen om zich tegen Amerikaanse agressie te verdedigen maakt het Pentagon zich op voor een catastrofale confrontatie met Iran.

Op 8 januari voerde Iran een raketaanval uit op de militaire vliegbasis Ain al-Asad in Irak waar Amerikaanse militairen waren gelegerd, als vergelding voor de liquidatie van de Iraanse generaal Qassem Suleimani. Iran had de VS tevoren gewaarschuwd, zodat de Amerikaanse manschappen zich tijdig in veiligheid konden brengen. Uit luchtfoto’s blijkt de uiterste precisie waarmee de aanvallen werden uitgevoerd. “Het was niet de bedoeling om slachtoffers te maken. Toch is de schade die we aangericht hebben groot: de VS kon onze raketten niet uit de lucht schieten. Dat toont hoe kwetsbaar de Amerikanen zijn”, aldus de Iraanse buitenlandminister Javad Zarif. En nog een vernedering: grootmacht Amerika heeft voor het eerst in zijn bestaan een militaire aanval onbeantwoord moeten laten.

De Amerikaanse president Donald Trump deed er alles aan om het incident te bagatelliseren. Maar veertien dagen na de aanval liet het Pentagon weten dat 34 Amerikaanse militairen traumatisch hersenletsel hadden opgelopen. Trumps geringschattende opmerkingen hebben geleid tot woedend protest, niet enkel van Amerikaanse veteranen, maar ook van militairen in actieve dienst. Veterans of Foreign Wars, een organisatie die Trump in het verleden heeft gebruikt als achtergrond voor zijn rechtse campagnetirades, heeft aangedrongen op excuses van de Amerikaanse president voor zijn opmerkingen. Binnen het Amerikaanse leger heeft Trump zich dus niet populair gemaakt

De liquidatie van Suleimani, door buitenlandminister Pompeo met veel bravoure bekendgemaakt met de mededeling dat Amerika daarmee veel veiliger was geworden, leidt onherroepelijk tot het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak en mogelijk ook het kleine contingent uit Syrië. Het Iraakse parlement drong in een motie al aan op dat vertrek. De absurde verklaring van Trump dat Irak dan zou moeten betalen voor de Amerikaanse ‘peperdure’ bases zullen we dan maar naast ons neerleggen. De bonus voor Iran is tevens het feit dat de moord op de geliefde Iraanse generaal de Iraanse bevolking heeft verenigd, ondanks alle ellende van de sancties.

Precisie van Iraanse raketten

Maar de Amerikanen moeten zich het meest zorgen maken over de uiterste precisie van Iraanse raketten. Iran beschikt niet over een eigen navigatiesatellietsysteem in de ruimte. Vandaag zijn er daar maar vier van: een Amerikaans, een Europees, een Russisch en een Chinees systeem. De Amerikaanse en Europese systemen zijn no go voor Iran. Waarschijnlijk maakt Iran dus gebruik van GLONASS, het Russische of BeiDou, het Chinese systeem. Even raadselachtig is waarom Iran wel bevestigt dat het twee Russische TOR-M1 luchtafweerraketten heeft afgevuurd, maar niet dat daarmee de Oekraïense Boeing werd neergehaald. Nu de TOR-M1 op een satellietgevolgd en van radar voorzien onafhankelijk functionerend rupsvoertuig staat is de vraag of dit luchtafweersysteem toegang had tot GLONASS.

Tegen deze achtergrond moet ook het ongepland bezoek opvallen op 7 januari, aan de vooravond van de Iraanse raketaanval, van president Vladimir Poetin aan de Syrische president Bashar al-Assad. En op 9 januari, de dag na de Iraanse raketaanval, was Poetin aanwezig bij omvangrijke Russische marine-manoeuvres in de Zwarte Zee met verscheidene raketlanceringen. Het was een indrukwekkend staaltje van de Russische militaire macht: MiG-31 jachtvliegtuigen lanceerden Kinzhal hypersonische raketten op oefendoelwitten, en marineschepen schoten Kalibr kruisraketten en andere wapens af. Meer dan 30 oorlogsschepen en 39 vliegtuigen, waaronder verschillende Tu-95 strategische bommenwerpers, namen deel aan de oefening.

