De vicieuze cirkel van de Amerikaanse oorlog tegen terreur

Still from the Video ‘10 American Special Forces You Don’t Want to Mess With!’ (Source: YouTube)


De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide ISIS-project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak. Het Westen draagt in de eindeloze agressie in het Midden-Oosten een verpletterende verantwoordelijkheid.

“Onze elitetroepen hebben de kwalijkste terroristenleider ooit zijn gerechte straf doen ondergaan. Abu Bakr al-Baghdadi is dood. Hij stond aan het hoofd van ISIS, de hardvochtigste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Met drie van zijn kinderen bij zich liet de lafaard – jankend als een hond – zijn bomvest ontploffen. Terroristen die dood en verderf zaaien zullen nooit rustig kunnen slapen. Deze monsters zullen het noodlot en Gods laatste oordeel niet ontlopen.” Met deze provocerende woorden liet de Amerikaanse president Trump de wereld weten dat hij de live beelden van de aanval op Al-Baghdadi heeft verslonden als een ordinaire mafioso.

Abu Ghraib en Camp Bucca

Na George W. Bush in 2006 met de dood van Al-Zarqawi, en Barack Obama in 2011 met die van Osama Bin Laden, kan president Trump nu dus de uitschakeling van Al-Baghdadi aan zijn palmares toevoegen. Het zal hem wel niet bekend zijn dat de oorsprong van Al-Baghdadi’s morbide project ligt in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de daarop volgende onmenselijkheden. Al-Baghdadi werd door Amerikaanse troepen opgepakt en opgesloten in de Abu Ghraib gevangenis, berucht om folterpraktijken als waterboarding, en Camp Bucca, een detentiecentrum dat voor de Amerikaanse vredesactiviste Kathy Kelly model kan staan voor het hellevuur, waar gevangenen systematisch werden vernederd en ontmenselijkt.

Vredesactiviste Medea Benjamin vatte het nieuws over de Amerikaanse commandoactie in Idlib (Syrië) in een tweet kernachtig samen: “De VS blinkt uit in het liquideren van terroristen die zij zelf heeft gecreëerd. De mallemolen draait door: de wapenindustrie wordt rijk, en kinderen, inclusief die van Al-Baghdadi, komen om”. De uitschakeling van Al-Baghdadi is een zoveelste feit in de war on terror, een oorlog die geen einde kent zolang het Westen wereldwijd strijd voert om grondstoffen en energiebronnen.

Amerikaans-Britse coup van 1953 tegen Mossadeqh

Een wereld die met Trump juicht om Al-Baghdadi’s dood mag diens misdaden ook wel eens bekijken tegen de achtergrond van de eindeloze Westerse bemoeienis met het Midden-Oosten die de regio in totale chaos heeft gestort. Het verhaal gaat terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Iraanse regering kreeg van de regering-Truman groen licht om olie te verkopen aan de Sovjet-Unie, maar toen Moskou zijn troepen uit Iran had teruggetrokken oefende de VS druk uit op Teheran om het akkoord te annuleren. Nadat de regering-Mossadeqh de Iraanse olieproductie had genationaliseerd bracht in 1953 een Amerikaans-Britse coup het hardvochtige regime van de Sjah aan de macht dat erop moest toezien dat Amerikaanse firma’s de olieproductie konden domineren en de Britten er vanaf konden rijden.

In deze periode zien we ook hoe de CIA in “interessante” landen marionetten aan de macht brengt. De omverwerping in 1958 van de Iraakse koning leidde uiteindelijk tot de dictatuur van Saddam Hoessein, met wie Washington na de val van de Sjah van Iran in 1979 graag wilde samenwerken. In de Irak-Iranoorlog (1980-1988) droeg Amerikaanse steun aan Saddam bij tot honderdduizenden doden, onder meer door de inzet van Iraakse chemische wapens, geproduceerd met Amerikaanse grondstoffen. De Iraakse inval in Koeweit in 1990 was voor de VS de ideale gelegenheid om zich voor eens en voor altijd in het Midden-Oosten te installeren.

Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden

De media zwijgen over het bloedige Amerikaanse optreden in Irak en elders in het Midden-Oosten – eufemistisch aangeduid als “uitoefenen van Amerikaanse militaire macht” – die ISIS heeft opgeleverd. Hoe men het ook wendt of keert, Al-Baghdadi is het bijproduct van vier decennia misdadig Amerikaans optreden. Toen in 1990 het Amerikaanse anti-oorlogsgevoel over Vietnam nog nazinderde stemde de Senaat tegen een invasie van Irak tijdens operatie Desert Storm, de Golfoorlog van president George H.W. Bush (nr 41). Maar in 2003 konden miljoenen demonstranten in de VS en in de rest van de wereld de Irakoorlog van president George W. Bush (nr 43) niet tegenhouden.1

Eén van de belangrijkste redenen die Osama Bin Laden noemde voor de vijandigheid van Al Qaida tegen de VS was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië tijdens en na operatie Desert Storm. “Ongelovige” troepen op heilige islamitische grond is een ontheiliging, aldus Bin Laden. Voor Michael Scheuer, die rond de eeuwwisseling dé Al Qaida-expert bij de CIA was, moet men Bin Laden op dit punt serieus nemen. Amerikanen verontreinigen de heiligste plaatsen van de islam, exploiteren moslimbronnen en steunen corrupte dictatoriale afvalligen, dat is de perceptie van de moslimwereld. Een perceptie waarmee Al Qaida gemakkelijk nieuwe jihadisten kon rekruteren.

Westerse lippendienst

De Arabische lente was een revolte tegen door de VS gesteunde dictaturen. De Westerse reactie was niets dan lippendienst. De demonstranten waren niet geholpen met Amerikaanse verzuchtingen over ‘volksdemocratie’ en de ‘wil van het volk’. De VS liet Hosni Mubarak in Egypte pas vallen na massaal burgerverzet en nadat de Egyptische legerleiding had laten weten dat het de touwtjes stevig in handen zou houden. Egyptische rechtbanken konden een door de Moslimbroederschap gedomineerd parlement niet verhinderen, maar de in 2012 verkozen president Mohamed Morsi werd in 2013 door het leger afgezet. Het huidige regime van Abdul Fatah al-Sisi is voor de bevolking een waar schrikbewind.

De oorlog in Libië van 2014 wordt verkocht als humanitaire interventie om een wrede dictator te verjagen. Khadaffi was een autocraat, maar genoot brede steun. Bij zijn aantreden nationaliseerde Khadaffi de oliewinning. De Westerse oliemaatschappijen die mochten blijven moesten hogere royalty’s en belastingen afdragen, gelden die Khadaffi investeerde in een hogere levensstandaard. Hij introduceerde het pan-Arabisme, een beweging die de Arabische wereld moest verenigen, en financierde veel nationalistische bewegingen die zich verzetten tegen het Westen. Met zijn weigering zich te onderwerpen aan internationale financiële instellingen riep Khadaffi het gram van het Westen over zich uit.

Via contacten met oppositiegroepen probeerde de CIA voortdurend Khadaffi ten val te brengen, een strijd die leidde tot wederzijds terrorisme, waaronder het Lockerbie-drama, de bombardementen op Libië, inclusief Khadaffi’s huis waar zijn drie jaar oude adoptiedochter werd gedood. Dat zette hem aan tot pogingen om chemische en zelfs nucleaire wapens te verwerven. Sancties brachten hem er echter toe mee te werken aan het Lockerbie-proces in het VK. Nadat hij zijn massavernietigingswapenprogramma’s had opgegeven verklaarden Westerse media dat Khadaffi zijn relatie met het Westen had genormaliseerd.

