Het Egmontinstituut, spreekbuis van Buitenlandse Zaken

Palais d’Egmont – Egmontpaleis, Brussels. Photo: Zinneke (Wikimedia Commons)


Het Egmontinstituut kleurt niet buiten de lijntjes van het ministerie: een EU-defensie ondermijnt de NAVO niet, maar verzwakt wel de Amerikaanse overheersing. Kernwapens blijven essentieel voor het Instituut. De publicaties zijn gehypothekeerd door Anglo-Amerikaans denken.

In België is het Egmontinstituut, officieel “Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen”, dé denktank op het gebied van buitenlands beleid. Het Instituut, dat in het drietalige België en naar het buitenland toe opereert als Egmont Institute, herformuleerde recent zijn doelstellingen. Vandaag zijn die samengevat: ‘Toegepast onderzoek van internationale vraagstukken die België en de EU raken, en voorlichting van de publieke opinie ter zake’. Om die doelstellingen te realiseren organiseert het Instituut vormingssessies en expertenvergaderingen, neemt het deel aan internationale conferenties, publiceert het studies en geeft het tijdschriften uit.

Egmont is een Stichting in de schoot van – en wordt gefinancierd door – het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Instituut ontvangt ook beperkte donaties voor specifiek onderzoek, maar werkt niet voor de particuliere sector. Buitenlandse ambassades hebben, mits een gift van €750/jaar, rechtstreeks toegang tot het interessante Egmont expertisenetwerk. Lobbyfacts spreekt over een jaarrekening 2017 van €904.433 en een organisatie van 19 lobbyisten, maar Egmont directeur-generaal Johan Verbeke laat weten dat de organisatie 18 mensen in dienst heeft, werkt met 15 associate fellows die niet op de payroll staan, geen private partners kent en geen lobbywerk verricht.

Europese strategische autonomie en een Europees leger

Het kloppende hart van het Instituut is onderzoek. Het resultaat wordt gepubliceerd in policy briefs die online beschikbaar zijn. Veel van die stukken zijn van de hand van de directeur van het programma “Europa in de wereld”, Sven Biscop, die tevens doceert aan de Universiteit Gent en het Europacollege in Brugge. Centraal in Biscop’s recente publicaties staat zijn pleidooi voor Europese strategische autonomie en een Europees leger, waarbij zaken als het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid, toch essentieel voor een ééngemaakte defensie, en het feit dat Europa met handen en voeten gebonden is aan de NAVO en daarmee aan Washington, slechts summier aan de orde komen.

Biscop spreekt in zijn Security Policy Brief nr. 114 wat luchthartig over Russische subversie. Hij onderbouwt die opmerking niet, maar koppelt daar wel de vraag aan of niet “elke inmenging in de EU-soevereiniteit” moet worden beantwoord met vergelding “om Rusland te laten begrijpen dat de EU ook wil gerespecteerd worden”. Tegelijk vreest hij dat zo’n vergelding “alleen maar meer escalatie” oplevert. Biscop’s beschuldiging van Rusland als agressor in het Oekraïne-dossier behoeft toch enige nuancering. Zelfs de immer gerespecteerde Henri Kissinger bevestigt dat men rond de annexatie van de Krim eerder kan spreken van een plausibele Russische reactie op Westers expansionisme.

Europees instrument om militaire macht te projecteren

Ook in het recente Turkije-Syrië-dossier pleit Biscop voor een assertievere Europese houding. Voor hem had de EU een Syrië-strategie moeten ontwikkelen met aanduiding van de groepen die op permanente politieke, economische en militaire steun konden rekenen. Europa heeft enkel ad-hoc deelgenomen aan gevechtsoperaties en lijdzaam toegezien hoe Turkije Syrië is binnengevallen. We kunnen een NAVO-bondgenoot niet met militaire middelen een halt toe roepen. En dreigen dat de EU geen steun zal geven aan de stabilisatie en wederopbouw van door Turkije bezet Syrisch gebied zal Erdogan toch niet op andere gedachten brengen, zo vraagt een vertwijfelde Biscop zich af.

Hier gaat Biscop toch in de fout. Zelfs de Westerse en Arabische aanstichters van de proxy-oorlog in Syrië hadden geen strategie, gebruikten wisselende “rebellengroepen”, en moesten het afleggen tegen het door Russische, Iraanse en Hezbollah-troepen gesteunde Syrische regeringsleger. Zonder VN-mandaat opereren proxy-troepen volstrekt illegaal in de nog altijd internationaal erkende staat Syrië. Biscop ziet in PESCO een instrument om Europese militaire macht te projecteren, zeker met een voormalige Duitse defensieminister als Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie. Het zijn vérgaande ambities die aan het duistere Duitse verleden herinneren en weinig uitstaans hebben met een Europees verdedigingsapparaat.