Ook op 9 januari deed zich voor de kust van Iran een treffen voor tussen een Amerikaanse torpedojager en een Russisch spionageschip dat blijkbaar de Amerikaanse vloot schaduwde. Dit alles duidt erop dat Rusland de situatie rond Iran nauwlettend in het oog houdt, en klaar is voor elke militaire calamiteit. Mogelijk heeft Iran afspraken met Rusland voor het delen van inlichtingen. De Russische minister Sergey Lavrov heeft 17 januari een tipje van de sluier opgelicht met zijn opmerking dat Iran per ongeluk het Oekraïense vliegtuig had neergeschoten op een moment dat Teheran horendol werd van berichten over VS stealth-jagers. “Volgens onbevestigde berichten zaten er minstens zes F-35’s in de lucht vlak bij de Iraanse grens. Dat verklaart de stress aan Iraanse zijde”, aldus Lavrov.

Rusland voorziet Iran van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens

De boodschap van de Russen is duidelijk. Het zal niet militair ingrijpen in een Amerikaans-Iraans conflict. Maar het legt de lat voor een dergelijk conflict wel zeer hoog. Het doet er alles aan om Iran te helpen zich te verdedigen tegen Amerikaanse agressie, door het te voorzien van elektronische oorlogsmiddelen en andere hoogwaardige wapens die het militaire kostenplaatje voor de VS enorm de hoogte kan injagen, zoals we 8 januari hebben gezien. De Russische steun aan Iran irriteert Washington duidelijk. Dat maakt het optreden van Amerikaanse troepen duidelijk die recent in Noordoost-Syrië tot vier maal toe Russische konvooien in Noordoost-Syrië hebben geblokkeerd.

De kou is dus niet van de lucht. Na de Iraanse raketaanval hingen er niet enkel Amerikaanse F-35’s in de lucht, maar er zouden ook kruisraketten zijn afgevuurd. Dat bleek een vals alarm, dat echter niet tijdig kon worden verspreid omdat een Amerikaanse cyberaanval de communicatienetwerken van Iran had laten vastlopen. Zo kon het Oekraïense passagiersvliegtuig door de Iraanse luchtverdediging worden gezien als een Amerikaans gevechtsvliegtuig. Het Pentagon heeft Trump dan kunnen overtuigen dat het Amerikaanse leger nog niet klaar was voor een oorlog met Iran, maar het treft wel de nodige voorbereidingen voor zo’n catastrofale confrontatie.

Het Egmontinstituut, spreekbuis van Buitenlandse Zaken

Palais d’Egmont – Egmontpaleis, Brussels. Photo: Zinneke (Wikimedia Commons)


Het Egmontinstituut kleurt niet buiten de lijntjes van het ministerie: een EU-defensie ondermijnt de NAVO niet, maar verzwakt wel de Amerikaanse overheersing. Kernwapens blijven essentieel voor het Instituut. De publicaties zijn gehypothekeerd door Anglo-Amerikaans denken.

In België is het Egmontinstituut, officieel “Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen”, dé denktank op het gebied van buitenlands beleid. Het Instituut, dat in het drietalige België en naar het buitenland toe opereert als Egmont Institute, herformuleerde recent zijn doelstellingen. Vandaag zijn die samengevat: ‘Toegepast onderzoek van internationale vraagstukken die België en de EU raken, en voorlichting van de publieke opinie ter zake’. Om die doelstellingen te realiseren organiseert het Instituut vormingssessies en expertenvergaderingen, neemt het deel aan internationale conferenties, publiceert het studies en geeft het tijdschriften uit.

Egmont is een Stichting in de schoot van – en wordt gefinancierd door – het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Instituut ontvangt ook beperkte donaties voor specifiek onderzoek, maar werkt niet voor de particuliere sector. Buitenlandse ambassades hebben, mits een gift van €750/jaar, rechtstreeks toegang tot het interessante Egmont expertisenetwerk. Lobbyfacts spreekt over een jaarrekening 2017 van €904.433 en een organisatie van 19 lobbyisten, maar Egmont directeur-generaal Johan Verbeke laat weten dat de organisatie 18 mensen in dienst heeft, werkt met 15 associate fellows die niet op de payroll staan, geen private partners kent en geen lobbywerk verricht.

Europese strategische autonomie en een Europees leger

Het kloppende hart van het Instituut is onderzoek. Het resultaat wordt gepubliceerd in policy briefs die online beschikbaar zijn. Veel van die stukken zijn van de hand van de directeur van het programma “Europa in de wereld”, Sven Biscop, die tevens doceert aan de Universiteit Gent en het Europacollege in Brugge. Centraal in Biscop’s recente publicaties staat zijn pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger, waarbij zaken als het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid, toch essentieel voor een ééngemaakte defensie, en het feit dat Europa met handen en voeten gebonden is aan de NAVO en daarmee aan Washington, slechts summier aan de orde komen.