Ruim baan aan Westerse oliebelangen

De CIA dacht daar anders over. De Tunesische Lente sloeg over naar Libië, en het Westen profiteerde van de onlusten om Khadaffi ten val te brengen en een bewind te installeren dat ruim baan gaf aan Westerse oliebelangen. Met de gevechten nog in volle gang verscheen een gedetailleerde kaart van de Libische oliebronnen. Senator Lindsey Graham kwijlde van het winstpotentieel en pleitte voor “democratie en vrijemarkteconomie in Libië”. Nog voor de “revolutie” geslaagd was kondigde de leidende rebellengroep de ontbinding van de nationale bank af en verving die door een nieuwe centrale bank gelinkt aan door het Westen gedomineerde internationale financiële instellingen.

Khadaffi heeft het vooral moeten opnemen tegen buitenlandse Al Qaida-jihadisten, Amerikaanse CIA-agenten en Special Forces. Het huidige Libische bewind heeft niets te zeggen in de streek van Benghazi waar Al Qaida een dag na de moord op Khadaffi de vlag heeft uitgehangen.2 Libië is een verscheurd land waar de chaos heerst. Na het akkoord met de Libische kustwacht komen de vluchtelingen niet meer naar Europa, maar verdrinken ze in de Middellandse Zee of worden ze onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in overvolle detentiecentra in Libië. De vluchtelingen worden door gewelddadige bendes uitgebuit, mishandeld en seksueel misbruikt.

Het Westen heeft in al deze dossiers een verpletterende verantwoordelijkheid.

1 Andre Damon: ‘Abu Bakr al-Baghdadi and the forgotten history of Iraq’, World Socialist Web Site, 29 oktober 2019
2 Paul Atwood: ‘So, Really, Why Do They Hate Us?’, CounterPunch, 21 september 2012

Het Europese landbouwbeleid: eigen boeren eerst

Milk cans at the Kiambaa Dairy Rural Sacco Society in Kenya
(photo credit: ILRI/Eyeris; Wikimedia Commons)


Zo’n 40% van het EU-budget gaat naar landbouw. Exportsubsidies hebben plaatsgemaakt voor directe steun aan boeren die bijna de helft van hun inkomen dekt. Wat de EU met de ene hand geeft via ontwikkelingshulp neemt het met de andere hand terug via export van gesubsidieerde landbouwoverschotten. Het kan anders: grote opkomende economieën bieden kansen. Het EU-parlement kan het verschil maken.

“Het handelsklimaat voor agribusiness in 2018 was positief, maar aanzienlijke risico’s liggen in het verschiet. De bedreigingen zijn protectionisme, handelsconflicten en verstoring van het handelsverkeer. Maar er zijn ook kansen. Met de bevolkingsgroei neemt de vraag toe, en de groeiende middenklasse is rijp voor producten met een hogere toegevoegde waarde. Onze toonaangevende agrovoedingssector mag de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.” Dat is de strekking van het rapport Agri-food trade in 20181 van de Europese Commissie dat verscheen op een moment waarop het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat in 2021 moet ingaan in de steigers staat.

Dit rooskleurige beeld schreeuwt om nuancering. De échte bedreiging is het groeiend verzet tegen zowat 40% van het EU-budget naar landbouw en de impact van het beleid op de derde wereld. Het Europese landbouwbeleid past eerder in een geleide economie zoals die onder het communisme. De steeds grotere boerenbedrijven vergen blijvende financiële ondersteuning. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan mag dan spreken over een steeds marktgerichter gemeenschappelijk landbouwbeleid, de steun die hij de sector tegelijk belooft om “kansen over de hele wereld te benutten” leidt wel tot het dumpen van gesubsidieerde overschotten in ontwikkelingslanden die lokale landbouw oneerlijk beconcurreren.