Biscop ziet een supranationale Unie waarin lidstaten hun soevereiniteit hebben gebundeld, wereldspeler worden. In zijn visie ondermijnt een strategisch autonoom Europa de NAVO niet, maar verzwakt het wel de Amerikaanse overheersing. Met zijn opmerking dat de Europese lidstaten hun buitenlands beleid afstemmen op dat van de EU, en Brussel de basis vormt voor hun “politiek, economisch, en in de toekomst ook militair gewicht op het wereldtoneel” maakt Biscop zich duidelijk schuldig aan wishful thinking. De Hoge Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen is met handen en voeten gebonden aan het beleid van de regeringsleiders, en die volgen overwegend de “richtlijnen” van de VS.

Europese kernwapens blijven een must

Egmont Senior Associate Fellow Didier Audenaert bepleit een maatschappelijk debat nu het INF-verdrag niet meer bestaat en Europa een grotere inspanning moet doen voor (lees: fors meer geld naar) raketafweer. De kans op een nieuwe wapenwedloop is reëel, aldus Audenaert, die zich afvraagt wat we willen: Amerikaanse raketten in Europa, een eigen raketafweer, of ons neerleggen bij Russische afdreiging? Voor hem moeten burgers worden gemotiveerd voor een veiligheidsapparaat onder NAVO- en EU-auspiciën waarin “nucleaire capaciteiten” essentieel blijven. Geen woord over diplomatie, onderhandelingen over een nieuw verdrag, of toenadering tot Rusland die anderen wel bepleiten.

Wie als academicus toetreedt tot een politieke denktank die afhangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weet op voorhand dat hij of zij moet opereren binnen krijtlijnen die het ministerie bepaalt. En wie als academicus hogerop wil raken publiceert in top-wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de ranking wordt bepaald door Anglo-Amerikaanse universiteiten. Deze lieden reproduceren dus onvermijdelijk Anglo-Amerikaanse denkpatronen. Voor exacte wetenschappers is dat geen probleem zolang hun publicaties ook nieuwe informatie bevatten of tot nieuwe inzichten leiden. Maar van politieke wetenschappers mag men verwachten dat zij zich ook oriënteren op andere denkpatronen.

Anglo-Amerikaans denken

Egmont ontkomt niet aan “besmetting” door Anglo-Amerikaans denken. Het Instituut weerspiegelt het buitenlands beleid van een land dat de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO herbergt. Kritiek op die instellingen is not done. Tegen die achtergrond zijn vraagtekens bij het onderdeel “voorlichting van de publieke opinie” in de Egmont-doelstellingen legitiem. Verwacht van een Egmont-auteur geen bevestiging van de hersendood van de NAVO, of een pleidooi voor een alliantie met Rusland en het vertrek uit Europa van alle Amerikaanse troepen, inclusief de 480 tactische kernwapens in België (Kleine Brogel), Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland (Volkel), en Turkije.

Waar het Egmontinstituut vooral in uitblinkt is het organiseren van congressen en seminars. Een goed voorbeeld is het seminar ‘Russia and Europe in the context of global migration’ op 25 maart 2019, waar Russische, Europese en Belgische denktankmedewerkers, beleidsverantwoordelijken en journalisten zich bogen over de politieke en sociale aspecten rond migratie en de vraag wat Rusland en de EU over deze issues van elkaar kunnen leren. Als het seminar tevens moest passen binnen het kader van de voorzichtige pogingen om het ijs tussen Rusland en het Westen te breken doen het supra vermelde stuk van Didier Audenaert en de losse opmerking van Sven Biscop over Russische subversie daar geen goed aan.

Anglo-Amerikaans denken is wijdverbreid bij politieke wetenschappers in het Westen. Het risico van groepsdenken is dan niet denkbeeldig. Zij die erin slagen daaraan te ontsnappen zijn de politieke changemakers die de geopolitieke impasse waarin het Westen – en Europa in het bijzonder – verkeert kunnen helpen doorbreken.

De schabouwelijke hetze over het saluut van Vlaamse jeugdvoetballers

Print screen van YouTube filmpje ‘The Salute: Ronaldo Finishing Celebration (Tutorial)


Het Vlaams parlement heeft volkomen voorbarig gedebatteerd over het saluut van jeugdvoetballers van Turkse komaf in Beringen, een issue dat in volle onderzoek was. Onder invloed van het verderfelijke gedachtegoed van Vlaams Belang maakten alle partijen zich schuldig aan verwijtbare vooringenomenheid. Voor Karel De Gucht is en blijft Vlaams Belang een racistische partij geleid door fascisten.

Op 16 oktober 2019, juist na het Turkse offensief in Noord-Syrië, debatteerde het Vlaams parlement over vragen van Vlaams Belang en N-VA. Die waren door Liesbeth Homans, de nieuwe voorzitter van N-VA-huize, geagendeerd. Men mag zich afvragen of haar voorganger, de legendarische Jan Peumans, de vragen had toegelaten. De vragen gingen over “jeugdspelers van Turkse FC uit Beringen die een militaire groet brengen uit solidariteit met het Turkse leger”, resp. “de militaire groet door jonge voetballers ter ere van Turkse soldaten”. Het parlement, dat resulteert uit de verkiezingen van 26 mei, vergaderde voor het eerst op 23 september. De regering steunt op N-VA, CD&V en Open Vld en trad aan op 2 oktober. Het plenaire debat duurde 18 minuten en leverde vijf A4’tjes aan notulen op.