Biscop spreekt in zijn Security Policy Brief nr. 114 wat luchthartig over Russische subversie. Hij onderbouwt die opmerking niet, maar koppelt daar wel de vraag aan of niet “elke inmenging in de EU-soevereiniteit” moet worden beantwoord met vergelding “om Rusland te laten begrijpen dat de EU ook wil gerespecteerd worden”. Tegelijk vreest hij dat zo’n vergelding “alleen maar meer escalatie” oplevert. Biscop’s beschuldiging van Rusland als agressor in het Oekraïne-dossier behoeft toch enige nuancering. Zelfs de immer gerespecteerde Henri Kissinger bevestigt dat men rond de annexatie van de Krim eerder kan spreken van een plausibele Russische reactie op Westers expansionisme.

Europees instrument om militaire macht te projecteren

Ook in het recente Turkije-Syrië-dossier pleit Biscop voor een assertievere Europese houding. Voor hem had de EU een Syrië-strategie moeten ontwikkelen met aanduiding van de groepen die op permanente politieke, economische en militaire steun konden rekenen. Europa heeft enkel ad-hoc deelgenomen aan gevechtsoperaties en lijdzaam toegezien hoe Turkije Syrië is binnengevallen. We kunnen een NAVO-bondgenoot niet met militaire middelen een halt toe roepen. En dreigen dat de EU geen steun zal geven aan de stabilisatie en wederopbouw van door Turkije bezet Syrisch gebied zal Erdogan toch niet op andere gedachten brengen, zo vraagt een vertwijfelde Biscop zich af.

Hier gaat Biscop toch in de fout. Zelfs de Westerse en Arabische aanstichters van de proxy-oorlog in Syrië hadden geen strategie, gebruikten wisselende “rebellengroepen”, en moesten het afleggen tegen het door Russische, Iraanse en Hezbollah-troepen gesteunde Syrische regeringsleger. Zonder VN-mandaat opereren proxy-troepen volstrekt illegaal in de nog altijd internationaal erkende staat Syrië. Biscop ziet in PESCO een instrument om Europese militaire macht te projecteren, zeker met een voormalige Duitse defensieminister als Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie. Het zijn vérgaande ambities die aan het duistere Duitse verleden herinneren en weinig uitstaans hebben met een Europees verdedigingsapparaat.

Biscop ziet een supranationale Unie waarin lidstaten hun soevereiniteit hebben gebundeld, wereldspeler worden. In zijn visie ondermijnt een strategisch autonoom Europa de NAVO niet, maar verzwakt het wel de Amerikaanse overheersing. Met zijn opmerking dat de Europese lidstaten hun buitenlands beleid afstemmen op dat van de EU, en Brussel de basis vormt voor hun “politiek, economisch, en in de toekomst ook militair gewicht op het wereldtoneel” maakt Biscop zich duidelijk schuldig aan wishful thinking. De Hoge Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen is met handen en voeten gebonden aan het beleid van de regeringsleiders, en die volgen overwegend de “richtlijnen” van de VS.

Europese kernwapens blijven een must

Egmont Senior Associate Fellow Didier Audenaert bepleit een maatschappelijk debat nu het INF-verdrag niet meer bestaat en Europa een grotere inspanning moet doen voor (lees: fors meer geld naar) raketafweer. De kans op een nieuwe wapenwedloop is reëel, aldus Audenaert, die zich afvraagt wat we willen: Amerikaanse raketten in Europa, een eigen raketafweer, of ons neerleggen bij Russische afdreiging? Voor hem moeten burgers worden gemotiveerd voor een veiligheidsapparaat onder NAVO- en EU-auspiciën waarin “nucleaire capaciteiten” essentieel blijven. Geen woord over diplomatie, onderhandelingen over een nieuw verdrag, of toenadering tot Rusland die anderen wel bepleiten.

Wie als academicus toetreedt tot een politieke denktank die afhangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weet op voorhand dat hij of zij moet opereren binnen krijtlijnen die het ministerie bepaalt. En wie als academicus hogerop wil raken publiceert in top-wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de ranking wordt bepaald door Anglo-Amerikaanse universiteiten. Deze lieden reproduceren dus onvermijdelijk Anglo-Amerikaanse denkpatronen. Voor exacte wetenschappers is dat geen probleem zolang hun publicaties ook nieuwe informatie bevatten of tot nieuwe inzichten leiden. Maar van politieke wetenschappers mag men verwachten dat zij zich ook oriënteren op andere denkpatronen.