Het Europese landbouwbeleid kent een roemrucht verleden. Vanaf het Verdrag van Rome van 1957 zijn de doelstellingen ongewijzigd: productiviteit optimaliseren, boereninkomens ondersteunen, markten stabiliseren, voedselvoorziening veiligstellen en zorgen voor betaalbare consumentenprijzen. Het GLB van vandaag ontstond in 1962. De architect was de sterk ideologisch gedreven Nederlandse landbouwcommissaris Sicco Mansholt, voor wie schaalvergroting, inkomenssteun aan de boeren en subsidiëring van de landbouw essentiële voorwaarden waren.

Perverse neveneffecten

Achteraf kreeg Mansholt spijt van zijn beleid. Dat heeft immers perverse neveneffecten: goedkoop veevoer uit de Derde Wereld levert welvaart op, maar ook een zware belasting van het milieu. Veeteelt produceert 14% van alle CO2-uitstoot, even veel als de complete transportsector. Via de mest komen onnatuurlijk grote hoeveelheden mineralen in de bodem. Intensieve veehouderij is ook potentieel nefast voor dierenwelzijn. Vroeger kregen koeien diermeel bijgevoerd, wat in 1992 leidde tot de bovine spongiforme encefalopathie (BSE) epidemie bij melkvee met vrijwel zeker de overdracht op de mens in de vorm van een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

In 1995 formuleerde2 Mansholt een stuk van zijn wroeging als volgt: “Door de vaste graanprijs blijft er veertig miljoen ton graan per jaar over. Dat dumpen we, met dure exportsubsidies, tegen ramsjprijzen op de wereldmarkt waardoor we de boeren in de derde wereld in wanhoop naar de sloppenwijken drijven. Tegelijk hebben we de vrije invoer van graanvervangend veevoer toegestaan, tapioca en de hele rommel. Ook veertig miljoen ton per jaar. Daardoor zitten wij nu met de intensieve veehouderij en het mestoverschot. Het is een onhoudbare toestand, een stroperige brei van belachelijke maatregelen”.

Intussen zijn de exportsubsidies dan afgeschaft, vandaag steunt Brussel de sector wél in andere vormen, waaronder directe financiële steun aan de boeren die gemiddeld 46% van hun inkomen dekt. Enerzijds zegt de voorzet3 voor het nieuwe GLB dat het de sector blijft steunen, anderzijds dat de Migratietop in Valletta4 opvolging verdient. Die top keek naar de diepere oorzaken van migratie: armoede, gewapend conflict, slecht bestuur, de gebrekkige rechtsstaat en inbreuken op mensenrechten. Maar nog steeds geeft de Commissie een duurzame ontwikkeling in Afrika te weinig kans. Zij zegt dat coördinatie met ontwikkelingssamenwerking nodig is, maar ook dat handelsakkoorden moeten voorzien in uitzonderingen voor bepaalde sectoren.

Minderwaardig melkpoeder naar West-Afrika

In 2018 overspoelde de EU de West-Afrikaanse markten met 340.000 ton melkpoeder. Bijna driekwart daarvan is een minderwaardig product: het melkvet is vervangen door 90% goedkoper plantaardig vet dat maar een fractie bevat van de voedingsstoffen van melkvet. Het afgeroomde melkvet wordt verwerkt tot boter waar op de binnenlandse markt in Europa tegenwoordig opnieuw een grote, groeiende en winstgevende vraag naar bestaat. Intussen worden zo’n 20.000 West-Afrikaanse families die leven van industriële melkproductie en honderdduizenden families die daar indirect van afhankelijk zijn doodgeconcurreerd met inferieur en gesubsidieerd Europees melkpoeder.5

Aan de vooravond van een nieuw vrijhandelsakkoord met de EU heeft ook Tunesië problemen met het Europese landbouwbeleid. Het verschil in productiviteit, de financiële steun aan EU-boeren, de Europese graan- en vleesoverschotten, de extra irrigatie met water waarvan de limieten zijn bereikt, het zijn allemaal zaken die Tunesië zelfs op middellange termijn niet kan overbruggen. Tunesië met 10 miljoen inwoners is net als andere Maghreblanden helemaal niet gebaat met een handelsakkoord met een economisch machtsblok met 500 miljoen inwoners. Slaat de Maghreb de handen ineen, dan staat de regio als groep sterker in de onderhandeling met de machtige EU.6