Saluut is juichgebaar in FIFA voetbalspel

De absurditeit begint bij de vraagstelling. Die gaat voetstoots uit van een militaire lading van het saluut en solidariteit met een leger. Geen parlementslid dat voorstelde het onderzoek af te wachten, verwees naar de uitleg van de leiding van ‘Turkse FC U10’, uit eigen ervaring wist te zeggen wat jeugdspelers bezielt om te salueren, wees op het feit dat er op het voetbalveld wel vaker gesalueerd wordt en ook spelers met verschillende achtergronden zich daaraan “bezondigen”, of zelfs wist te zeggen dat het saluut is opgenomen in het onder de jeugd zeer populaire voetbalspel FIFA als juichgebaar na een doelpunt. Voor de parlementsleden stond de “schuld” bij voorbaat vast.

En dus ontaardde het debat in een tirade met racistische ondertoon. Vlaams Belang hamerde op de steun aan het Erdoganregime en de subsidiekraan aan Turkse verenigingen die dicht moest. De N-VA zag het saluut als steun aan een “militaire agressor”, Open Vld vroeg de minister stappen te zetten “om dit in de toekomst te vermijden”, CD&V vond dat Vlaamse kleedkamers zich moeten beperken tot voetbal, en Groen vroeg om een draaiboek voor dit soort toestanden. Sp·a verweet Vlaams Belang dat het een hele groep stigmatiseert, maar introduceerde wel de discriminerende denkpiste om subsidies aan clubs te verstrekken in functie van hun openheid voor anderen.

Clubs op basis van etnische afkomst krijgen geen subsidie

Minister Ben Weyts (N-VA) vond dat sportende kinderen niet moeten worden ingezet voor militaire propaganda, maar stelde tegelijk vast dat het fenomeen zich “gelukkig” beperkt tot slechts 2 van de 2820 aangesloten clubs. De zaak wordt onderzocht, er worden zo nodig sancties opgelegd, en tegelijk doet UEFA onderzoek naar het fenomeen dat “tot onze grote spijt wereldwijd wel inspiratie heeft geboden”, aldus Weyts, die naast de instrumenten inzake ethiek in de sport die de federaties zijn aangereikt aanvullende maatregelen in petto heeft. Ons land kent vrijheid van vereniging, maar in het regeerakkoord staat wel dat clubs op basis van etnische afkomst geen subsidie krijgen, aldus Weyts.

De media lieten zich niet onbetuigd. N-VA Beringen plaatste een bericht op zijn website dat de militaire groet “om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren” veroordeelt en stelt dat het “delicaat evenwicht in onze multiculturele gemeente” niet moet worden ondermijnd. Kinderen die een oorlog promoten is “vele bruggen te ver”, aldus N-VA. Het Laatste Nieuws en De Morgen spreken over “kinderen [die] een militaire groet brengen om de soldaten in de Turks-Syrische oorlog te eren”. Voor het Nederlandse dagblad De Telegraaf was de veroordeling van de inval “voor de voetballertjes uit Beringen geen beletsel”, hebben de Turken in Syrië “al tientallen burgerdoden” op hun conto, en worden er “vrouwen uit hun auto gesleurd” en geëxecuteerd.

De ranzige reacties op het artikel in De Telegraaf variëren van “Hoe heet die club eigenlijk? De Grijze Wolfjes Beringen?” tot “Terwijl onze ‘witte’ kindjes manu militari leren om ‘verdraagzaam’ en ‘inclusief’ te zijn, brengt de Vijfde Baby-Colonne militaire eer aan de Ottomaanse Sultan in Ankara. Dit land is om zeep.” Maar op Twitter treft men ook de reactie van de Herentalse advocaat Peter Verpoorten aan: “Grappig om te lezen dat mensen schrijven dat Turken zich in Beringen moeten integreren. Die mensen zijn nog nooit in Beringen geweest. Ik heb daar jarenlang gevoetbald. Ik ben er ook nooit geïntegreerd geraakt.”

Solidariteit in de Turkse gemeenschap is ook een gegeven

Gevraagd om een reactie laat Groen-Beringen voorzitter Irfan Öztas op persoonlijke titel weten dat de kinderen al voldoende zijn geviseerd en het hypocriet is dat Westerse media niets zeggen als Franse spelers een saluut brengen. Ook op persoonlijke titel liet Maurice Webers, fractieleider s.pa, weten dat de clubs de boodschap wel zullen hebben begrepen en er belangrijker thema’s zijn. Internetgazet Beringen publiceerde een reactie van schepen Hilal Yalçin (CD&V) die erop neerkomt dat de multiculturele samenleving de publieke opinie soms voor vragen stelt, een buitenlandse kwestie niet moet worden geïmporteerd, de solidariteit in de Turkse gemeenschap ook een gegeven is en enkel sereen contact tussen de gemeenschappen tot wederzijds begrip kan leiden. Een standpunt dat niemand zal betwisten.