Anglo-Amerikaans denken

Egmont ontkomt niet aan “besmetting” door Anglo-Amerikaans denken. Het Instituut weerspiegelt het buitenlands beleid van een land dat de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO herbergt. Kritiek op die instellingen is not done. Tegen die achtergrond zijn vraagtekens bij het onderdeel “voorlichting van de publieke opinie” in de Egmont-doelstellingen legitiem. Verwacht van een Egmont-auteur geen bevestiging van de hersendood van de NAVO, of een pleidooi voor een alliantie met Rusland en het vertrek uit Europa van alle Amerikaanse troepen, inclusief de 480 tactische kernwapens in België (Kleine Brogel), Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland (Volkel), en Turkije.

Waar het Egmontinstituut vooral in uitblinkt is het organiseren van congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het seminar ‘Russia and Europe in the context of global migration’ op 25 maart 2019, waar Russische, Europese en Belgische denktankmedewerkers, beleidsverantwoordelijken en journalisten zich bogen over de politieke en sociale aspecten rond migratie en de vraag wat Rusland en de EU over deze issues van elkaar kunnen leren. Als het seminar tevens moest passen binnen het kader van de voorzichtige pogingen om het ijs tussen Rusland en het Westen te breken doen het supra vermelde stuk van Didier Audenaert en de losse opmerking van Sven Biscop over Russische subversie daar geen goed aan.

Anglo-Amerikaans denken is wijdverbreid bij politieke wetenschappers in het Westen. Het risico van groepsdenken is dan niet denkbeeldig. Zij die erin slagen daaraan te ontsnappen zijn de politieke changemakers die de geopolitieke impasse waarin het Westen – en Europa in het bijzonder – verkeert kunnen helpen doorbreken.

De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012

De schabouwelijke hetze over het saluut van Vlaamse jeugdvoetballers

Print screen van YouTube filmpje ‘The Salute: Ronaldo Finishing Celebration (Tutorial)


Het Vlaams parlement heeft volkomen voorbarig gedebatteerd over het saluut van jeugdvoetballers van Turkse komaf in Beringen, een issue dat in volle onderzoek was. Onder invloed van het verderfelijke gedachtegoed van Vlaams Belang maakten alle partijen zich schuldig aan verwijtbare vooringenomenheid. Voor Karel De Gucht is en blijft Vlaams Belang een racistische partij geleid door fascisten.

Op 16 oktober 2019, juist na het Turkse offensief in Noord-Syrië, debatteerde het Vlaams parlement over vragen van Vlaams Belang en N-VA. Die waren door Liesbeth Homans, de nieuwe voorzitter van N-VA-huize, geagendeerd. Men mag zich afvragen of haar voorganger, de legendarische Jan Peumans, de vragen had toegelaten. De vragen gingen over “jeugdspelers van Turkse FC uit Beringen die een militaire groet brengen uit solidariteit met het Turkse leger”, resp. “de militaire groet door jonge voetballers ter ere van Turkse soldaten”. Het parlement, dat resulteert uit de verkiezingen van 26 mei, vergaderde voor het eerst op 23 september. De regering steunt op N-VA, CD&V en Open Vld en trad aan op 2 oktober. Het plenaire debat duurde 18 minuten en leverde vijf A4’tjes aan notulen op.

Saluut is juichgebaar in FIFA voetbalspel

De absurditeit begint bij de vraagstelling. Die gaat voetstoots uit van een militaire lading van het saluut en solidariteit met een leger. Geen parlementslid dat voorstelde het onderzoek af te wachten, verwees naar de uitleg van de leiding van ‘Turkse FC U10’, uit eigen ervaring wist te zeggen wat jeugdspelers bezielt om te salueren, wees op het feit dat er op het voetbalveld wel vaker gesalueerd wordt en ook spelers met verschillende achtergronden zich daaraan “bezondigen”, of zelfs wist te zeggen dat het saluut is opgenomen in het onder de jeugd zeer populaire voetbalspel FIFA als juichgebaar na een doelpunt. Voor de parlementsleden stond de “schuld” bij voorbaat vast.

En dus ontaardde het debat in een tirade met racistische ondertoon. Vlaams Belang hamerde op de steun aan het Erdoganregime en de subsidiekraan aan Turkse verenigingen die dicht moest. De N-VA zag het saluut als steun aan een “militaire agressor”, Open Vld vroeg de minister stappen te zetten “om dit in de toekomst te vermijden”, CD&V vond dat Vlaamse kleedkamers zich moeten beperken tot voetbal, en Groen vroeg om een draaiboek voor dit soort toestanden. Sp·a verweet Vlaams Belang dat het een hele groep stigmatiseert, maar introduceerde wel de discriminerende denkpiste om subsidies aan clubs te verstrekken in functie van hun openheid voor anderen.