Big business en big finance dragen bij tot corruptie

De EU denkt de nood in Afrika te kunnen lenigen door het aanbieden van knowhow, opleiding, uitwisselingsprogramma’s, en jobs voor legale migranten en seizoensarbeiders. Maar dat is in belangrijke mate lippendienst. Mensen verlaten hun geboorteland om redenen die voortvloeien uit het beleid van hun corrupte overheid, corruptie die samenhangt met contacten tussen lokale leiders en big business en big finance in het westen. Het zijn mastodonten die belust zijn op natuurlijke hulpbronnen in de derde wereld, en afzetmarkten zoeken voor landbouwoverschotten.

Voor 2018 stond 38% (€61 miljard) voor landbouw ingeschreven op de EU-begroting. Voor ontwikkelingssamenwerking was dat 0,3% (€3 miljard).7 De Official Development Assistance, het totale budget voor ontwikkelingshulp van de EU plus de 28 lidstaten, bedroeg in 2018 €74 miljard. Wat Europa met de ene hand aan belastinggeld van burgers investeert in ontwikkelingslanden wordt dus in belangrijke mate met de andere hand ongedaan gemaakt via het dumpen van gesubsidieerde landbouwoverschotten.

Hoe moet het dan wel? Overheidsbemoeienis met landbouw is omwille van voedselzekerheid niet weg te denken, maar het kan met heel wat minder. De sector moet meer ondernemerschap tonen. Gesubsidieerde overschotten moeten niet langer in ontwikkelingslanden worden gedumpt. In Europa wordt braaklegging van landbouwgrond gesubsidieerd terwijl China overal landbouwgrond opkoopt. In het handelsoverleg met China zou Europa een tolling voorstel op tafel kunnen leggen waarbij het hoogproductieve landbouwgrond ter beschikking stelt en producten levert in ruil voor Chinese ertsen, mineralen en andere grondstoffen.8 Geopolitieke en geostrategische argumenten moeten in de discussie worden meegenomen. Wat geldt voor China geld ook voor nieuwe grote economieën als Brazilië en India.9

Sinds het Verdrag van Lissabon is landbouw één van de beleidsdomeinen die onderworpen zijn aan de gewone wetgevingsprocedure. Het Europees Parlement is dus ook voor landbouw medewetgever en zal zijn akkoord moeten geven aan het nieuwe GLB. Dat geeft de nationale politiek, het middenveld, actiegroepen en de media de mogelijkheid “hun” Europese parlementsleden te wijzen op de onmogelijke spagaat tussen landbouw en ontwikkelingssamenwerking, en er dus een einde moet komen aan het eigen-boeren-eerst beleid.

1 European Commission DG Agriculture & Rural Development: ‘Agri-food trade in 2018
2 VPRO Tegenlicht: Gesubsidieerde aarde, deel 2, 25 mei 2003
3 Mededeling Europese Commissie COM(2017) 713 d.d. 29 november 2017: ‘De toekomst van voeding en landbouw
4 European Council Council of the European Union: ‘Valletta Summit on migration, 11-12/11/2015
5 Arne Gillis: ‘Met palmolie aangelengde Europese melk overspoelt Afrika’, MO, 12 april 2019
6 Samira Bendadi: ‘Europa preekt democratie, maar offert die in Tunesië op aan handelsbelangen’, MO, 24 januari 2019
7 Europa Nu: ‘Europa in de wereld. §2: Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp
8 Foodlog: ‘Rob de Wijk: food for fuel en andere grondstoffen’, 4 maart 2012
9 Ingrid Jansen: ‘Gebruik landbouw in geopolitiek’, NRC, 5 augustus 2019