Hoewel van meet af aan duidelijk was dat een voortzetting van de Zweedse coalitie (N-VA, CD&V en Open Vld) de enige realistische optie was moest het 127 dagen duren vooraleer die Vlaamse regering het levenslicht zag. Een unicum. Cynici zullen zeggen dat de zes weken durende flirtage van N-VA-informateur Bart De Wever met Vlaams Belang dat fors had gewonnen geen maat voor niets was. Maar de fall-out van zes weken vrijage heeft wél alle partijen besmet. Het hierboven beschreven non-debat maakt dat zonneklaar. Vlaanderen was altijd al rechts, maar met het aantreden van de nieuwe regering maakt het een forse ruk verder naar rechts.

Regering, schepencolleges én oppositie laten zich continu onder druk zetten door een oppositiepartij waar behalve N-VA niemand mee wil samenwerken, een oppositiepartij waar niemand minder dan ex-Open Vld boegbeeld Karel De Gucht het etiket ‘racistische partij geleid door fascisten’ op plakt. Is er nu werkelijk geen politieke topper in dit land die de handschoen opneemt en dit kwaad met open vizier bestrijdt daar waar het thuishoort: in het parlement en in de gemeenteraden?

Luidt de onrust in Libanon een nieuwe vluchtelingenstroom naar Europa in?

A woman from Homs, Syria, now a refugee in Lebanon, shows off knitted woolen clothes that she’s learnt how to make, with support from the International Rescue Committee and UK aid. Picture: Russell Watkins/DFID (Wikimedia Commons)


De onlusten in het op de rand van bankroet verkerende Libanon kunnen het land doen ineenstorten. Het risico van een uitdeinende regionale oorlog en een omvangrijke nieuwe vluchtelingenstroom richting Europa is reëel. De EU moet dringend doortastende initiatieven ontplooien om dat te voorkomen.

‘Middle East Eye’ (MEE) is één van de vele websites die de internationale politiek analyseert. Het is een absoluut pareltje. Terwijl België focust op de ellenlang aanslepende formatie van een federale regering en Nederland op de stakende boeren, Europa zich bezighoudt met Brexit en uitbreiding met nog eens twee lidstaten, en de wereld zich bekreunt over de Turkse inval in Noord-Syrië, komt Marco Carnelos, een weinig bekende voormalige Italiaanse diplomaat, op MEE in alle bescheidenheid met een nuchter, kort en bondig opiniestuk dat op de voorpagina van elk zichzelf respecterend dagblad zou moeten staan, en in prime time op radio en televisie aan de orde zou moeten komen.

Parallel met de Eerste Wereldoorlog

Waarom Europa Libanon van de afgrond moet redden’, dat is de titel van Carnelos’ stuk waaruit we hieronder citeren. Wie herinnert zich nog de Libanese burgeroorlog in de periode 1975-1990 die een kwart miljoen mensen de dood injoeg en een miljoen mensen op de vlucht deed slaan? In vergelijking wordt dat klein bier als Carnelos gelijk krijgt. De situatie in het Midden-Oosten van vandaag doet sterk denken aan die in Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Slaat in Libanon opnieuw de vlam in de pan, dan kunnen veel landen in het conflict worden meegesleept. Libanon ligt op een boogscheut van de Syrische slagvelden, en de spanning tussen Hezbollah en Israël is om te snijden.

Zoals de protesten van afgelopen week hebben laten zien is de Libanese bevolking de slechte economische situatie en de politieke impasse meer dan beu. Libanon mag dan een klein landje zijn, het is wel altijd een politieke barometer geweest voor de regio. De Cedar Revolution na de moord op premier Rafic Hariri in 2005 zette mee de Arabische Lente in gang. De hoop op politieke verandering van toen slaat vandaag om in wanhoop over tal van zaken, met het verschrikkelijke economische wanbeheer met stip op de eerste plaats. Met $12 miljard inkomsten, $84 miljard schuld en rentebetalingen van meer dan $5 miljard in 2019 staat het land aan de rand van een faillissement Griekse stijl.

Noodplannen om een nieuwe vluchtelingencrisis te voorkomen

Met een eigen bevolking van nog geen 4 miljoen herbergt Libanon 1,5 miljoen Syriërs die de afgelopen jaren de oorlog in hun land zijn ontvlucht, naast de ruim 400.000 statenloze Palestijnse vluchtelingen sinds de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948. Daarmee herbergt Libanon mondiaal het grootste aantal vluchtelingen per hoofd van de bevolking. Een nieuwe oorlog tussen Hezbollah en Israël kan tot een implosie van het land leiden, en een grote stroom Syrische vluchtelingen richting Europa in gang zetten. Sommigen proberen zich al richting Turkije te verplaatsen. Indachtig de migrantencrisis van 2014/2015 doet Europa er goed aan noodplannen op te stellen om een herhaling te voorkomen.