Clubs op basis van etnische afkomst krijgen geen subsidie

Minister Ben Weyts (N-VA) vond dat sportende kinderen niet moeten worden ingezet voor militaire propaganda, maar stelde tegelijk vast dat het fenomeen zich “gelukkig” beperkt tot slechts 2 van de 2820 aangesloten clubs. De zaak wordt onderzocht, er worden zo nodig sancties opgelegd, en tegelijk doet UEFA onderzoek naar het fenomeen dat “tot onze grote spijt wereldwijd wel inspiratie heeft geboden”, aldus Weyts, die naast de instrumenten inzake ethiek in de sport die de federaties zijn aangereikt aanvullende maatregelen in petto heeft. Ons land kent vrijheid van vereniging, maar in het regeerakkoord staat wel dat clubs op basis van etnische afkomst geen subsidie krijgen, aldus Weyts.

De media lieten zich niet onbetuigd. N-VA Beringen plaatste een bericht op zijn website dat de militaire groet “om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren” veroordeelt en stelt dat het “delicaat evenwicht in onze multiculturele gemeente” niet moet worden ondermijnd. Kinderen die een oorlog promoten is “vele bruggen te ver”, aldus N-VA. Het Laatste Nieuws en De Morgen spreken over “kinderen [die] een militaire groet brengen om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren”. Voor het Nederlandse dagblad De Telegraaf was de veroordeling van de inval “voor de voetballertjes uit Beringen geen beletsel”, hebben de Turken in Syrië “al tientallen burgerdoden” op hun conto, en worden er “vrouwen uit hun auto gesleurd” en geëxecuteerd.

De ranzige reacties op het artikel in De Telegraaf variëren van “Hoe heet die club eigenlijk? De Grijze Wolfjes Beringen?” tot “Terwijl onze ‘witte’ kindjes manu militari leren om ‘verdraagzaam’ en ‘inclusief’ te zijn, brengt de Vijfde Baby-Colonne militaire eer aan de Ottomaanse Sultan in Ankara. Dit land is om zeep.” Maar op Twitter treft men ook de reactie van de Herentalse advocaat Peter Verpoorten aan: “Grappig om te lezen dat mensen schrijven dat Turken zich in Beringen moeten integreren. Die mensen zijn nog nooit in Beringen geweest. Ik heb daar jarenlang gevoetbald. Ik ben er ook nooit geïntegreerd geraakt.”

Solidariteit in de Turkse gemeenschap is ook een gegeven

Gevraagd om een reactie laat Groen-Beringen voorzitter Irfan Öztas op persoonlijke titel weten dat de kinderen al voldoende zijn geviseerd en het hypocriet is dat Westerse media niets zeggen als Franse spelers een saluut brengen. Ook op persoonlijke titel liet Maurice Webers, fractieleider s.pa, weten dat de clubs de boodschap wel zullen hebben begrepen en er belangrijker thema’s zijn. Internetgazet Beringen publiceerde een reactie van schepen Hilal Yalçin (CD&V) die erop neerkomt dat de multiculturele samenleving de publieke opinie soms voor vragen stelt, een buitenlandse kwestie niet moet worden geïmporteerd, de solidariteit in de Turkse gemeenschap ook een gegeven is en enkel sereen contact tussen de gemeenschappen tot wederzijds begrip kan leiden. Een standpunt dat niemand zal betwisten.

Hoewel van meet af aan duidelijk was dat een voortzetting van de Zweedse coalitie (N-VA, CD&V en Open Vld) de enige realistische optie was moest het 127 dagen duren vooraleer die Vlaamse regering het levenslicht zag. Een unicum. Cynici zullen zeggen dat de zes weken durende flirtage van N-VA-informateur Bart De Wever met Vlaams Belang dat fors had gewonnen geen maat voor niets was. Maar de fall-out van zes weken vrijage heeft wél alle partijen besmet. Het hierboven beschreven non-debat maakt dat zonneklaar. Vlaanderen was altijd al rechts, maar met het aantreden van de nieuwe regering maakt het een forse ruk verder naar rechts.

Regering, schepencolleges én oppositie laten zich continu onder druk zetten door een oppositiepartij waar behalve N-VA niemand mee wil samenwerken, een oppositiepartij waar niemand minder dan ex-Open Vld boegbeeld Karel De Gucht het etiket ‘racistische partij geleid door fascisten’ op plakt. Is er nu werkelijk geen politieke topper in dit land die de handschoen opneemt en dit kwaad met open vizier bestrijdt daar waar het thuishoort: in het parlement en in de gemeenteraden?