Europa moet een economische implosie in Libanon voorkomen. Het moet de politieke leiders aanzetten een effectieve regering te vormen. Er moet een einde komen aan de corruptie aan de top. Het politieke geschipper van de afgelopen vijftien jaar dat het land heeft verlamd moet worden doorbroken. Om Hezbollah te raken heeft de Amerikaanse Centrale Bank door sancties op Libanese banken de problemen alleen maar vergroot. Europa moet Washington onder zware druk zetten om die sancties per direct op te heffen. En Libanon kan niet langer het toneel zijn waarop de VS, Iran, Saoedi-Arabië en ieders huurlingengroepen hun rekeningen vereffenen.

Hezbollah ligt niet aan de basis van alle problemen in Libanon

De grote geesten in Washington, Jeruzalem en Riyadh denken altijd dat Hezbollah aan de basis ligt van alle problemen in Libanon. Maar dat is naïef. De aanhoudende Amerikaanse druk heeft de beweging niet kunnen verzwakken. Hezbollah kreeg nog extra wind in de zeilen met de verkiezing van president Michel Aoun in 2016. De beweging, die kan rekenen op een grote aanhang, heeft zelf heeft 12 zetels, maar samen met bondgenoten kan Hezbollah bogen op 70 van de 128 zetels in het parlement. Gegeven de groeiende onrust onder de bevolking moet de beweging zich wel realiseren dat het land niet langer op de zelfde manier kan worden bestuurd. De onrust kan de beweging ook overweldigen.

Gegeven het risico op een nieuwe vluchtelingencrisis moet Europa een sterke proactieve rol spelen. Landen als Frankrijk en Italië die belangen in Libanon hebben kunnen laten zien wat ze waard zijn. Met het Libanese zwaard van Damocles boven Europese hoofden kan de Franse president Macron een initiatief tot een dialoog tussen de VS en Iran wel vergeten. Libanon heeft leiderschap nodig met integere lieden die kunnen bogen op een schone lei. Onafhankelijke, gematigde politici die de bevolkingsgroepen verenigen in plaats van verdelen. Leiders die niet rijk willen worden van hun positie, maar de bevolking vooruithelpen en voorkomen dat een Libanese ineenstorting de regio meesleurt.

De gewelddadige protesten van de afgelopen dagen die het land hebben geteisterd zijn een onheilspellend voorteken voor wat een Libanese failed state kan betekenen voor de regio en de wereld.

De sterke comeback van Rusland onder Poetin

The Supreme Commander-in-Chief with Acting Governor of St Petersburg Alexander Beglov, left, and Defence Minister Sergei Shoigu after the Main Naval Parade. Photo: Press Office, President of Russia.


Het sterke presidentiële systeem stelde Poetin in staat orde op zaken te stellen. Rusland weigert zich te onderwerpen aan de VS. De anti-Rusland lobby, de sancties en de demonisering van Poetin hebben daar niets aan kunnen veranderen. Poetin zet in op een multipolaire wereld en roept de westerse expansie een halt toe. Poetin kan bogen op een zelfvoorzienend, gediversifieerd Rusland dat zich kan meten met elke industriële grootmacht.

“Amerika heeft maar weinig kijk op Poetin, een fenomeen dat misschien voortvloeit uit verminderde betrokkenheid van de Amerikaanse elite met Rusland, verzwakte taalvaardigheden, en een versleten kijk op de wereld. Men mag kritiek hebben op Poetin, maar zijn presidentschap is wel een succes. Poetin begreep waar het op aankomt: realistische doelstellingen die je ook haalt.” Dat schreef Scott Horton, die voor een beschrijving van de wanorde waarin Boris Jeltsin zijn land had achtergelaten verwees naar Sergei Kovalev: geplunderde industrie, lege schatkist, laag nationaal zelfvertrouwen, radeloze politieke klasse en een cynische bevolking.

Rusland mag dan na de val van de Sovjet-Unie hebben afgerekend met het monopolie van de Communistische Partij, het ontwikkelde vervolgens wel een sterk presidentieel systeem met maar weinig checks and balances. Dit systeem verschilt van het westerse democratische model, maar wordt wel gedragen door de Russische bevolking en kan principieel dus niet als ondemocratisch worden aangemerkt. Het is een opkomend democratisch model dat nog moet rijpen.1 Het systeem stelde Poetin in staat zijn greep te versterken op de wetgevende macht, de partijopbouw, de regio’s en de media. De oligarchen werden getemd, er kwamen weer belastingen binnen en het Kremlin won aan gezag.

De anti-Rusland lobby zette een serieus tandje bij

Het weggeeftoneel in de Jeltsin-periode dat met wederzijds goedvinden langs beide zijden van de oceaan werd opgevoerd moet in het westen de illusie hebben gewekt dat Rusland in het vervolg de rol zou spelen van dienaar van westerse belangen. Toen dat een valse illusie bleek zette de anti-Rusland lobby een serieus tandje bij. De lobby zag in Rusland met zijn formidabele kernmacht, energiereserves en bijzondere geostrategische ligging een struikelblok in zijn opdracht om post-Koude-oorlog de macht van Amerika maximaal uit te bouwen. Zelfs in de jaren 1990, toen Rusland niet meer in staat was om macht uit te oefenen bekreunden sommige leden van de Amerikaanse politieke klasse zich over de toekomstige herleving van de Euraziatische reus als revisionistische mogendheid.

In het Amerikaanse Project for the New American Century was geen plaats voor rivalen. Amerika moest de controle krijgen over het potentieel bedreigende militaire apparaat en de energiereserves van anderen. Rusland moest de VS steunen als wereldmacht, vrijwillig of onvrijwillig. Het moest in de pas van het Amerikaanse buitenlands beleid lopen en een politiek en economisch systeem ontwikkelen waar de VS invloed op kon uitoefenen. Het alternatief was door het leven gaan als paria, geïsoleerd, voortdurend beschuldigd van kwalijk gedrag, onderworpen aan sancties en in onzekerheid om als regime te overleven in een door de VS gedomineerde wereld.2

Fast forward naar vandaag, en we kunnen vaststellen dat de hoop op harmonie bij het einde van de Koude Oorlog heeft plaatsgemaakt voor een conflict van waarden tussen de VS en Rusland. Amerikaanse en Russische media beschuldigen elkaars overheden ervan het internationale recht te schenden, cynisch en onrechtvaardig bezig te zijn en elke menselijke waardigheid aan hun laars te lappen. Bij herhaling wordt Poetin vergeleken met Hitler en het Kremlin uitgemaakt als een corrupt regime dat de oppositie onderdrukt en militaire agressie pleegt. Het Russische antwoord is dat het land zijn systeem en legitieme belangen verdedigt tegen economische, politieke en militaire agressie van het westen.

De gekte rond Rusland gaat eerder over Trump dan over Rusland

De VS en Rusland waren niet gedoemd tot een confrontatie. Er bestond wederzijds volop steun voor samenwerking rond gedeelde belangen als terrorisme, regionale stabiliteit en ontwapening. Amerikaans wantrouwen en gebrek aan zelfvertrouwen haalden het echter op gezond verstand. De VS zag in Rusland een rivaal en begon het land in een negatief daglicht te stellen. Maar alles wijst erop dat de gekte rond Rusland eerder gaat over Trump dan over Rusland. Het Amerikaans vertrouwen in eigen waarden neemt af. De VS beseft dat het steeds meer als bedreiging van de wereldvrede wordt gezien. Het wint dus geen harten en geesten meer, maar ronselt buitenlandse activisten en bespioneert regeringen. Het goede voorbeeld van weleer maakt plaats voor pressie, afluisteren en omkoping.

Washington’s grootste misvatting was om post-Sovjet Rusland te behandelen als een verslagen vijand die net als Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog kon worden gedwongen in het Amerikaanse gareel te lopen. De denkfout was dat Rusland niet was bezet of door kernwapens verwoest. Rusland had een transformatie ondergaan, maar was niet overwonnen. Het was Gorbachev, niet het Witte Huis, die een einde had gemaakt aan de Sovjet-Unie. Een even grote fout was dat de VS in 1992 verzuimde de prille Russische democratie economisch te steunen. Daarmee had de economische ramp kunnen worden voorkomen en het land voor het westerse kamp gewonnen.

Poetin trok zijn rode lijn, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen

Intussen heeft Rusland moeten toezien hoe de NAVO alle voormalige Warschaupactleden behalve natuurlijk Rusland zelf wist in te lijven. De Amerikaanse diplomaat George Kennan, de geestelijke vader van de indammingspolitiek tegen de Sovjet-Unie, had daar tegen gewaarschuwd. Voor Kennan was Rusland geen militaire bedreiging voor het westen en zou het oprukken van de NAVO tot een nieuwe Koude Oorlog leiden. Toen sprake was van toetreding van Georgië en Oekraïne tot de NAVO en de EU trok Poetin zijn rode lijn: het veiligheidsrisico was te groot geworden, de westerse expansie moest een halt worden toegeroepen.3

Na de annexatie van de Krim sloot Poetin een defensieverdrag met Zuid-Ossetië (onderdeel van Georgië). Eerder was dat al gebeurd met Abchazië (idem). Nu de onafhankelijkheid van deze gebieden geen internationale erkenning kreeg behoren zij tot de categorie ‘bevroren conflicten’ die Europese plannen met Moldavië, Georgië en Oekraïne kunnen dwarsbomen. De uitbreiding van de Russische invloedssfeer was ongetwijfeld een reactie op de expansiezucht van de NAVO en de EU. En Rusland ging er geostrategisch op vooruit toen Europa moest afrekenen met zaken als de vluchtelingencrisis en Brexit, en Trump de NAVO in vraag stelde.4

Vandaag staan opnieuw twee nucleaire grootmachten tegenover elkaar. Rusland heeft vooralsnog de overhand in het spel: het Syrië-dossier, de diplomatie in het Midden-Oosten, de proxy war in Oekraïne, de relatie met Turkije, het Korea-dossier, het zijn allemaal dossiers die Rusland doen uitgroeien van regionale speler tot wereldspeler.5

Een scenario met IS in Damascus is een existentiële bedreiging

De nieuwe Koude Oorlog is gevaarlijker dan de eerste. Het epicentrum lag toen in het verre Berlijn, nu in buurlanden Oekraïne en de Baltische staten. De afspraken van na de Cubaanse rakettencrisis van 1962 bestaan niet meer. De demonisering van Poetin neemt ongekende proporties aan. De VS beschuldigt hem er bij herhaling van Assad te steunen in plaats van de terreur te bestrijden. Zijn reactie kan enkel een kleur op Amerikaanse wangen opwekken: “Zonder Assad implodeert Syrië net als Irak en Libië en verdwijnt het Syrische leger. Wie levert dan boots on the ground tegen IS?” Een scenario met IS in Damascus is niet enkel een existentiële bedreiging voor Rusland, maar voor de wijde regio.6

Als we de sinds de jaren 1990 in Moskou woonachtige Finse jurist Jon Hellevig mogen geloven worden de mainstream media centraal aangestuurd met berichten over Rusland die niet kloppen. Hellevig begon de propaganda dus door te prikken met analyses over de Russische economie in de nasleep van de sancties die de westerse mogendheden aan Rusland hadden opgelegd na de Oekraïne-crisis van 2014. Het klopt volgens Hellevig niet dat de Russische economie de omvang heeft van die van Nederland, Rusland niets produceert en niet meer is dan een benzinestation met kernbommen. De werkelijkheid is dat Poetin zijn land tegen 2013 had getransformeerd tot een zelfvoorzienende, gediversifieerde grote mogendheid die zich kon meten met elke industriële grootmacht.

De conclusie van Hellevig’s onderzoek naar de economische ontwikkeling van Rusland in de periode 2000-2014 kan als volgt worden samengevat: “De door jaren van roofkapitalisme geruïneerde economie van de jaren 1990 die Poetin in 2000 erfde heeft nu een omvang bereikt die het geloof rechtvaardigt dat Rusland de industriële doorbraak kan realiseren die de president heeft aangekondigd. Daarmee heeft Rusland de sanctieoorlog gewonnen.” Het rapport deed een oproep aan westerse leiders hun pogingen om de Russische economie door sancties schade te berokkenen en een kernoorlog te riskeren op te geven.

Een vervolgrapport over 2014-2016 laat zien hoe Rusland ondanks de sancties enkel sterker werd. Het logenstraft ook westerse analisten die volhouden dat olie en aardgas 60% van het Russische BBP uitmaken: energie maakt 60% uit van de Russische export, en slechts 10% van het BBP. En in zijn rapport van november 2018 verklaart Hellevig dat Rusland moeiteloos de sanctieoorlog heeft gewonnen en is uitgegroeid tot een industriële, agrarische, militaire en geopolitieke supermogendheid.

De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht

Blijkbaar dringen de feiten door in westelijke kringen. Kennelijk moet de Franse president Macron namens het westen de betrekkingen met Rusland verbeteren. Schoorvoetend luidt het dat Rusland maar weer moet worden toegelaten tot de G7. Macron was daarbij heel expliciet: “Het westen takelt af. De alliantie Beijing-Moskou leidt tot een serieuze verschuiving van het machtsevenwicht in de wereld”. De Franse president legde de schuld niet exclusief bij de huidige Amerikaanse regering, maar hij moet hebben gedoeld op de vervreemding van Rusland die het land in de armen van China heeft geduwd, en dat de Russische beer zo snel mogelijk los moet van de Chinese draak.7

Mogen we de cijfers van Hellevig serieus nemen? Het Duitse internetmagazine Telepolis wijst op de Russische doelstelling om de op vier na grootste economie ter wereld te worden, vóór Duitsland. Het Russische BBP in koopkrachtpariteit is sinds 2000 meer dan verdrievoudigd en ook andere economische indicatoren zijn aanzienlijk verbeterd. PricewaterhouseCoopers denkt dat Rusland Duitsland in 2030 economisch inhaalt en zijn leiderschap niet meer zal opgeven. Daartoe zal Rusland betere groeicijfers moeten halen. Het land moet zijn potentieel activeren. Per saldo zijn de tekenen goed, aldus Telepolis.8

Samenvattend kunnen we vaststellen dat Rusland onder Poetin een sterke comeback heeft gemaakt, op het wereldtoneel serieus wordt genomen en heeft bijgedragen aan de neergang van de suprematie van het westen.

1Andrei P. Tsygankov: ‘Russiaphobia. Anti-Russian Lobby and American Foreign Policy’, 2009, p. 94
2Ibid., p. 22
3Laurien Crump: ‘Rusland maakt zich al eeuwen terecht zorgen om westerse uitbreiding’, Geschiedenis Magazine nr. 5, juli/aug. 2017
4Katlijn Malfliet: ‘Poetinisme. Een Russisch fenomeen’, p. 123
5Ibid., p. 160
6Stephen F. Cohen: ‘Why the New Cold War Is More Dangerous Than the Preceding One’, The Nation, 19 april 2017
7Jon Hellevig: “New World Order in Meltdown, But Russia Stronger Than Ever”, The Saker Blog, 30 augustus 2019
8Viktor Heese: ‘Russland bald stärkste Volkswirtschaft Europas und fünftgrößte der Welt?’, Telepolis, 22 december 2018

Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen

Velayat 94 Military exercise February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.Photo: Erfan Kouchari, Tasnim News Agency (Wikimedia Commons)


In het artikel ‘Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden we dat de EU haast moet maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap: het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland. Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier en hier.

Aansluitend legden we enkele academici de vraag voor: “Hoe beoordeelt u de draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger dan niet een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO. In een opiniestuk zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de Amerikaanse sancties tegen Iran.”

Heeft de EU zich vastgeklonken aan de VS?

Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.

Tom Sauer (UvA) is niet blij met de verwijzing naar de NAVO in het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte daarvan is echter beperkt: EU-acties moeten enkel sporen met de NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de Amerikaanse en Europese belangen steeds verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op termijn kan de NAVO voor Europa overbodig worden, als de VS er tevoren al niet is uitgestapt. Voor Sauer heeft Laughland wel een punt: het Europese mechanisme om de Amerikaanse sancties tegen Iran te omzeilen zal niet helpen. Dat toont nogmaals de zwakte van Europa op het wereldtoneel, en de noodzaak voor Europa om zich te distantiëren van dit Amerikaanse beleid.

Eerder bespraken we dit issue met David Criekemans (UvA), die meent dat de NAVO-verwijzing in art. 42 niet meer is dan een toegevoegd regeltje. De EU-veiligheidsgarantie is veel sterker dan die van de NAVO. Voor Criekemans, zelfverklaard koele minnaar van de NAVO, is daarmee de alliantie eigenlijk overbodig, maar een uitstap zal niet voor morgen zijn. Het ontbreekt aan een Europese strategische cultuur en aan militair-logistieke zaken. Bovendien wil niet elke lidstaat mee.

Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington

Op grond van deze verklaringen van de academici kunnen we concluderen dat de NAVO-verwijzing in art. 42 misschien niet cruciaal is maar toch zal kunnen worden ingeroepen. Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in het bondgenootschap de zaken initieert en het laatste woord heeft. De verdeeldheid tussen de lidstaten en de vrees om Washington op de tenen te trappen kan hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese legers, maar niet tot een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger.

In een opgemerkt opiniestuk komt Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt is niet optimistisch over de toekomst van de EU. Het VK vertrekt en de VS is openlijk vijandig. Herhaalde pogingen om in internationale vraagstukken een ​​ Europese stem te laten horen, of te komen tot een gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben gefaald. Neem nu “het gebrek aan ruggengraat in de Europese reactie op de Amerikaanse dreiging om secundaire sancties op te leggen op handel met Iran”, aldus Walt, die ook wijst op interne Europese problemen als de anti-EU populisten en de onmacht van Brussel om eigenzinnige nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse regeringspartij ‘Recht en Rechtvaardigheid’ tot de orde te roepen.

Waar Stephen Walt geen blad voor de mond neemt schetst David Criekemans een ingetogener beeld. Dat beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders dan “een grote olieproducent” is de VS vandaag energiezelfvoorzienend en heeft dus eigenlijk niets meer te zoeken in het Midden-Oosten. Iran kon tot regionale grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran wordt omsingeld door Amerikaanse bases en tot de tanden bewapende buurlanden. Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat het land geen enkele (militaire) bedreiging vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.

De Amerikaanse blokkade van Iran is een oorlogsdaad

De Amerikaanse blokkade van Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich daar niet bij neer. Het heeft geen boodschap aan Europees handengewring. Volgens de Britse professor Paul Rogers moet de beschadiging van olietankers druk zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten. Tel daarbij de paramilitaire aanvallen op Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust maar aankondigt hoe een asymmetrische oorlog er kan uitzien, aldus Rogers.

Iran onderhandelt niet over de Amerikaanse belegering, maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het kan een serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan ontkennen maar aanleiding zullen zijn voor internationale verzekeraars elke dekking van olietransport in het gebied op te schorten. Iran kan eenvoudig enkele olietankers tot zinken brengen om de Straat van Hormuz af te sluiten. Volgens Goldman Sachs kan dat de olieprijs opdrijven naar $1000 per vat, desastreus voor de wereldeconomie.

Slaapwandelen we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie?

Criekemans vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie slaapwandelen en dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen. Maar sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Volgens de Amerikaanse professor Juan Cole is het de geopolitieke context die conflicten een sektarisch tintje geeft, niet andersom.

Slaapwandelen naar een oorlog VS-Iran is wél te bestrijden: na China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan en EU-lidstaten Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee mondiale proporties krijgen.

Ruggengraat loont.